‘She’s a superfreak.’ Het funknummer galmt door het lokaal. Voor het schoolbord staat lerares creatief schrijven Margo Perin. Ze leest mee met een cd vol korte verhalen en muziekfragmenten. ‘Ideaal voor deze leerlingen,’ zal ze later zeggen. ‘Zeventig procent van hen heeft geen middelbareschoolopleiding; de meesten lezen of schrijven nooit, literatuur is eng. Maar muziek maakt een tekst voor hen veel toegankelijker.’

En dat is te zien. Het verhaal gaat over een verliefde taxichauffeur uit een ruige binnenstadswijk die ’s nachts in zijn auto naar dit nummer luistert. De leerlingen – 26 vrouwen in feloranje gevangeniskleding – luisteren ademloos, hangend over hun tafeltjes, meebewegend op de muziek.

Ernstig getraumatiseerd

We zijn in de vrouwengevangenis van San Francisco. Aan het plafond van het raamloze lokaal draait traag een ventilator. Het is dinsdagochtend half twaalf, en dit is het zevende van tien lesuren uit de cursus creatief schrijven die deel uitmaakt van het penitentiair educatieprogramma Five Keys.

Een naam die voortkomt uit onderzoek waaruit bleek dat er vijf sleutels (keys) zijn tot succesvolle reïntegratie na een gevangenisstraf; opleiding, werk, herstel van verslaving, herstel van psychologische problemen en sociale inbedding. Bij Five Keys mogen gevangenen middelbareschool- en vakopleidingen volgen, plus therapieën en kunstvakken, waaronder creatief schrijven.

In dit blok van vijf weken – twee lessen per week – ervaren de cursisten de ‘enorme kracht van taal’, zegt lerares Perin. Ze leren wat een tekst overtuigend maakt, en gaan zelf aan de slag. Ze maken rap- en songteksten, gedichten, verhalen; het maakt niet uit. ‘Als ze maar creëren!’

‘Deze vrouwen zijn vaak ernstig getraumatiseerd,’ vertelt Perin. ‘Ze staan buiten de maatschappij; denken dat ze niks kunnen behalve drugs dealen of zich prostitueren. Als ik daar wat aan kan veranderen, al is het maar een beetje, ben ik geslaagd.’

Meer zelfvertrouwen, claimt Perin, kan ex-gevangenen helpen buiten de criminaliteit te blijven. Dat wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Verschillende – weliswaar bescheiden opgezette – Amerikaanse studies laten zien dat ex-cursisten van creatief-schrijvenprogramma’s minder recidiveren. Volgens de onderzoekers komt dat doordat ze er een positiever zelfbeeld en meer zelfinzicht van krijgen.

Perin laat haar leerlingen dan ook veel nadenken over wie ze zijn. Zo luidt een van haar klassikale opdrachten: beschrijf een negatieve of pijnlijke gebeurtenis uit je leven en vertel wat je ervan hebt geleerd. Of: wat je ervan had kúnnen leren. ‘Dat levert emotionele momenten op. Maar dát zijn juist de leermomenten.’

Het belang van herkenning

Perins lessen bestaan uit twee delen. Een uur ­theorie, waarin literaire begrippen worden behandeld – stijl, spanningsopbouw, identificatie. En een uur praktijk: zelf schrijven. Het onderwerp van het ­theoretische lesgedeelte vandaag is details en ritme.

‘Well, ladies.’ De muziek is uit; gelijk is er lawaai van stemmen, gelach. Perin roept erbovenuit. ‘Welke details herkennen jullie? En wat doet dat met het verhaal?’

Achter in de klas trommelen twee grote zwarte vrouwen op het tafelblad. Perin klapt in haar handen. ‘Ladies, ladies!’ Een blond meisje – grijze ogen, pokdalige huid, ketting met groot plastic kruis op haar buik – steekt haar hand op. Perin knikt haar bemoedigend toe. ‘Britney?’

‘Hij reed door Mission Street,’ zegt Britney. Ze schraapt haar keel. ‘En Cesar Chavezstreet, Powellstreet. Wij kennen al die straten.’

‘Precies, precies!’ Perin schrijft alles op het bord.

‘En de gele taxi’s,’ roept een junkachtige vrouw met dreadlocks. ‘De donutwinkel op de hoek van Marketstreet,’ een ander.

Perins krijtje beweegt druk over het bord. ‘Die herkenning,’ herhaalt ze, ‘wat deed dat met de tekst?’

Britney: ‘Door wat hij allemaal beschrijft…’ Ze denkt even na. ‘Daardoor lijkt het alsof het echt is.’

