Hallo, ik ben uw dochter

Adoptiekinderen hebben torenhoge verwachtingen van het weerzien met hun biologische ouders. Maar het is lastig om een band op te bouwen met iemand die je hele jeugd heeft gemist. ‘Mijn moeder wilde niet eens eerlijk vertellen waarom ik was afgestaan.’

‘Toen mijn telefoon rinkelde stond ik in de supermarkt. “Is dit Marcia?” vroeg een mannenstem, “dit is je vader.” Ik wist via mijn contactpersoon in Colombia al dat hij me ging bellen, maar toch dacht ik: Wauw! “Ik heb een miljoen vragen voor je,” was het eerste dat ik tegen hem zei. Waarop hij zei: “Dan heb ik een miljoen antwoorden voor je.”‘

Marcia Engel (33) sprak na een jarenlange zoektocht voor het eerst met haar biologische vader. Als dreumes werd ze door Nederlandse ouders vanuit Colombia geadopteerd.

De eerste maanden na het telefoontje had ze via internet intensief contact met haar biologische familie: ‘Ik chatte elke dag met ze, ik was er bijna verslaafd aan.’ Daarna pakte ze haar koffers om naar Colombia af te reizen. Ze ontmoette haar biologische familie – inclusief oma’s, opa’s, (half)broers en -zussen – op het vliegveld van Bogotá. ‘Toen het vliegtuig landde, werd ik misselijk. Ik liep door de douane en daar stonden ze allemaal. Ik heb er jarenlang over gefantaseerd; het is zo onwerkelijk als het dan echt zover is.’

In televisieprogramma’s is het moment van hereniging vaak de climax. Ouders en kinderen vallen elkaar snikkend in de armen.

Dramatische muziek zwelt aan en de kijker pinkt zelf ook een traantje weg. Het verloren kind is thuisgekomen. Eind goed, al goed. Maar voor de betrokkenen begint het verhaal vaak pas nú. Want wat gebeurt er na de hereniging? Hoe bouw je een relatie op met mensen met wie je weliswaar een bloedband hebt, maar die je verder helemaal niet kent?

Op zoek naar je identiteit

Allereerst: niet iedereen die geadopteerd is, gaat op zoek naar zijn biologische ouders. Omdat iemand er bijvoorbeeld geen behoefte aan heeft, bang is om voor een tweede keer afgewezen te worden, of zijn eigen leven en dat van zijn adoptieouders niet overhoop wil gooien; motieven die naar voren kwamen in onderzoek door Dymphie van Berkel van de Universiteit Utrecht. Ze onderzocht de ervaringen van mensen die binnen Nederland werden geadopteerd, en die van hun biologische moeders en hun adoptieouders. Mensen die vanuit het buitenland werden geadopteerd ondervroeg ze niet, maar volgens een groot Brits onderzoek rapporteren zulke geadopteerden in grote lijnen dezelfde ervaringen, al voelen ze zich minder vaak thuis in hun adoptiefamilie en gaan ze vaak op jongere leeftijd op zoek.

Wat is de belangrijkste reden om wél naar je biologische ouders op zoek te gaan? ‘Identiteit,’ antwoordt zonder aarzeling René Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie van de Universiteit Utrecht. ‘Mensen willen weten wie ze zijn. Of ze op hun biologische ouders lijken, qua uiterlijk, maar bijvoorbeeld ook qua talenten.’

Soms gaan ze op zoek om bepaalde medische gegevens boven water te krijgen, vertelt Hoksbergen, of beginnen ze een zoektocht als ze zelf kinderen krijgen. Op zo’n moment vinden geadopteerden het namelijk nog lastiger om zich voor te stellen hoe je afstand kunt doen van je eigen kind. ‘Ze willen antwoord op die prangende vraag die alleen hun moeder kan beantwoorden: waarom ben ik afgestaan?’

Ook bij Marcia Engel begon de onrust nadat ze zelf moeder was geworden. Maar, vertelt ze: ‘Ik ben altijd zoekende geweest. Als je geadopteerd bent, kun je je heel eenzaam voelen. Ik had het gevoel dat ik geen vangnet had: dat als ik omviel, niemand me zou opvangen. Ook al heb ik mijn adoptiefamilie en mijn vrienden. Die onvoorwaardelijke liefde kon alleen mijn biologische familie me geven.’

Hoge verwachtingen

De verwachtingen van een hereniging zijn hooggespannen, zegt onderzoekster Van Berkel, zowel bij de geadopteerden als bij de biologische ouders. Uit haar onderzoek blijkt dat geadopteerden niet alleen praktische informatie willen over bijvoorbeeld erfelijkheid of de reden van afstand doen; ook hopen ze meer innerlijke rust te vinden.

