Maar niet alleen heb ik geen zin in confrontaties, vaak vind ik mezelf ook écht een zeurpiet. Je hoeft toch niet zo te miepen over een brood of een bureau? Moet ik dan op al mijn slakken zout gaan leggen? En – getver – heel de dag confrontaties aangaan? Alsof ik nog niet genoeg te doen heb, met al dat zeuren.

Training

Vergroot je assertiviteit

  • Beter voor jezelf opkomen
  • Nee zeggen zonder schuldgevoel
  • Inspirerende video’s met trainer Nienke Verhoeven
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

‘Je neemt jezelf niet serieus,’ zegt Korten streng. ‘Je hebt gevoelens, hebt wensen, maar je accepteert ze niet. Je moet je emoties en overtuigingen leren herkennen, en ze niet zo snel wegdrukken wanneer iemand tegenwicht biedt. Dan kun je namelijk bewuste keuzes maken over je gedrag en heb je meer regie over je leven.’

Meer regie over mijn leven! Dat klinkt fijn. Het ‘vermogen om te kiezen’ is volgens onderzoek een van de belangrijke onderdelen van geluk, en het valt gewoon te trainen. Uit talloze studies wereldwijd blijkt ook dat assertieve mensen gelukkiger zijn. Maar hoe krijg ik dat voor elkaar?

Realistischer denken

Volgens Korten komen mijn boze reacties voort uit sterke ideeën over wat hoort en niet hoort: ‘de moraalridder’ noemt ze die. ‘Maar je bent ook een pleaser,’ zegt ze, ‘je wilt dat je collega’s je wel aardig blijven vinden, dus bind je al snel in.’ Deze automatische reacties belemmeren me om rustig en beheerst mijn eigen behoeftes te verwoorden.
Korten: ‘Je hebt dus allerlei overtuigingen die je reacties sturen. Maar kloppen die overtuigingen? Het goede nieuws is dat je ze kunt onderzoeken en eraan sleutelen. Als je realistischer bent, hoef je misschien niet boos te worden, of bang te zijn dat mensen je onaardig of raar vinden. Dan ben je dus vrijer in je denken en doen.’

Enthousiast ga ik aan de slag met het boek over rationeel emotieve therapie, RET, dat ze me heeft aangeraden. RET helpt om je gedachten en ideeën te toetsen op hun realiteitsgehalte en hun bruikbaarheid, en te kijken wat ervan overblijft. Dat gaat volgens een schema: ik omschrijf de situatie (winkeleigenaar staat voordringen toe), de gedachtes die ik daarbij heb (dat is onrechtvaardig, maar als ik er wat van zeg vinden ze me raar, niet leuk, niet aardig), en de emotie (ik word boos maar zet niet door en voel me daarom een loser).

Om erachter te komen of mijn gedachten kloppen, geeft het boek allerlei handige vragen. Heeft iedereen dezelfde regels als ik? (Nee, kennelijk vinden sommige mensen voordringen oké.) Gaan mensen zich anders gedragen wanneer ik dat eis? (Daar heb ik tot nu toe nog weinig bewijs voor gevonden.) Is het mogelijk dat iedereen mij altijd aardig vindt, en vind ik zelf iedereen aardig? (Ik vermoed van niet, maar ik zou het best willen.) Hoe erg is het als ik iets vraag en mensen zeggen ‘nee’? (Best erg, maar het zal wel wennen.)

Wat ik zéker wil, is niet meer zo boos worden. Dan kan ik op een rustige manier mijn punt maken. En misschien zelfs die extra werkplek tegenhouden en dat laatste brood meenemen.

Weg met die glimlach

Ik begin goed, vind ik zelf. Op de parkeerplaats van de school pikt een busje een lege plek voor mijn neus in, door tegen het verkeer in te rijden. Het lukt me kalm te blijven – ik wíl niet boos worden en het is zinloos, want het busje staat er al. Ik zoek een andere plek en vind mezelf cool. Maar als ik de bestuurder binnen tegenkom, kan ik niet om hem heen. Zucht. Ik glimlach: ‘Je gaf me niet echt een kans om te parkeren, hè?’ Hij lacht terug. ‘O,’ zegt hij, ‘maar alles stond vast.’ Eh… ‘Oké, doei’, zeg ik.

Waarom jij altijd pech hebt en anderen niet (denk je)

Staat u altijd bij de verkeerde kassa? Dan hebben de buren beslist ook groener gras. De manier waaro...

Lees verder

Ik heb het gevoel dat er iets is misgegaan, maar wat? Twee dagen later bedenk ik dat ik had kunnen zeggen: ‘Behoorlijk vervelend’, of: ‘Wil je dat niet meer doen?’ En dat charmante glimlachen had ik ook beter kunnen laten.

