Edith Eva Eger: ‘Ik besloot een leven te redden: het mijne, hier en nu’

Edith Eva Eger (90) was 16 toen ze werd gedeporteerd. Zij en haar zus overleefden alle selecties, hun ouders niet. Pas vele jaren later, bij een bezoek aan Auschwitz, besefte Edith dat ze zich niet meer verantwoordelijk wilde voelen voor de dood van haar moeder.

‘Het kan me zomaar overvallen: wanneer een sirene loeit, als ik ergens toevallig prikkeldraad zie, zware voetstappen achter me hoor, of schreeuwende mannen. Het is dat gevoel van duizeligheid, van angst. Mijn maag zegt dan dat er iets volledig mis is, dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren.

‘Het is niet mijn schuld dat ik ben verkracht’

Gedwongen seks – één op de zes meisjes in Nederland is er weleens mee geconfronteerd. In een nie...

Lees verder

Ik ben 90 nu, het is al ruim zeventig jaar geleden, en nog is het er, op de meest onverwachte momenten: onderweg naar de supermarkt, tijdens het spelen

met mijn achterkleinkinderen, als ik iets op het nieuws zie.
Kijkend naar het diepste beeld dat in mij zit, zie ik drie uitgeputte vrouwen in donkerkleurige, wollen jassen staan. Gearmd wachten ze in een lange rij: mijn zus Magda, onze moeder en ik, stevig tegen elkaar aan geklemd. Het is stoffig aan de poorten van Auschwitz: onze schoenen zitten onder het zand, net als de onderkanten van onze jassen. We weten niet, of willen niet weten, dat dit het laatste moment is dat we met z’n drieën samen zijn.’

Vrolijke muziek

‘De soldaten waren in 1944 in het donker naar ons huis in het Tsjechische Košice gekomen. Ze sloegen op de deur, stormden onze slaapkamers binnen, schreeuwden dat wij Hongaarse joden hier niet thuishoorden en “ergens anders” werden geplaatst. Mijn moeder, praktisch ingesteld als altijd, rende naar de keuken, pakte vlug wat potten en pannen, wat bloem en kippenvet – etenswaren waarmee ze ons, naar later bleek, twee weken in leven zou houden. Mijn vader, de dromer, liep doelloos heen en weer. Ik zag hem zijn geliefde boeken en kandelaars oppakken en weer neerleggen.
In de vrachtwagen waarmee we samen met andere joodse gezinnen werden weggevoerd, zaten Magda en ik naast elkaar op een kale, houten bank. Ze zei geen woord. In mijn catalogus van dingen uit mijn leven waar ik spijt van heb, steekt deze er met kop en schouders bovenuit: dat ik de hand van mijn zus toen niet heb gepakt.’

Engel des Doods

‘Bij aankomst in Auschwitz werd onze vader meteen bij de mannen gedreven. Het laatste wat we van hem hebben gezien, was dat hij uit de verte opgewekt naar ons zwaaide: door de vrolijke muziek die bij de ingang van het kamp uit de luidsprekers klonk, had hij het idee gekregen dat we hier alleen maar waren om te werken.
De drie vrouwen in de stoffige wollen jassen schoven steeds verder naar voren, in een eindeloze rij vrouwen en kinderen. Steeds kwamen we een stapje dichter bij de man waarvan we toen nog niet wisten wie hij was: dokter Josef Mengele, de Engel des Doods. Als hij grijnsde, zag ik het jongensachtige spleetje tussen zijn voortanden. Zijn stem klonk bijna vriendelijk als hij vroeg of er iemand ziek was, en hij stuurde degenen die “ja” antwoordden naar links. Net als de vrouwen boven de 40 en de kinderen onder de 14: “Jullie ook naar links.”’

