Een op de vier Nederlanders werd vorig jaar slachtoffer van criminaliteit. Hun portemonnee werd gerold, ze werden in elkaar geslagen of aangerand. Criminelen kiezen hun slachtoffers. Kunt u voorkomen dat ze u op hun verlanglijstje zetten?

Natuurlijk, u kunt de stad vermijden en ’s nachts geen voet meer buiten de deur zetten – daarmee verkleint u de kans om slachtoffer te worden namelijk aantoonbaar. Maar wat als u nu eenmaal door die slechte buurt naar huis moet fietsen of graag uitgaat?

Jammer genoeg heb je er voor het grootste deel geen invloed op of iets je overkomt of niet, zegt hoogleraar psychologische victimologie Frans Willem Winkel van de Universiteit van Tilburg. ‘Bij veel slachtofferschap is het gewoon een toevallige samenloop van tijd en plaats. Op een bepaald ogenblik zijn slachtoffer en dader bij elkaar en dan gebeurt het.’

Maar op een aantal factoren heb je gelukkig wél grip, vervolgt Winkel. ‘Criminelen selecteren hun doelwit op zwakheid. Ze kiezen niet iemand van wie ze denken: die gaat heel veel problemen opleveren. Er zijn kenmerken waardoor sommige mensen eerder slachtoffer worden. Het is goed om je daarvan bewust te zijn.’

Zeggen dat bepaalde dingen iemand kwetsbaar maakt, staat volgens Winkel niet gelijk aan stellen dat slachtoffers zelf verantwoordelijk zijn voor wat hun overkomt. ‘Het is een beetje de tendens om factoren die samenhangen met het slachtoffer te negeren, terwijl ze wel belangrijk zijn. Je krijgt al snel het verwijt dat je dan de schuld bij het slachtoffer legt. Maar ik vind dat je niet moet ontkennen dat sommige mensen meer risico lopen. Dat is geen moreel oordeel, maar het geeft een mogelijkheid om in te grijpen.’

Zó vergroot je de veiligheid op straat:

1. Een zelfverzekerd uiterlijk

Met welke outfit verklein je de kans dat een aanrander of verkrachter jou in het vizier neemt? Je denkt misschien dat je het best zo kuis mogelijk gekleed kunt zijn, maar onderzoek door Lynne Richards van Oklahoma State University suggereert dat het precies andersom ligt. Richards ontdekte dat vrouwen die weinig dominant zijn méér verhullende kleding dragen – zoals hogere kragen en broeken in plaats van rokjes – en dat ze meerdere lagen kleding over elkaar aanhebben. ‘Uit eerder onderzoek was al bekend dat slachtoffers van seksuele delicten vaker vrouwen zijn die onderdanig zijn en weinig zelfvertrouwen hebben,’ meldt ze. ‘Die kenmerken geven daders een grotere kans op succes.’

Ook in hun bewegingen bleken onderdanige vrouwen minder uitbundig. Richards ontdekte bijvoorbeeld dat ze eerder met hun hand gebaren dan met hun hele arm, en dat ze langer in dezelfde houding staan. Mannelijke proefpersonen die Richards liet kijken naar geluidloze videobeelden van diverse vrouwen, pikten de onderdanige vrouwen er makkelijk uit. Ook kozen ze hen eerder uit als ze iemand moesten aanwijzen die je zou kunnen overhalen om ‘iets te doen wat ze niet wilde’.

Richards advies aan vrouwen luidt daarom: wees zelfverzekerd, in de manier waarop je beweegt én in de manier waarop je je kleedt.

Overigens komt het grootste gevaar niet van de spreekwoordelijke enge man in de bosjes. De meeste seksuele delicten worden gepleegd door bekenden. Uit cijfers van het cbs blijkt dat ruim de helft van de slachtoffers de dader van naam en gezicht kent. Dat aantal ligt waarschijnlijk nog hoger, doordat mensen minder snel een aanranding of verkrachting rapporteren die is gepleegd door iemand die ze kennen.

2. Vloeiende bewegingen

De manier waarop je loopt, beïnvloedt eveneens je kwetsbaarheid. Een klassiek onderzoek hiernaar werd in de jaren tachtig gedaan door de Amerikanen Betty Grayson en Morris Stein. Ze maakten opnamen van mensen die op straat liepen in New York. Die beelden lieten de onderzoekers zien aan gedetineerden die achter de tralies zaten voor geweldsmisdrijven. Zij moesten het ‘aanvalspotentieel’ van de wandelaars vaststellen. Wat bleek? Sommige mensen werden als makkelijker slachtoffers aangemerkt dan anderen. Na analyse van hun bewegingen bleek dat deze wandelaars – in tegenstelling tot degenen die als lastige prooi werden ingeschat – niet vloeiend en gecoördineerd liepen. Ze namen stappen die te klein of juist te groot waren voor hun lengte, ze oogden weinig energiek en bewogen hun armen en benen niet synchroon.

Onderzoekster Lucy Johnston van de University of Canterbury borduurde hierop voort. Zij analyseerde de loopstijlen van mannen en vrouwen door reflecterende stickers op hun lijven te plakken, bijvoorbeeld op hun knieën en ellebogen. Johnston kwam erachter dat er zelfs alleen op basis van de lichtpunten onder beoordelaars overeenstemming was over wie een makkelijke prooi was voor verkrachting of beroving. In een ander experiment trainde ze vrouwen om op een ‘niet-kwetsbare manier’ te lopen, waarna ze inderdaad als een minder makkelijk doelwit ­werden beschouwd. Hoge hakken kun je volgens Johnston maar beter in de kast laten liggen; die ­beïnvloeden hoe vloeiend je bewegingen eruitzien.

