Ze lag naast de stofzuiger op de grond te slapen, toen we thuiskwamen uit school. Midden in de huiskamer, een stofdoek los in haar behandschoende hand. ‘Mam?!’ riep mijn vriendin, en we schrokken alle drie.

Training

Training Minder zelfkritiek, meer zelfcompassie

  • Wees vriendelijk voor jezelf
  • Vind meer innerlijke rust
  • Krijg zelfinzicht met het ‘zelfcompassiedagboek’
Bekijk de training
Nu maar
€ 79,-

Haar moeder schoot overeind, trok gehaast haar kleren recht, mompelde ‘ik was moe’ en haalde de stofdoek langs de kastdeurtjes. ‘Willen jullie iets drinken?’

Aan haar moet ik denken, nu ik hier alleen aan het water zit. Vier dagen breng ik door in een huisje van vakantieoord Het Kleine Paradijs in Friesland, tevens centrum voor retraite en bezinning.

Om tussen al het werken en zorgen, de speelpartijen, etentjes, sms’jes en de duizenden gezichten in de dagelijkse forensentrein weer eens te ervaren hoe het is om helemaal alleen te zijn. Om rust te vinden op een plek waar het nog echt stil is – als je het ruisen van de bladeren niet meetelt.

Het is koud, maar de zon schijnt. Heel in de verte gaat een wandelaar door de weilanden. Aan de andere kant van het water buigt het riet in de wind. Zou zij – moeder van drie kinderen, eigenaar van een winkel en een groot huis en een tomeloze ambitie op het gebied van huishoudelijke zaken en ‘keeping up with the Joneses’ – ooit ook maar één zo’n dag voor zichzelf hebben genomen?

Gezonde afzondering

Tijd alleen is een cruciale, voedende component van het leven, aldus psycholoog John Cacioppo van de universiteit van Chicago. Dat klinkt wellicht egoïstisch of verwend, maar het tegengestelde is het geval.

Uit onderzoek van een van Cacioppo’s studenten aan Harvard blijkt dat mensen juist empathischer worden als ze af en toe wat tijd op zichzelf doorbrengen. Ze kunnen zich dan weer beter verplaatsen in anderen.

Cacioppo wijdde zijn halve carrière aan het beschrijven van de negatieve effecten van eenzaamheid. Toch ziet hij ook de gezonde kanten aan het doorbrengen van tijd in afzondering.

‘Mensen hebben het nodig verbonden te zijn, in groepen te leven. Maar om echt contact te maken moet je wel beschikbaar zijn voor anderen. En niemand kan voortdurend beschikbaar zijn,’ zegt hij in een artikel in The Boston Globe.

Exact wat Jacqueline Feijten, eigenaar van Het Kleine Paradijs, ertoe deed besluiten een maand in haar eentje door te brengen. ‘In de vijfentwintig jaar die eraan voorafgingen, hadden mijn man en ik vijf kinderen gekregen en vol enthousiasme een eigen bedrijf opgebouwd.

We ontvingen gasten, organiseerden weekenden voor kinderen met gedragsproblemen en gaven cursussen. Ik deed veel voor andere mensen, maar deed ik dat nog op een manier die bij me paste? Ik werd moe, mijn lijf protesteerde. Ongemerkt was ik in een veel te hoog tempo gaan leven.’

Omschakelen naar niets

Toen haar dochter naar Nieuw-Zeeland vertrok en haar echtgenoot en laatste inwonende zoon haar daar gingen opzoeken, zag Feijten haar kans schoon. Ze zwaaide man en kind uit, blokte een maand in de boekingsagenda, vroeg haar vriendinnen haar niet te bellen en betrok een hut op haar eigen terrein.

‘De eerste vier, vijf dagen was ik nog onrustig. Het is een behoorlijke omschakeling van zo’n druk leven naar helemaal niets. Het sneeuwde die maand, alles om me heen werd wit. Het had iets magisch. Sneeuw maakt stil.

