Het geheim van een gezond lichaamsbeeld

Als ik even nadenk, kan ik er zo een reeks noemen: opmerkingen die mensen in mijn jeugd hebben gemaakt over mijn uiterlijk.

Blij met je lijf

De helft van de vrouwen is ontevreden met hun uiterlijk. Zo jammer, want een positief lichaamsbeeld ...

Lees verder

Een tante die in een gesprek met mijn moeder achteloos zei dat ik flaporen had. Nooit door iemand anders bevestigd, maar nog lang erna heb ik in de spiegel gecontroleerd of ik écht geen flaporen had.

Of dat klasgenootje van de middelbare school, dat zei dat ik op Nana Mouskouri leek met mijn haar los. Jarenlang mijn haar in een staartje gedragen. Terwijl ze het achteraf gezien misschien gewoon als grapje had bedoeld.

Ik blijk niet de enige te zijn. 70 Procent van de volwassenen denkt nog wel eens aan commentaar dat iemand in zijn jeugd op zijn uiterlijk heeft gegeven, schrijft Pieternel Dijkstra in haar boek Je uiterlijk. En, voegt ze toe, vaak speelt dat commentaar nog steeds een rol in hoe we op volwassen leeftijd ons uiterlijk zien.

Dat opmerkingen zo’n invloed kunnen hebben op hoe we onszelf zien – ook als ze nergens op slaan – komt doordat we eigenlijk helemaal niet zo’n duidelijk, vastomlijnd beeld van ons uiterlijk hebben, en al helemaal niet in onze jeugd.

We hebben geen kant-en-klaar plattegrondje van ons lichaam in ons hoofd. Als u bijvoorbeeld probeert een tekening van uw lichaam te maken, merkt u dat het best lastig is: hoe lang zijn uw benen eigenlijk precies, en hoe breed is uw taille?

Om toch een beeld van onszelf te vormen, integreren we alle informatie die we voorhanden hebben: signalen uit ons lichaam, ons spiegelbeeld, beelden op foto’s en video, alle positieve en negatieve opmerkingen die mensen over ons uiterlijk hebben gemaakt, ons ideale lichaam, en­zo­voorts.

Psychologen noemen dit ons lichaams­beeld: hoe we dénken dat we eruit zien. Het bestaat uit alle gedachtes en gevoelens die we hebben over ons lichaam. Hoe mooi, lelijk, dik, slank, mannelijk, vrouwelijk, fit of slap vinden we onszelf, zijn we trots op ons lichaam of schamen we ons er juist een beetje voor?

Dat beeld hoeft niet per se realistisch te zijn. Sterker nog: niemand heeft een lichaamsbeeld dat helemaal klopt met de werkelijkheid. Veel vrouwen schatten zichzelf bijvoorbeeld dikker in dan ze in werkelijkheid zijn. In een onderzoek waarin vrouwen werd gevraagd om de omvang van hun taille in te schatten, bleken ze die gemiddeld te overschatten met maar liefst 25 procent.

Onzekerheid maakt geremd

Of we daardoor ook een negatief lichaamsbeeld krijgen, heeft te maken met hoe belangrijk we ons uiterlijk vinden. Vinden we onszelf niet zo mooi, maar kan ons dat niet zoveel schelen, dan is er niets aan de hand. Het wordt pas een probleem als we uiterlijk heel belangrijk vinden, én onze eigen verschijning een onvoldoende geven.

Ons lichaamsbeeld heeft een grote invloed op ons dagelijks leven. Het gaat namelijk hand in hand met ons zelfbeeld: wie zichzelf lelijk vindt en daaronder lijdt, heeft meestal minder zelfwaardering, terwijl een positief lichaamsbeeld bijdraagt aan een positief zelfbeeld. Andersom heeft ons zelfbeeld weer invloed op de manier waarop we ons ­lichaam zien: een onzeker persoon is ook sneller onzeker over zijn uiterlijk.

Via ons zelfbeeld heeft ons lichaamsbeeld ook invloed op ons sociale leven. Een voorbeeld uit het boek van Dijkstra illustreert dit mechanisme goed. In een onderzoek kregen vrouwen door middel van visagie een nep-litteken in het gezicht.

