Toen ik voormalig fysiotherapeut Erik Scherder een aantal jaar geleden interviewde over bewegen en dementie, was hij juist bezig met een tournee langs verpleeghuizen.

De kunst van gezond leven

Het staat boven aan menig wensenlijstje: meer bewegen, minder snacken. Maar ingesleten patronen vera...

Lees verder

In de universitaire wereld genoot hij al faam als bevlogen docent: studenten liepen weg met de professor die bij colleges op tafel klom om de veranderde motoriek na een herseninfarct aanschouwelijk te maken. Maar in de verpleeghuizen die hij in zijn schaarse vrije uren afliep, bestond zijn gehoor vaak uit hooguit vijftien mensen.

Gehoor geven aan zijn boodschap – kom in beweging, anders wacht snellere aftakeling – kan het leven van miljoenen mensen veraangenamen. Daar was hij toen al van overtuigd. Op zijn verzoek was het een staand interview, bij het stabureau waar hij zijn artikelen schreef. ‘Zo blijft mijn brein actief en kom ik tot geweldige ideeën. Zou u ook eens moeten proberen.’

Nu staat er een gloednieuwe deskbike (bureaufiets) onder zijn bureau. Erik Scherder loopt heen en weer tussen zijn computer – voor hersenfilmpjes om zijn verhaal te illustreren – en een tafel, waar een hersenmodel ligt. ‘Kijk, als dit gebiedje door een infarct is aangetast, kun je zomaar je empathisch vermogen kwijtraken.’

En er is nog iets nieuw, naast de deskbike: sinds Scherders eerste optreden in De Wereld Draait Door, januari 2014, is hij ineens een nationale bekendheid. Ook daar klom hij op tafel om zijn kennis toegankelijk te maken. ‘Als ik tegenwoordig op de trein sta te wachten, willen mensen selfies met mij maken.

Het klinkt als een jongensdroom: van anonieme fysiotherapeut tot een van de beroemdste hoogleraren van Nederland. 

Erik Scherder: ‘Dat is toeval. De redactie van DWDD had van studenten gehoord dat ik tijdens colleges soms op een tafel klim om de stof uit te leggen. Matthijs van Nieuwkerk nodigde me uit en zei: ga je gang.’

En nu is er een tiende druk van uw boek ‘Laat je hersenen niet zitten’, met op de cover ‘bekend van DWDD’.

Erik Scherder: ‘Zo gaan die dingen, het is allemaal nieuw voor mij. Geweldig dat mijn boodschap nu een miljoenenpubliek bereikt. Ik ben extravert en een beetje narcistisch: het is leuk om de getapte professor te zijn.

Ook goed voor de verkoop, anders zou ik het niet doen. Ik ben acht keer bij DWDD geweest. De redactie wil dat ik iets leuks doe met het publiek. Maar ik heb ook een missie en die moet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Ik wil niet door vakgenoten worden afgekraakt.’

Het lijkt alsof u daar totaal ontspannen aan tafel zit.

Erik Scherder: ‘Welnee! Ik ben iemand die honderd keer bevestiging zoekt. En ik zou het vreselijk vinden als ik miskleun, omdat het op tv snel en populair moet. Daar lig ik soms van wakker, want ik ben ook tobberig: is het wel goed genoeg?’

Sinds u BN’er bent, gaan anderen aan de haal met uw onderzoek. In de media wordt u inmiddels aangekondigd als ‘beweegprofeet’. Wat vindt u daarvan, als wetenschapper?

Erik Scherder: ‘Bewegen is geen haarlemmerolie. Running-therapeuten, sportscholen: ze zien mijn succes allemaal als kans om meer geld in het laatje te krijgen. Maar als je kijkt naar studies over bewegen, dan zijn de positieve resultaten voor de cognitie alleen aangetoond voor mensen die voorheen een zittend leven leidden. Dát is mijn boodschap.

TEST
Doe de test »

Heb je een gezond stressniveau – of loopt je gezondheid gevaar?

Ik zal nooit zeggen dat mensen in trainingspakken over straat moeten gaan hollen. Mijn boek gaat over de ingrijpende gevolgen van niet-bewegen. Inactieve mensen aan het bewegen krijgen, daar gaat het om. Niet door ze naar de sportschool te sturen. Alsjeblieft, iedereen weet toch dat inactieve mensen een gruwelijke hekel aan sporten hebben? Loop wat vaker, neem de trap. En ga zelf naar de supermarkt in plaats van de bezorgdienst te bellen.’

Ik gebruik de fiets voor boodschappen en het werk en heb een volkstuin. Als ik me daarnaast nog een avond in de sportschool in het zweet spin, heeft dat dan geen positief effect op mijn brein?

Erik Scherder: ‘Als je dagelijks al voldoende beweegt, zie je van zo’n extra inspanning niets terug in je brein. Datzelfde geldt voor mensen die de hele dag op een stoel zitten en twee keer per week naar de sportschool gaan. Zolang je de beweegnorm van drie keer tien minuten per dag niet haalt, ben je ongezond bezig. Voor je conditie en voor je hersens.

Omdat ik zalen van duizend man toespreek, weet ik hoe het zit: op mijn vraag hoeveel mensen 30 minuten per dag bewegen, gaan aardig wat handen de lucht in. Wat veel mensen niet weten, is dat je om de beweegnorm te halen, minimaal drie keer tien minuten onafgebroken moet bewegen.

Als ik de zaal vraag wie dat doet, zakken de meeste handen weer, slechts 20 procent haalt dat. Mensen zeggen: ik wil wel, maar het lukt niet, ik moet met de auto naar mijn werk. Parkeer uw auto op tien minuten loopafstand van uw werk, zeg ik dan. Dan kijken ze me aan alsof ik van een andere planeet kom.’