Ik hoorde mijn hart kloppen, het ruisen in mijn lichaam. Na die eerste dagen bekeek ik mijn leven van een afstandje en zag de malligheid van al dat gehaast en gedoe. We vliegen overal aan voorbij.’

De houtkachel snorde, de kat lag ervoor, en Feijten realiseerde zich dat ze voornamelijk een fysieke verzorger was geworden. ‘De B&B-gasten verwelkomen, de onderkomens schoonmaken, mails beantwoorden, de tuin bijhouden: het hoort er allemaal bij, anders krijg je geen bedrijf van de grond. Maar waar ik gelukkig van word, is het werkelijk contact hebben met anderen. Ik wil me verbinden. Daar moest ik weer ruimte voor maken.’

Stripfiguurtje

De beginnersonrust waarover Feijten verhaalt, belooft niet veel goeds voor mijn schamele vier dagen. Met een hoofd dat toch al scherp staat afgesteld op ‘doen’. Als ik mijn tas op het bed heb gezet, het badhuis en de houtstapel bekeken, denk ik: eerst maar eens uitzoeken waar dat paadje voor aan de weg heen leidt.

Tijdens de wandeling naar Easterein voer ik een innerlijk gesprek met verrassend veel herhalingen, over de vraag of ik toch niet nog een paar boodschappen moet doen met de auto. Eenmaal in het dorp racen twee kinderen op een skelter voorbij.

Training

Mindfulness training

  • Leer omgaan met stress
  • Krijg meer aandacht voor het nu
  • Met notitieboek en Gids voor een Langzaam Leven
Bekijk de training
Nu maar
€ 99,-

Het ‘doarpsnijs’ kondigt aan dat er een cupcake-workshop is en dat er een huis te koop staat. Ik vraag me af hoe onze kinderen het in zo’n dorp zouden redden, en daar springt mijn geest alweer verder, naar onze plannen voor een leven op het platteland. Moeten die niet eens afgestoft? Of misschien toch pas als de kinderen het huis uit gaan?

Als een stripfiguurtje zie ik mezelf door de weilanden lopen, met een gedachtenwolk boven mijn hoofd die het complete landschap bedekt.

Ik-gevoel ontwikkelen

De in 2001 overleden psychotherapeut Anthony Storr stelt in het boek De kracht van het alleenzijn dat alleen-tijd belangrijk is voor een gezonde dosis zelfinzicht. Wie alleen kan zijn, werkt daarmee aan een stabiele identiteit.

‘Moderne psychotherapeuten, ikzelf incluis, hanteren als criterium voor emotionele volwassenheid het vermogen om volwassen, gelijkwaardige relaties aan te gaan. Vrijwel zonder uitzondering zijn psychotherapeuten voorbijgegaan aan het feit dat ook het vermogen om alleen te zijn een teken van emotionele volwassenheid is.’

De kans om dat te leren is er al heel vroeg, als je als baby kunt ervaren veilig alleen te zijn met je vader en moeder in de nabijheid. Met het natje en droogje verzorgd, en troost of geborgenheid onder handbereik, krijgt een baby de ruimte om zijn ik-gevoel te ontwikkelen, het gevoel een aparte persoon te zijn met een eigen identiteit.

Als een kind zich veilig hecht en er dus op leert vertrouwen dat zijn moeder altijd weer terugkomt, ontstaat er steeds meer ruimte om tijd alleen door te brengen. En dat is nu precies de tijd waarin een kind kan ontdekken wat het werkelijk wil of nodig heeft, ongeacht wat anderen van hem verwachten of hem proberen op te dringen.

Targets en broodtrommels

Ook in de puberteit is dat belangrijk. Ontwikkelingspsycholoog Reed Larson ontdekte dat jongeren die af en toe wat tijd alleen doorbrengen, zich op die momenten zelf niet bepaald gelukkiger voelen – alles draait immers om relaties in deze fase van het leven.

