‘Je mag huilen, je mag vloeken, je mag slaan en schoppen,’ zeiden ze voor zijn eerste revalidatiesessie tegen Hein van de Sande. ‘Maar één ding mag je niet: zeggen dat je pijn hebt.’

Want dat Van de Sande pijn had, dat wísten ze wel in het azm, het Maastrichtse academisch ziekenhuis. Net als alle posttraumatische-dystrofiepatiënten leed hij pijn. Altijd. Van de Sande: ‘Ik verdroeg ’s nachts niet eens een deken op mijn been.’

En de aanpak van het azm zou die pijn in eerste instantie dus alleen maar verhevigen. Dat was de onverbloemde boodschap toen Van de Sande zich zomer 2008 aanmeldde bij het revalidatieteam van onderzoeker Jeroen de Jong. En ook: ‘We garanderen niet dat het je pijnvrij zal maken.’

Toch ging Van de Sande die herfst vrijwillig in behandeling bij het azm. Omdat ze hem daar wél de garantie durfden te geven dat hij uit zijn rolstoel zou komen. En Van de Sande wilde niets liever dan dat, na twee jaar vruchteloos revalideren bij een Brabantse instelling. Dat de behandelaars daar sceptisch waren over de aanpak in Maastricht, deerde hem niet. ‘Ik kon niet meer lopen, ik slikte iedere dag 21 pillen en

Log in om verder te lezen.