 

Schoorstenen

‘Mijn moeder, 40, dirigeerde hij ook naar links. Ik wilde haar achterna gaan, maar Mengele greep mij bij mijn schouder. “Je zult je moeder heel snel weer zien,” zei hij, terwijl hij Magda en mij naar rechts duwde – naar het leven, zoals we even later ontdekten. Een medegevangene wees naar de rook die omhoogkwam uit een van de schoorstenen in de verte. “Je moeder wordt daar verbrand,” zei ze. “Je kunt maar beter beginnen met in de verleden tijd over haar te praten.” Ik was in shock, kon me niet voorstellen hoe mijn moeder die ik zojuist nog naast me had gehad, nu door de vlammen werd verteerd.
In Auschwitz kwam ik er snel achter dat ik het me niet kon permitteren te rouwen. Niet in dit kamp, waar aan alles gebrek was, waar dodelijke ziektes rondwaarden, waar je mensen om je heen zag sterven en vermoord worden, waar ik al mijn aandacht nodig had om de volgende minuut, de volgende ademhaling, te overleven. Ik kan dit overleven als mijn zus bij me blijft, dacht ik als een mantra. Ik hecht me aan haar alsof ik haar schaduw ben.
Om in zo’n omgeving te overleven, moet je je eigen behoeften overstijgen en jezelf wijden aan iets of iemand buiten jezelf. Voor mij was die iemand Magda, en het “iets” was de hoop dat ik het vriendje op wie ik in die tijd verliefd was, de volgende dag weer zou zien, want dan zou ik weer vrij zijn. Zo praatte ik elke dag tegen mezelf: als ik vandaag overleef, zal ik morgen vrij zijn.’

Radslag

‘In Auschwitz moesten we voortdurend in rijen staan: rijen waarvan we nooit wisten of ze de dood of het leven betekenden. Op een dag kwamen Magda en ik in twee verschillende rijen terecht. “Onze rij betekent de dood,” zei een meisje dat dicht bij me stond. Wat er ook staat te gebeuren, Magda en ik moeten dit samen doorstaan, dacht ik toen, zelfs als het de dood is.
Ik tuurde naar het besneeuwde stuk grond tussen ons en probeerde na te denken. Magda en ik keken elkaar aan, ik zag haar blauwe ogen. Ineens deed ik het: ik bewoog, maakte radslagen. Een bewaker staarde naar me, ik verwachtte elk moment de kogel, maar ik kon mezelf niet stoppen, bleef maar draaien. Zag ik het goed? Knipoogde de bewaker naar me? Ja, hij knipoogde. Deze keer win jij, leek hij te zeggen. In de paar seconden dat ik zijn volle aandacht had, rende Magda over het terrein naar mijn rij. Het bleek de rij met gevangenen te zijn die op de trein werden gezet: het kamp werd ontruimd.’

Amerikaanse soldaat

‘We kwamen op daken van treinwagons terecht, onze verzwakte lichamen aan elkaar vastklampend in de vernietigende wind. Onze trein werd gebombardeerd, we moesten wekenlang lopen. Op het laatst vielen elk uur honderden meisjes om ons heen neer. Te ziek of zwak om door te gaan, werden ze ter plekke gedood. Ook ik struikelde. Van uitputting kon ik niet meer verder. Ik voelde hoe Magda en een paar andere meisjes mij optilden. Dat deden ze omdat ik mijn brood vaak had gedeeld, zeiden ze.
Op het laatst was ik te ziek om nog te bewegen. Ik viel weer neer, raakte af en toe buiten westen, lag in een wirwar van dode lichamen. Daar, in die poel des doods, voelde ik op een gegeven moment dat er iets in mijn hand werd gedrukt: felgekleurde rode, bruine, groene en gele kralen. Je bleek ze te kunnen eten, ze heetten M&M’s. De man die zich over me heen boog, was een Amerikaanse soldaat. Naast me lag Magda. Allebei hadden we de allerlaatste selectie overleefd. We waren vrij.’