Wel waren ze blij even verlost te zijn van de blik van anderen. En de belangrijkste opbrengst lag in de tijd ná de alleen-tijd: dan voelden de pubers zich beter dan ervoor, en beter dan pubers die minder tijd voor zichzelf hadden gehad.

De kinderen die 25 tot 45 procent van hun tijd buiten school in hun eentje doorbrachten, hadden na het onderzoek meer positieve gevoelens dan hun sociaal actieve leeftijdsgenoten, deden het beter op school en hadden minder last van depressieve klachten.

Het vermogen om alleen te zijn houdt dus verband met zelfontdekking en zelferkenning, met het je bewust worden van je wezenlijkste behoeften, gevoelens en drijfveren.

Een kostbare zaak, getuige de hordes vastgelopen high potentials, die weliswaar altijd hun targets halen en de broodtrommels van hun kinderen op tijd hebben gevuld, maar die daarbij één belangrijke vraag volledig hebben genegeerd: wat hebben ze zelf nu eigenlijk nodig in het leven?

Persoonlijk weet ik precies wat dat is: rust. Geen vragende ogen, geen roepende kinderen, geen berichten op Facebook. Ruimte voor mijn eigen ideeën. Vier dagen eruit lijken me nog geen structurele oplossing, maar het is een mooi begin.

Jacqueline Feijten ervoer hetzelfde toen haar kinderen klein waren en het nog niet in haar was opgekomen om tijd voor zichzelf te vragen. Sinds ze ontdekte dat haar tempo nu eenmaal wat lager ligt dan dat van haar partner, en dat ze af en toe behoefte heeft zich op te laden, plant Feijten haar alleen-tijd veel actiever in.

‘Het is niet dat het niet kán als je kinderen klein zijn. Het is gewoon een kwestie van discipline. Ik studeerde in die tijd en daarvoor sloot ik mezelf ook twee ochtenden per week op in mijn werkkamer. Iedereen wist dat ik op dinsdag- en donderdagochtend met rust gelaten moest worden en dat gebeurde dan ook. Dus waarom had dat niet gekund met de reden dat ik even alleen-tijd nodig had?’

Nieuwe energie

Omdat er dan een schuldgevoel had opgespeeld, wellicht. Iets van anderen vragen – zorg jij nu even voor de kinderen – voelt omwille van een studie minder belastend, minder egoïstisch, dan iets van anderen vragen omdat je gewoon tijd voor jezelf wilt.

Een calvinistische blik waarmee velen zichzelf geselen. ‘De zweep erover – is het niet bij anderen, dan wel bij jezelf,’ merkte ook Feijten. ‘Als je je een maand terugtrekt, dan beteken je toch helemaal niets, voor niemand? Maar doordat je je weer oplaadt, geïnspireerd raakt, krijg je juist hernieuwde energie om iets in de buitenwereld te betekenen.’

Want hoe je het ook wendt of keert, met anderen zijn kost energie. Niet alleen omdat ze tegen je praten of iets van je vragen, ook omdat een mens geneigd is zich bezig te houden met de gedachten van anderen.

Psycholoog Daniel Gilbert noemt dat ‘the co-experiencing mind’. Neem een theatervoorstelling: als je daar samen heen gaat, ben je niet alleen bezig met wat zich voor je afspeelt, maar ook met wat jij en je gezelschap ervan vinden. Of misschien zelfs met het gesprek dat je daar na afloop over zult gaan voeren.

Dat gissen naar gedachten kan je in het dagelijks leven helpen om situaties in te schatten, om mensen op hun gemak te stellen, om dingen voor elkaar te krijgen. Maar het kan je ook in de weg zitten. Zeker als de ‘behager’ in jou nogal sterk is vertegenwoordigd – als je het anderen graag naar de zin wilt maken en aardig gevonden wilt worden.

