Angst is juist hun bondgenoot

Adrenalinejunkies worden ze genoemd; mensen die extreme situaties opzoeken zouden verslaafd zijn aan uitdagingen en risico’s, en hebben geen enkele angst. De meeste psychologen, onder wie Marvin Zuckerman, de grondlegger van de theorie over sensatiezoeken, denken dat sensatiezoekers zich ook vaak overgeven aan risicovol gedrag als gokken, te hard rijden en drugsgebruik. Thrill seeking wordt dan ook gezien als ongezond gedrag: het zou hier gaan om mensen met een patho­logisch probleem die situaties opzoeken die hun het leven kunnen kosten.

Training

Vergroot je zelfvertrouwen

  • Bewezen effectief
  • Technieken uit de cognitieve gedragstherapie
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Maar bij extreme sporters en avonturiers is dat helemaal niet het geval, zegt de Canadese sportpsycholoog Eric Brymer. Velen van hen ervaren wél angst, schrijft hij in zijn proefschrift Extreme dude: ze zoeken niet het risico op, maar nemen het op de koop toe. Brymer sprak met vrouwen en mannen tussen 30 en 72 jaar die sporten beoefenen als klifduiken, golfsurfen en wildwaterkajakken. ‘Angst onderscheidt de extreme avonturiers van de sensatiezoekende junkies,’ zegt Brymer. ‘Die eersten storten zich niet impulsief in allerlei avonturen, maar weten precies wat ze doen. Angst geeft hun op belangrijke punten informatie. Als een situatie angst oproept worden ze gedwongen eerlijk hun persoonlijke vaardigheden te evalueren en in te schatten of ze goed genoeg zijn voor die situatie. Ten tweede moeten ze een realistische evaluatie van de omgeving maken en proberen het risico tot een minimum te beperken. Bovendien houdt de angst hen gefocust.’

Avonturiers hebben groot gevoel voor zelfverantwoordelijkheid

Onderzoeken laten zien dat dit soort avonturiers juist geestelijk gezonde en stabiele persoonlijkheden zijn, met een sterk gevoel voor realiteit en emotionele controle. Ze hebben meestal een groot gevoel voor zelfverantwoordelijkheid, zijn vindingrijk en energiek, en hebben een groot aanpassingsvermogen. Andere eigenschappen die ze gemeen hebben: een bovengemiddelde intelligentie, een verlangen naar succes en erkenning, ze zijn onafhankelijk en ze kunnen goed hun grenzen aangeven.

Maar als het ze niet gaat om de thrill, de adrenalinestoot, waarom ondernemen deze mensen dan expedities met dodelijke risico’s? ‘Ik denk dat ze iets missen in hun dagelijks leven dat ze wel vinden in extreme avonturen,’ zegt Brymer. ‘Mijn collega’s en ik zijn nu de drijfveren van extreme avonturiers aan het onderzoeken. In diepte-interviews vertellen zulke mensen me vaak dat ze tijdens zo’n avontuur een intens gevoel van welbevinden ervaren. Een gevoel van vrede, vrijheid, ontspanning: het leven is goed en alles is oké. Hun geest is helder omdat ze zo zijn gefocust op de activiteit. Het gevoel dat de tijd vertraagt is zo’n overweldigende ervaring dat het hun leven verrijkt. Ze voelen zich echt verbonden met wat ze aan het doen zijn; alsof ze thuiskomen en betekenis in het leven hebben gevonden.’

Veel mensen durven hun grenzen niet op te zoeken

De meesten van ons bereiken al zo’n gevoel van vrijheid en helderheid van geest wanneer we iets doen wat we eigenlijk niet durven, zegt Brymer, zoals een bergwand beklimmen of van een rots in het water springen. ‘De reden dat extreme sporters vaak voor gek worden verklaard is dat niet wordt begrepen dat hun vaardigheidsniveau veel hoger ligt dan het onze. Om zichzelf uit te dagen moeten sporters bijvoorbeeld de moeilijkste klasse wildwaterrivieren bedwingen: pas dan zitten ze op de grens van hun comfort zone.’

