Man & Schuur

Niks moet hier, en alles mag. En vooral: even geen gezeur aan je hoofd. Vijf mannen over hun houten heiligdom. ‘Mijn vriendin vraagt weleens: “Blijf je daar wonen, of zo?”’

‘Soms heb ik even geen zin in al het gedoe’

John Valkenhoff (49) is hoofd financiële zaken bij een klein bedrijf en woont in Den Haag met zijn vriendin en twee kinderen. Aantal schuururen per dag: 1 tot anderhalf, verdeeld over de avond.

‘In het begin zat ik hier hoogstens tien minuten, maar dat werd meer en meer. “Blijf je daar wonen of zo?” vraagt mijn vriendin weleens. Maar ik breng hier nooit hele avonden door. Het is geen vervangende zitkamer. Er staat hier geen televisie, geen ijskast ook. Alleen al voor een biertje moet ik dus geregeld naar binnen. Het is ook niet zo dat ik voor haar vlucht. Hoewel ik moet bekennen dat ik soms wel bewust wegren, gewoon omdat ik even geen zin heb in al het gedoe.

Toen we kinderen kregen, besloten we niet meer in huis te roken. Ik liep met mijn sigaartje telkens even de tuin in. Wanneer het regende, zocht ik dekking in de schuur. Langzaam groeide het ritueel. Eerst stond er alleen een asbak, toen volgde een stoel. Er kwam een biertje bij, en de krant. Bij thuiskomst uit mijn werk moet er gekookt worden en vragen de kinderen veel aandacht. Als alles

is gedaan, piep ik er graag even tussenuit. Het is mijn manier van onthaasten.

Heel af en toe staat er een stoeltje bij. Dan zitten mijn vriendin en ik hier rustig samen te roken. Maar in de zomer was die stoel weer weg. Zij zit liever buiten, in de zon. “Zet die stoel nou voor de schuur”, roept ze dan. “Dan kom je er nog eens uit!” Maar ik hoef niet in de zon. Ik zit hier prima.’

‘Hier hoef ik niet schoon te maken’

Ferry de Leeuw (74) uit Schelluinen is getrouwd en architect in ruste. Aantal schuururen per dag: 3 à 4.

‘Ons huis is heel netjes en leeg. Dat vinden mijn vrouw en ik prettig. Maar zelf heb ik toch ook de neiging alles te bewaren. Je weet maar nooit waarvoor je het weer kunt gebruiken. Resthout van een blokhut voor de kinderen, bijvoorbeeld. Dat kan weer goed dienen voor de boompjes op een maquette. Toen ik ons huis ontwierp, ongeveer 23 jaar geleden, heb ik er bewust een schuur aan gebouwd. Voor al die spullen, om te klussen, en soms ook om te werken. Ik kan hier alles laten staan, hoef niet op te ruimen of schoon te maken.

Sinds ik met pensioen ben zit ik hier vrijwel elke dag. Ik doe hier de boekhouding, teken veel, klus nog steeds en ik kom hier vaak op goede ideeën. Ook is het een plaats waar ik herinneringen bewaar. Aan de muur hangen kattenbelletjes, gedichten die ik mooi vind, en veel foto’s. Sommige gaan ver terug, tot in mijn vroege kindertijd. Helaas neemt het aantal foto’s van overleden vrienden nu toe.

Ook heel prettig: ik kan hier ongestoord naar muziek luisteren. Ik hou van moderne jazz, liefst lekker hard. Als ik dat in huis doe, vraagt mijn vrouw of dat ding uit kan. Ik ben niet voor haar op de vlucht, hoor, als je dat soms dacht. We doen heel veel samen, en als zij hier achter de computer zit, vind ik dat prima. Ze vindt het geen probleem dat ik me hier regelmatig terugtrek, ze heeft zelf nog zo’n druk leven. Ik heb haar, geloof ik, nog nooit horen vragen of ik nou weer eens binnen kom.’

‘Ik mis alleen nog een ijskastje’

Jim de Groot (38) is theatermaker en musicus en woont in Amsterdam met zijn vrouw en twee kinderen. Aantal schuururen per dag: soms 10, soms maar een half sigaretje lang.

