Het is de blik in hun ogen, die hen bijblijft. ‘Al die mensen kijken naar je, ze hangen wanhopig aan je armen: help mij, neem me mee. Je ziet vrouwen die hun baby willen afgeven. Er was een bevalling tussen die duizenden vluchtelingen. Die vrouw keerde zich ervan af, ze wilde helemaal geen kind. Je hoort nu nog Dutchbatters zeggen: die blik laat me niet los, daar droom ik over. De meeste psychische schade is niet opgelopen doordat de granaten hen om de oren vlogen, maar door de aanblik van de vragende vluchtelingenstroom’, zo zegt humanistisch raadsman Bart Hetebrij, die in Srebrenica de Dutchbatters bijstond.

Hoe konden jonge jongens, de meesten tussen de 18 en 25 jaar, in zo’n situatie verzeild raken? En meer nog: hoe kon het zover komen dat 7500 moslimmannen waar wij ons over zouden ontfermen, genadeloos werden afgeslacht? Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (niod) heeft er 3393 pagina’s over geschreven. Elke gebeurtenis, elk detail dat kon bijdragen aan een verklaring, heeft het niod getracht te reconstrueren. Maar soms gaat het ons bevattingsvermogen te boven. Want het zijn niet alleen de feitelijke gebeurtenissen die de loop van de geschiedenis bepalen. Soms lopen we aan tegen de werking van de menselijke geest, tegen psychologische mechanismen, waardoor we ons moeilijk kunnen onttrekken aan de houdgreep van de situatie.

Beslissen onder stress

Het beeld van uitgemergelde mannen met ontbloot bovenlijf achter prikkeldraad, stond in 1992 symbool voor de gruweldaden die zo dichtbij huis plaatsvonden. We konden het toch niet laten gebeuren dat in Europa, in een land waar velen van ons de vakantie hadden doorgebracht, een oorlog plaatsvond die ons deed denken aan de Tweede Wereldoorlog? Bij het publiek, in de media, in het parlement en in het kabinet was de roep om interventie groot. En net zoals bij kleinere groepen kan gebeuren, ontstond er op collectief niveau in Nederland door de morele druk een vorm van groepsdenken: een overdreven tendens onder de leden van een groep om het met elkaar eens te zijn. Groepsdenken treedt op, zo stelde de psycholoog Irving Janis in de jaren tachtig, wanneer de behoefte aan eensgezindheid belangrijker wordt dan de wil om correcte informatie te verzamelen en de juiste beslissing te nemen. Onder stress wordt dit mechanisme sterker.

Bij groepsdenken worden risico’s onderschat, noodplannen slecht uitgewerkt, alternatieven niet volledig onderzocht, wordt informatie die niet strookt met de heersende mening genegeerd – zoals de ervaringen van de Canadese voorgangers in de enclave – worden de doelen niet goed onderzocht – zoals wat precies verstaan moest worden onder ‘safe area’ – en worden kritische tegengeluiden gesmoord, zoals de twijfels die geuit werden door defensie. ‘Wie kritisch was, liep het gevaar door anderen vanwege onvoldoende moreel besef te worden gediskwalificeerd’, zo meent het niod.

Vechten zit in hun genen

Moslimmannen zijn een stelletje bandieten, zo leerden Dutchbat-militairen al voordat ze een voet in Joegoslavië hadden gezet. Het niod-rapport heeft kritiek op de opleiding die ze kregen, die negatieve stereotypering in de hand werkte. ‘Dat heeft de verhouding tussen Dutchbat en de bevolking niet vergemakkelijkt.’

Mensen op de Balkan zijn vechtersbazen, zo was het idee. Al eeuwenlang begaan ze de gruwelijkste wreedheden. In de opleiding werd verteld dat ‘de Balkan altijd iets primitiefs heeft gehouden’ en dat geweld voelbaar onder de oppervlakte van het dagelijks leven zou liggen. Dat dit beeld van een speciaal type ‘Balkanmens’ gemakkelijk werd geaccepteerd, en niet alleen bij Dutchbat, komt doordat het een geruststellend idee is. Als het geweld in hun genen zit, dan komt het niet zo dichtbij. Dan kan zo’n gruwelijke oorlog bij ons in Nederland gelukkig niet gebeuren. Zo’n gevoel heeft ook invloed op de mate waarin je je in de strijd gooit. ‘Ik laat me niet om zeep brengen door een paar van die krijgsheren’, zo verwoordt Bart Hetebrij het heersende gevoel.

De moslimmannen in de weerbare leeftijd kwamen er het slechtst vanaf. Het derde bataljon Dutchbatters, dat uiteindelijk de val van Srebrenica meemaakte, kreeg z’n informatie vooral van de vorige twee bataljons. In rollenspelen speelden de ervaren Dutchbatters pesterige, irritante moslims die teksten riepen als ‘Allah will punish you!’ Uit het dagboek van een Dutchbatter: ‘Ze vertelden ons dat de moslims tuig waren, min of meer. Dat de vrouwen en kinderen wel altijd aardig waren. Maar die mannen met hun grote bek, daar moesten ze niks van hebben.’

