Bevangen raken door schoonheid: er bestaat zelfs een woord voor, het Stendhal-syndroom, naar de Franse schrijver die in 1817 onwel werd na een bezoek aan de kerk van Santa Croce, ook in Florence. Een kunstwerk kan ons intens beroeren. Net zoals muziek dat kan, een dans of een toneelstuk. Hoe werkt dat? Wat is het in kunst dat hersenen zo in beweging kan zetten?

Wat kunnen ‘normale’ mensen van kunstenaars leren?

Nee, het is geen cliché. Kunstenaars balanceren écht vaker op het randje van de gekte; precies daa...

Lees verder

Aantrekkelijke verhouding

Onderzoeker Vilayanur Ramachan­dran houdt zich al jaren bezig met deze vraag. Hij is grondlegger van het vakgebied neuro-esthetica en directeur van een onderzoekscentrum aan de universiteit van California, in San Diego.

Kunstenaars, dansers en acteurs, zegt hij, tonen ons niet de werkelijkheid, maar een aangepaste versie. Ze vergroten prikkelende kenmerken van de werkelijkheid uit. Daarom vinden we het schilderij spannender dan de nieuws­foto, en het toneelstuk spannender dan diezelfde gebeurtenis in de werkelijkheid.

Net als goochelaars weten kunstenaars dus op welke knoppen ze moeten drukken om de hersenen uit te dagen of in de maling te nemen. Ze spelen met ons brein.

Een van die knoppen is het emotionele hersencentrum, de insula. Dat blijkt uit onderzoek door de universiteit van ­Parma naar de gulden snede, een beeldverhouding die we heel aangenaam blijken te vinden voor het oog. In piramides en Griekse tempels werd de gulden snede al gebruikt voor een aantrekkelijke verhouding van hoogte en breedte; ook schilders als Leonardo da Vinci pasten de gulden snede toe.

Telkens wanneer de onderzoekers uit Parma hun proefpersonen een afbeelding toonden gebaseerd op de gulden snede, registreerde de hersenscanner een opvallende reactie in de insula. Bij aangepaste afbeeldingen was die reactie kleiner: hoe minder sprake er was van de gulden snede, des te minder emotie bij de proefpersonen.

Waarschijnlijk heeft deze verhouding zich in onze hersenen genesteld doordat planten en bomen haar benaderen wanneer ze zich zonder belemmering ontwikkelen. Kunstenaars treffen de gulden snede exact. Ons emotionele brein reageert bijvoorbeeld ook op het zien van horizontale en verticale lijnen. Dat verklaart waarom de abstracte schilderijen van Mondriaan zoveel emotie bij ons kunnen oproepen.

We reageren ook sterk op het zien van patronen die op gezichten lijken, en vormen die afgeleid zijn van de typische lichaamsvormen van gezonde, sterke of vruchtbare mensen. Daarom spreken de ogen en ronde vormen uit Picasso’s werk ons zo aan: hij speelt met onze gezichtsherkenning om de emotie zover mogelijk op te voeren.

TEST
Doe de test »

Ben je nieuwsgierig van aard?

Meedansen in je hoofd

Daar komt bij dat genieten van kunst geen passieve activiteit is: we ondergaan niet, maar nemen deel. Wie bijvoorbeeld naar een danser kijkt, danst bewegingsloos mee, ontdekten onderzoekers uit Surrey en Glasgow twee jaar geleden.

In de repetitieruimte van de Scottish Ballet Company lieten ze proefpersonen naar een dansuitvoering kijken, hun arm- en vingerspieren beplakt met elektroden. Die registreerden volop activiteit. Bij een dans met armbewegingen werd spierspanning gemeten in de armspieren van de toeschouwers, bij de complexe handbewegingen van een ­Indonesische danser kwamen ook de vingerspieren van de kijkers in actie.

Geen van de proefpersonen had zelf ooit deze dansvormen beoefend. Wel hadden sommigen er veel naar gekeken; bij hen was de spieractiviteit het grootst. Wie van dans houdt en er veel naar kijkt, traint dus de danser in zijn eigen hoofd.

Ook de hersenen van toneelliefhebbers doen actief mee met de hoofdrolspeler. Al leunen toeschouwers achterover op het rode pluche, hun premotorische schors ‘denkt’ mee met de belangrijkste bewegingen, zonder ze daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Hun emotionele centra beleven de emoties op het toneel mee. Kunst roept dus op tot interactie. Het is een ontmoeting.

Aandacht voor het penseel

En hoe zit het bij schilderijen? Schildert de museumbezoeker een beetje mee? En gaat de ontroering die we voelen bij Het Joodse Bruidje niet alleen over de tedere pose van bruid en bruidegom, maar wordt ze versterkt door de tedere penseelstreken waarmee Rembrandt hen heeft vereeuwigd? Onderzoekers zijn het er niet over eens. Wel is vastgesteld dat ons brein niet alleen reageert op de afbeelding op een schilderij, maar ook op hóé het is geschilderd.

Psychologen van de universiteit van Leuven toonden schilderijen aan proefpersonen. Ze deden dat in korte flitsen. Wat blijkt: na 0,01 seconde registreren de hersenen het plaatje. En al na 0,05 seconde richt de aandacht zich op de penseeltechniek, op de artistieke stijl. Dat is opvallend snel voor zulke kleine details.

Samenvloeien

Rest de vraag waarom kunst zo persoonlijk is.

Onderzoek vorig jaar door universiteiten in New York en Barcelona geeft een aanwijzing. Zestien mensen kregen ruim honderd foto’s van kunstwerken te zien. Ze mochten telkens aangeven wat ze ervan vonden: neutraal, mooi, heel mooi, of subliem.

Vooral die laatste categorie bleek nogal persoonlijk te zijn: over welk schilderij subliem was, liepen de meningen sterk uiteen. Tegelijk werden hersenscans gemaakt, en die lieten iets bijzonders zien.

Tijdens de sublieme ervaringen bleken namelijk twee verschillende hersennetwerken bij hoge uitzondering tegelijk actief te zijn. Het ‘actienetwerk’, dat opspringt wanneer we bezig zijn met de buitenwereld, wanneer we kijken, luisteren of gericht bewegen; en het default mode netwerk, dmn, dat actief is wanneer de hersenen in ruststand zijn, en bijvoorbeeld ook verantwoordelijk is voor onze dagdromen.

Het dmn is heel gevoelig voor persoonlijke informatie: hoor je tijdens een feestje verderop je naam vallen, dan kun je vrijwel onmogelijk verdergaan met het gesprek dat je voerde. Het dmn-netwerk ontwaakt en blokkeert het actienetwerk. In plaats van te luisteren breek je je het hoofd over wat ze daar verderop over je zeggen.

De twee netwerken zijn eigenlijk nooit samen actief: het ene of het andere is aan zet. Maar bij schilderijen die we subliem vinden, werken ze dus ineens samen.

Het is, schrijven de onderzoekers, alsof ‘de buitenwereld en de interne representatie van jezelf samenvloeien’. Je ontmoet jezelf als het ware in het kunstwerk dat voor je staat. En dat zou kunnen verklaren waarom een kunstwerk zo’n diepe ontroering kan opwekken en waarom we er zo’n intieme band mee voelen.