De jeugd van judoka Dennis van der Geest

Op een schaal van 1 tot 10, hoe gelukkig was uw jeugd? ‘Een 7,5. Ik ben niks tekortgekomen, maar ik heb één oog waarmee ik niet kan focussen. Mijn moeder heeft toxoplasmose gehad tijdens de zwangerschap, waardoor er een litteken over de iris zit. Op school was je tof als je met honkbal de bal over de school heen kon slaan. Ik raakte nooit wat. En als ik tegen felle jongetjes moest judoën, verloor ik altijd. Ik was geen groot talent. Omdat ik toch aan judowedstrijden bleef meedoen, ben ik vaak teleurgesteld.’

Wat is uw vroegste herinnering? ‘Ik op mijn kamertje op de sportschool van mijn ouders. Mijn moeder regelde daar alles en mijn vader gaf er veel judoles, vandaar dat mijn box daar stond. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat ik aandacht en liefde tekortkwam. Er was altijd wel een jazzballet of aerobicdame die met me wilde spelen.’

Cruciaal moment? ‘Op mijn elfde ben ik met judo gestopt. Ik was er, net als mijn broertje, op mijn vierde mee begonnen, maar ik vond het niet leuk meer. Mijn jongere broertje won alles, ik niets. Maar na een jaar atletieken ben ik

toch weer gaan judoën. Al mijn vrienden zaten inmiddels op judo, bij ons thuis ademde het judo. Dat falen was dan niet leuk, maar de gezelligheid woog zwaarder.’

Wat was de belangrijkste fase in uw jeugd? ‘De periode vanaf mijn vijftiende. Toen begon alles ineens op zijn plaats te vallen. Ik groeide, ik ging van een bril naar contactlenzen, en mijn domme stekels met gele gel verruilde ik voor wat langer haar. Opeens werd ik interessant voor meisjes. Ook omdat ik op sportgebied ineens dingen ging winnen. De periode dat iedereen met een beker in de bus terug zat en ik als enige met een vaantje, was achter de rug.’

Hoe was uw eerste ervaring met seks? ‘Vrij prima. Waarschijnlijk omdat het met mijn vaste vriendinnetje was en ik de dingen die ’s nachts niet helemaal vlekkeloos verliepen in de ochtend kon revancheren. En zij was twee jaar ouder dan ik, ze was achttien. Toen ze bij ons thuiskwam, zei mijn vader: “Zo, dus jij komt het mijn zoon leren.” Waarop zij heel ad rem reageerde: “Misschien hoef ik hem niks meer te leren.” Toen was mijn vader wel even uitgeluld.’

Wat heeft u geleerd van uw ouders? ‘Liefde geven. Dat tonen en uitspreken. Ik heb vrienden die nog nooit van hun vader hebben gehoord: ik houd van je. Mijn ouders zijn heel warm en liefdevol tegen elkaar, en tegen ons. Dat komt ook door het sporten. Je maakt de mooiste, maar ook de diepste momenten met elkaar mee.’

Wat doet u anders dan uw ouders? ‘Ik probeer minder ongeduldig te zijn. Mijn vader kon behoorlijk uit zijn slof schieten als het even niet ging zoals hij wilde. Je kon heel ver gaan, maar als mijn vader waarschuwde, ging hij dat niet vijftig keer herhalen. Dan ging de zweep erover. Maar mijn moeders aai over de bol trok het aardig recht. Bovendien werkte de ongeduldige aanpak van mijn vader. Dat zie ik ook bij mijn eigen zoontje van drie. Als die niet wil eten, zegt mijn vader: “Niet eten? Oké, hups, op de gang.” En na een minuut hoor ik: “Opa! Toch eten.” En dan eet Björn zijn bordje leeg. Ik ben geduldiger, maar merk wel dat het met mijn aanpak langer duurt voordat Björn gaat eten. Dat vind ik nog weleens een dilemma.’

– Geboortedatum: 27 juni 1975

– Groeide op in:Haarlem

– Gezinssamenstelling: vader, moeder, een vier jaar jongere broer

– Onlangs verscheen de biografie Los. Dennis van der Geest en de weg naar succes, door Gijs van Oosten en Jan Looman. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, € 15,95[/wpgpremiumcontent]