Veel mensen durven die grenzen niet op te zoeken: ze zitten vast in het middelpunt van hun comfortzone – hun ver­velingszone, als het ware. ‘Wij zijn al bang om vijf minuten te laat op een vergadering te komen,’ zegt Brymer. ‘We voelen ons opgesloten in ons dagelijks bestaan, maar durven er niet uit te breken.’ Maar als we wel die bergwand zouden beklimmen, zouden mountainbiken of kajakken in de wildernis, als we wel de grenzen van onze veilige zone zouden verkennen door dingen te doen die we spannend vinden, dan lijken die dagelijkse zorgen minder erg.

Brymer: ‘Avonturiers accepteren dat ze niet alles in de hand hebben. Ze beseffen dat er meer in het leven is dan vijf minuten te laat te komen. Als je je door gevoelens van angst er niet van laat weerhouden de dingen te doen die je graag wilt doen, dan kan dat een transformerende ervaring zijn, die zich ook uitbreidt naar je leven, je werk, je toekomstdromen.’

‘Ik heb geleerd dat angst een onzinnige emotie is’

Bernice Notenboom (51), klimaatjournalist en beroepsavonturier, beklom de Mount Everest en skiet vanaf maart van de Noordpool naar Canada.

‘Ik heb oog in oog gestaan met beren waarvan ik wist dat ze me binnen drie seconden aan stukken konden scheuren. Ik keek ze niet in de ogen, maar liet zien dat ik onderdanig was; ze taaiden af. Na een lawine op de Everest, op 6500 meter hoogte, heb ik ondersteboven in een gletsjerspleet gehangen. Toen kon ik niet gaan zitten huilen om de sherpa die er levenloos bij lag. Dat kwam later; op dat moment moest ik door. Door het vele reizen heb ik ­geleerd ik dat angst een onzinnige emotie is. Zodra ik angstgevoelens voel opkomen, zet ik die om in een pragmatisch denkproces. Ik schiet in de overlevingsmodus.

Onvoorziene situaties sluit je nou eenmaal nooit uit. Er kan altijd iets gebeuren wat je niet incalculeert, maar als je risico’s op de juiste manier afweegt hoef je niet te twijfelen of het goed is wat je doet. Ik benader hindernissen heel rationeel, en weeg de voors en tegens af. Ik stel mezelf bijvoorbeeld de vraag: is deze ijsvlakte oversteken wel verantwoord? Hoe ouder ik word, hoe vaker ik er letterlijk een nachtje over slaap. Ik zet mijn tentje op en bekijk de situatie de volgende dag met een frisse blik. Het zit in de mens om meteen te willen handelen, maar emoties laten bekoelen werkt bij mij heel goed.

Ik ben geboren met een afwijking: ik wil uit een tas leven. Die “aandoening” wordt aangewakkerd door mijn buitensporige nieuwsgierigheid en natuurlijke onrust. Kinderen passen niet bij de manier waarop ik mijn leven leid. De maatschappij zou me er keihard op afrekenen: een moeder mag geen levensgevaarlijke expedities ondernemen. Als avonturier sta je soms behoorlijk alleen in je gedachten. De meesten vinden het wel heel gaaf wat ik allemaal doe, maar ik weet ook dat mensen het lastig vinden om mijn drijfveren te begrijpen. Met mijn vriend kan ik dit allemaal delen. Als avonturier kent hij het oergevoel dat je overvalt als je in een kajak door een zee vol ijsschotsen peddelt. Op zulke momenten is werkelijk niets nog belangrijk: geen sms, geen hypotheek, verjaardag of koude neus.’

Bernice Notenboom (51) beklom als tweede Nederlandse vrouw de Mount Everest en gaat al jaren op extreme expedities op de Noord- en Zuidpool, Groenlandse ijskap, Mount Everest, en in Siberië en Afrika. Ze wil de wereld ­laten zien wat de gevolgen van de klimaatverandering zullen zijn voor mens, dier en planeet. In maart vertrekt ze op haar Last Ice Expedition: skiën van de Noordpool naar ­Canada.

 

‘Moeilijke dingen doe ik graag alleen’

Soloroeier Ralph Tuijn (42) stak onder meer de Atlantische en de Grote Oceaan over.