‘Mijn vrouw kijkt graag naar televisieseries als Boer zoekt vrouw. Heel eerlijk: dat overleef ik niet. Op zo’n moment vlucht ik even naar het tuinhuisje. Daar heb ik trouwens ook een tv staan. En ik kan er rustig een peuk opsteken zonder dat iemand er last van heeft.

Ik verzamel en bewaar heel veel. Muziek, dvd’s, stripboeken, hoeden, asbakken en allerhande frutsels. Ik houd van iets tastbaars. En alles wat ik bewaar heeft een bepaalde waarde voor me. Dit is ook mijn werkplek. Ik maak muziek, theatervoorstellingen en ik schilder graag. Er staat hier een schildersezel, een keyboard, verschillende platenspelers en gitaarversterkers. En alles wat ik mooi vind, hang ik hier op. Foto’s, bladmuziek, oude posters. Wie hier naar binnen kijkt, ziet wie ik ben.

Ik zit hier graag en veel, en het liefst alleen. Niet omdat de relatie met mijn vrouw niet goed is, maar omdat ik graag nadenk, in alle rust. Mijn creativiteit komt eerder op gang als ik alleen ben, op een plek die me inspireert. Soms werk ik hier een hele nacht door, dat zou in huis lastiger zijn.

Er zou alleen nog een klein ijskastje moeten komen. Maar dat vindt mijn vrouw geen goed idee. Ze is bang dat ik dan helemaal niet meer binnenkom, en hier in mijn eentje ga zitten drinken. Een tijdje had ik die neiging, want ook zonder ijskast lukt dat natuurlijk best. Maar het kwam mijn gezondheid niet ten goede.’

‘Hier doe ik waar ik zin in heb, wanneer ik maar wil’

Eric Feijten (47) uit Hilversum is cameraman, getrouwd en vader van twee kinderen. Aantal schuururen per dag: van 1 tot diep in de nacht.

‘Op dit moment ben ik bezig met een Porsche Spyder 550, een replica van de James Dean-auto uit 1956. Daar kan ik helemaal in opgaan. Ik ben heel perfectionistisch en ik heb geduld. Op internet kan ik uren speuren naar de juiste onderdelen. Ik probeer alle klusjes zelf te doen. Maar ik ben geen techneut, de vonken vliegen hier soms onbedoeld om je oren.

Ik sleutel aan oude auto’s om te ontspannen. Ik heb ook de beschikking over een grote loods, waar ik aan vliegtuigen kan sleutelen. Maar die ligt in de buurt van Apeldoorn, daar rij ik niet even spontaan naartoe. In mijn garage kan ik doen waar ik zin in heb, en wanneer ik maar wil.

Voor mijn werk zit ik veel in gebieden waar het heel onrustig is, of zelfs oorlog. Ik zie schokkende dingen, die voor sommige mensen heel traumatisch kunnen zijn. Als ik thuiskom heb ik er behoefte aan mijn zinnen te verzetten. Dat kan in de sportschool, of in de kroeg. Maar bij mij werkt het toch het beste om me in die garage terug te trekken. Ik zet mijn radiootje aan, ben lekker met mijn handen bezig, denk aan niets. En voor je het weet is het drie uur ’s nachts.

De garage gaat niet voor alles, mijn gezin komt op de eerste plaats. Soms staat de auto zomaar twee weken niets te doen. Maar ik moet toegeven: zeker nu hij in de afrondende fase is, heb ik, ook als ik lang ben weggeweest, bij thuiskomst veel zin om direct de garage in te duiken en verder te gaan.’

‘Zelf koken, dat heb ik hier geleerd’

Hans Venema (57) is schipper op een zeilcharter en woont in de Hoeksche Waard. Aantal schuururen: ‘Net zoveel als iemand in huis doorbrengt.’

‘Mijn vrouw had er eerst wel moeite mee dat ik hier zoveel tijd doorbreng. Drie maanden heeft ze op me gefoeterd. We zijn 37 jaar samen en ik hou nog steeds van haar. Maar we waren te veel vergroeid. We woonden samen op een boot, we werkten samen op de boot – we organiseren zeiltochten voor groepen mensen. Mijn vrouw regelde alles en zorgde voor het huishouden. Alles werd me uit handen genomen. Enerzijds prettig, maar ze ging ook voor me denken. Langzaam groeide een soort paniek: wie was ik zelf ook alweer?

