Ze richtten hun aandacht met name op het stresshormoon cortisol dat in het speeksel meetbaar is en op de hoeveelheid bèta-endorfinen die in het lichaam circuleert. De werking van bèta-endorfinen – een stof die het lichaam zelf aanmaakt – wordt wel vergeleken met de pijnstillende en stemmingsverhogende werking van morfine. Net als bij de parachutespringers, bleek de concentratie cor tisol na de sprong gestegen en de waarde keerde pas na een uur terug naar het normale niveau. Na de sprong werd een verdubbeling van de hoeveelheid bèta-endorfinen waargenomen.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

De onderzoekers bestudeerden tevens de hartslag en de bloeddruk van de twaalf bungeejumpers en ze hielden bij hoe geëmotioneerd de springers zich voor en na de sprong voelden. De hartslag bleek na de sprong gemiddeld twintig slagen per minuut te zijn verhoogd en ook de bovendruk van de bloeddruk was na de sprong aanzienlijk hoger. Zoals de onderzoekers hadden verwacht, bleken subjectieve angstgevoelens voor de jump te zijn toegenomen en namen ze erna weer sterk af. Na de sprong waren er gevoelens van euforie en deze bleven dertig minuten voortduren.

De onderzoekers bekeken of een relatie kon worden vastgesteld tussen de positieve emotionele belevingen van de proefpersonen en de aanwezigheid van bèta-endorfinen. Inderdaad bleek na de sprong dat er een sterk verband bestond tussen de concentratie van bèta-endorfinen in het lichaam en de euforische gevoelens die de jumpers zelf meldden.

De onderzoekers concludeerden uit die laatste resultaten dat na de sprong sprake is van een uitzonderlijke vorm van positieve stress, die men ook wel eustress noemt, dit in tegenstelling tot de zogenaamde distress.

De Duitse artsen Ulrich Zimmerman, Thomas Loew en Ludwig Wildt beschreven een gevalsstudie, waarin de tweede auteur zelf proefpersoon was. Ze registreerden tijdens drie bungeejumps de di verse concentraties hormonen van Loew, zoals bèta-endorfinen, cortisol, groeihormoon en testosteron. Bovendien namen ze na de sprong met een video recorder zijn persoonlijke verslagen op over zijn gemoedstoestand en zijn beleving van de gebeurtenissen. Uit hun onderzoek bleek dat alleen de hoeveelheid cortisol voor en na de jump in de verwachte richting veranderde.

De euforische gevoelens die Loew na het springen voelde en rapporteerde, gingen echter niet samen met een toename van de hoeveelheid endorfinen.

De resultaten van Hennig en van Zimmerman spreken elkaar dus tegen waar het gaat om de relatie tussen euforische gevoelens en een verhoogde concentratie bèta-endorfinen na een bungeejump. Maar Zimmerman en collega’s suggereren dat de onderzochte hormonen niet per se verbonden hoeven te zijn met acute en hevige stressreacties.

Er zijn ook onderzoekers die menen dat het verschil in de metingen van concentraties van bèta-endorfinen, te maken heeft met de hormoonhuishouding van de angstige nieuweling in vergelijking tot die van de enthousiaste ervaren springer. Door gewenning kan de concentratie endorfinen bij de doorgewinterde bungeejumper lager liggen, maar dat wil niet zeggen dat hij na de sprong geen gevoel van euforie heeft. s[/wpgpremiumcontent]