Het EQ van Lietje van Blaaderen: ‘Ik beslis wat goed is en wat niet’

'Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in de diepte, bang zijn dat we niet bemind worden'Ze overleefde drie echtgenoten, twee oorlogen en een kamp. Ze ging er niet aan onderdoor, omdat ze van haar moeder een rotsvast zelfvertrouwen heeft meegekregen en van haar oppas het gevoel voor wat goed is en wat niet. Als psychiater propageert ze dat ouders zich moeten inleven in hun kinderen. Hoe scoort Lietje van Blaaderen (91) op de vijf dimensies van emotionele intelligentie?

Ze komt me halen van de bushalte met haar autootje. Op de stoel naast haar liggen vijf teckels. ‘Ga maar gewoon zitten. Ze gaan vanzelf wel opzij en ze bijten nooit.’ De hondjes springen uitzinnig van vreugde door elkaar en likken de gast in het gezicht. Lietje van Blaaderen (91) rijdt onverstoorbaar door naar haar landarbeidershuisje op de Veluwe. Na een rondleiding door haar prachtige zelfaangelegde tuin met waterval en stukken weiland, nestelen we ons in een van de zithoekjes. Met de kachel op 25, steekt ze direct van wal. Ze heeft een missie. Ze is bezorgd over waar het naar toe moet in deze tijden van geweld. ‘Ik denk dat de wereld aan geweld kapot gaat. Het wordt steeds erger, mensen doen steeds lelijker tegen elkaar.’

Is dit de vrouw die twee wereldoorlogen heeft meegemaakt, die een jappenkamp heeft overleefd, die drie echtgenoten heeft verloren? Met een stalen gezicht beweert ze dat ze het geweld in deze tijd erger vindt dan de Tweede Wereldoorlog. ‘De Holocaust was nog een stel tegen een groep, nu is het iedereen tegen iedereen. Israël en de Palestijnen, Ierland, de ruzie die ze maken in de politiek, het afmaken van Pim Fortuyn.’

Haar leven is totaal veranderd sinds 1993, toen ze in de krant las dat twee kinderen van tien de Engelse peuter James Bulger hadden vermoord. ‘Ik dacht: “Waar houdt dit op?” Ik kon er niet van slapen. Tot dan toe had ik rustig doorgeslapen. Al die oorlogstoestanden, watersnood, mijn man die doodgaat, ik slaap rustig door. Ik was wel depressief hoor, maar bij die kinderen heb ik echt wakker gelegen. Ik heb me ingeleefd in wat die jongetjes deden. Ik heb gedacht: “Dit zit in de mens, maar dit mag niet. Nu moet ik wat doen. Niet voor hen, maar voor mijzelf. Voor mijn eigen rust.”‘

Onvoorwaardelijke complimenten

Ze schafte een stapel boeken aan over kinderpsychiatrie, nodigde twintig mensen bij haar thuis uit om van gedachten te wisselen en schreef een boek: Wat ouders niet weten. ‘Mijn project heet preventie van geweld. Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in de diepte, bang zijn dat we niet bemind worden.’ Om dit tegen te gaan moeten kinderen een stabiele persoonlijkheid kunnen ontwikkelen en zich veilig hechten. Daartoe moeten ouders hun kinderen onvoorwaardelijk complimenteren. ‘Laten merken: wat geweldig dat jij je op deze leeftijd zo ontwikkelt!’ En ouders moeten zich inleven in hun kind.

‘Hé hé, Petite Surprise, niet doen. Braaf’, wendt ze zich plotseling tot een van de teckels. Petite surprise? ‘Ze is een incesthondje, ze kwam onverwacht. Op je mandje blijven zitten, braaf. Kijk, zo doe ik het ook met kinderen, hè? Braaf, op je mandje. Ze altijd het gevoel geven dat ze worden gewaardeerd.’

Onvermoeibaar somt ze talloze voorbeelden op van hoe ouders zich moeten inleven in hun kind. Je moet even het kind wórden. ‘Hoe je dat doet? Ik zal het je uitleggen. Moeder komt thuis van het werk, en wil de krant lezen. Het kind wil voorgelezen worden. Tegen een klein kind kun je al zeggen: “Hoe lossen we dit nu op?” En zo klein als ze zijn, kom je er al op uit: de ene keer in de krant kijken, de andere keer voorlezen. Het is helemaal niet waar dat kinderen egoïstisch zijn.’