Heel ongelukkig

‘Daarna leefde ik verder, eerst alsof er niks was gebeurd. Je trouwt, krijgt kinderen, emigreert naar Amerika, neemt een baantje, gaat studeren, richt je op de dagelijkse rituelen. Toen mijn dochter op haar 10de een boek over de concentratiekampen ontdekte en vroeg of ik daar was geweest, vluchtte ik de badkamer in. “Nee, nee, nee, ik was daar niet!” wilde ik schreeuwen. Ik stond op het punt de spiegel kapot te slaan. Maar ik hield me in.
Onder de oppervlakte ging ik steeds meer voelen dat ik heel ongelukkig was. Eerst gaf ik de schuld aan mijn man, en we scheidden. Maar gaandeweg kwam ik erachter dat het niet aan hem lag maar aan mij: ik had het contact met mezelf afgesneden. Ik vertelde mijn ex dat ik hem miste en aan mezelf wilde werken. We zijn hertrouwd. Ik ging weer verder met studeren, klinische psychologie, werd psychotherapeut – ik denk omdat ik onbewust mezelf wilde helpen.’

‘Liefde is de beste therapie’

Sommige kinderen maken zulke vreselijke dingen mee dat ze voorgoed psychisch beschadigd lijken. Toch...

Lees verder

Blijven verzorgen

‘Zelf ging ik ook in therapie. Het eerste wat eruit kwam, was woede – die had ik in de oorlog niet kunnen uiten omdat het mijn dood zou hebben betekend. Over mijn oorlogsverleden moeten praten was ontzettend pijnlijk. Dat is het nog steeds, maar inmiddels weet ik dat gevoelens, hoe krachtig ook, tijdelijk zijn als je ze toelaat. Hoe meer je ze onderdrukt, hoe moeilijker het is ze te laten gaan. Jezelf uiten, zelfexpressie, is het tegenovergestelde van een depressie – dat leer ik tot op de dag van vandaag aan mijn patiënten. Om te genezen moet je de duisternis in jezelf omarmen: je wandelt door de vallei van de schaduw, op weg naar het licht. Je littekens hoeven niet te worden gewist – “genezen” betekent dat je de wond moet blijven verzorgen.’

Fatale keuze

‘Ondanks mijn therapie voelde ik dat ik nog iets moest: contact maken met de plek van mijn verlies. Daarom ging ik begin jaren tachtig terug naar Auschwitz. Ik trilde op mijn benen toen ik onder “ARBEIT MACHT FREI” doorliep. Ik zag weer de drie hongerige vrouwen in de stoffige wollen jassen. Mijn moeder die haar arm door de mijne haakte. Ik hoorde weer hoe ze “Knoop je jas dicht” zei, en “Ga rechtop staan”. En ineens hoorde ik de stem van Mengele: “Is zij je moeder of je zus?” Mijn moeders haar was grijs, maar haar gezicht was zo glad als het mijne. Ze kon voor mijn zus doorgaan. Maar toen ik daar voor hem stond, dacht ik niet na, ik voelde alleen elke cel in mijn lichaam die van mijn moeder hield, die haar nodig had. En dus gaf ik het antwoord dat ik me al die jaren had weigeren te herinneren, tot mijn terugkeer in Auschwitz: “Moeder.” Op het moment dat ik het uitsprak, realiseerde ik me al dat ik “zus” had moeten zeggen. Te laat. Mijn moeder moest naar links.’

Vergeven

‘De rest van mijn leven zou ik moeten leven met het idee dat ik haar had kunnen redden. Maar terug in Auschwitz besefte ik dat ik mezelf kon blijven geselen met die gedachte, of ervoor kiezen mezelf te accepteren: dat ik toen het verkeerde woord zei omdat ik honger had, doodsbang was, slechts 16, omgeven door blaffende honden, geweren en onzekerheid. Ik mag menselijk en niet perfect zijn.
Mensen vragen me vaak of ik de nazi’s kan vergeven, maar daar houd ik mij niet mee bezig. Vergeving gaat er voor mij om dat jij het slachtoffer in jezelf kunt vergeven, dat je alle zelfbeschuldigingen laat gaan – pas dan kun je verder. Dat wil niet zeggen dat mijn trauma weg is; wel heb ik er in de loop van mijn leven mee leren omgaan. Ik kan mijn verleden niet veranderen, maar wat ik wel kan, is ophouden met me afvragen waaraan ik het heb verdiend te overleven. In plaats daarvan kan ik ervoor kiezen een leven te redden: het mijne, hier en nu. Ik kan mezelf wijden aan het dienen van anderen en erop toezien dat mijn ouders niet voor niets stierven, door de wereld te vertellen over de oorlog. Ik zeg niet meer: waarom is mij dit overkomen?, maar: hoe wil ik verder? Dat houd ik mijn patiënten ook voor: hoe verschrikkelijk je trauma ook is, stel jezelf die tweede vraag, want ze opent de weg naar jouw leven zoals jij het graag wilt leven.’

