‘Opeens kreeg hij een rare blik in zijn ogen. Ik wist direct: dit gaat fout.’ Ze was zestien, ze was verliefd – dacht ze. Ze had hem leren kennen via msn en hij schreef van die leuke, lieve dingen. ‘Mandy, het klikt zo goed tussen ons,’ schreef hij op een dag, ‘zullen we een keertje afspreken?’

Hij nodigde haar bij hem thuis uit en ze ging. Stom natuurlijk, weet Mandy nu, twee jaar later. Maar toen hij opendeed sloeg haar hart over: hij was knap en aardig. Hij maakte thee en stelde belangstellend allerlei vragen. Toen begon hij haar te zoenen.

‘We gingen vrij snel op zijn bed liggen,’ zegt Mandy, en ze schudt met een ongemakkelijk gebaar haar blonde krullen naar achteren. ‘Een beetje zoenen, een beetje vozen. Hij wilde verder gaan, maar dat wilde ik niet – ik zei dat ik hem nog nauwelijks kende.’ Ze stokt even en zegt dan: ‘Toen kreeg hij die vreemde blik in zijn ogen, en heeft mij me verkracht. Hij zei dat ik er aanging als ik zou gillen. Het deed veel pijn – maar vooral zijn blik zal ik nooit meer vergeten.’

Haar belager blijft na zijn gewelddaad op bed liggen en gaat relaxed

een vriend bellen. Mandy grist haar kleren bij elkaar en vlucht weg. Thuis zegt ze dat ze zich niet lekker voelt en loopt ze direct naar de douche. Dan gaat ze naar bed, doet geen oog dicht maar gaat de volgende dag naar school alsof er niets is gebeurd.

Eén op de zes meisjes in Nederland is weleens gedwongen tot seks. Mandy valt precies in de risico­groep, want tussen hun dertiende en 24ste hebben vrouwen vier keer meer kans om een verkrachting of aanranding mee te maken dan op andere leeftijden, waarbij de piek ligt bij dertien tot achttien jaar. ‘Dat is de groep die uitgaat, nieuwe mensen ontmoet, ­alcohol drinkt en situaties soms nog niet goed kan inschatten,’ zegt de Utrechtse psycholoog Iva Bicanic (36). ‘Juist op die leeftijd wordt veel geëxperimenteerd met intimiteit en seksualiteit. Meestal gaat dat goed, soms gaat het fout.’

Gevaarlijke leeftijd

Samen met seksuoloog Astrid Kremers (36) ontwikkelde Bicanic aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht een groepstherapie voor die gevallen waarin het fout is gegaan, steps. De afkorting staat voor de belangrijkste elementen van de therapie: Schrijven en spreken, Terugvalpreventie, Exposure en cognitief herstructureren, Psycho-educatie en Seksueel geweld. steps staat ook voor de stapjes die gezet worden om de gevolgen van het trauma de baas te ­worden. Want traumatisch is een verkrachting of aanranding al te vaak: zeker eenderde van de meisjes houdt er een posttraumatische stressstoornis (ptss) aan over.

Bicanic en Kremers hebben inmiddels 150 verkrachte of aangerande meisjes gesproken. Hun laatste (intake)gesprek was met een vijftienjarig meisje dat acht weken geleden is verkracht door een jongen uit de buurt. ‘Ze slaapt twee uur per nacht, gaat achteruit op school doordat ze zich niet kan concentreren, heeft ruzie met haar ouders,’ vertellen de therapeutes. ‘Als zij nu geen hulp krijgt, heeft ze over een jaar mogelijk allerlei bijkomende klachten ontwikkeld, zoals een depressie of eetproblemen.’

Slecht slapen, snel huilen, snel schrikken en voortdurende alertheid zijn kenmerken van steps die iemand na een ernstig auto-ongeluk ook kan hebben. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen daarnaast lijden aan specifieke problemen als buikpijn, misselijkheid, afkeer van aanrakingen en angst voor alle jongens en mannen.

Levensreddende reactie

‘Een meisje dat een ptss heeft,’ zegt Bicanic, ‘moet steeds aan de verkrachting denken terwijl ze dat niet wil: in herbelevingen of nachtmerries. Ook is ze steeds bezig ­situaties te vermijden. Sommige deelneemsters aan onze therapie durfden niet meer alleen over straat. Eén meisje verliet nooit het huis zonder twee lagen kleding over elkaar te dragen. Want, dacht ze, het zou een belager vast niet lukken om dat allemaal uit te trekken. Er was ook een meisje dat de telefoon niet meer opnam, uit angst dat het de dader was die belde.’