De praktijk die ze tegenkwamen in Srebrenica, verergerde de stereotypering. Moslimstrijders gedroegen zich vaak vijandig tegenover Dutchbat, omdat het bataljon de taak had de moslims te ontwapenen. Humanistisch raadsman Bart Hetebrij: ‘In je ene hand heb je een stok om te slaan, maar je andere hand blijft leeg, omdat we niets hadden om weg te geven. Dan ben je in hun ogen bestraffend bezig. We werden nageroepen met: “Fuck you, go home!” Dat eenzijdige beeld van ‘kutmoslims’ gold dus vooral de moslimstrijders.’

Stereotypen bieden in moeilijke omstandigheden nu eenmaal meer houvast dan onderscheid maken naar individuen, zo schrijft het niod. Tezamen met de nadruk die het militaire bedrijf legt op groepsvorming, teamspirit en de trots op hun elite-eenheid, werkte de stereotypering nadelig op de bereidheid om de ‘anderen’ als afzonderlijke individuen te zien. ‘Daarmee werd het vermogen om – eenmaal in de enclave – op open wijze op situaties in te spelen, belemmerd. Dat is van grote relevantie gebleken voor de uitvoering van de taak in Srebrenica’, staat in het niod-rapport.

Het negatieve gevolg is dat als de nood hoog wordt, het gevoelsmatig iets gemakkelijker wordt om je te onttrekken aan een strijd die niet de jouwe is. ‘Er heerste wel een gevoel van: het is hun feestje en wij zijn niet uitgenodigd’, zo zegt psycholoog Paul Sanders, die bij de val van Srebrenica aanwezig was.

Doormodderen

De Dutchbatters stonden al vanaf het begin voor een onmogelijke taak. Van de demilitarisatie kwam nauwelijks iets terecht, de Serven hielden konvooien tegen, waardoor een ernstig tekort ontstond aan voedsel en brandstof. ‘De bataljons moesten dikwijls gefrustreerd en gedemotiveerd hun werk doen’, stelt het niod. Het gevoel van machteloosheid is een van de meest traumatiserende gevoelens, zegt Bart Hetebrij. ‘Dat begint al als je met een groep die enclave binnenkomt. Je moet eerst allemaal uitstappen, in een rij staan, en dan worden je pasjes door de Serven een voor een gecontroleerd. Je wordt gepest. Je bent volledig aan hen overgeleverd.’ Zijn collega Gerard Snels, die in een bataljon zat dat verantwoordelijk was voor bevoorrading, vult aan: ‘Toestemming om die konvooien door te laten, werd steeds vaker geweigerd. Na twee etmalen wachten kon je onverrichter zake terugkeren en kon je de voorraad verse groenten doordraaien.’

Dutchbat raakte steeds meer in een isolement, ook omdat het contact met de buitenwereld summier was. Gerard Snels: ‘Je moet niet vergeten, in die tijd hadden we nog nauwelijks gsm’s. Je mocht per maand vijf minuten bellen.’ De mogelijkheden tot verlof werden steeds minder. Bart Hetebrij: ‘Mensen zaten er op het laatst bijna zeven maanden zonder verlof. Steeds vaker dachten we: “Wat doen we hier in godsnaam nog?”‘

Maar er was geen andere optie dan doormodderen, een term die in het niod-rapport vaak terugkomt. Zowel op het niveau van Dutchbat als op beleidsniveau in de vn en in Nederland, dacht men geen andere keus te hebben dan doormodderen. Dit mechanisme staat in de psychologie bekend als verstrikking, ook wel genoemd het ‘als-de-bal-eenmaal-aan-het-rollen-is-mechanisme’. Als je A hebt gezegd, moet je ook B zeggen, en dan C, zonder bij machte te zijn het tij te keren. Dat geldt zeker voor mensen die niet het beleid maken, maar moeten functioneren in opdracht van hogerhand. De bekende sociaal-psycholoog Stanley Milgram constateerde het al in zijn experimenten naar gehoorzaamheid, waarin hij zegt: ‘Het probleem waarmee de proefpersoon wordt geconfronteerd, is hoe hij zich moet onttrekken aan een situatie die in een heel akelige richting evolueert.’

Niets doen is gemakkelijker dan iets doen

Tegen die achtergrond kwam het moment waarop langzaam duidelijk werd dat de Serven besloten de enclave aan te vallen. Dutchbat verkeerde nog in de veronderstelling dat er, als de nood echt hoog was, luchtsteun zou komen. ‘Ik heb in die tijd herhaaldelijk naar de lucht gekeken of er hulp kwam’, zegt psycholoog Paul Sanders. Toen die hulp uitbleef, raakte Dutchbat nog meer gedemoraliseerd.

