Op de vraag wat voor werk ze doet, geeft seksonderzoeker Ellen Laan (46) het liefst een ontwijkend antwoord. ‘Als iemand naast me in het vliegtuig naar mijn werk vraagt, dan zeg ik dat ik psycho-fysiologisch onderzoek doe naar emoties. En dan op zo’n oninteressante toon dat diegene niet doorvraagt.’

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

In de bijna twintig jaar dat ze nu seksonderzoek doet, heeft ze namelijk gemerkt dat haar werk veel aandacht trekt en uiteenlopende reacties losmaakt. ‘Ik ben daarom al snel strategieën gaan bedenken om het er niet over te hebben. Mensen hebben toch vaak het idee dat je óf zelf problemen hebt op het seksuele vlak – dat je dit werk doet als een soort zelftherapie – óf dat je een overmatige belangstelling hebt voor seks.’

Beide zaken zijn bij Laan niet het geval, zegt ze lachend. Ook heeft ze geen heel sekspositieve opvoeding gekregen. ‘Ik kom uit een katholiek gezin waar niet zo veel over seks werd gepraat. Ik denk dat mijn ouders het nog steeds best ingewikkeld vinden om aan de familie uit te leggen wat ik doe.’

Zelf heeft ze wel altijd een positieve houding ­gehad ten opzichte van seks. ‘Mijn vader had een kapperszaak waar hij ook tabak en tijdschriften verkocht. Ik las altijd de rubrieken waarin problemen werden besproken. Het klinkt misschien gek, maar wat ik daaruit heb geleerd is dat je op seksueel gebied je eigen koers moet varen. En dat heb ik altijd gedaan. Toen ik bijvoorbeeld op mijn veertiende een vriendje kreeg dat graag seks wilde, heb ik niet ingestemd. Ik was daar nog niet aan toe. Ik heb dus altijd wel positieve gevoelens over seks gehad. Daarom was het zeker niet raar om seksonderzoek te gaan doen, maar ik heb het niet bewust van tevoren gepland.’

Misverstanden

Ellen Laan is het seksonderzoek naar eigen zeggen ingerold. Ze studeerde klinische psychologie en wijdde met een medestudent haar afstudeeronderzoek aan dit vakgebied. Daarna promoveerde ze. Na jarenlang verbonden te zijn geweest aan de Universiteit van Amsterdam – onder meer als universitair hoofddocent – werkt ze nu in het Academisch Medisch Centrum. Ze behandelt er vrouwen met complexe seksuele problemen; daarnaast doet ze wetenschappelijk onderzoek.

Dat onderzoek richt zich op seksuele opwinding bij vrouwen. Hun seksualiteit lijkt ingewikkelder in elkaar te zitten dan die van mannen. Kort gezegd: als een man lichamelijk opgewonden is, is hij dat geestelijk ook. Bij vrouwen is er slechts een geringe relatie tussen fysieke en geestelijke opwinding. Een vrouw kan dus lichamelijk opgewonden zijn zonder dat ze zich ook opgewonden vóélt. Laan: ‘Voor vrouwen moet er ook aan veel meer niet-seksuele voorwaarden zijn voldaan. Vrouwen letten minder op hun lijf en meer op hun omgeving: is seks gepast, is het veilig, word ik er niet bij gestoord?’

Dat bij vrouwen lichaam en geest meer zijn los­gekoppeld, leidt soms tot misverstanden. Zelfs nu zien sommige rechters fysieke opwinding bij verkrachting volgens Laan nog als bewijs van instemming van de vrouw. ‘Een paar maanden geleden werd ik benaderd door een advocaat die een vrouw vertegenwoordigde die was verkracht binnen haar huwelijk. Ik moest hem uitleggen dat het vochtig worden van de vagina inderdaad geen bewijs is dat de vrouw instemt met seks.’

Basistraining

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar de patronen in je relatie
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Met inspirerende video's en artikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Volgens Laan voorkomt deze automatische respons in veel gevallen dat vrouwen in verkrachtingssituaties fysiek beschadigd raken. ‘Dat kan het functionele mechanisme zijn. Maar het kan ook voor het lichaam ­gewoon het meest efficiënt zijn om altijd die fysiologische voorbereiding te hebben.’

Erectie als bewijs

Maar waarom is de samenhang tussen lichamelijke en geestelijke opwinding bij vrouwen eigenlijk zo gering? ‘Het is lastig vast te stellen of het aan onze hardware ligt of aan onze software,’ zegt Laan. ‘Ik denk zeker dat onze anatomie ervoor zorgt dat vrouwen minder goede waarnemers zijn van hun eigen opwinding. Mannen hebben een duidelijker feedbacksysteem. Een van mijn collega’s vertelde me bijvoorbeeld dat toen hij als tiener een leuk meisje ontdekte, hij zijn erectie zag als bewijs dat hij écht verliefd was.’