Wat anderen denken

Als ik op dag drie wakker word, striemt de regen tegen de ruiten. De wind giert om het huisje en mijn hoofd stroomt meteen weer vol. ‘Zal ik weer de weilanden ingaan?’ ‘Waarom zou ik niet met de auto weggaan, als ik daar zin in heb?’ ‘Waar wacht ik nou precies op?’

Uiteindelijk stap ik toch in de auto. Die wandelpaadjes heb ik nu wel gezien en mijn haar is vet. Ik rijd naar de supermarkt in Scharnegoutum om shampoo te kopen en daar komt alsnog het inzicht waarop ik wachtte, uit onverwachte hoek.

Ook nu ik alleen ben, zelfs nu ik alleen ben, doe ik nog steeds wat ik denk dat men van me verwacht. Ik wandel uren tussen de koeien omdat ik denk dat het hoort bij alleen zijn.

Ik zing niet hardop, ook niet als ik er zin in heb, want dat is vast niet de bedoeling. En ik ga niet weg met de auto, omdat ik denk dat men verwacht dat ik in en rond mijn hut blijf.

Mijn hoofdredacteur, de eigenaar van Het Kleine Paradijs, mijn partner en zelfs mijn ouders, ze sturen mijn gedrag van een afstand. Of beter gezegd, ik láát me sturen, door mijn gedachten over hun gedachten. Ik dacht los te komen van die co-experiencing mind, maar die is gewoon met me meegereisd.

Feijten schreef in haar maand alleen in haar dagboek: ik heb liever dat mensen me onaardig vinden om wie ik ben, dan dat ze aardig vinden om wie ik niet ben.

‘Ik wilde niet meer pleasen. Voorheen wilde ik voldoen – om lief, de moeite waard en wat al niet meer gevonden te worden. Maar het belangrijkste wat ik in die maand alleen geleerd heb, is: ik hoef niets te dóén om te zorgen dat er van mij gehouden wordt.’

Ik trek eens goed op over de landweggetjes, op zoek naar het bruine café dat ik tijdens mijn eerste wandeling al zag liggen. Opeens voel ik waar die nekpijn vandaan kwam; mijn zelfgekozen keurslijf zat veel te strak.

Boven Easterein staat een prachtige regenboog, in een klein winkeltje koop ik cadeautjes voor mijn geliefden en in het café bestel ik een biertje en sla een tijdschrift open. Madeleine Peyroux zingt ‘I don’t want all of it, I just need a little bit’.

Ik geniet van die stem, het geklater van messen en vorken, van een kletspraatje met de ober, de verhalen voor me op tafel. De rust die ik zoek, ligt niet in de afwezigheid van mensen en geluid. Die ligt in het loslaten van al die zelfopgelegde verwachtingen. Ook dat valt te leren. En daar proost ik op, lekker in mijn eentje, te midden van de rest.

Het brein heeft ‘suddertijd’ nodig

Wie ernaar snakt eindelijk weer eens een gedachte af te kunnen maken, vindt nog een extra argument voor een weekendje alleen in de bevindingen van Gregory Feist.

Deze hoogleraar psychologie deed onderzoek naar het verband tussen tijd voor jezelf en creativiteit. Door je gedachten de vrije loop te laten, stelt Feist, schep je ruimte voor metacognitie: kritisch nadenken over je eigen gedachten. En dat kan zinnige nieuwe ideeën over jezelf of de wereld opleveren.

In je eentje krijgen je hersenen ruimte voor het herordeningsproces dat in creativiteitstheorieën ‘incubatietijd’ wordt genoemd. Gedachten, ideeën en ervaringen kunnen sudderen.

Zonder dat je daar nu zo actief mee bezig bent, werk je toe naar het moment waarop je de oplossing voor een probleem vindt of tot een nieuw idee komt. Beethoven, Descartes en Newton, die het merendeel van hun leven alleen doorbrachten, wisten daar alles van.