Weten wat een kind voelt

Ze past haar theorieën toe op haar negen achterkleinkinderen. ‘Kijk’, wijst ze naar de fotowaaier met baby’s en peuters die op haar tafel staat, ‘dat zijn ze.’ Al hun moeders, haar kleinkinderen dus, hebben van haar het boekje gekregen. ‘Ze zeggen soms tegen me’, en ze zet een zeurstemmetje op: ‘”Het is wel moeilijk hoor Lietje, want als ik thuiskom wil ik wél mijn krant lezen.” En dan zeg ik: “Dan breng je het dus niet op voor je kind.”‘ Streng vindt ze dat niet van zichzelf. ‘Helemaal niet, als je het niet opbrengt, dan breng je het niet op. Ook deze kleindochter mag zijn zoals ze is. Ikzelf zou het wel opbrengen, nu ik het weet. Maar toen ik het nog niet in de gaten had… Tegen mijn eigen kinderen zei ik niet dat ik ze altijd even leuk vond. Ik zei gewoon niets. Ik dacht niet: “Wat een wonder.” Slechts af en toe, zo eens in de maand.’

Nu ze zelf tot inzicht is gekomen, wil ze dat iedereen het weet. ‘Ik wil het boekje onder de mensen hebben, zodat ze het doen volgens het boekje.’ Ze heeft het ‘Wat ouders niet weten’ genoemd: weten ouders niet dat ze zich moeten inleven in het kind? ‘Ze weten wel dat ze zich moeten inleven, maar ze weten niet wat een kind voelt. En daarom moeten ze informatie krijgen over de psychologische ontwikkeling in de eerste vier levensjaren. ‘

34 Kilo en geen kleren

Toen haar kinderen jong waren, zat ze in een jappenkamp. Daar was uiteraard geen sprake van enige aandacht voor persoonlijkheidsontwikkeling. ‘In het kamp is het een totaal andere toestand, daar ben je alleen bezig met overleven. Ik bemoeide me niet met die kinderen, ik had niets met ze te maken. Iedereen haalde zijn eigen eten, mijn zoontje van zeven haalde het voor hem en zijn zusje, en ik voor mezelf. De kinderen likten de pannen uit. Het enige wat ik nog wel deed, was ’s ochtends kijken of ze nog leefden. C’est tout. Het zijn jaren dat ik er niet was. Dat ik niet voelde. Niet gelukkig, niet ongelukkig, niets, alleen maar zorgen dat ik niet verdronk.’

Haar strijdbaarheid is ze echter niet verloren in het kamp. Na de bevrijding wilde ze zo snel mogelijk haar man zoeken, die aan de Birma-spoorweg werkte. ‘Ik had het laatste halfjaar geen briefkaart gekregen. Anderen wel. Ik dacht: “Die is dus dood.” Dat wilde ik zeker weten.’ Ze vertrouwde haar kinderen toe aan een vriendin en stapte naar het hoofdkwartier. Toen ze haar daar niet wilden helpen, begaf ze zich naar het vliegveld. ‘Ik wacht tot het schemerig wordt, ik kies het kleinste vliegtuigje. Ik hijs me erin, verstop me en blijf zitten. En ja hoor, na een tijdje komen er twee piloten, en het vliegtuig stijgt op. Op dat moment kom ik tevoorschijn, en zeg tegen die twee mannen: “Als jullie nu teruggaan, komen jullie in de problemen. Vlieg dus maar gewoon door naar Singapore.” Dat hebben ze begrepen. Het hoofd van het vliegveld in Singapore was helemaal in de war. Ik woog 34 kilo, had twee handdoeken om me heen, en verder had ik geen kleren. Hij vroeg of alle vrouwen er zo uitzagen. “Ja, alle vrouwen zien er zo uit”, zei ik.’ Na drie dagen rondvragen, wist ze dat haar man Nicolaas was overleden. ‘Ik was er totaal van overstuur dat die man dood was, want het was een heel goed huwelijk. Hij is het’, en ze wijst naar een grote zwartwitfoto van een jonge, lachende man. De zon schijnt op zijn gezicht, zijn sjaal wappert in de wind.

Het verhaal is tekenend voor Lietje van Blaaderen. Op de moeilijkste momenten in haar leven nam ze altijd het heft in handen. Wordt Nederland bezet? Dan gaat ze in het leger om het land te bevrijden. Sterft haar tweede echtgenoot aan kanker? Dan gaat ze medicijnen studeren om kanker te bevechten. Gaat de wereld ten onder aan zinloos geweld? Dan schrijft ze een boek. En haar strijd is nog niet voorbij. Omdat kleine kinderen tegenwoordig een groot deel van hun leven op de crèche doorbrengen, wil ze een boek schrijven over de persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen op de crèche. ‘Ik wil het een ander laten schrijven, want ik wil hier lekker in de tuin zitten. Maar als niemand zich aandient, zal ik het zelf maar weer doen.’