Daarna zouden ze een gesprek hebben met een onbekende. Maar wat de vrouwen niet wisten, was dat het litteken weer stiekem was verwijderd: ze dachten dus ten onrechte dat ze een gesprek aangingen met een geschonden gezicht.

Andersom was de gesprekspartner (een onderzoeks­assistent) er niet van op de hoogte dat de vrouwen dachten dat ze een litteken hadden. Wat bleek? Na het gesprek rapporteerden de vrouwen minder oogcontact met de onbekende dan ze normaal met mensen hadden.

Ook dachten ze dat hij zich niet op zijn gemak voelde door hun litteken. Terwijl de onderzoeksassistent zich niet anders had gedragen dan normaal: hij wist immers niets over de weggeveegde littekens.

Dit onderzoek maakt duidelijk dat ons lichaams­beeld onze interpretatie van de reacties van anderen kleurt. Iemand die onzeker is over zijn uiterlijk, is meestal terughoudender in het contact.

Bovendien is hij vaak veel te druk bezig met de indruk die hij maakt, zodat hij minder goed luistert. Het ongemakkelijke gesprek dat zo ontstaat, kan hij vervolgens aan zijn uiterlijk toeschrijven, wat hem nog onzekerder maakt.

Ook tussen de lakens werkt de invloed van ons lichaamsbeeld door. Wie zichzelf aantrekkelijk vindt, voelt zich meestal ook seksueel aantrekkelijk. Maar negatieve gedachten over ons lichaam zorgen voor onzekerheid, schaamte en geremdheid in bed.

Uit een enquête van Psychologie Magazine werd bijvoorbeeld duidelijk dat vrouwen die positief over hun lichaam denken, meer zin in seks hebben dan vrouwen die hun uiterlijk een onvoldoende geven.

De cruciale puberteit

Hoe komen we dan aan dat lichaamsbeeld? We worden er niet mee geboren: baby’s weten nog niet eens waar hun lichaam begint of ophoudt. Geleidelijk aan worden kinderen zich steeds meer bewust van hun lichaam.

TEST
Doe de test »

Heb je een positief lichaamsbeeld?

Tot de puberteit blijft het lichaamsbeeld vervolgens ­redelijk stabiel, en is het vooral een kwestie van zelfvertrouwen: kinderen die onzeker zijn over zichzelf, zijn dat vaak ook over hun lichaam.

De puberteit is een cruciale fase. Uiterlijk wordt dan heel belangrijk en bepaalt voor een groot gedeelte het zelfbeeld. De meeste pubers zijn daarom heel gevoelig voor commentaar op hun uiterlijk, en een pukkel op een schoolfeest kan een ramp betekenen.

Tegelijkertijd verandert het ­lichaam drastisch. Meisjes krijgen meer rondingen, ze krijgen borsten en vet op heupen en dijen. Omdat ze daarmee minder slank worden dan ze waren, krijgen meisjes vaak een negatief lichaamsbeeld in de puberteit. Bij jongens gaat het juist andersom: die worden langer en breder, wat ze positiever maakt over hun uiterlijk.

Na de puberteit blijft onze tevredenheid met ons uiterlijk redelijk stabiel. Naarmate we ouder worden, vinden we onszelf wel iets minder mooi, want we krijgen meer rimpels en kwaaltjes. Maar tegelijkertijd wordt het belang dat we hechten aan uiterlijk ook minder, zodat ons lichaamsbeeld er weinig onder lijdt.

Mooie modellen

Vrouwen hechten gemiddeld meer belang aan hun uiterlijk en zijn er minder tevreden mee dan mannen. Bovendien zijn vrouwen geneigd om elk lichaamsdeel apart te beoordelen.

Ze kunnen bijvoorbeeld redelijk tevreden zijn met hun buik en hun gezicht, en zich toch blijven storen aan het vet op hun dijen. Door apart te focussen op ­delen die in hun ogen minder mooi zijn, wordt hun lichaamsbeeld daarom minder positief.

Mannen doen dat anders: die kijken juist meer naar het geheel. Voor lichaamsdelen die ze niet zo mooi vinden, vinden ze compensatie in lichaams­delen die ze wél waarderen.