Enthousiast haakt Perin hierop in. Ze vertelt hoe haar studenten hun tekst tot leven kunnen brengen. ‘What works’, komt in koeienletters op het bord. Details vergroten de waarachtigheid, en een goed ritme pakt je; net als bij muziek. Britney pakt haar potlood en maakt aantekeningen. Op haar rechterpols, net boven de armband met haar gedetineerdennummer, zijn drie groene cirkels getatoeëerd. Ze staan voor geloof, hoop en liefde. Van onder haar sluike haren kijkt ze naar Perin, die het belang van ritme illustreert met een tekst van Barack Obama. De intonaties, stiltes. ‘Maar niet alleen een president geeft zo zijn woorden power,’ roept ze uit. ‘Dat kun jij ook!’

Verwarrende gevoelens

Power. Steeds valt dat woord, ook wanneer Perin in de koffiepauze over haar lessen praat. Het was dan ook de kracht van woorden, zegt ze, die haarzelf als tiener de greep op haar leven teruggaf.

Perin groeide op als jongste van zeven kinderen van een ‘beroepsoplichter’ die altijd op de vlucht was voor de autoriteiten. Hij jaagde het gezin de halve wereld rond: van New York naar Mexico, de Bahama’s, Londen, Miami… ‘Als ik uit school kwam, was ik altijd weer bang dat het huis leeg zou zijn.’

Toen Perin begon met schrijven, ging er een wereld voor haar open. ‘Alleen op mijn kamertje kon ik eindelijk vorm geven aan mijn verwarrende gevoelens: de liefde, de haat voor mijn vader; de onzekerheid over wie ik was.’

In 2001 – ze is dan 45 en heeft twee boeken, talloze gepubliceerde verhalen en onderwijservaring aan universiteiten op haar naam staan – begint Perin met lesgeven aan gevangenen. Werk dat haar op verschillende niveaus raakt. ‘Dat ontwortelde dat veel van mijn studenten hebben, dat heb ik ook. En door met criminelen te werken begin ik meer van mijn inmiddels overleden vader te begrijpen.’

Doodeng begin

Het is kwart over twaalf en de temperatuur loopt op. Perin trekt haar jasje uit en laveert tussen de oude schoolbureautjes door. Knielt neer bij de vrouwen die aan het werk zijn, fluistert, geeft schouderklopjes.

Sommige vrouwen werken stilletjes. Met de ruggen gebogen krassen ze hun potloden over het ­papier; gezichten peinzend. Maar anderen zitten geen moment stil. Steeds schrapen stoelpoten over steen. Er wordt yoghurtdrank en snoep uitgewisseld, door het lokaal geroepen. Het wc-pasje gaat van hand tot hand.

Britney werkt in kleermakerszit aan een kort verhaal. Waar het over gaat, wil ze nog niet kwijt. ‘Maar het wordt supercool.’

Britney zit voor drugshandel. Ze heeft nu drie van de zeven maanden uitgezeten. In de gevangenis volgt ze een verslavingsprogramma, high school en de schrijfklassen. ‘Aan het begin vond ik die schrijfklas doodeng,’ vertelt ze later in de kale stafruimte naast het lokaal. ‘Ik was vergeten hoe goed ik ben in taal, vond mezelf een mislukkeling. Door die lessen ben ik veranderd. Ik zie weer wat ik allemaal kan. Schrijven, verhalen verzinnen. Nog even en ik ben klaar met school. Dan wil ik naar de universiteit…’

Geconcentreerd draait ze een shagje ‘voor straks’. Ze is pas negentien, maar haar gezicht is getekend. Ze vouwt haar benen weer onder haar billen en vertelt. ‘Ik ben verslaafd geboren, mijn moeder was aan de crack. Op mijn tiende rookte ik mijn eerste joint, op de bank met m’n pa en oma.’

Op school haalde Britney goede cijfers, maar thuis was het ellende. Een gewelddadige vader; een moeder en zus in de prostitutie. ‘Ik vluchtte weg in mijn eigen wereldje. Ik keek altijd naar Disneyfilms, en als ik lang genoeg keek, werd het echt. Dan wérd ik Simba, het leeuwtje uit The lion king. In mijn bed rolde ik me net zo op als hij, en hoopte dat koning Mufasa op me paste.’

Maar op haar veertiende raakte ook Britney verslaafd. Cocaïne. Ze ging dealen en inbreken om het te bekostigen; een tocht in en uit gevangenissen begon. Tot haar andere oma, die op Hawaï woont, haar op haar zestiende onverwachts kwam halen. ‘Ze wilde me redden.’ Op Hawaï kickte Britney af. Ze ging naar de kerk, naar school. ‘Achteraf bezien mijn beste tijd.’ Trots: ‘Ik haalde alleen maar negens!’ Maar toen werd ze achttien, haar diploma was bijna binnen, en ze wilde terug naar San Francisco. ‘Met mijn moeder en zus vierde ik mijn thuiskomst met een pijpje coke.’