Wordt u daar gefrustreerd van?

Erik Scherder: ‘Soms. Of eigenlijk: nee. Nee! Ik ben niet te frustreren.’

Is lichamelijke inactiviteit wellicht onderdeel van het karakter, net als extraversie of introversie?

Erik Scherder: ‘Als ik mijn promotor en vriend Dick Swaab napraat, denk ik dat erfelijke aanleg daar inderdaad een leidende rol in speelt. Maar ook de maatschappij “helpt” ons lui te zijn.’

Maar zijn we ook niet van nature geprogrammeerd om onze energie te sparen? Niet bewegen als het niet nodig is, was in de oertijd misschien wel de beste strategie om te overleven.

Erik Scherder: ‘Die theorie heeft nogal wat aanhang, maar ik geloof daar niet zo in. Ik denk dat er iets anders speelt: dat lichamelijk inactieve mensen niet zo vaak in aanraking zijn gekomen met het pretgevoel dat bewegen kan geven.

Dat je bijvoorbeeld merkt dat je iets ingewikkelds makkelijker oplost als je een half uur hebt gewandeld tijdens de lunch. Of het gevoel van euforie na tien kilometer rennen. Begrijp me goed, ik maak geen reclame voor fanatiek hardlopen: daar word je niet ouder van en alles slijt harder. Maar als je het leuk vindt om te doen, moet je het beslist niet laten.’

Uw boek is een schreeuw om bewegingsarmoede georganiseerd aan te pakken. Wat vindt u ervan dat gemeenteambtenaren die mensen in achterstandswijken moeten stimuleren om te bewegen, hun dagen zelf ook zittend doorbrengen?

Erik Scherder: ‘Een jaar geleden was ik bij de start van “Alles is gezond”, een groot nationaal beweegprogramma. Daar waren 450 beleidsmakers. “Wie van jullie haalt de beweegnorm?” vroeg ik. 15 procent zei ja. 15! Ik zei: “Als je zelf niet in bewegen gelooft, hoe kun je anderen dan zover krijgen?”’

En toen zakte de stemming in?

Erik Scherder: ‘Helemaal, maar ik kon het niet laten. Ik zei het trouwens ietsje anders, alsof het over mezelf ging. Heel schijnheilig: “Als ik niet in iets geloof, hoe kan ik het dan aan anderen overdragen?” Alle beleidsmakers nemen de auto naar die bijeenkomsten en zetten die zo dicht mogelijk bij de ingang.’

"Ik zal nooit zeggen dat mensen in trainingspakken over straat moeten gaan hollen."

-

Lichaamsbeweging activeert hersengebieden die zorgen voor optimale verstandelijke ontwikkeling en houdt het brein jong, blijkt steeds duidelijker uit onder meer uw onderzoek. Maar u legt óók een verband tussen bewegen en empathie.

Erik Scherder: ‘Als ik optreed voor topmanagers in het bedrijfsleven, vraag ik altijd of empathie nog een rol speelt bij de beslissingen die ze nemen. Ze weten nauwelijks hoe ze dat woord moeten schrijven; empathie is totaal uit.

Vergader lopend of ga een frisse neus halen tijdens de lunch, adviseer ik ze. Want als je beweegt, zet je allerlei circuits in de prefrontale cortex in werking. De verbindingen in dat gebied bepalen niet alleen iemands vermogen om te plannen en dingen te onthouden, maar ook of hij in staat is tot zelfreflectie en zich kan inleven in anderen.

Waarom zou je het vermogen om iets van meer kanten te bekijken, uitschakelen? Als ik jou als leidinggevende zou moeten ontslaan, is het toch goed om me ook af te vragen wat dat voor jou betekent? Als je nooit uit je stoel komt, wordt het erg moeilijk om doordachte beslissingen te nemen.’

Zijn er ook andere activiteiten die tot effect hebben dat dit hersengebied wordt geactiveerd? Moet je daar per se iets lichamelijks voor doen?

Erik Scherder: ‘Dat zou betekenen dat iedereen die lichamelijk minder functioneert een inferieur brein heeft. Dat is onzin: Stephen Hawking, een van de meest briljante breinen, heeft ALS. Het gaat erom dat je zintuiglijke prikkels blijft geven, het brein heeft uitdagingen nodig.

Er zijn studies gedaan met ouderen die twee nieuwe dingen leerden: quilten en fotograferen. Daarvan ging hun geheugen ook vooruit. Terwijl dat geen onderdeel van die nieuwe vaardigheden was: voor quilten en fotograferen hoef je je niets te herinneren. Het had echt te maken met nieuwe dingen uitproberen.’

Het brein uitdagen, kan dat ook door naar muziek te luisteren?

Erik Scherder: ‘We komen er steeds meer achter dat naar muziek luisteren dezelfde hersengebieden activeert als lichaamsbeweging. Wie een instrument bespeelt, stimuleert nóg meer breincircuits. Dan gebruik je behalve je oren ook je motoriek en ondertussen lees je noten.’

Wil dat zeggen dat muziek maken de hersenen fitter houdt dan bewegen?

Erik Scherder: ‘Dat is lastig te zeggen. We denken dat het vooral uitmaakt hoeveel hersenverbindingen je activeert. Als je in de sportschool op de lopende band rent en ondertussen naar een zwarte muur kijkt, gebeurt er veel minder in je brein dan wanneer je door de binnenstad van Amsterdam loopt. Stoep op, stoep af, toeristen opzij duwen, ineens stoppen voor de tram: dat is een heel ander verhaal.’