Op mijn werk steekt een collega die even naast me staat, plotseling met geweld een naald in haar been. Ze heeft diabetes en vindt dat ze dat niet hoeft te verbergen. ‘Best eng om te zien,’ zeg ik flauwtjes, wit wegtrekkend. Ik wil niet dat ze dit in mijn blikveld doet, of wil dat ze op zijn minst eerst waarschuwt, maar tegen de tijd dat ik me dat realiseer, zit ze weer op haar plaats. Nu heb ik ook geen tijd meer om RET toe te passen, en me af te vragen: ben ik nou aan het zeuren, of kan ik dit gewoon vragen? Oftewel: heeft iedereen dezelfde regels over ‘vieze dingen doen in het openbaar’, en is dat erg? Kan ik de wereld opvoeden? En: vindt ze me echt niet meer aardig als ik vraag of ze dat niet wil doen?

Zeur ik nou, of niet?

Heel soms lukt het al om echt assertief te zijn. In de vergadering over de extra werkplek ben ik duidelijk, geduldig, en blijf bij mijn standpunt. Het bureau gaat weg. Ook vraag ik mijn collega-met-de-naald – zij het met een hypocriete, positieve saus: ‘Ik vind het goed van je dat je openlijk spuit’ – of ze wil waarschuwen voordat ze dat in mijn bijzijn doet. De ingewikkelde boodschap brengt haar eerst in de war, maar tot nu toe lijkt ze te hebben begrepen.

Maar voelt het goed, dat voor mezelf opkomen? Nee, niet echt. Dat ik mijn wensen uitspreek en ze daarmee – soms – realiseer, maakt niet dat ik geen rotgevoel aan de situatie overhoud. Ik word niet meer zo boos, maar voel me nog geregeld een zeurpiet. Ik vind het nog steeds vervelend dat ik mijn kantoorgenoten huurkorting ontzeg. En het voelt veeleisend dat ik mijn collega vraag na te denken voordat ze spuit. ‘Je moet de consequenties van je gedrag wel accepteren,’ zegt Korten daarover. ‘Vaak betekent het dat je de ander serieus moet nemen. Als iemand rekening met je wil houden, dan meent hij dat. Je krijgt iets van hem. Dat moet je leren aannemen, en niet denken: wie ben ik om dat te vragen, ben ik dat wel waard? Ja, dat ben je waard.’

Maar hoe leer ik een prettiger gevoel over te houden aan assertief gedrag? Je kunt het trainen, zegt ze, bijvoorbeeld door mensen af en toe een verzoek te doen. ‘Al vraag je maar of ze met je willen sparren over iets. Zo word je handiger in het “aannemen” – namelijk van iemands tijd en moeite.’

Enorme winst

Dat blijf ik lastig vinden. Maar wat al enorm helpt, is in plaats van snel boos te worden en weg te lopen, stil te staan bij wat er gebeurt en wat ik daarbij voel of denk. En me vervolgens af te vragen: is dit realistisch? Zinvol? Overdrijf ik misschien? Dat geeft me een gevoel van keuze: zal ik zeuren dat het mijn beurt was, of laat ik het gaan? Vraag ik of iemand wil ophouden met dat irritante getik, of voel ik me daarna alleen vervelender? Eigenlijk is dat een enorme winst na 46 jaar tobben.

En er is meer winst. Een vriendin die een duidelijk ‘nee’ van me heeft gekregen, zegt dat ze zich daardoor vrijer voelt me nog eens om hulp te vragen: ‘Want ik weet dat je ook nee kunt zeggen.’Inmiddels weet ik dat het beter is om iets minder aardig gevonden te worden dan iets tegen je zin te doen. Toch gaat het nog niet altijd goed, op een rustige manier voor mezelf opkomen. Maar ik denk in lastige situaties steeds vaker: ik ben nog niet goed in assertiviteit, ik vind het vervelend, en het ís nu eenmaal leuker om ja tegen iemand te zeggen dan nee. Meer regie hebben over je leven – en uiteindelijk meer geluk – is maar voor een deel assertief kunnen zeggen wat je wilt. Een ander deel is accepteren wie je bent en wat je behoeftes zijn – en dat is misschien wel het belangrijkste deel

Meer lezen over assertiviteit en RET?
Theo IJzermans, Coen Dirkx, Beren op de weg, spinsels in je hoofd, Uitgeverij Thema, € 22,99, e-book € 12,99
Theo IJzermans, Roderik Bender, Hoe maak ik van een olifant weer een mug?, Uitgeverij Thema, € 24,99, e-book € 12,99