Een kist vol verhalen

Britney vindt het eng haar werk te laten lezen. En daarin is ze zeker niet de enige, aldus Perin. ‘Deze vrouwen hebben grote moeite hun kwetsbaarheid te tonen.’ Maar Perin zelf is maar wat trots op het werk van haar pupillen. In haar overvolle werkkamer trekt ze een kist vol werkstukken tevoorschijn. Hoogdravende gedichten op roze papier; rapteksten; fotocollages met bijschriften; verhalen van 10, 15, 20 pagina’s.

‘Dit is van Marcy.’ In Perins handen ligt een stripboekje. Marcy: de kleine, donkere vrouw die vanochtend zó geconcentreerd werkte dat haar neus bijna het papier raakte. ‘Ze is 47, worstelt al dertig jaar met drugs, kan amper lezen en schrijven. Om haar inzicht te geven in wanneer, en waarom, ze gebruikt, gaf ik haar deze opdracht: laat de situaties zien waarin je smoezen voor drugsgebruik verzint.’

‘Me and my excuse for druguse’, staat er in kinderlijk handschrift op de voorkant. Dan: vijftien bladzijden met Marcy’s tekeningetjes. Van zichzelf, zwakker dan drugs. Drugs om te vieren dat haar zoon zijn schooldiploma krijgt; drugs van een vriendin die haar overhaalt (het spraakwolkje: ‘why not? Is fun!’). Dan: een poppetje achter tralies, en een sip kijkend poppetje erbuiten. De titel: My man back in jail.

‘Moet je dit horen.’ Perin zet een cd op met werk van mannelijke ex-studenten. Een diepe kraakstem. Een gedicht. Slepende woorden brengen een moeizame zoektocht naar identiteit tot leven; een identiteit die was uitgehold tot dat van een gevangenisnummer. ‘Dit is Mr Love, hij is 54 en mijn succesvolste student,’ zegt Perin. ‘Hij is vrij, geeft lezingen en is nu zelf leraar creatief schrijven in San Quentin, de gevangenis waar hij acht jaar zat voor drugshandel en vechtpartijen.’

Gevangenispsycholoog Priscilla Schlottman schuift aan. Zij ziet in haar spreekkamer menig bewijs van het nut van Perins lessen voorbijkomen. ‘Sommige vrouwen bloeien helemaal op. Ze zetten hun pijn om in kunst; de ervaring dat hen dat lukt, is machtig voor ze.’ Maar, waarschuwt ze, het is niet voor iedereen geschikt. ‘Met creatief schrijven duik je echt in jezelf, en dat kan veel overhoop halen.’ Daarom kijkt Schlottman altijd even mee als iemand zich voor de lessen wil opgeven. ‘Bij té ernstige trauma’s zeg ik: niet doen.’

Nooit meer de cel in

Het is bijna half twee. Britney staat voor het schoolbord. In haar hals branden rode vlekken, maar haar stem is rustig. Toen Perin na de lunch vroeg wie wat wilde voordragen, stak zij na een lange stilte haar vinger op.

Ze leest een stukje voor dat ze gisteravond schreef. Over haar leven hier (‘op mijn betonnen bed’) versus thuis (‘waar mijn echte bed staat’). En dan over haar power. Hoe ze zeker weet dat ze hier nooit, maar dan ook nooit meer zal belanden.

Er volgt hard applaus. Gejoel. Britney kijkt naar de grond en glimlacht. Ze rolt langzaam haar schrift weer op en stopt het onder haar trui. De les is afgelopen. Op de gang staat al weer een nieuwe groep te dringen. Terwijl de vrouwen elkaar passeren, geven ze high fives.

Britney loopt naar Perin toe en schudt haar de hand. Ze lacht breeduit. ‘Thanks again, teach!’ Dan loopt ze weg. Perin kijkt haar na tot ze in de drukte is verdwenen. Ze zucht. ‘Ik hoop zó dat ze het redt.’

– Margo Perin heeft in 2006 een boek plus cd samengesteld met werk van ‘haar’ gevangenen. Er staan ook een paar verhalen van Perin zelf in. Only the dead can kill. Stories from jail, uitg. Community Works/West, $ 15,- excl. verzendkosten, ?is te bestellen via haar website: www.margoperin.com[/wpgpremiumcontent]