‘De engel des doods’ werd ze genoemd. Verpleegster Martha U. was alom gewaardeerd en geliefd, maar ze vermoordde zeker vier van haar patiënten met dodelijke injecties insuline. Ze bleef echter volhouden dat ze uit liefde had gehandeld.

Het is niet de eerste keer dat een verpleegkundige of hulpverlener in verband wordt gebracht met moord. Even zoeken levert een lange lijst met schrikbarende krantenberichten op: Duitse verpleegster vermoordt zes bejaarden, Hongaarse verpleegster doodt 30 tot 35 patiënten met overdosis geneesmiddelen, Amerikaanse verpleger verdacht van moord op meer dan honderd patiënten. En wie kent niet de moordlustige Britse huisarts Harold Shipman, bijgenaamd ‘Dr. Death’, die 297 van zijn patiënten dodelijke injecties gaf?

Paula Lampe, die zelf dertig jaar verpleegkundige was, werd geboeid door de zaak van Martha U. Ze schreef een boek over deze ziekenverzorgster en probeert de psychologie van ontspoorde hulpverleners te doorgronden door het bestuderen van verschillende soortgelijke zaken en met behulp van haar eigen ervaring in de zorg. Ze bedacht er zelfs een naam voor: het Moeder Teresasyndroom.

Kort samengevat zijn hulpverleners met het Moeder Teresasyndroom zelf liefde en zorg tekortgekomen en dit willen ze compenseren door te helpen en te zorgen. Ze hebben een roeping, zijn bevlogen, willen een redder zijn en de wereld verbeteren. Al hunkerend naar erkenning en liefde ontfermen ze zich over anderen. Ze doen dit echter voornamelijk om hun eigen behoeftes te bevredigen. Als dit ontspoort, omdat die eigen behoeftes uiteindelijk niet bevredigd worden en de frustratie daarover de overhand neemt, kan dit leiden tot mishandeling of in extreme gevallen zelfs tot moord.

Volgens Lampe zullen veel hulpverleners zichzelf of een van hun collega’s herkennen in het Moeder Teresasyndroom, al wil dat niet zeggen dat iedereen die het syndroom heeft een moordenaar in spe is. Lampe zegt over zichzelf: ‘Ook ik hunkerde ernaar om mensen te helpen, verdriet te delen en leed te verzachten. Maar wiens pijn moest er eigenlijk verzacht worden?’

Helper’s high

Wat is er eigenlijk zo aantrekkelijk aan hulpverlenen? Je werkt je te pletter aan vaak vieze klussen en krijgt slecht betaald. ‘Waar komt de dwingende behoefte anderen te helpen vandaan? Wie kiest dit vak?’, vroeg Paula Lampe zich af. Op haar zeventiende ging ze, onzeker en zo groen als gras, de verpleging in. ‘Je was helemaal niets, maar zodra je een uniform aantrok, voelde je je heel wat.’ Je hebt een goed gevoel over jezelf door te helpen. Daar is op zich niets mis mee, maar je komt volgens Lampe in de gevarenzone als je je hele identiteit gaat baseren op je werk. ‘Om stevig in je schoenen te staan, moet je niet afhankelijk zijn van je werk. Want wat blijft er over als je werk wegvalt?’

Naast het gevoel ‘iemand te zijn’, kun je ook puur lichamelijk een kick krijgen van helpen. Dit wordt ook wel ‘helper’s high’ genoemd. Adrenaline en endorfine stromen door je lichaam en zorgen ervoor dat je je gelukkig en goed voelt. Heel verslavend dus. Lampe: ‘Ik heb zelf ook wel de opwinding gevoeld als je iets spannends meemaakt, zoals een reanimatie. Dat je fluitend naar huis fietst na een loodzware dienst.’

Die kick krijg je echter alleen bij vormen van hulpverlenen waarbij jij de controle hebt over de situatie. Je krijgt dat goede gevoel niet bij gelijkwaardige vormen van hulpverlenen, zoals het uitwisselen van relatieproblemen met een vriendin. Voor mensen met het Moeder Teresasyndroom is helpen een manier om controle te hebben, de sterkere te zijn. Ze zullen zelf nooit om hulp vragen, voelen zich niet thuis in de rol van de zwakkere. Mensen die pas tot bloei komen naast een ziek en zwak persoon, staan niet sterk in hun schoenen. Helpen geeft hen een gevoel van macht.

Van Martha U. werd gezegd dat zij de macht over leven en dood wilde hebben. Maar dat ze de ernstig zieke mensen echt uit liefde doodde, kan niet kloppen, want soms hield ze juist de meest zwakke patiënten in leven. En lastige patiënten die de machtspositie van Martha in gevaar brachten, kwamen eerder in aanmerking voor een dodelijke injectie. Een patiënt die een bord eten uit de handen van Martha sloeg, was kort na het incident overleden.

Opoffering en bevlogenheid

Ontspoorde hulpverleners kunnen vaak langdurig hun gang blijven gaan. Lucie de B. was al vier keer van werkomgeving veranderd, omdat ze vanwege problemen weg moest. Lampe: ‘Er wordt weinig gecheckt. Mensen die ergens ontslagen zijn, kunnen zo weer ergens anders aan de slag. Door het tekort in de verpleging zijn werkgevenden vaak allang blij dat iemand zich aanmeldt.’

Daarnaast worden hulpverleners die het risico lopen te ontsporen, meestal niet herkend. Lampe: ‘Mensen met een Moeder Teresasyndroom zijn vaak populair. Ze staan altijd klaar voor extra taken, gaan nooit op tijd naar huis, zijn zeer betrokken. Iedereen loopt met hen weg.’

Maar zijn opoffering en bevlogenheid dan geen mooie eigenschappen? Lampe: ‘Nee, daar moeten we dus echt vanaf! Het is heel ongezond om jezelf volledig op te offeren. Waarom sloof je je zo uit? Wat doe je in je vakantie op de werkvloer? Als je erachter komt waarom je zo gedreven bent om mensen te helpen, en je eerst je privé-problemen oplost, kan het heel goed zijn dat de behoefte om te helpen verdwijnt.’

Mensen met het Moeder Teresasyndroom zijn volgens Lampe kwetsbaar voor burn-out, omdat ze afhankelijk zijn van hun werk. Bovendien kunnen ze eerder ontsporen wanneer de eigen frustratie die onder het hulpgedrag ligt, bij stress naar buiten glipt. Dat kan leiden tot mishandeling, variërend van patiënten kleinerend toespreken, tot knijpen, diefstal, liegen en in extreme gevallen tot seksueel misbruik of moord.

Hoe kun je als hulpverlener voorkomen dat je te ver doorslaat? Paula Lampe: ‘Het moet bespreekbaar gemaakt worden. Wat zijn je eigen tekortkomingen? Zeg hardop dat je je te betrokken voelt bij een kankerpatiënt omdat je eigen moeder aan die ziekte is overleden. Vertel dat je verliefde gevoelens voor een cliënt begint te krijgen. Dan kan een ander het van je over nemen. Helpen is uiteindelijk geen doekje voor een bloedend hart.’ n

• Het Moeder Teresasyndroom. Het persoonlijke motief in de hulpverlening, Paula Lampe (2002), Soest: Uitgeverij Nelissen, isbn 90 244 1613 2

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen over het Moeder Teresasyndroom? Via de website kunt u ze stellen aan Paula Lampe. Speciaal voor plusabonnees! Kijk bij ‘mailen met auteurs’ op www.psychologiemagazine.nl[/wpgpremiumcontent]