De Bruin concludeert in zijn onderzoek naar seksualiteit in jongerenbladen dat dit romantische perspectief in de moderne bladen bijna verdwenen is. Ook het macho-perspectief, vooral terug te vinden in het jongensblad Webber, is aan afbrokkeling onderhevig. Publiceerde het blad in 1997 nog teksten als: ‘Als mijn vriendin slaapt, heeft ze altijd haar mond een beetje open. Dus ik dacht: als ik hem er nou gewoon instop, dan merkt ze er niks van’, in 1998 werd de uitgave van het blad enige tijd gestaakt wegens te lage verkoopcijfers. Volgens De Bruin zijn zowel het romantische als het macho-perspectief niet meer van deze tijd, door de afnemende verschillen tussen jongens en meisjes in hun houding ten opzichte van seks. De idealiserende kijk op seksualiteit die uit beide perspectieven blijkt, heeft volgens hem plaats gemaakt voor een meer realistische blik. In bladen als Break Out! stellen ‘echte’ jongens en meisjes vragen en vertellen ze over hun seksuele ervaringen.

Dit soort interessante conclusies ten spijt, is het boek een merkwaardig samenraapsel. Door de mengeling van onderzoeksverslag, handleiding voor verschillende methoden van onderzoek, literatuurstudie en morele beoordeling, is onduidelijk wat de auteur met het boek beoogt. Ondanks de drie hoofdstukken over onderzoeksmethodes, is De Bruin af en

toe op een vooringenomen, stereotiepe zienswijze te betrappen. Een voorbeeld is zijn interpretatie van een cartoon van Hein de Kort, waar een ambtenaar spreekt tot een bruidspaar: ‘Neemt gij deze vrouw tot…’ Waarbij de aanstaande echtgenoot hem onderbreekt met: ‘Tot ik niet meer kan… Ja, maar ik wacht effe tot na het feest.’ Joost de Bruin interpreteert dit als het beeld van een man die zijn stoerheid bevestigt, terwijl de bruid ‘vertwijfeld achterblijft in haar romantische zwijm’. Uit de blik van de bruid is echter in het geheel niet op te maken dat de bruid er anders over denkt dan haar aanstaande.

Een ander voorbeeld van vooringenomenheid blijkt uit De Bruins opmerking dat hij verwacht dat de ‘macho-mannelijkheid’ die in Webber wordt geëtaleerd, ook een zekere angst voor homoseksualiteit zal bevatten. Als hij vervolgens een interview tegenkomt met drie homoseksuele jongens, waaruit geen angst of vijandigheid jegens homoseksualiteit naar voren komt, concludeert hij niet dat zijn verwachting onjuist blijkt te zijn. Nee, ‘Misschien is dit artikel toch geplaatst om aan die angst voor homoseksualiteit tegemoet te komen. Door het artikel te lezen kunnen lezers erachter komen dat ze niet zo zijn als de geïnterviewde jongens. Zo hoeven ze zich verder geen zorgen te maken over hun eigen seksuele identiteit.’ Tja, als je zo aan het interpreteren slaat, worden je verwachtingen altijd wel bevestigd.

De spanning van seksualiteit. Plezier en gevaar in jongerenbladen / Joost de Bruin. Amsterdam: Het Spinhuis. ISBN 90-5589-146-0 n fl. 32,50[/wpgpremiumcontent]