Toen ik deze werkschuur zag was ik verkocht. Dat moest mijn vluchtplek worden. Hij ligt vlak bij de boot, en officieel woon ik daar nog met mijn vrouw. Maar eigenlijk beschouw ik mijn schuur als mijn huis. Ik slaap hier, heb hier een douche, mijn piano, mijn boeken. Ik ontvang hier vrienden, heb hier zelfs leren koken. Mijn vrouw en ik hebben samen het bedrijf, we eten samen, gaan samen met vakantie. Dat is voor mij genoeg. Ze vindt het niet altijd even gemakkelijk, maar heeft er nu vrede mee.

Op de boot hoor ik van veel mannen dat ze verlangen naar meer ruimte, letterlijk en figuurlijk. Ze staan het zichzelf niet toe, uit angst voor verandering. Maar als je niets met dat verlangen doet, word je ziek.

Toch vond ik het niet gemakkelijk de stap te zetten naar die schuur. Ik verruilde een veilige voor een onbekende wereld. Ineens stond ik er alleen voor. Ik heb gehuild van angst. Wie was ik zonder haar? Beetje bij beetje vond ik mijn draai weer. Achteraf gezien was ik al jaren ongelukkig. Door mijn schuur heb ik het tij gekeerd.’

Een schuur kan een huwelijk redden

In Groot-Brittannië en Australië zitten ze in een shed en staan ze bekend als shedi’s, in de vs worden ze cavemen genoemd. Ook in Nederland vertoeven mannen graag in schuurtjes. Waarom?

‘Mannen hebben er van nature meer behoefte aan zich ongestoord terug te trekken,’ zegt de Amerikaanse psychiater Scott Haltzman, schrijver van The secrets of happily married women. ‘Waar vrouwen stress verminderen door veel te praten, neemt bij mannen de stress dan juist toe. Mannen zijn oplossingsgericht, en praten met hun vrouw levert in de regel nog meer zaken op die moeten worden opgelost. En dus nog meer stress. Mannen ontdoen zich daarom eerder van spanning door zich terug te trekken.’

Haltzman baseert zich onder meer op onderzoek door de Amerikaanse gezondheidspsycholoog Rena Repetti. Daarin gaven mannen aan na een stressvolle werkdag het liefst even alleen te zijn, vrouwen wilden juist samenzijn en zorgen voor het gezin. Repetti’s onderzoek ondersteunt een theorie van de Amerikaanse sociaal psycholoog Shelley Taylor: bij stress reageren vrouwen meer volgens het tend and befriend-mechanisme, terwijl mannen neigen naar fight or flight. Beide manieren zijn evolutionair en biologisch verklaarbaar. In de oertijd overleefden mannen vooral door te vechten of te vluchten. Vrouwen overleefden eerder als ze een groot sociaal netwerk hadden.

Mannen hebben bovendien een klein chemisch nadeel. Om stress te verminderen is oxytocine nodig. Dit stofje, dat kalmerend werkt en sociaal contact bevordert, heeft een remmend effect op het stresshormoon cortisol. Bij mannen wordt de werking van oxytocine echter deels afgeremd door het mannelijke geslachtshormoon testosteron, waardoor ze geagiteerd blijven; een gevoel dat het vechten of vluchten aanmoedigt. Bij vrouwen is de aanmaak van oxytocine vele malen hoger, ontdekten onderzoekers aan de Amerikaanse Stanford-universiteit. En een hoger oxytocineniveau versterkt het tend and befriend-mechanisme.

Naast het verschil in stressontlading, zegt de Nederlandse ontwikkelingspsycholoog Steven Pont, speelt mee wat hij het ‘vrees-verlangendilemma’ noemt. ‘Vrouwen verlangen ernaar alles te bespreken, mannen vrezen dat ze van alles moeten vertellen, vooral over hun gevoel. En ze zijn bang veroordeeld te worden op wat ze zeggen. Ze maken daarom een terugtrekkende beweging: ze slaan letterlijk op de vlucht.’