‘In 1994 roeide ik met een paar jongens de Noordzee over, gewoon om te kijken of dat zou lukken. Na afloop stapte iedereen kotsend van ellende aan wal. Desondanks dacht ik: ik wil meer, verder, langer. Ik ben gaan fietsen. Na veertien maanden kwam ik in China aan, en daar werd ik beroofd van mijn geld en paspoort. Dat was de enige reden dat ik omdraaide, maar als het aan mij lag was ik nog jaren doorgefietst.

Intensieve sportprestaties gaan over lichamelijke inspanning en geestelijke ontspanning. In het normale leven is het andersom: lichamelijk doe je weinig, maar geestelijk word je gek ­gedraaid door andere mensen en de overheid. Ik doe moeilijke dingen graag alleen. Als het misgaat, kan ik alleen mezelf de schuld geven. Natuurlijk mis ik mijn dochter en mijn zoontje, maar eenmaal onderweg koppel ik me heel makkelijk los van thuis. Dat moet ook wel, ­anders kom ik nergens. Nu mijn dochter wat ouder wordt, vindt ze het vervelender als ik lang weg ben, maar niet zo erg dat het voor haar of voor mij onhoudbaar wordt. Ik bel regelmatig vanaf de boot, omdat ik het fijn vind om kort hun stemmen te horen.

Mijn heftigste ervaring was in 2013, toen ik op de Indische Oceaan twee keer ben aangevaren door een tanker. De kans dat zoiets gebeurt is klein, maar mij overkwam het twee keer op één dag. Als je zo’n huizenhoge stalen boeg op je ziet afkomen, denk je dat je doodgaat. Mijn roeiboot sloeg zes keer over de kop en ik raakte verstrikt in allerlei lijnen. Ik concentreerde me op mijn ademhaling en mijn hartslag, maar kon alleen maar denken aan die gigantische schroef die me aan stukken zou malen. Het blijft een wonder hoe ik dat, met slechts een paar gekneusde ribben, heb overleefd.

Om scherp te blijven tijdens het roeien laadde ik twee iPods vol met van alles en nog wat: galmden ineens de greatest hits van ABBA over die oneindige watervlakte. De muziek trok vissen aan: walvissen verzamelden zich om mijn bootje en er was een drie meter lange haai die me wekenlang volgde. Hij stootte af en toe plagend tegen mijn boot. Hij was nieuwsgierig, nooit agressief. Ik raakte aan hem gehecht. Toen hij me verliet, moest ik echt even slikken.’

Ralph Tuijn (42) roeide ruim 25.000 kilo­meter over de Atlantische en Grote Oceaan, fietste 100.000 kilometer door ruim zestig landen en doorkruiste daarbij zeven maal een heel continent. Hij ­ondernam een aantal Arctische expedities bij temperaturen van min 50 graden en beklom bergen op vijf continenten. Met zijn expedities haalde hij meer dan twee miljoen euro bij elkaar voor goede doelen. Hij werkt ook als psychiatrisch verpleegkundige.

‘Onderweg kent iedereen me steeds maar kort’

Manon Ossevoort (37) reed op een tractor van Nederland naar Kaap de Goede Hoop. In januari 2015 vertrekt ze per tractor naar de Zuidpool.

‘Na de theaterschool maakte ik mijn eerste grote reis alleen. Ik liep een oude pelgrimsroute in de Spaanse bergen. Daar werd ik verrast door een bevrijdend gevoel van zelfstandigheid. Voor het eerst nam ik de tijd om mezelf af te vragen wat ik belangrijk vond. Al lopend bedacht ik een personage: het tractormeisje. Ik wilde als actrice, in de rol van dat onbevangen tractormeisje, met haar open blik op reis gaan. Zelf ben ik een behoorlijke planner, maar ik wist dat je daar op reis niet veel aan hebt. Twee jaar later ben ik op een tractor naar Afrika gegaan: op zoek naar mooie dingen in de wereld, en naar verhalen die hoop geven. Ik kwam ook veel lelijks tegen: kindsoldaten, cholera-epidemieën, prostitutie-ellende en geloofsgevechten.