Mandy, die vorig jaar deelnam aan een van de therapiegroepen, werd het slachtoffer van een (vaag) bekende dader, en dat geldt voor 70 procent van de cliënten. Kremers: ‘Ze gaan in goed vertrouwen met zo’n jongen mee en denken: wij hebben samen iets leuks. Opeens gaat hij dan over grenzen heen en verandert het radicaal.’

Bicanic: ‘Na dat plotse, schokkende besef dat je in de val zit, kiest je brein vliegensvlug een reactie om je leven te redden. Meestal kiest het voor de freeze-reactie: verlamming. Dat is wat we van bijna iedereen horen: ik kon niet meer bewegen, ik kon niks zeggen, ik lag daar maar.’ Kremers: ‘Dat vinden ze heel erg. Iedereen denkt: als mij zoiets overkomt, ga ik slaan en gillen. Maar dan gebeurt het en heeft zo’n meisje niks gedaan… Dat is haast niet te verkroppen en dat leidt tot veel schuldgevoel en schaamte.’

Het helpt de slachtoffers al wanneer zij van de therapeuten horen dat deze lichamelijke reactie heel normaal is bij grote stress. Het helpt ze ook om met de groep (die uit vier lotgenoten en twee behandelaars bestaat) in te gaan op de, vaak onterechte, gedachten of ‘cognities’ die hen kwellen. Zoals: ‘Het is mijn schuld dat ik verkracht ben.’ Of: ‘Ik ben stom omdat ik niets heb gedaan tegen de dader.’

Weer naar het zwembad

steps is een vorm van cognitieve gedragstherapie, waarbij het uitgangspunt is dat gedachten, gedrag en gevoelens elkaar beïnvloeden. Wie denkt dat het haar eigen schuld is, kan zich somber gaan voelen en bijvoorbeeld slecht voor zichzelf gaan zorgen of zich terugtrekken. Wie in therapie de – wél terechte – gedachte aanleert: ‘Wat er is gebeurd, is de schuld van de dader’, zal zich minder schuldig en somber gaan voelen en zich gezonder kunnen gedragen.

Met ander gedrag wordt ook geoefend, stapje voor stapje, als een soort huiswerk. In de groep van Mandy zat de verlegen Tessa (17), die op haar zestiende is aangerand in het zwembad. Een jongen van school trok haar een kleedkamer in en rukte haar badpak uit. Hij betastte haar overal en dwong haar met hem te zoenen. Naar het zwembad was Tessa nooit meer geweest – ze durfde er niet eens langs te fietsen. Haar vermijdingsgedrag heeft ze langzaam kunnen loslaten door, in overleg met de behandelaars, eerst thuis haar badpak weer eens aan te doen, daarna langs het zwembad te fietsen en uiteindelijk te gaan zwemmen, eerst met een vriendin, ten slotte alleen.

Mandy zelf durfde geen contact meer te maken met jongens. Voor msn was ze als de dood, maar ook uitgaan deed ze niet meer. ‘Mijn doel was om weer wat meer met jongens om te gaan. In de groep heb ik daarvoor een stappenplan opgesteld. Eerst probeerde ik iets terug te zeggen als een jongen mij aansprak, daarna begon ik zelf eens een praatje en nu ga ik weer met jongens uit.’ Ze lacht even en bekent: ‘Ik geloof dat ik nu zelfs verliefd ben.’

Ruim een jaar zweeg Mandy in alle talen. Tot ze seksuele voorlichting kreeg tijdens de biologieles en in tranen het lokaal verliet. Een vertrouwenspersoon op school raadde haar aan om hulp te zoeken, en gaf haar informatie over steps. ‘Gemiddeld duurt het een jaar voor deze meisjes gaan praten, en anderhalf jaar voordat ze hier komen voor hulp,’ zegt Bicanic. ‘Ze denken vaak: dit ga ik gewoon vergeten,’ vult Kremers aan. ‘Het is gebeurd, ik stop het in een pot, deksel erop en ik ga verder met mijn leven. Soms lukt dat even, maar dan gebeurt er iets waardoor de deksel eraf vliegt. Ze krijgen een vriendje dat wil vrijen, of ze horen iets over verkrachting op tv.’

