Mijn moeder was als meisje van 13 vanuit Suriname naar Rotterdam verhuisd. Op haar 16de leerde ze een tien jaar oudere man kennen met wie ze in het geheim een relatie kreeg. Toen ze 18 was, bleek ze zwanger. Tot het laatst heeft ze haar zwangerschap geheimgehouden, ook voor die man. Toen haar ouders erachter kwamen, hebben ze haar naar een tehuis voor tienermoeders in Brabant gestuurd. Haar vader was een belangrijke man in de Hindoestaanse gemeenschap en ongehuwd zwanger zijn was een enorme schande.

Vlak na mijn geboorte is mijn moeder uitgehuwelijkt. Een jaar later kreeg ze weer een dochter en daarna nog twee kinderen. Mij heeft ze niet gezien en niet kunnen vasthouden. Ze heeft me wel horen huilen, vertelde ze later. Toen we elkaar jaren later voor het eerst zagen, zei ze: “Ik heb mijn verloren dochter teruggevonden.”
We ontmoetten elkaar in een kamer bij het Fiom*, dat haar voor mij had gevonden. We hadden allebei vooraf gesprekken gevoerd met hulpverleners van het Fiom, om ons voor te bereiden op de ontmoeting. Toen mijn biologische moeder en ik elkaar daarna huilend in de armen vielen, nu vier jaar geleden, kon ik niet vermoeden dat ik ooit nog

Log in om verder te lezen.