Hoksbergen: ‘Sommige adoptiekinderen idealiseren hun biologische moeder en zien haar als de prinses op het witte paard. Hoe sterk ze dat doen, hangt samen met de band die ze met hun adoptieouders hebben. Is die relatie goed – wat in de meeste gevallen gelukkig zo is – dan gebeurt dat minder.’

Biologische ouders willen volgens Hoksbergen vooral graag weten of hun kind goed is terechtgekomen. Ook maken ze zich zorgen over de reactie van hun kind: ze hebben het immers afgestaan. De hoge verwachtingen van de kinderen komen niet altijd uit, zegt hij: ‘Sommige ouders zijn al overleden, anderen – een klein percentage – willen hun kind niet zien, bijvoorbeeld omdat het nooit gewenst was.’

Meteen skypen

Ook Linda Kloosterboer (26) komt oorspronkelijk uit Colombia. Ze heeft een hechte band met haar adoptieouders en voelt zich prima thuis in Nederland. Dat nam niet weg dat ze nieuwsgierig was naar haar afkomst. ‘Er zijn zoveel dingen die je niet weet. Waar kom ik vandaan? Wat is mijn achtergrond? Ik heb vaak last van kwaaltjes; een standaardvraag van een arts is of dat in de familie zit. Daar kan ik geen antwoord op geven.’

Haar biologische moeder was binnen anderhalve week gevonden en wilde haar graag ontmoeten. ‘Het ging allemaal erg snel,’ zegt Kloosterboer. ‘Ik zat in de trein en toen belde mijn adoptievader dat ze terecht was. Een week later was ik al met haar aan het skypen.’

Een belangrijke emotie tijdens zo’n eerste ontmoeting is herkenning, zegt Van Berkel. ‘Dezelfde neus of karaktertrekken, bijvoorbeeld. Overeenkomsten zijn belangrijk omdat ze de bloedband bevestigen, de enige band die je samen hebt.’ Toch is die herkenning er niet altijd. Kloosterboer: ‘Ik zou het liefste vertellen dat ik haar zag en dat we op elkaar leken. Maar zo was het niet, voor mij was er weinig herkenning. Toch was ik die eerste twee weken euforisch. Iedereen om me heen was blij voor me.’

Maar hoe gaat het verder op de lange termijn? In Van Berkels onderzoek onder Nederlandse geadopteerden had na twee jaar eenderde van de geadopteerden het contact alweer verbroken of twijfelde erover of ze het wel wilden voortzetten. Daarbij zagen moeder en kind elkaar weinig en typeerden de adoptiekinderen de relatie als oppervlakkig. Van Berkel: ‘Voor de biologische moeders sloeg de weegschaal door naar de positieve kant. Maar de geadopteerden noemden na een jaar meer teleurstellingen dan verrassingen. Ze vertelden bijvoorbeeld dat het niet klikte met hun moeder. Ze waren teleurgesteld over haar karakter, vonden dat ze te veel dronk of depressief was. Of ze vonden dat hun moeder te weinig contact opnam, of juist te veel.’

Alleen vriendschap

De frequentie van het contact was ook voor Linda Kloosterboer het breekpunt. ‘Mijn moeder en zus stortten zich op me. Ik werd overladen met e-mail: wanneer kom je naar Colombia? Wanneer bel je me? Wanneer mail je weer? Als ik drie dagen niets had laten horen, was het: wil je ons niet meer zien?’ Ze vertelt dat het beeld dat ze van een moeder heeft, is gevormd door haar adoptiemoeder. ‘Mijn moeder in Colombia is – door wat ze heeft meegemaakt en door haar karakter – vrijwel het tegenovergestelde: zij is veel harder. Dat is een van de redenen waarom het contact nu stilligt.’

Emeritus-hoogleraar Hoksbergen: ‘Een ouder-kind-band ontstaat in deze gevallen zelden. Ouder word je door samen te leven, samen ervaringen te delen, doordat je je kind opvoedt. Adoptiekinderen zien de relatie met hun biologische ouders vaker als een vriendschap, een gelijkwaardige band. Ze houden wat afstand. Biologische ouders hebben juist behoefte aan een intiemere band. Dat kan botsen.’

Bij Marcia Engel pakte het anders uit. Vanaf de eerste dag had ze een diepe, vertrouwde relatie met haar biologische vader. ‘Ik heb het gevoel dat ik nu twee volwaardige vaders heb. Als ik volgend jaar ga trouwen, is het mijn wens dat ze allebei op mijn bruiloft zijn.’ Het contact met haar biologische moeder, die overigens niet samen is met haar vader, wilde echter niet vlotten. ‘Ik ben eigenlijk van een koude kermis thuisgekomen. Mijn moeder in Colombia heeft een heel moeilijk leven gehad, ze is een beschadigde vrouw. De hamvraag waarom ik ben afgestaan – daar heeft ze vanaf het begin niet eerlijk over willen vertellen.’

