Dinsdag, 17.32 uur, in de rij bij de deli. Er is nog één brood. Fijn, dat wil ik wel. Dan stopt er een dikke auto voor de winkel. De bestuurder roept naar binnen ‘Hou jij dat brood effe voor me apart.’ De deli-man doet het, met een joviale zwaai naar de man. ‘Wacht even, hier klopt iets niet!’ flap ik eruit. ‘Ik wilde dat brood ook! Hij stond niet eens in de rij.’ Mijn hart bonkt in mijn keel. Niemand zegt iets.

Log in om verder te lezen.