Ik was een jaar of 6 toen ik op een ochtend wakker werd met een hals vol wratten. Er zat er eerst eentje, maar die had kennelijk kindertjes gekregen. Mijn moeder maakte een afspraak bij de dokter en toen hij met een brander naderde, zei ze: ‘Als je niet huilt, krijg je een ijsje.’ Het deed zo veel pijn dat ik wel móést huilen, er kwamen gewoon vanzelf tranen uit mijn ogen. Tot mijn verbazing gaf mijn moeder me toch een ijsje.

Accepteer je jezelf zoals je bent?
TEST
Doe de test »

Accepteer je jezelf zoals je bent?

Dat moet de periode geweest zijn dat ik mijn lichaam wegdeed. Zo noem ik het maar; het was geen bewuste beslissing – ik hield op mezelf ermee te identificeren. Ik had natuurlijk nog wel een lijfje, maar het had geen belang meer, geen waarde. Ik sloot de boel af bij mijn nek en verschanste me, bij wijze van spreken, in mijn hoofd. Dissociatie heet het in vakjargon.

Ik was een jaar of 6 toen ik op een ochtend wakker werd met een hals vol wratten. Er zat er eerst eentje, maar die had kennelijk kindertjes gekregen. Mijn moeder maakte een afspraak bij de dokter en toen hij met een brander naderde, zei ze: ‘Als je niet huilt, krijg je een ijsje.’ Het deed zo veel pijn dat ik wel móést huilen, er kwamen gewoon vanzelf tranen uit mijn ogen. Tot mijn verbazing gaf mijn moeder me toch een ijsje.

Log in om verder te lezen.

Lisette Thooft schreef een boek over haar ervaringen in therapie: Kom uit je hoofd, uitgegeven door Boekerij.