Geheimzinnigheid kan een goede band in de weg staan, beaamt Van Berkel. ‘Niet iedereen krijgt afdoende antwoord op de vraag waarom hij is afgestaan.’ Ook kan informatie over de biologische vader gevoelig liggen bij de moeder, zegt de onderzoekster.

Het contact met haar moeder liep uiteindelijk om financiële redenen stuk, zegt Marcia Engel. ‘In Colombia zorgen kinderen voor hun ouders, dus die verantwoordelijkheid legde ze direct bij mij neer. Met kerst heeft ze bijvoorbeeld voor tweehonderd euro vlees gekocht, dat is daar een heel maandsalaris. Toen ik een bed voor haar kocht, vroeg ze meteen: “Kun je die nachtkastjes er ook bij kopen?” Mijn vader vraagt me nooit om iets.’ Tijdens haar laatste bezoek liep het helemaal mis. ‘Ik gaf mijn moeder geld voor boodschappen, maar zag nooit wisselgeld. Toen ik haar daarmee confronteerde, ontstond er een heel nare, agressieve situatie.’

Weer vooruitkijken

Ook al valt het op relationeel vlak tegen, in de meeste gevallen loont de zoektocht wel, zegt Hoksbergen. ‘Bijna niemand heeft spijt. Je krijgt toch antwoord op vragen over je identiteit.’ Dat is ook precies wat het eerdergenoemde Britse onderzoek onder geadopteerden liet zien. Ook al was het contact soms van korte duur en teleurstellend, 85 procent zag de hereniging achteraf als iets positiefs. De geadopteerden hoorden vragen over hun achtergrond beantwoord, en daardoor voelden ze zich meer compleet.

Uit het onderzoek van Van Berkel blijkt bovendien dat mensen die hun ouders hebben gevonden minder negatief denken over het feit dat ze geadopteerd zijn. Daarbij zegt de helft dat voor hen een hoofdstuk is afgesloten; de andere helft is juist méér bezig met zijn adoptie. Maar, nuanceert Van Berkel: ‘Je moet niet verwachten dat het vinden van je biologische ouders al je problemen oplost.’

Ook Marcia Engel is blij dat ze haar biologische moeder heeft leren kennen, ook al is het contact nu verbroken. ‘Voordat ik mijn biologische ouders vond, had ik maar één doel in mijn leven: hen vinden. Daarna kwam er ruimte voor andere dingen: een studie die ik wilde doen, een levenspad uitstippelen. Als je weet waar je vandaan komt, kun je ook vooruitkijken.’

En hoe is het voor een moeder die haar biologische kind eindelijk leert kennen? Marja de Vries (62) stond haar baby direct na de bevalling af en zag haar pas als volwassene terug: ‘Toen ik een paar maanden zwanger was, zei de vader van mijn kind dat hij niet geloofde dat de baby van hem was. En dat hij afzag van ons huwelijk. Ik was 18 en deed een interne opleiding als verpleegkundige. Maar als ongehuwde moeder mocht je je opleiding niet afmaken. Dat betekende ook dat ik geen dak meer boven mijn hoofd zou hebben – ik was in het ziekenhuis gaan werken omdat ik thuis niet welkom was vanwege problemen met mijn stiefvader.

Hoe moest het verder? Abortus was geen optie, daar wilde de gemiddelde huisarts niets mee te maken hebben. Een bijstandsuitkering bestond nog niet. De maatschappelijk werker opperde dat adoptie het beste was. Als alleenstaande moeder zou ik immers met de nek worden aangekeken. Ik werd zelfs bij de directrice van het ziekenhuis geroepen: mijn zwangerschap was een grote schande en ik moest niet denken dat ik ooit nog een man zou krijgen.

Bij de bevalling heb ik mijn dochtertje nog in een flits gezien. Daarna heeft niemand er ooit meer iets over gezegd. Niemand vroeg: hoe is het nu met je, heb je het er moeilijk mee? Niemand! Het was lange tijd ook een familiegeheim. Een oom zei laatst: we wisten het allemaal wel, maar niemand sprak erover.

Zelf dacht ik iedere dag aan mijn dochter, het voelde alsof er een groot gat in mijn hart zat. Als ik een meisje zag van dezelfde leeftijd dacht ik: dat zou haar kunnen zijn. Een half jaar na haar geboorte kreeg ik een nieuwe relatie. Toen heb ik nog geprobeerd haar terug te krijgen. Maar volgens de maatschappelijk werker was ze al in een adoptiegezin geplaatst. Iets wat later overigens niet waar bleek te zijn: ze heeft nog een poos in een tehuis gezeten. Dat is natuurlijk heel wrang.