Vanuit evolutionair oogpunt zou het volgens Laan goed te verklaren zijn waarom vrouwen op deze manier zijn gebouwd. ‘Het stelt ze in staat kieskeurig te zijn op seksueel vlak. Omdat vrouwen maar een beperkt aantal kinderen kunnen voortbrengen, zou kieskeurigheid hun reproductieve succes vergroten. Als je als vrouw bij lichamelijke prikkeling direct zou overgaan tot seks, zou dat ertoe kunnen leiden dat je door het sufferdje wordt bevrucht.’ Maar, nuanceert ze: ‘Dit soort evolutionaire theorieën is niet te toetsen.’

Volgens Laan wordt de rol van biologische factoren bij seksuele opwinding erg overschat. Zo is de aanwezigheid van testosteron een voorwaarde voor opwinding, maar zeker geen voldoende voorwaarde. ‘Aan de ene kant vind ik dat je niet naïef moet zijn en denken dat biologische factoren geen enkele rol spelen. Het gebruik van de anticonceptiepil leidt er bijvoorbeeld bij 10 tot 15 procent van de vrouwen toe dat ze minder zin hebben in seks. Dat komt doordat de pil de hoeveelheid biologisch beschikbare testosteron vermindert.’

Je hebt niet alleen seks met je hoofd, zegt Laan, maar ook met je lijf. ‘En daarmee kan natuurlijk iets aan de hand zijn. Maar meestal is er niets mis met onze neurotransmitters en hormonen.’ Het idee dat biologische factoren bij opwinding zo belangrijk zijn, wordt volgens haar gevoed door de farmaceutische industrie. ‘Ik ben fel tegen de medicalisering van seksualiteit. Zeker als je een ambivalente houding hebt ten aanzien van seks, kan het idee dat er biologisch iets mis is, ervoor zorgen dat je niet nadenkt over je wat je prettig en opwindend vindt.’ Want dat onderscheidt volgens Laans onderzoek vrouwen mét seksuele problemen van vrouwen zonder: ze denken negatiever over seks.

Laan denkt dan ook dat de socialisatie van vrouwen ertoe bijdraagt dat ze hun eigen opwinding niet herkennen. ‘Het is nog niet zo heel lang geleden dat mensen dachten dat vrouwen aseksuele wezens waren, die alleen konden worden ontsloten door een man: “The maiden must be kissed into a woman.” Nog steeds weten te weinig vrouwen volgens Laan hoe hun eigen lichaam werkt. ‘De meeste vrouwen die ik in mijn spreekkamer zie, hebben nog nooit hun eigen vagina verkend. Ik denk dat het in de ­klinische praktijk toch heel vaak een geval is van niet weten hoe je seksueel gezien in elkaar zit.’

Uit onderzoek door Laan blijkt dan ook dat de relatie tussen lichamelijke en geestelijke opwinding sterker is bij vrouwen die meer masturberen. Wie haar ­lichaam beter kent, kan er dus meer plezier aan beleven.

Steeds minder zin

Er is veel onzininformatie over seks, zegt Laan. Dat leidt er volgens haar toe dat mensen minder plezier aan seks beleven. Hoewel het wel vaak wordt gedacht, is seks bijvoorbeeld geen oerdrift. ‘Als je een tijd niet eet, overleef je dat niet. Heb je een poos geen seks of masturbeer je niet, dan ga je daar niet dood van. Het kan zelfs zo zijn dat je steeds minder zin hebt in seks. Seks is dus niet te vergelijken met honger en dorst, al is het natuurlijk wel van belang voor de overleving van de soort.’

Juist omdat seks geen oerdrift is, ontstaat het verlangen ernaar niet spontaan. Laan: ‘Mensen weten vaak niet dat je toch eerst iets seksueels moet doen om in een seksuele stemming te komen. Eerst moet je worden geprikkeld, pas daarna ontstaat het verlangen.’

Omdat voor vrouwen naast seksuele prikkels ook nog eens de omgevingsomstandigheden belangrijk zijn, moeten zij volgens Laan nog wat meer voorbereidingen treffen. ‘Veel vrouwen komen in de spreekkamer en zeggen: “Ik ben niet zoals mijn partner. Ik kan niet thuiskomen van mijn werk en dan binnen vijf minuten opgewonden zijn.” Dan denken die vrouwen: “Wacht even, de vuilniszakken moeten nog naar buiten en dat zou híj trouwens doen.” Veel gaat dus ook over gezien worden in een relatie; vrouwen moeten zich veilig voelen en bemind. De kinderen moeten in bed liggen en je moet met vrij grote zekerheid weten dat ze niet over vijf minuten wakker worden.’

Wat Laan vrouwen leert, is dat ze op zoek moeten gaan naar wat seks voor hen betekent, wat hen prikkelt en onder welke voorwaarden ze seks zouden willen hebben. ‘En dat hoeft écht geen twee keer per week, zoals onderzoek vaak suggereert. Het vervelende is dat iedereen zich daaraan spiegelt, terwijl ik die resultaten voor geen cent vertrouw. Seks is toch wel het meest overschatte onderwerp dat er is. Het is belangrijk, maar is het zó belangrijk? Waarom zou je een relatie pas als goed definiëren als je seks hebt? Waarom zou je niet gewoon ­prima zonder seks mogen? Van mij mag het![/wpgpremiumcontent]