Het verhaal over de relatie tussen Giovanna en haar vader begint in het vooroorlogse Italië. Giovanna is anders dan andere 17-jarigen: schuchter, onaangepast en labiel. Maar haar vader, schoolmeester Michele, probeert haar koste wat kost het gevoel te geven dat ze heel gewoon is. Hij beweert zelfs dat ze populair is bij de jongens. ‘Als je maar wilt met heel je hart, dan gebeurt het!’ vertrouwt hij haar optimistisch toe. Moeder Delia vindt dat Michele hun dochter illusies voorhoudt en lijkt vooral teleurgesteld dat ze geen gewone dochter heeft. Ze reageert koeltjes op beiden.

Michele wil niets liever dan zijn dochter gelukkig maken, maar heeft zoals veel ouders van kinderen met psychische problemen moeite de harde waarheid te accepteren. Zijn goedbedoelde aanmoedigingen leiden er zelfs toe dat Giovanna de realiteit uit het oog verliest. Ze raakt geobsedeerd door een jongen uit haar klas. En na een onvermijdelijke afwijzing blijkt Giovanna gekker dan iedereen dacht. Ze begaat een grote misdaad. Maar zelfs dan blijft haar vader haar beschermen. De advocaat wil Giovanna mentaal instabiel laten verklaren, maar Michele blijft volhouden: ‘Mijn dochter is niet gek!’

Giovanna wordt veroordeeld tot behandeling en opsluiting in een psychiatrisch ziekenhuis, waar ze tot na de

Log in om verder te lezen.