Als er één ding is wat de verhalenwedstrijd ‘Familiegeheimen’ ons duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat er werkelijk van alles wordt verzwegen in families. Armoede, homoseksualiteit, incest, seksueel misbruik, een oom met losse handjes, overleden kinderen en ouders, overspel, weggegeven kinderen, alcoholisme, moord en doodslag, fout geweest zijn in de oorlog, gokverslaving, schizofrenie, anorexia: het zijn allemaal zaken die mensen jarenlang kunnen wegstoppen. Er werd gezwegen uit schaamte voor de familie, uit schaamte voor de buren, uit angst voor agressie en straf, of uit medelijden met familieleden. We lazen over geheimen die nooit zijn onthuld en geheimen die pas na jaren en jaren werden opgebiecht. In dat laatste geval bleken de gevolgen overigens meestal minder desastreus te zijn dan aanvankelijk werd gevreesd.

Vaak ontvingen we bij de inzendingen een begeleidend briefje: ‘Blij dat ik dit heb opgeschreven, het luchtte enorm op.’ Zo was er iemand die zijn verhaal schreef in de vorm van een brief aan z’n broer en zussen: ‘Beste Jan, Ellen en Carolien, ons taboe is dat moeder alcoholist is.’ Hij heeft de brief echter nog niet aan hen durven overhandigen. Een enkele inzender was van mening dat het maar beter was z’n geheim

Log in om verder te lezen.