Hoe is het mogelijk dat iemand zoveel meemaakt, en toch niet kapot te krijgen is? Zelf heeft ze twee verklaringen, die terugvoeren tot haar vroegste jeugd. De eerste is de onvoorwaardelijke goedkeuring van haar moeder. ‘Mijn moeder was idolaat van mij. Ze vond alles goed, ik heb geen een keer “Nee, dat mag niet” van haar gehoord. Ik kreeg pannendeksels om mee te slaan. Iedereen werd er gek van, maar mijn moeder vond het allemaal goed.’ Ze hield er een rotsvast vertrouwen in zichzelf aan over. Ze mag dan klein en fragiel ogen, ze is een sterke vrouw die duidelijk gewend is de gang van zaken te controleren. Is het niet handiger om een taxi naar haar huis te nemen? ‘Nee hoor, je komt maar gewoon met de bus.’ Een gevoel van controle is een van de belangrijkste eigenschappen die mensen beschermen tegen trauma’s. Lietje heeft zich, ondanks haar bewogen verleden, dan ook nooit een slachtoffer gevoeld. Integendeel, ze ziet zichzelf als een zondagskind.

De juffies

Als een vraag haar niet bevalt, zegt Lietje onomwonden dat de vraag niet ‘adequaat’ is. Ze weet heel precies wat ze wil vertellen, en laat zich niet op een ander spoor brengen.

Dat ze haar eigen grenzen kent en haar eigen oordeel kan vellen, zonder dat anderen haar hoeven te vertellen hoe het zit, heeft ze naar eigen zeggen aan een bijzondere kinderjuffrouw te danken. Omdat haar moeder doof aan het worden was, werden ‘juffies’ aangesteld om op haar te passen. Nadat ze er drie of vier had weggepest – ‘Wat een heks was ik, hè?’ – kwam er een boerendochter van twintig jaar. Lietje heeft de anekdote al vaker verteld, omdat ze van haar de les van haar leven meekreeg. Lietjes truc was altijd om tijdens het wandelen precies de tegenovergestelde kant op te willen dan de juffies. Wou de juf linksaf langs het bos lopen, dan wou Lietje per se rechtsaf. Maar deze juffie zei: ‘Zie je een politieagent?’ Lietje had net geleerd dat je voor de politie moet oppassen. ‘Weet je wat we doen’, zegt juffie, ‘we lopen niet langs het bos, we gaan er dwars doorheen.’ Als ze aan de andere kant van het bos aankomen, staat daar een man die met een schop een kikker vermorzelt. De kleine Lietje is gechoqueerd. Even verderop zegt juffie: ‘Dat mag niet.’ Lietje vraagt: ‘Van wie mag dat niet, van de politie niet?’ Juffie: ‘Dat maakt niet uit. Van mij mag het ook niet, maar daar gaat het niet om. Het mag niet van jóu. Jíj vindt dat niet goed.’ ‘En dat’, zo vertelt Lietje, ‘heeft mij levenslang het idee meegegeven: ík weet wat ik goed vind. Daar hoef ik geen advies voor te hebben, dat hoeft niemand me te vertellen, dat hoef ik niet gelezen te hebben, dat wéét ik.’

Het is inmiddels donker geworden. Lietje had al aangekondigd dat ze om vijf uur een belangrijk telefoontje moet plegen. Plotseling veert ze op: ‘Nu moet je weg. Zorg dat je eruit komt.’ Is er nog tijd voor een toiletbezoek? ‘Nee. Moet je een plas dan?’ Op de tast frummel ik aan het klemmende hekje, dat de 91-jarige eerder met groot gemak had opengezwaaid. Ik loop dwars door de donkere weilanden, op zoek naar de bus. n

Afweermechanismen

Lietje van Blaaderen reist nog een keer per week naar de Amsterdamse PC Hooftstraat, waar ze therapie geeft. In haar praktijk krijgt ze regelmatig oorlogsgetroffenen. Ze probeert bij hen hetzelfde te doen als ze beoogt bij kinderen. ‘Dat iemand het gevoel krijgt: ik ben een uniek mens en dat is iets heel bijzonders.’ Ook probeert ze hen zover te krijgen dat ze hun gevoelens onder ogen zien, hun afweermechanismen laten varen. ‘Die kampmensen vertellen niet wat ze van binnen meemaken, ze verdringen hun gevoelens. Maar als je jezelf niet laat zien, krijg je verwijdering.’

Zelf heeft ze een heel goed afweermechanisme, vertelt ze geamuseerd. ‘Als ik depressief dreig te worden, ga ik naar het casino. Ik zit dan zo geconcentreerd naar dat draaiende ding te kijken of dat nummer komt, dat al het andere op de achtergrond raakt. Pure hebzucht.’

De EQ-test

Emotionele intelligentie bestaat uit vijf kwaliteiten. Psychologie Magazine legde Lietje van Blaaderen op elk gebied een aantal vragen voor. De uiteindelijke score wordt bepaald door een combinatie van haar beschrijving van zichzelf en ons oordeel.