Ik reed 30 kilometer per uur, was vier jaar onderweg. Ik heb de meest ontwapenende dingen meegemaakt. Mensen namen me snel in vertrouwen en ik werd vaak thuis uitgenodigd. Omdat ik op doorreis was maakte ik nooit echt vriendjes. Iedereen kende me altijd maar kort en dat was soms eenzaam. Ondanks mijn voornemen dapper te zijn heb ik veel angstige momenten meegemaakt. Op het platteland van Zimbabwe betrapte ik een groepje duistere mannen op iets – ik weet nog altijd niet precies wat. Heel bewust deed ik ontzettend naïef en gaf een van die engerds een lift. Achteraf waarschuwde hij me: “Pas goed op, in dit gebied lopen gevaarlijke mensen rond.”

Hoe vaak ik niet van inwoners te horen kreeg dat het maar goed was dat ik bij hen was, want verderop was het heel onveilig. Mensen denken dat we alleen in Nederland huisje-boompje-beestje kennen, maar dat veilige gemeenschapsgevoel spreekt Afrikanen net zo aan. Zelf breek ik graag door veilige barrières; dat zit in me. Ook in Nederland verlopen mijn dagen nooit normaal; ik maak altijd iets mee. Misschien zoek ik mijn belevenissen onbewust wel op, omdat ik het anders saai vind.

In januari krijg ik een kindje, maar daar zeg ik mijn reis niet voor af. Papa neemt ouderschapsverlof op. Ik heb altijd met verbazing gekeken naar de wereld en de mensen om me heen. Waarom doet bijna niemand wat hij écht wil? Waarom laten zoveel mensen zich tegenhouden door hun angsten?’

Theatermaakster Manon Ossevoort (37) ­vertrok in 2005 op een Deutz-Fahr-tractor van Nederland naar Kaap de Goede Hoop. Vier jaar lang was ze ‘op zoek naar alle mooie dingen op aarde’. Onderweg verzamelde ze dromen van mensen die ze ontmoette. In ­januari 2015 reist ze per tractor naar de Zuidpool om al die dromen in de buik van een sneeuwpop te stoppen. In januari 2014 wordt ze voor het eerst moeder.

 

‘Ik was verbaasd toen mijn zoon zei dat hij me miste’

Solo-oceaanzeiler Henk de Velde (64) zeilde zes keer de wereld rond en vertrekt binnenkort weer.

‘Zodra ik op mijn scheepje zit, ben ik thuis. Ik heb het gevoel dat niets me kan overkomen, al weet ik ook dat elke golf mijn laatste kan zijn. De beslommeringen van de wal laat ik achter me. Liever afhankelijk zijn van de ­natuur dan van een overheid met al haar onzinnige regels.

Bij zoveel mensen staat angst zelfredzaamheid in de weg. Als je van tevoren gaat bedenken wat er allemaal kan misgaan zul je nooit vertrekken. Je moet niet geloven in valse zekerheden: een huisje-boompje-beestjebestaan kan net zo hard in elkaar donderen.

In 1984 kwam ik in de cycloon Oscar terecht, samen met mijn toenmalige vrouw, onze zoon Stefan van 3 en de hond. De golven waren twintig meter hoog. Vissen vlogen door de lucht en smakten op het dek kapot. Het zeil scheurde aan flarden, de reling brak af en ik moest mezelf vastbinden om niet van de boot te spoelen. Om mezelf meer kracht te geven begon ik keihard te schreeuwen: “Ik ben je thuis, jochie!” Stefan keek onverschrokken door het raampje van de kajuit. Intussen pieste de hond uit angst elke hoek van de kajuit onder.

Toen ik zo gevochten had voor het leven van de mensen die me lief waren wist ik weer waarom ik het liefst alleen reis. Ik wil keuzes maken die alleen mij aangaan. Soms realiseer ik me dat ik al een week niet heb gepraat. Dan kan ik mezelf ineens verrassen door hardop te roepen: “Hoi Henk! Hoe is het?”

Mensen bestempelen me graag als egoïst. Hoe kun je je zoon nou jarenlang alleen laten? Ik was oprecht verbaasd toen Stefan zei dat hij moeite had met mijn lange afwezigheid. Het opende mijn ogen, want voor die tijd had ik het altijd voor onmogelijk gehouden dat iemand me kon missen. Ik ben meer rekening gaan houden met zijn gevoelens en stuurde hem vaker een berichtje.