In de vn en in Den Haag werd druk overlegd over de mogelijkheden tot terugtrekking, inzet van anti-tankwapens en gerichte luchtsteun, maar er werd niet ingegrepen. ‘De Nederlandse defensietop boog zich wel over het te voeren beleid, maar dit bleef vooralsnog zonder gevolgen’, zo is in het niod-rapport te lezen. Uiteindelijk gebeurde er niets, waarna de enclave viel en tienduizenden vluchtelingen zich naar de compound in PotocŠari begaven.

Waarom deed men niets? Afgezien van de praktische overwegingen (de gijzelaars, onenigheid tussen de Navo en de vn, het mandaat van peacekeeping in tegenstelling tot peacereinforcing), trad ook hier een psychologisch mechanisme in werking. Wanneer men in risicovolle situaties moet kiezen tussen iets doen of niets doen, zijn mensen van nature geneigd om niets te doen. Dit heeft te maken met counterfactual thinking, de neiging om je voor te stellen hoe een gebeurtenis anders had kunnen verlopen. Als je iets onderneemt met fatale gevolgen (ingrijpen had bijvoorbeeld veel Nederlandse slachtoffers kunnen eisen), voel je je achteraf veel verantwoordelijker voor de mislukte afloop dan wanneer je niets hebt ondernomen. Dat komt omdat je je achteraf gemakkelijk kunt voorstellen dat je het beter niet had kunnen doen. Mensen anticiperen op dit gevoel van spijt, en doen dan bij voorkeur niets.

Daarbij speelt in dit geval mogelijk de spreiding van verantwoordelijkheid een rol. De Unprofor-bevelslijn, waarin vertegenwoordigers van een groot aantal landen figureerden, was niet geheel doorzichtig. Nederland had het oppergezag, maar operationele aangelegenheden waren een zaak van de vn. Den Haag had bijvoorbeeld geen formele rol in het beslissen over luchtsteun. Het is volgens het niod de vraag of deze verschillende verantwoordelijkheden in Nederland voor iedereen duidelijk waren. Bovendien waren in Den Haag veel mensen bij de discussie betrokken, zowel vanuit de legertop als vanuit het ministerie. Hoe meer mensen betrokken zijn bij een beslissing, hoe minder men zich persoonlijk geroepen voelt om een moeilijke knoop door te hakken.

Genocide

Zo kregen de Serven de mogelijkheid om de enclave in te nemen. Door de uitbraakpoging van moslimmannen en de deportatie waarbij de mannen gescheiden werden van de vrouwen, kregen ze de gelegenheid om de gruwelijke massamoord te plegen op 7500 mannen. Deze gelegenheid is een schrikbarend alledaagse verklaring voor genocide. Uit de geschiedenis en uit onderzoek blijkt dat, om gewone mensen aan te zetten tot gruweldaden, er niet veel meer nodig is dan het verlagen van drempels. Interviews met nazi-oorlogsmisdadigers, zoals de beruchte Adolph Eichmann, lieten ook zien dat zij doodgewone mensen waren. In die zin had Karremans gelijk toen hij zijn inmiddels legendarische woorden uitsprak: ‘No good guys, no bad guys.’

Waarom beseften de betrokkenen niet welk afschuwelijk lot de moslimmannen zou kunnen treffen? Dat ze het niet vermoedden, ook niet degenen die in die dagen al getuige waren geweest van moorden door de Serven, wordt in het niod-rapport verklaard door de blikvernauwing die mensen onder stress kan overvallen. ‘Wie wil begrijpen wat zich met de Dutchbat-soldaten in PotocŠari heeft afgespeeld, moet zich rekenschap geven van de effecten die uitputting en angst kunnen hebben op het waarnemings- en handelingsvermogen. Blikvernauwing, in zichzelf gekeerd zijn, drang tot zelfbehoud, verdringing en geheugenverlies kunnen in situaties van grote stress optreden.’ Gerard Snels benadrukt ook de rol van ondervoeding en slaaptekort. ‘Dat heeft directe gevolgen voor de waarneming. Na maanden op noodrantsoen te hebben gezeten en weinig te hebben geslapen, kun je moeilijk helder denken.’

Ook de leiding functioneerde niet goed meer. Een luitenant spreekt achteraf van een algehele chaos: ‘Iedereen handelde naar bevind van zaken, wat er meestal toe leidde dat er weinig of niets gebeurde.’