Commentaar van anderen kan ons lichaamsbeeld flink op zijn kop zetten, of dat nu afkomstig is van leeftijdgenoten, ouders, partners of van mensen die we helemaal niet kennen. Hoeveel indruk dergelijke opmerkingen maken, hangt onder meer af van ons zelfvertrouwen en het belang dat we hechten aan ons uiterlijk.

Op jonge leeftijd, met name in de puberteit, zijn we extra vatbaar voor commentaar. Dan hebben we namelijk nog niet zo’n duidelijk gevormd lichaams­beeld, en hebben we ons nog niet goed kunnen wapenen tegen kritiek.

De manier waarop onze ouders omgaan met hun uiterlijk heeft eveneens invloed op ons lichaamsbeeld. Moeders die kritisch zijn op hun lichaam en veel lijnen, dragen dat vaak over op hun dochters.

Ook beelden in de media kunnen onze gedachten en gevoelens over ons lichaam veranderen. Iedere dag worden we geconfronteerd met bovengemiddeld mooie mensen op social media, in televisieprogramma’s en modetijdschriften.

Dat vertekent ons idee van een ‘gemiddeld mooi mens’, waardoor de lat hoger komt te liggen voor onszelf. Uit onderzoek blijkt inderdaad een verband tussen blootstelling aan de media en ontevredenheid over het eigen lichaam, hoewel het verband niet heel sterk is.

In een experiment bleek bijvoorbeeld dat alleen al het kort tonen van plaatjes van slanke modellen een direct nega­tief effect had op de (vrouwelijke) proefpersonen. Zij maakten zich meteen al meer zorgen over hun gewicht, waren minder tevreden met hun lichaam, waren zich meer bewust van zichzelf en hadden een minder goed humeur dan voor het experiment.

Wat onze ontevredenheid ook in de hand werkt, is dat er steeds meer mogelijk is om ons uiterlijk te verfraaien. Schoonheids­producten, gezondheidspreparaten, fitnessapparaten en reclames voor cosmetische ingrepen vliegen ons om de oren.

Schoonheid is daarmee iets geworden wat voor steeds meer mensen haalbaar is, als je er maar genoeg tijd, geld en energie in steekt. Dat maakt dat we meer eisen gaan stellen aan ons uiterlijk. Wie niet mooi is, heeft het niet hard genoeg geprobeerd, lijkt de boodschap.

Gelukkig laat niet iedereen zich even sterk beïnvloeden door ideaalbeelden, reclames of het commentaar van anderen. Vooral mensen die zich heel bewust zijn van zichzelf en de neiging hebben om zichzelf voortdurend te vergelijken met anderen, zijn vatbaar voor dit soort externe invloeden, is uit onderzoek gebleken.

Denk je tevreden

Wat kunnen we dan doen om ons lichaamsbeeld positiever te maken? In de eerste plaats kunnen we natuurlijk ons uiterlijk veranderen.

Uit het weinige onderzoek dat is gedaan naar het effect van plastische chirurgie, blijkt dat een ingreep bij de meerderheid van de patiënten een positieve invloed heeft.

Na de operatie waren ze minder ontevreden over het lichaamsdeel dat ze onder handen hadden laten nemen. Ze schaamden zich minder in het openbaar, en hoefden minder energie te steken in het verbergen van dat ene lichaamsdeel.

Training

Rust in je hoofd

  • Wees vriendelijk voor jezelf
  • Vind meer innerlijke rust
  • Krijg zelfinzicht met het ‘zelfcompassiedagboek’
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Toch was het positieve effect vooral plaatselijk: de ingreep verbeterde niet hun algehele tevredenheid over hun lichaam. Cosmetische correcties lijken dus vooral geschikt om specifieke ontevredenheid met een bepaald lichaamsdeel aan te pakken, niet om algemene ontevredenheid met het uiterlijk te verminderen.

Ook afvallen gaat meestal samen met een verbetering van het lichaamsbeeld. Er is geen verband gevonden met de hoeveelheid gewicht die je kwijtraakt. Het lijkt erop dat de eerste kilo’s het meeste bijdragen aan de tevredenheid, en de twintigste kilo niet zoveel meer toevoegt.

