Hij begon te zeggen dat het prachtig was, al dat onderzoek aan apen, maar meteen erbovenop dat het natuurlijk niks met mensen te maken had. Ik kon net zo goed de maan bestuderen: vergelijkingen met de mens waren eenvoudigweg belachelijk.

Op mijn vraag waarom hij dat vond, beweerde hij dat dieren in het heden leven, terwijl wij mensen altijd aan de toekomst denken. Terwijl hij met mij sprak, zat hij bijvoorbeeld al te bedenken hoe hij straks in zijn auto zou stappen en via de snelweg terugrijden naar de stad. Welk dier kon hem dat nadoen?

Het mooie is dat we steeds meer weten over vooruitdenkende dieren. Ik heb hierover natuurlijk mijn eigen verhalen. We hadden bijvoorbeeld ooit een chimpanseevrouw die in de late herfst, als de dagen kouder werden, al het hooi uit haar nachthok onder haar arm mee naar buiten nam. Ze verzamelde het hooi niet in reactie op de kou, want ze deed het in het verwarmde gebouw – nog voordat ze de buitenlucht gevoeld had. Ze moet

dus gedacht hebben dat aangezien het zo koud geweest was de dag ervoor, het vandaag wel weer zo zou wezen en dat hooi dus goed van pas kon komen. Er zijn ook waarnemingen bij wilde chimpansees, die uren voordat ze termieten gaan vissen op een heel andere plek hun werktuigen verzamelen – lange grashalmen, die ze dan in hun mond meedragen. Zo zijn ze voorbereid als ze later bij de termietenheuvels aankomen.

Onlangs hebben twee proeven wat meer gewicht aan zulke observaties gegeven. Een ervan betrof mensapen die een werktuig aangeboden kregen waarmee ze alleen later op de dag op een andere plek iets zouden kunnen doen. Net als de wilde apen, besloten ze moeiteloos om het werktuig bij zich te houden en te wachten op de juiste gelegenheid.

Een andere proef betrof blauwe gaaien die in drie onderling verbonden hokken werden gehouden. Elke ochtend werden de vogels in een van de twee uiterste hokken opgesloten: één hok had voer, het andere niet. Zo leerden ze dat ze soms zonder ontbijt kwamen te zitten.

Nu bleken deze vogels overdag, als ze voldoende te eten kregen, het overblijvende voer te gaan verstoppen. Ze deden dit vooral in het ontbijtloze hok. Als ze geen idee van toekomstige behoeftes hadden gehad, zouden ze natuurlijk hun voer over alle drie de hokken moeten verspreiden, maar ze kozen voor het hok waar ze de volgende ochtend mogelijk met een lege maag zouden zitten.

Het is dus helemaal niet zo zeker dat dieren alleen maar in het heden leven. Dat had ik die socioloog wel willen uitleggen, maar hij had ineens ongelooflijke haast om in zijn auto te stappen.[/wpgpremiumcontent]