Dit stukje zou eigenlijk over spiritualiteit moeten gaan, het thema van deze maand. Maar ik zou liegen als ik zou opschrijven dat juist dat onderwerp mij de afgelopen tijd heeft beziggehouden. Soms gebeuren er dingen die al het andere overschaduwen en relativeren.

Mijn vakantie heeft dit jaar een ongewoon einde gehad. ’s Morgens kwam ik opgewekt en uitgerust thuis, ’s avonds zat ik aan het sterfbed van mijn vader. Die snelle wisseling van decor drong me in een vacuüm dat onwerkelijk en vervreemdend aanvoelde. ‘Hij heeft op je gewacht’, zei een van mijn zussen, toen we elkaar in de armen vielen in de hal van het verpleeghuis waar hij al tweeënhalf jaar verzorgd werd. Onze emoties versterkten elkaar, maar de gedeelde ervaring verzachtte tegelijkertijd de pijn. Aan weerszijden van zijn bed haalden we herinneringen op, zijn handen in de onze. We zongen zachtjes zijn lievelingsliedjes en ik besefte dat dit de laatste keer was dat ik mijn vader levend zag.

Mijn vader is 86 jaar geworden, het was zijn tijd en het is goed zo. En toch is er een onbenoembaar gat geslagen. ‘Was het onverwacht?’, vroegen velen me in de dagen na zijn dood. Ja en nee.

Het einde was voorspelbaar, maar de bijbehorende emoties zijn rauw en niet vooraf te peilen. Wie een ouder verliest, rouwt om meer dan de geliefde vader of moeder. ‘Het lijden waar je doorheen moet in de rouw, is de andere kant van de liefde die je voor iemand gevoeld hebt’, zei psychologe Margaret Stroebe een klein jaar geleden in Psychologie Magazine. En vreemd genoeg hielpen die eenvoudige woorden me, zoals ook alle reacties steun gaven.

Het maakte niet uit of iemand tot mijn intimi behoorde of juist verder af stond: het mooie kaartje met het zelfgemaakte gedichtje van een vrouw die ik pas twee keer ontmoet had, de intense verbondenheid met mijn zussen en broers, de trefzekere brief van een oud-collega. Alle blijken van meeleven vergrootten mijn gevoel van erbij horen en lieten me delen in de universaliteit van de rouw. En zo gaat dit stukje dan toch nog over spiritualiteit. Want de kern van spiritualiteit ligt in een gevoel van eenheid en verbondenheid, van het besef onderdeel te zijn van een groter geheel.