Het verbeterde lichaamsbeeld blijkt wel behoor­lijk kwetsbaar te zijn: als je vervolgens weer aankomt, verslechtert het lichaamsbeeld weer direct, zelfs als het aantal aangekomen kilo’s maar een klein deel is van het totale gewichtsverlies.

Opvallend is bovendien dat verschillende studies hebben gevonden dat mensen die gewicht hebben verloren, nog steeds een negatiever ­lichaamsbeeld hebben dan mensen met hetzelfde gewicht, die nooit zwaarder zijn geweest.

In plaats van aan ons uiterlijk te sleutelen, kunnen we dus misschien beter onze gedachten en gevoelens over dat uiterlijk aanpakken. Bijvoorbeeld door te werken aan zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld, wat weer uitstraalt naar ons lichaamsbeeld. Of door na te gaan hoe realistisch onze gedachten over ons uiterlijk zijn.

Een psychologische aanpak, met name door middel van cognitieve gedragstherapie, blijkt inderdaad het lichaamsbeeld effectief en voor langere tijd te kunnen verbeteren. In een onderzoek hadden ontevreden vrouwen zelfs al na drie sessies duidelijk meer zelfvertrouwen en een positiever lichaamsbeeld.

Het aanpakken van onze ideeën kan dus een stuk goedkoper zijn dan cosmetische chirurgie. En het kan ons langer en duurzamer wapenen tegen plaatjes van te dunne fotomodellen, of opmerkingen over flaporen en Nana Mouskouri-kapsels.

‘Ik zag er veel ouder uit dan ik was’

Roelie (56) heeft onlangs een kleine facelift, een ooglidcorrectie en een buikwandcorrectie laten doen

‘Door mijn zwangerschappen en operaties was mijn buik al lange tijd ontzettend lelijk. In de sauna en op het strand probeerde ik hem altijd te verbergen.

Vanaf mijn vijftigste was ik bovendien ontevreden met de rimpels in mijn gezicht. Ik zag er veel ouder uit dan ik was: als ik mezelf op foto’s zag, schrok ik ervan. Ik hoef niet jonger te lijken dan ik ben, maar ik wil er wel gewoon uitzien als zesenvijftig.

Ik ben nog steeds ontzettend blij dat ik deze ingrepen heb laten doen. Gelukkiger word je er niet van, maar ik merk wel dat ik zelfverzekerder ben. Vooral met mijn buik ben ik blij. De facelift is expres klein gehouden: ik zie er nu uit zoals past bij mijn leeftijd.

Niemand heeft ooit iets gezegd over mijn rimpels, en mijn buik is bijna altijd verborgen onder mijn kleding. Ik heb het vooral voor mezelf gedaan. Het plaatje is nu weer compleet.’

‘Rondingen geven iets liefs’

Patty Vlietstra (38) heeft sinds haar zwangerschap maat 46 en is daar heel tevreden mee

‘Vijf maanden geleden ben ik bevallen. Vóór mijn zwangerschap had ik maat 42, nu draag ik maat 46. Stevige heupen en billen heb ik altijd al gehad. Maar ik denk dat als je gezond eet – met af en toe een handje chips – en voldoende beweegt, je het lichaam hebt wat bij je past.

Uiterlijk vind ik erg belangrijk. Mooi zijn is voor mij: van buiten uitstralen wat binnen in je zit. Je moet je lichaam met flair dragen. Ik heb liever een goede uitstraling mét rondingen, dan dat ik met een chagrijnig gezicht rondloop omdat ik op een blaadje sla leef. Rondingen geven een persoon iets liefs. Hoekig en recht maakt vaak hard.

Ik heb niet altijd lekker in mijn vel gezeten vroeger heb ik boulimia gehad. Sinds mijn dertigste denk ik: je neemt me maar zoals ik ben. Ik vind dat we tegenwoordig te veel naar perfectie streven. Steeds meer mensen laten iets aan hun lichaam veranderen. Mensen hebben minder liefde voor zichzelf. En als je geen liefde voor jezelf hebt, heb je dat ook niet voor anderen.