Ook hoogleraar Frans Willem Winkel kwam een aantal jaren terug samen met de Amerikaanse onderzoeker Robert McCormack tot dezelfde uitkomsten als Grayson en Stein. ‘Dit soort studies geeft interessante bevindingen over je non-verbale uitstraling op straat, en die is zeker een risicofactor,’ zegt hij. Maar toch is hij kritisch. ‘Ik vind het belangrijker om op zoek te gaan naar de achter­liggende psychologische mechanismen.’ Waarom beweegt en kleedt iemand zich op een manier die kwetsbaarheid uitstraalt? Dáár ligt volgens Winkel de mogelijkheid om in te grijpen.

Iemands cognitieve kwetsbaarheid is zo’n achterliggend mechanisme, zegt Winkel. ‘Die kwetsbaarheid houdt in hoe je naar jezelf en de wereld kijkt. Het idee dat dingen je overkomen, dat je zelf weinig controle hebt, kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je net iets onzekerder rondloopt. Daardoor kun je eerder slachtoffer worden.’

3. Een positieve instelling

Vatbaarheid voor negatieve emoties is volgens Frans Willem Winkel een andere psychologische factor die je kwetsbaar maakt. Angstigheid valt daaronder, maar ook kwaadheid. ‘Iemand die angstig is, creëert als het ware een soort gelegenheid. Hij straalt zwakte uit, wat hem tot een makkelijker prooi maakt. En bij mensen die van nature wat kwader zijn, is de kans groter dat een interactie escaleert. Als kwade mensen worden aangestoten door iemand, hebben ze sneller de neiging om dat als opzet te bestempelen. Daardoor zullen ze eerder agressief reageren.’

Winkel wijst erop dat slachtofferschap niet per definitie gelijkstaat aan onschuld. ‘Als iemand na een vechtpartij dood op straat ligt, is het duidelijk dat diegene slachtoffer is. Maar dat zegt nog weinig over wat er precies is gebeurd. We hebben al snel de neiging te zeggen: de dader heeft het gedaan, die is de centrale oorzaak van het gebeuren. Maar het kan best zijn dat ze allebei hebben bijgedragen en dat door een toevallige samenloop van omstandigheden de een het slachtoffer is geworden en niet de ander. Omdat hij bijvoorbeeld minder sterk was, of wat minder goed sloeg.’

4. Een wakkere uistraling

Tot slot gaan criminelen op zoek naar mensen die zijn afgeleid. Dat zegt de Amerikaanse onderzoeker Robert Meadows van de Californian Lutheran University. Hij schreef een aantal handboeken over slachtofferschap. ‘Als je de kans wilt verminderen dat je slachtoffer wordt, moet je oplettend zijn. Wees je bewust van je omgeving,’ adviseert hij in een e-mail. Dat betekent dus geen mp3-speler op je hoofd zetten en niet mobiel bellend over straat lopen. Let ook op als je voorovergebogen je boodschappen achter in je auto zet, waarschuwt Meadows.

De treinverbinding tussen Schiphol en Amsterdam – de Schiphollijn – biedt een mooie illustratie van dit fenomeen, zegt Frans Willem Winkel. ‘Daar kunnen zakkenrollers ontzettend goed toeslaan, om de simpele reden dat de reizigers er massaal bezig zijn hun nieuwe omgeving te verkennen. Al die toeristen zijn met hun kaartjes in de weer en letten wat minder op hun mobiele telefoon of bagage…’

Mensen die dronken zijn of onder invloed van drugs verkeren, depressief zijn of een andere geestelijke stoornis hebben, zijn ook kwetsbaarder, schrijft Meadows. ‘Omdat ze zich minder goed kunnen verdedigen én omdat ze minder oog voor hun omgeving hebben.’

Opletten dus. Maar, waarschuwt Winkel: ‘Overdrijf je oplettendheid niet. Op voorzichtigheid is niets tegen, maar zorg ervoor dat het geen angst is die je uitstraalt.’

Nogmaals de klos

Mensen die al een keer slachtoffer van een delict zijn geweest, lopen relatief veel risico om dat nogmaals te worden. Dat komt doordat ze bepaalde kenmerken hebben die voor criminelen aantrekkelijk zijn. Ze rijden bijvoorbeeld in een gewilde auto, wonen in een buurt waar ze vaker met gespuis in aanraking komen of houden een psychologische kwetsbaarheid.

Uit onderzoek door Frans Willem Winkel van de Universiteit van Tilburg blijkt bijvoorbeeld dat vooral mensen die last houden van hun eerdere slachtofferervaringen (mensen met PTSS – posttraumatisch stress-syndroom) een grotere kans hebben op herhaald slachtofferschap. Winkel: ‘Het werkt twee kanten op: PTSS is niet alleen een gevolg van slachtofferschap, maar ook een risicofactor voor herhaling. Waarom weten we niet precies, maar het kan komen doordat deze mensen angstiger of bozer in het leven staan’ (zie ook bij punt 3).

Niet alleen slachtoffers, ook mensen die zelf delinquent gedrag vertonen zijn vaker doelwit. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze vaker in aanraking komen met andere criminelen en aantrekkelijke slachtoffers zijn: ze zullen vanwege hun eigen staat van dienst minder snel aangifte doen bij de politie.

(Bron: Slachtoffers van criminaliteit, feiten en achtergronden, Sociaal en Cultureel Planbureau, 2006)

 [/wpgpremiumcontent]