Hoe vaak overkomt het u dat u in een restaurant veel tijd uittrekt om een gerecht te kiezen, maar daarna toch jaloers naar het bord van uw ­tafelgenoot staart? Vaak? Dan staat u beslist ook geregeld bij een kassa waar de kassarol toevallig op is. En is het ­gazon van uw buren vast ook mooier dan het uwe.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Troost u: u bent niet de enige die hier last van heeft. Veel mensen menen dat het gras bij de buren groener is. Niet zo vreemd, schrijft de Amerikaanse auteur Jack Uldrich op zijn blog, want het ís ook zo. Dat wil zeggen: vanuit jouw perspectief. ‘Sta je op een grasveld, dan is het makkelijk de kale plekken te zien; gewoon even naar beneden kijken. Van een afstand daarentegen zie je alleen de groene graspunten – die de grasloze plekken bedekken.’

De ‘straf’ voor de ander

Die analogie gaat ook elders op. Met je neus boven op je eigen banksaldo, gezinssituatie of toestand van je huis zie je heel goed wat er mis is. Maar van een afstand is het beduidend moeilijker om andermans ‘kale plekken’ te zien.

Perspectief speelt ook een rol bij onze zogeheten ‘waarnemingsverwachting’, zegt Harold Bekkering, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. We zien doorgaans alleen wat we verwachten te zien, en bij anderen is dat nou eenmaal vooral de beloning die bij een bepaalde ­keuze hoort. Als de buurman naar een tropisch oord gaat, zien we hem dus ­lekker op zijn bedje aan de Phuket-zee liggen. Maar als we zelf een reis naar Thailand boeken, zien we ook de ­bijpassende ‘straf’: het gat in ons banksaldo.

Bekkering: ‘Voor de buurman maak je vanuit jouw perspectief alleen een plaatje dat is gericht op het zichtbare, de beloning. Datgene wat ervoor is opgegeven, het onzichtbare, neem je niet mee.’ Het helpt dus om ook bij anderen het reële plaatje te activeren, zegt Bekkering. ‘Zo zie je dat iedere keuze ook een tegenkeuze inhoudt.’

Want dat is wat andermans keuzes vaak zo aantrekkelijk maakt; dat we bij hen niet zo scherp waarnemen welke opties ze hebben uitgesloten. In de economische wetenschap worden dat de ‘alter­natieve kosten’ genoemd. Door voor een bepaalde optie te gaan, sluit je vanzelf andere opties uit. Kiezen is dus verliezen. Kies je voor de lasagne, dan eet je niet die salade die je tafelgenoot heeft genomen.

Toch lijdt lang niet iedereen even hevig onder de vergelijking met andermans gazon. Zogenaamde maximizers hebben er het meest last van: mensen die blijven wikken en wegen tot ze de allerbeste optie hebben gevonden. Daartegenover staan satisficers, mensen die zich tevredenstellen met de eerste de beste optie die aan hun wensen voldoet. ­Psycholoog en geluksonderzoeker Ad Bergsma: ‘De maximizer zou in de supermarkt liefst alle 36 soorten chocola proeven om de allerlekkerste mee naar huis te nemen.’

Uiteindelijk maken maximizers op die manier objectief gezien misschien wel betere keuzes. Maar erg blij zijn ze daar niet mee, zegt psycholoog Barry Schwartz in zijn boek The paradox of choice. ‘Als maximizers zichzelf met anderen vergelijken en ze vinden zichzelf slechter af, zijn ze daar heel ongelukkig over. Terwijl ze er ook maar weinig plezier aan beleven als ze wél beter af zijn.’ Voor maximizers is het glas dus sowieso halfleeg.

Een laatste reden waarom buurmans gras groener lijkt: niemand toont graag zijn zwakheden. De meeste mensen vertellen liever succesverhalen dan verhalen over mislukte etentjes of verkeerde aankopen.

Een beetje klagen helpt

‘We willen graag status verwerven door indruk te maken op de ander,’ zegt Ad Bergsma. ‘Maar dat heeft altijd een element in zich van anderen overtreffen. Neem het experiment waarin proefpersonen gevraagd werd wat ze wilden verdienen. Ze konden kiezen tussen 50.000 euro ontvangen in een omgeving waarin iedereen 100.000 euro verdiende, of 40.000 euro terwijl de omgeving 25.000 kreeg. De meerderheid koos voor het laatste. Niet het meeste geld dus, maar wel meer dan de ander!’

De remedie: toon je eigen ‘zwakheden’ door (een beetje) te klagen. Dat is wat de Amerikaanse psychologe Barbara Held adviseert in haar boek Stop smiling, start kvetching. Volgens haar zijn we te ver doorgeschoten in onze optimismecultuur. Door te verwoorden wat er mis is, kun je je gedachten ordenen en jezelf weer op gang helpen. Bovendien zul je zien dat je gesprekspartner vergelijkbare ­ervaringen opdist. Zo biedt juist klagen een kans op écht contact met anderen.

Een andere remedie? ‘Niet nodig,’ zegt Bergsma. ‘Negatieve gevoelens horen nou eenmaal bij het leven. Pas als het je hele leven nadelig beïnvloedt, wordt het een ander verhaal. Als je voor de derde keer in scheiding ligt, is de vraag wél relevant waarom dat anderen niet “overkomt” en jou wel.’

 

Bronnen o.a.: J. Uldrich, The grass isn’t greener on the other side, post op www.unlearning101.com, 10 september 2010 / A. Bergsma, O. Hamburger, Gelukkig werken; versterk je persoonlijk leiderschap, Boom/Nelissen, 2011 / B. Schwartz, The paradox of choice, HarperCollins, 2005 / D. Maister, The psychology of waiting lines, in: The Service encounter. Managing employee/customer interaction in service businesses, Lexington Books, 1985 / Barbara Held, Stop smiling, start kvetching; A 5-step guide to creative complaining, St. Martin, 2001[/wpgpremiumcontent]