Zowel de humanistisch raadslieden als de psycholoog die destijds aanwezig waren, benadrukken dat de Dutchbatters aan humanitaire hulp gedaan hebben wat in hun vermogen lag. Psycholoog Sanders: ‘Een beeld dat me altijd bijblijft, is een militair die ik zie lopen in de vluchtelingenstroom, met in een kruiwagen een oud vrouwtje. Het was voor hem enorm belangrijk om dat ene vrouwtje in veiligheid te brengen.’

En zo gebeurde wat iedereen had willen voorkomen, en wat niemand heeft kunnen stoppen. Rest de vraag of en hoe we dit hadden kunnen voorkomen. Wat als er luchtsteun was gekomen? Wat als Dutchbat de bevolking actiever had beschermd? De vraag is echter niet of we meer hadden moeten doen, maar of we meer hadden kúnnen doen, gezien de geestelijke staat waarin iedereen verkeerde. Met de psychologische kennis die we hebben, kunnen we zeggen dat je mensen niet in een dergelijke situatie moet brengen, aangezien wij slecht zijn toegerust voor dergelijke verantwoordelijkheden. Maar deze wetenschap is op zichzelf al weer een psychologisch mechanisme, de hindsight-bias: de neiging om achteraf te denken dat men de tragische afloop had kunnen voorzien. n

In de geschiedenis zijn meer voorbeelden bekend van gebrekkige besluitvorming door groepsdenken, zoals de Amerikaanse officieren die de oprukkende Japanse vliegdekschepen richting Pearl Harbour negeerden in 1941, het besluit van de VS in 1961 om Cuba binnen te vallen (Varkensbaai-incident) en het besluit in 1986 om door te gaan met de risicovolle lancering van het ruimteveer Challenger. De beslissing om Dutchbat uit te zenden zonder helder mandaat, zonder duidelijke afpraken over eventuele verdediging, zonder adequate opleiding, kan aan dit rijtje worden toegevoegd.

Uit het rapport: ‘Nog voordat ze uitgezonden waren, hadden de Dutchbatters het al over een ‘geitenpad’ in plaats van een zandpad. Kinderen ‘schooierden’, mannen waren ‘onbetrouwbaar en hielden jankverhalen’; alle moslimvrouwen droegen ‘pyjamabroeken’, hoofddoekjes en hadden ‘snorren en typisch Bosnische gebitten’.’

Peacekeeping is iets anders dan het reguliere militaire optreden. Het is het verschil tussen ‘blauwe’ en ‘groene’ helmen. Het rapport spreekt over peacekeepers stress syndrome waar militairen last van kunnen krijgen, en over bystander anxiety: een mengeling van schuldgevoel, compassie, machteloosheid, frustratie, angst, woede en vijandigheid, dat ontstaat als mensen zich niet bij machte voelen om iets aan het geweld in de omgeving te doen.

De Dutchbatters die aanwezig waren toen de bussen arriveerden om de vluchtelingen weg te voeren, stonden voor een afschuwelijk dilemma. Humanistisch raadsman Bart Hetebrij: ‘Het gaat erom: welke keuze maak je in deze situatie? Er zijn jongens geweest die er principieel niet aan mee wilden werken, omdat het een etnische zuivering was. Anderen zeggen: je kunt in de marge nog wat betekenen voor de mensen, je kunt ze nog wat eten en drinken meegeven. Al kan ik maar stiekem nog twee mensen redden.

Gerard Snels vult aan: ‘Dat is ook het dilemma in de film Schindler’s List.’ Hij vertelt dat hij deze film vooraf in de opleiding had vertoond. ‘Toen ze de film bekeken, zeiden ze: “Zoiets ergs maak je waarschijnlijk nooit mee.” Maar achteraf vertelden ze me dat ze er wel aan hebben moeten terugdenken.’

‘U bent een nul en ik ben God’, beet generaal Mladic´ overste Karremans direct toe, toen deze zich voorstelde. Onderhandelen met Mladic´ over vrede, is hetzelfde als met je blote handen rood vlees voeren aan een rottweiler, had iemand al eerder opgemerkt. Karremans was niet voorbereid op de psychologische oorlogsvoering van Mladic´, en werd zo direct in een ondergeschikte positie gedwongen. De methode van Mladic´ wordt ook wel de methode van carrot and stick genoemd. Psycholoog Paul Sanders: ‘Als je je conformeert aan zijn wensen, krijg je een wortel, anders de knuppel. Met dit systeem van belonen en straffen creëer je onzekerheid.’ Minister Voorhoeve kreeg de indruk dat Karremans in die dagen gestrest, in verwarring en neerslachtig was, zo meldt het rapport.

• Srebrenica. Een ‘veilig’ gebied, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam: Boom, isbn 90 5352 716 8

• Zie voor de samenvatting: www.srebrenica.nl

• Sociale Psychologie, Sharon S. Brehm e.a, Gent: Academia Press, isbn 90 382 0237 7[/wpgpremiumcontent]