Via de gemeente heb ik jaren later met veel moeite haar adres in handen gekregen. Daarmee heb ik eerst nog maanden rondgelopen, ik wilde haar leven niet verstoren. Uiteindelijk heb ik een brief gestuurd dat ik haar heel graag zou willen ontmoeten: gewoon om te weten hoe het met haar ging.

Toen ze voor het eerst voor me stond, voelde dat heel vreemd. Ik had gehoopt dat ik haar zou herkennen, maar dat was niet zo. Ze was voor mij een volstrekt vreemde vrouw. Ik weet dat niet iedereen op zijn ouders lijkt, maar toch vind ik dat moeilijk. In eerste instantie had mijn dochter ook helemaal geen behoefte aan mij. Ze had goede adoptieouders en was eigenlijk niet zo geïnteresseerd.

Toch heeft het me veel rust gegeven. Ook al bouwden we aanvankelijk niet echt een band op: ik wist wie ze was en dat ze het goed had. De pijn van het niet-weten is misschien wel groter dan de pijn van het verlies. Wat me verbaasde is dat mijn familie – ouders en zussen – niets van haar wilden weten. Ik dacht dat ze blij zouden zijn dat ik haar had teruggevonden. Nu begrijp ik pas dat ze zich schuldig voelden over die tijd.

Nu mijn dochter zelf een dochtertje heeft, is ons contact warmer geworden. Haar adoptieouders zijn inmiddels ook overleden. Ik neem een plaats in haar leven in, maar ik ben niet haar moeder. Zo voelt zij het niet, en zo voel ik het ook niet. Ik heb niet gezien hoe ze is opgegroeid, hoe ze heeft leren lopen, ik heb haar niet getroost toen ze is gevallen en weet niet welke nachtmerries ze heeft gehad. Daardoor heb ik met haar niet zo’n innige band als met mijn andere dochter. Wel is ze me heel dierbaar. Haar dochtertje noemt me zelfs oma.’

Marja de Vries heet in werkelijkheid anders.

Meer weten over adoptie?

– Zelf op zoek naar biologische familie? De Stichting Ambulante Fiom helpt zoeken bij zowel internationale adopties als adopties binnen Nederland, en begeleidt bij de ontmoeting: www.fiom.nl

– Marcia Engel zette Plan Angel op om Colombiaanse geadopteerden te helpen: www.planangel.org

– René Hoksbergen, Kinderen die niet konden blijven. Zestig jaar adoptie in beeld, Aspekt, € 29,95

Bronnen voor dit artikel:

– Dymphie van Berkel en Myriam Kaptein, Drie partijen, drie uitkomsten. Longitudinaal onderzoek naar de effecten van zoekacties van Nederlandse geadopteerden, Stichting Ambulante Fiom

– D. Howe e.a., Adoption, search and reunion: the long-term experience of adopted adults, BAAF

auteur

Marloes Zevenhuizen

Mensen inwijden in de wondere wereld van de psychologie – niets vind ik leuker dan dat. En waar kan dat beter dan bij Psychologie Magazine?

» profiel van Marloes Zevenhuizen

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

Mooi kind is vaker pestkop

Adoptiekinderen hebben torenhoge verwachtingen van het weerzien met hun biologische ouders. Maar het...
Lees verder
Artikel

Hallo, ik ben uw dochter

Adoptiekinderen hebben torenhoge verwachtingen van het weerzien met hun biologische ouders. Maar het...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Artikel

Dreumes herinnert zich de borst

Adoptiekinderen hebben torenhoge verwachtingen van het weerzien met hun biologische ouders. Maar het...
Lees verder
Interview

Stephen Suomi: ‘De vroege jeugd is geen kritieke fase’

Ooit liet hij aapjes opgroeien in totaal isolement, met desastreuze gevolgen. Nu richt de Amerikaans...
Lees verder
Artikel

Familiefeiten

Homoseksuele mannen hebben meer neefjes en nichtjes. Moeders met blond haar krijgen vaker blonde sch...
Lees verder
Artikel

’t Zal je kind maar wezen

Een zoon of dochter die liegt, bedriegt, drugs gebruikt, en erger. Vier ouders vertellen hoe ze mach...
Lees verder
Artikel

6 redenen waarom ons onderwijs niet goed aansluit op het kin...

Kinderen leren tegenwoordig niks meer op school, wordt vaak verzucht. Nieuw hersenonderzoek wijst ui...
Lees verder
Artikel

Bram Bakker: ‘Ik had altijd het verkeerde accent’

De jeugd van psychiater Bram Bakker
Lees verder