In een onderzoek door een Britse doe-het-zelfketen zei de helft van de ondervraagde mannen een klus in de schuur als excuus te gebruiken om te ontsnappen aan het gezinsleven. Een kwart van de mannen noemde de schuur de enige plek om echt te kunnen ontspannen. Geen wetenschappelijk onderzoek, maar het geeft aan dat de schuur soms grote waarde heeft. Of zoals psycholoog Scott Haltzman het verwoordt: ‘Als een man thuis een plek heeft waar hij kan doen en laten wat hij wil, waar hij autonoom kan zijn en stress kan ontladen, zal hij niet alleen prettiger gezelschap zijn voor zijn vrouw, maar ook minder behoefte hebben om de deur uit te gaan. Zo kan zijn schuur het huwelijk redden.’

Dat is slechts de helft van het verhaal, denkt Steven Pont. ‘Het is de kunst elkaar in de verschillende behoeftes tegemoet te komen. Voor vrouwen betekent het dat ze toelaten dat hun man af en toe afwezig is, zonder dat persoonlijk op te vatten. Voor mannen dat ze af en toe vertellen wat er in hen omgaat, ook als ze die behoefte zelf niet voelen. Als dat te weinig gebeurt, kan een veenbrand ontstaan. Terwijl haar verlangen naar intimiteit groeit, voelt hij zich geclaimd en trekt hij zich steeds meer terug.’

Pont acht de kans groot dat de mannelijke behoefte om zich terug te trekken is toegenomen. ‘Vroeger waren er specialisaties in het huwelijk. De taken waren duidelijk verdeeld. Het was ook heel normaal dat de man zich na zijn werk even terugtrok met de krant op zijn studeerkamer.’ Vandaag de dag zijn we generalisten, zegt hij. Man en vrouw hebben meer dezelfde taken gekregen: ze brengen allebei geld binnen, hebben beiden een aandeel in het huishouden en de verzorging van de kinderen. ‘Dat vergt regelmatig overleg. Er wordt meer met elkaar gepraat dan ooit. Dat is op zich positief, het vergroot de intimiteit. Maar het versterkt bij de man ook de behoefte aan afstand en rust.’

auteur

Deirdre Enthoven

» profiel van Deirdre Enthoven

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

Te jong voor je leeftijd

Niks moet hier, en alles mag. En vooral: even geen gezeur aan je hoofd. Vijf mannen over hun houten ...
Lees verder
Artikel

Man & Schuur

Niks moet hier, en alles mag. En vooral: even geen gezeur aan je hoofd. Vijf mannen over hun houten ...
Lees verder
Training

Coach worden: de eerste stap

Ontdek de eerste stappen om coach te worden.
Lees verder
Training

Coach worden: de eerste stap

Ontdek de eerste stappen om coach te worden.
Lees verder
Kort

Nooit meer ziek zijn? Ga sporten!

Wie tennist, zwemt of volleybalt, hoeft zich jaarlijks zo'n twaalf dagen minder ziek te melden dan z...
Lees verder
Kort

Denken maakt moe

Niks moet hier, en alles mag. En vooral: even geen gezeur aan je hoofd. Vijf mannen over hun houten ...
Lees verder
Artikel

Houden wij onszelf nog bij?

We leven te snel. Op ons werk proberen we tegelijkertijd de telefoon aan te nemen, een rapport te sc...
Lees verder
Artikel

Het EQ van Gerard Kemkers: ‘Over alles wat ik zeg moet...

Gerard Kemkers (1967) is coach van de Nederlandse schaatsploeg. Al vanaf z'n zestiende staat zijn le...
Lees verder
Artikel

Mindful hardlopen – zo doe je dat

Hardlopen is verslavend, hoor ik vaak. Je krijgt er een topconditie van en maakt je hoofd lekker lee...
Lees verder
Artikel

Lekker eng

Vrijwillig kwellen we onszelf met zenuw­slopende films en angstaanjagende boeken. Waar komt die gek...
Lees verder