Eigenlijk, zegt Bicanic, hebben ze zelf al ondervonden dat ‘gewoon vergeten’ niet lukt. ‘Toch zijn ze vaak bang voor behandeling, omdat ze denken dat de prijs voor verwerking heel hoog is. Dat ze door een diep dal moeten. Wij zeggen dan: dat dal komt wel, want het is moeilijk om erover te praten, maar het ergste is al geweest. En dat heb je overleefd. Wij proberen ze te laten inzien dat ze de therapie wél aankunnen. En dat kunnen ze ook, allemaal, wat een positieve ervaring is die ze kracht geeft.’

Het hele verhaal vertellen

Het hele verhaal vertellen – daar zien de meeste meisjes vooral tegenop. Al in de tweede sessie wordt daarmee een begin gemaakt: ze gaan eerst thuis opschrijven en daarna groepsgewijs bespreken wat hen is overkomen. ‘Dit is een belangrijk gedeelte van de therapie, dat door de cliënten achteraf enorm wordt gewaardeerd,’ zegt Bicanic. ‘Ze ervaren het vertellen als een grote opluchting. Door erover te praten wordt de traumatische herinnering weer levendig, het meisje kan zich weer gespannen of bang voelen, maar dat gebeurt op een veilige en gestructureerde manier. Bovendien zitten er therapeuten bij die nieuwe informatie geven. Als het meisje zegt: Hij was twee meter lang en hij had een mes, dan zal de behandelaar haar helpen inzien dat ze dus niets kón doen. Dat geeft de mogelijkheid om het te verwerken.’

De deelneemsters krijgen ook ‘educatie’: over het doen van aangifte (daarvoor komen twee zeden­rechercheurs in de groep), over lichamelijke gevolgen (daarover komt een arts vertellen) en over risico’s die ze makkelijk kunnen mijden. Zo vindt seksueel geweld meestal plaats op het terrein van de dader – zijn huis, zijn auto –, en zijn ook het gebruik van alcohol, drugs of webcam risicofactoren. ‘Wij vertellen dat je ook een leuk leven kunt leiden als je niet al te veel risico neemt,’ zegt Kremers. ‘Natuurlijk kun je afspreken met een jongen die je via msn hebt leren kennen, maar doe dat dan in een café, of neem een vriendin mee.’

Voor en na de therapie vullen de meisjes vragenlijsten in, en dat doen ze zes en twaalf maanden na afloop wéér. Bicanic: ‘Daaruit blijkt dat alle scores op ptss, angst en depressie omlaag gaan. De meeste meisjes hebben na afloop geen ptss meer. Wel kunnen ze nog symptomen ervan hebben, zoals snel schrikken van onverwachte geluiden of aanrakingen.’

Bicanic en Kremers zijn enthousiast over de effecten die ze zien. ‘Meisjes die amper over het seksueel geweld konden praten, angstig waren en ons niet aankeken, staan aan het einde van de therapie vaak weer volop in het leven,’ zegt Kremers. Bicanic: ‘Soms is een meisje na een half jaar onherkenbaar veranderd, in de manier waarop ze loopt of weer lacht.’

Ook met Mandy gaat het nu, een jaar na haar behandeling, goed. Ze heeft geleerd dat ze minder risico’s moet nemen, zonder dat deze verkrachting haar schuld was. Ze kan weer contact maken met jongens en slaapt normaal. ‘Ik schrik nog wel snel,’ zegt ze. ‘Dat vind ik vervelend.’ Maar dat ze nu verliefd is, op een jongen uit haar klas, vindt ze niet eng. Spannend – dat wel.n

De namen van Mandy en Tessa zijn gefingeerd.

STEPS is ontwikkeld door psycholoog Iva Bicanic (links) en seksuoloog Astrid Kremers (rechts). De therapie wordt aangeboden voor meisjes van 13 tot en met 18 jaar in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht, en bij GGZ Rivierduinen in Leiden en Alphen aan den Rijn. Parallel aan de groep voor de meisjes is er een groep waarin hun ouders begeleiding krijgen. Het AMC in Amsterdam biedt de behandeling aan voor vrouwen van 18 tot 35 jaar. Meer informatie: steps@umcutrecht.nl

Advies nodig?

Heeft u last van de gevolgen van seksueel misbruik? Plusabonnees kunnen advies vragen aan psycholoog Iva Blcanic en seksuoloog Astrid Kremers. Wilt u ook plusabonnee worden, kijk dan op psychologiemagazine.nl[/wpgpremiumcontent]