Zelfkennis

Lietje van Blaaderen is niet speciaal geïnteresseerd in haar eigen persoon. ‘Dat komt doordat ik van mijn moeder heb geleerd dat ik goed genoeg ben. Dat ik niet ergens naar hoef te streven. Mijn moeder heeft mij meegegeven: je bent mens en je bent oké.’ Als psychiater heeft ze zelf leertherapie gehad. ‘Ik ben een jaar of vier, vijf in analyse geweest. Maar ik denk dat ieder mens slechts een stukje van zichzelf kent. De rest kun je al doende leren. Van je geboorte tot je dood gaat je psychische ontwikkeling door.’

Score: 4

Empathie

Inlevingsvermogen is het sleutelwoord van Lietjes theorieën. ‘Als therapeut probeer ik me te vereenzelvigen met de patiënt, zonder hem te worden. Met nul- tot vierjarigen ga ik verder: zover dat ik voel wat het kind voelt. Ik ben niet de overgrootmoeder, ik ben drie jaar.’ De zachtaardigheid die je verwacht bij iemand die totale empathie voorstaat, is niet Lietjes meest vooraanstaande karaktertrek. Dat komt misschien doordat ze haar eigen grenzen zo goed kent. ‘Ik beslis wat goed is en wat niet. Als ik iets zie wat mij niet bevalt, zeg ik dat.’

Score: 3

Zelfbeheersing

‘Het komt zelden voor dat ik me niet kan beheersen.’ Slechts één keer per jaar valt ze tegen iemand uit. Ook met gokken weet ze zich in te houden. ‘Ik verlies nooit meer dan 50 euro en dan ga ik weg. En als ik een hoop gewonnen heb, ga ik net zolang door tot ik weer 50 euro heb.’

Score: 5

Zelfmotivering

Ze schrijft boeken, geeft lezingen, geeft therapie, nodigt elk jaar haar 25-koppige familie uit voor een skivakantie en deed tot vorig jaar nog de zwarte piste. Zelf vindt ze niet dat ze hard werkt om zichzelf in beweging te houden. ‘Ik spreid niet zoveel initiatief ten toon, want ik heb het al druk zat. Mij wordt alles toegeworpen. Ik heb nog nooit een interview of een bijbaantje zelf opgezocht, ik word altijd gevraagd.’

Score: 5

Betrokkenheid

Ze ligt wakker van het geweld in onze tijd, en doet er ook iets aan. ‘Omdat ik van juffie heb gehoord, dat er dingen zijn die ik echt niet goed vind. Het is helemaal in me gedrongen. Een gevoel van: ik hoef nooit meer aan iemand te vragen of iets goed is of niet, ik weet het.’

Score: 5

auteur

Heleen Peverelli

Heleen Peverelli is psycholoog en hoofdredacteur van Yoga Magazine.

» profiel van Heleen Peverelli

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Ik word buitengesloten door mijn zus en moeder

'Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in ...
Lees verder
Interview

Het EQ van Lietje van Blaaderen: ‘Ik beslis wat goed i...

'Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in ...
Lees verder
Branded content

Zo ontspan je nog beter in de trein

Terwijl we voor ons gevoel maar een beetje zitten te lummelen in de trein, gebeuren er allerlei nutt...
Lees verder
Branded content

Zo ontspan je nog beter in de trein

Terwijl we voor ons gevoel maar een beetje zitten te lummelen in de trein, gebeuren er allerlei nutt...
Lees verder
Artikel

Mediteren kun je leren

Wil je al tijden beginnen met mediteren, maar komt het er steeds niet van? Deze vakantie kun je er n...
Lees verder
Artikel

Mediteren kun je leren

Wil je al tijden beginnen met mediteren, maar komt het er steeds niet van? Deze vakantie kun je er n...
Lees verder
Artikel

Trauma: Het verschil tussen lijden en klagen

'Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in ...
Lees verder
Kort

Snuivende vader, cleane zoon

'Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in ...
Lees verder
Artikel

Mama, niet weggaan!

Wat doet het met je als je moeder op een dag verdwijnt, of het gezin verlaat voor een andere man? Dr...
Lees verder
Advies

Autistische zoon kan zich moeilijk verplaatsen in anderen

'Ik denk dat we allemaal de neiging hebben om gewelddadig te zijn. Dat komt doordat we, helemaal in ...
Lees verder
Interview

Als je een kind bent van zwakbegaafde ouders

Geen structuur, geen bescherming, geen basis. Een kind dat opgroeit bij verstandelijk beperkte ouder...
Lees verder
Artikel

‘Ik heb eindelijk mijn jeugd verwerkt’

Ernstige trauma’s uit de eerste jaren kunnen gevolgen hebben die pas later aan het licht komen –...
Lees verder
10523