Een beetje zelfzuchtig ben ik wel, maar er zit nou eenmaal een onhoudbare exploratiedrift in me. Ik heb altijd de wereld willen rondzeilen, om mezelf te bewijzen dat ik het kon. Dat ik daardoor mijn vrouw verlies en vrienden ­teleurstel – dat is dan niet anders.’

Henk de Velde (64) werd bekend door lange solotochten over de oceanen en zijn boeken daarover. Op zijn negentiende haalde hij zijn stuurmanspapieren op de Zeevaartschool. In 1978 werd hij gezagvoerder, maar nam nog in hetzelfde jaar ontslag om zijn ­eerste wereldreis met zijn toenmalige vrouw te maken. Hij zeilde zes keer de wereld rond en vertrekt binnenkort weer naar nieuwe koude kusten, waarschijnlijk Groenland.

‘Liever dood dan voorspelbaar leven’

Ontdekkingsreiziger Arita Baaijens (57) verkende de woestijnen van Egypte en Soedan en reist nu te paard door Azië en Siberië.

‘Ik had een goeie baan als milieubioloog, maar op mijn tweeëndertigste nam ik ontslag. Ik wilde mezelf en het lot testen: als ik kan overleven in de woestijn zal er daarna nooit meer iets in mijn leven misgaan – en red ik het niet, dan heeft het zo moeten zijn. Ik kocht drie kamelen en trok de woestijn in.

Op reis wil ik buiten de gemakszone blijven, mijn nieuwsgierigheid volgen en mijn hersenen laten kraken. Ik wil op de toppen van mijn kunnen leven, want alleen dan kan ik uitvogelen wie ik zelf ben. Met het grijze midden heb ik helemaal niets. In een te veilige omgeving mis ik creativiteit, prikkels en afwisseling. Ik ga liever dood dan dat ik een voorspelbaar leven leid.

Risico’s beperk ik tot een minimum, maar de wetenschap dat mijn tochten nooit helemaal waterdicht zijn maakt het extra interessant. Om met gevaarlijke situaties te kunnen omgaan is het belangrijk opkomende paniek te herkennen. Ik ben weleens ernstig verdwaald. De waterbron die ik verwachtte bleef uit en de adrenaline gierde door mijn lijf. Als een kip zonder kop begon ik tegen mijn kamelen te schreeuwen. Ik probeerde mezelf te kalmeren: ging zitten, stak een peuk op en wachtte tot het beven van mijn handen stopte. Pas toen ik mijn ­paniek de baas was, kon ik een plan-B maken.

Jarenlang heb ik de woestijn boven een man verkozen. Tot drie jaar geleden. Mijn vriend weet dat ik met Kerstmis niet bij de open haard wil zitten en dat ik me niet druk maak om verjaardagen. Hij houdt onvoorwaardelijk van me, maar valt me daar niet mee lastig. Hij benauwt me niet met verwachtingen en verbiedt me niet om langere perioden weg te blijven. Zo’n relatie maakt mijn leven wat minder egoïstisch.

Een kinderwens heeft mijn reislust nooit in de weg gestaan. Ik had altijd nachtmerries over het opvoeden van kinderen. Moeder zijn is ook een avontuur, begrijp me niet verkeerd – maar het idee de rest van mijn leven aan een kind vast te zitten benauwde me. Geef mij maar babykamelen, die staan met een jaar op eigen poten.’

Arita Baaijens (57) is ­bioloog, schrijfster en ­ontdekkingsreiziger. Ze ­studeerde biologie en gaf na zeven jaar haar baan als milieubioloog op om de woestijnen van Egypte en Soedan te
verkennen. Ze verdiept zich in de levens­instelling van nomaden en wil culturen leren begrijpen. Als enige westerse vrouw bereist ze in haar eentje met kamelen de Sahara. Tegenwoordig trekt ze te paard door Azië en Siberië.

 

Bronnen: G. Brymer, Extreme dude! A phenomenological perspective on the extreme sport experience, proefschrift University of Wollongong, 2005 / L. Konkel, Extreme Psychology. There may be more to high-risk sports than a ‘no fear’ mantra, Scienceline, 2009[/wpgpremiumcontent]