Wie zoals hij al zijn hele leven in Israël woont, weet niet anders dan dat het altijd oorlog is – en dat tekent je bestaan, zegt David Grossman. De allergrootste klap kreeg hij zes jaar geleden, toen twee ambtenaren aan zijn deur kwamen met de mededeling dat zijn 20-jarige zoon Uri niet zou terugkomen van het slagveld.

Niet verwonderlijk dat het gesprek met Grossman al snel gaat over verdriet, rouw en – natuurlijk – de Israëlische kwestie. Toch blijft zijn blikveld niet ­beperkt tot die oorlog en de gevolgen daarvan voor zijn persoonlijke leven. Grossman kijkt ook breder, bijvoorbeeld naar hoe we onze bestemming kunnen vinden in de chaos die het leven sowieso al is.

Dat hij zijn zoon heeft moeten verliezen is onverdraaglijk, zegt Grossman, maar toch wil hij zich er niet door laten verlammen. Een week na de begrafenis ging hij weer aan het werk – schrijven als een soort reddingsboei. Dat schrijven was ook nodig omdat andermans troostende woorden hem claustrofobisch maakten; hoe goedbedoeld ook, het bleven clichés. Hij móést het zelf omschrijven, in zijn eigen, nauwkeurige zinnen. De roman waarmee hij op dat moment bezig was, Een vrouw op de vlucht voor een bericht, had een toepasselijk verhaal: een Israëlische vrouw is bang dat zij ook twee van die ambtenaren met een doodsbericht over haar zoon aan de deur zal krijgen. Ze gaat op reis: een lange wandeltocht door de natuur. Ze heeft het magische gevoel dat ze haar zoon in leven kan houden zolang ze maar niet haar voordeur heeft geopend voor die mannen met dat ene bericht. 

Log in om verder te lezen.