Op een schaal van 0 tot 10: hoe gelukkig was uw jeugd? ‘Tot mijn twaalfde geef ik mijn jeugd een 7,5. In die jaren had ik het best naar mijn zin met mezelf. De periode van twaalf tot achttien verdient hooguit een 6,5. Ik was onzeker en introvert, ik was bijvoorbeeld twee jaar lang verliefd op een jongen zonder dat ik het hem durfde te zeggen.’

In wat voor gezin groeide u op? ‘Een harmonieus gezin, ook al vertrok mijn vader toen ik zes was. Ik heb hem nooit meer gezien, hij overleed toen ik dertien was. In mijn jeugd had ik daar weinig last van. Mijn moeder had al snel een nieuwe vriend, met wie ik het goed kon vinden. Pas later kreeg ik het moeilijk met de vroege dood van mijn vader. En nu ik zelf kinderen heb, merk ik dat het onacceptabel is dat je als ouder de band met je kinderen verbreekt.’

Naar welke middelbare school ging u? ‘Het Stedelijk Lyceum in Zutphen, vijftien kilometer van ons huis. We fietsten daar gezamenlijk naar toe met alle kinderen uit het dorp. Om de beurt moest je voorop rijden. Ik was heel tenger, kwam tegen de wind in nauwelijks vooruit. Dan hoorde ik achter mij die hele groep morren: “Kan het niet wat harder?!—’

Wat heeft u geleerd van uw ouders? ‘Ik was nogal stug in de omgang. Van mijn moeder heb ik geleerd dat mensen zelf ook aardiger worden als je ze vriendelijk benadert. Zij knoopt met vreemden heel makkelijk een gesprek aan.’

En wat doet u absoluut anders? ‘Ik heb afgeleerd het erg te vinden wat mensen van me denken. Mijn ouders hadden een wasserij, en die ging failliet. Vervolgens werden ze door het hele dorp met de nek aangekeken. Zij zijn daar kapot aan gegaan. Ik heb ervan geleerd dat je het fundament in jezelf moet zoeken.’

Welk moment vergeet u nooit meer? ‘Het moment dat de brief bij ons thuis werd bezorgd waarin stond dat mijn vader was overleden, en reeds was gecremeerd.’

Hoe was uw eerste zoen? ‘Dat was met die jongen waar ik twee jaar verliefd op was. Op een feestje lukte het me eindelijk hem te krijgen. Maar hij zat zo onder de drugs dat hij er niets van heeft gemerkt.’

En de eerste keer? ‘Het gebeurde een week voor ik zeventien werd. Ik was er trots op. Hij was mijn eerste vriendje, een heel leuke jongen die ik nog steeds wel eens zie.’

Hoe vaak ziet u uw ouders nog? ‘Mijn moeder zie ik zo één keer per zes weken. We hebben een heel goede relatie, met haar kan ik nu ook goed praten over mijn vader. Maar naar Spoorloos kan ik nog steeds niet kijken, dan begin ik meteen te snotteren.’

En uw zus? ‘Met haar had ik vroeger constant ruzie, maar inmiddels zijn we de beste vriendinnen. Zij doet ook de productie voor mijn films. Sinds ik de film heb ontdekt, ben ik een veel leuker mens geworden. Ik heb een hoge gevoeligheid, die vroeger naar binnen sloeg. Nu kan ik mijn verbeelding ruim baan geven.’

Deze maand gaat Verborgen Gebreken van Paula van der Oest in première.[/wpgpremiumcontent]