[/wpgpremiumcontent]

Op mijn werk steekt een collega die even naast me staat, plotseling met geweld een naald in haar been. Ze heeft diabetes en vindt dat ze dat niet hoeft te verbergen. ‘Best eng om te zien,’ zeg ik flauwtjes, wit wegtrekkend. Ik wil niet dat ze dit in mijn blikveld doet, of wil dat ze op zijn minst eerst waarschuwt, maar tegen de tijd dat ik me dat realiseer, zit ze weer op haar plaats. Nu heb ik ook geen tijd meer om RET toe te passen, en me af te vragen: ben ik nou aan het zeuren, of kan ik dit gewoon vragen? Oftewel: heeft iedereen dezelfde regels over ‘vieze dingen doen in het openbaar’, en is dat erg? Kan ik de wereld opvoeden? En: vindt ze me echt niet meer aardig als ik vraag of ze dat niet wil doen?

Zeur ik nou, of niet?

Heel soms lukt het al om echt assertief te zijn. In de vergadering over de extra werkplek ben ik duidelijk, geduldig, en blijf bij mijn standpunt. Het bureau gaat weg. Ook vraag ik mijn collega-met-de-naald – zij het met een hypocriete, positieve saus: ‘Ik vind het goed van je dat je openlijk spuit’ – of ze wil waarschuwen voordat ze dat in mijn bijzijn doet. De ingewikkelde boodschap brengt haar eerst in de war, maar tot nu toe lijkt ze te hebben begrepen.

Maar voelt het goed, dat voor mezelf opkomen? Nee, niet echt. Dat ik mijn wensen uitspreek en ze daarmee – soms – realiseer, maakt niet dat ik geen rotgevoel aan de situatie overhoud. Ik word niet meer zo boos, maar voel me nog geregeld een zeurpiet. Ik vind het nog steeds vervelend dat ik mijn kantoorgenoten huurkorting ontzeg. En het voelt veeleisend dat ik mijn collega vraag na te denken voordat ze spuit. ‘Je moet de consequenties van je gedrag wel accepteren,’ zegt Korten daarover. ‘Vaak betekent het dat je de ander serieus moet nemen. Als iemand rekening met je wil houden, dan meent hij dat. Je krijgt iets van hem. Dat moet je leren aannemen, en niet denken: wie ben ik om dat te vragen, ben ik dat wel waard? Ja, dat ben je waard.’

Maar hoe leer ik een prettiger gevoel over te houden aan assertief gedrag? Je kunt het trainen, zegt ze, bijvoorbeeld door mensen af en toe een verzoek te doen. ‘Al vraag je maar of ze met je willen sparren over iets. Zo word je handiger in het “aannemen” – namelijk van iemands tijd en moeite.’

Enorme winst

Dat blijf ik lastig vinden. Maar wat al enorm helpt, is in plaats van snel boos te worden en weg te lopen, stil te staan bij wat er gebeurt en wat ik daarbij voel of denk. En me vervolgens af te vragen: is dit realistisch? Zinvol? Overdrijf ik misschien? Dat geeft me een gevoel van keuze: zal ik zeuren dat het mijn beurt was, of laat ik het gaan? Vraag ik of iemand wil ophouden met dat irritante getik, of voel ik me daarna alleen vervelender? Eigenlijk is dat een enorme winst na 46 jaar tobben.

En er is meer winst. Een vriendin die een duidelijk ‘nee’ van me heeft gekregen, zegt dat ze zich daardoor vrijer voelt me nog eens om hulp te vragen: ‘Want ik weet dat je ook nee kunt zeggen.’Inmiddels weet ik dat het beter is om iets minder aardig gevonden te worden dan iets tegen je zin te doen. Toch gaat het nog niet altijd goed, op een rustige manier voor mezelf opkomen. Maar ik denk in lastige situaties steeds vaker: ik ben nog niet goed in assertiviteit, ik vind het vervelend, en het ís nu eenmaal leuker om ja tegen iemand te zeggen dan nee. Meer regie hebben over je leven – en uiteindelijk meer geluk – is maar voor een deel assertief kunnen zeggen wat je wilt. Een ander deel is accepteren wie je bent en wat je behoeftes zijn – en dat is misschien wel het belangrijkste deel

Meer lezen over assertiviteit en RET?
Theo IJzermans, Coen Dirkx, Beren op de weg, spinsels in je hoofd, Uitgeverij Thema, € 22,99, e-book € 12,99
Theo IJzermans, Roderik Bender, Hoe maak ik van een olifant weer een mug?, Uitgeverij Thema, € 24,99, e-book € 12,99

[/wpgpremiumcontent]