Gedachtenvrijheid

‘In de veewagon naar Auschwitz, waar we met z’n honderden in waren gepropt, met één emmer water en één emmer voor onze uitwerpselen, waar het naar zweet en ontlasting rook, waar we bijna niks te eten hadden, waar mensen stierven onderweg, waar we staand sliepen, schouder aan schouder met de dood, noemde mijn moeder me op een nacht in het donker bij mijn koosnaam. “Dicuka,” zei ze, “we weten niet waar we naartoe onderweg zijn. We weten niet wat er met ons gaat gebeuren. Maar onthoud dat niemand dat wat jij in je eigen gedachten hebt, van je kan afpakken.”
Die zin van mijn moeder koester ik tot mijn laatste snik. Hij helpt me als er een sirene loeit. Ik bedenk dan dat ik de keuze heb mijn leven niet door mijn trauma te laten bepalen. Die vrijheid heb ik. Altijd en overal.’

Edith Eva Eger schreef een boek over haar oorlogservaringen en hoe ze als psycholoog mensen helpt om zich uit hun eigen gedachten te bevrijden: De keuze – Leven in vrijheid, A.W. Bruna, € 19,99

auteur

Edwin Oden

Ik schrijf heel graag. Het liefst mooie interviews waarin je de geïnterviewde ten diepste leert kennen. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de ontdekkingen die worden gedaan in de psychologie. Neem bijvoorbeeld het breinonderzoek, waar revolutionaire technieken de laatste jaren geweldige inzichten hebben opgeleverd.

» profiel van Edwin Oden

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Mijn ex zit nog steeds in mijn hoofd

Edith Eva Eger (90) was 16 toen ze werd gedeporteerd. Zij en haar zus overleefden alle selecties, hu...
Lees verder
Artikel

Edith Eva Eger: ‘Ik besloot een leven te redden: het m...

Edith Eva Eger (90) was 16 toen ze werd gedeporteerd. Zij en haar zus overleefden alle selecties, hu...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Artikel

De 4 basispatronen prikkeltypes

De een werkt pas echt lekker met een muziekje op de achtergrond, de ander kan zich dan juist niet co...
Lees verder
Artikel

De 4 basispatronen prikkeltypes

De een werkt pas echt lekker met een muziekje op de achtergrond, de ander kan zich dan juist niet co...
Lees verder
Kort

Wie zijn baan kwijtraakt, gaat door een rouwproces

Niet alleen het verlies van een dierbare, ook het verlies van een baan blijkt tot rouw te kunnen lei...
Lees verder
Interview

Isa Hoes: ‘Als het zwaar is, probeer ik licht te zijn’

Acht jaar is actrice en schrijfster Isa Hoes (50) nu alleen met haar kinderen, en ook daarvoor was h...
Lees verder
Artikel

Je bent sterker dan je denkt

Een ernstige ziekte, de dood van een geliefde, een vreselijk ongeluk: het zijn ervaringen die het be...
Lees verder
Artikel

Schaduwweduwen

Hun liefde moest een geheim zijn – hun minnaar was immers getrouwd. Toen hij overleed, moesten ze ...
Lees verder
Advies

Helpt EMDR bij pestervaringen?

Edith Eva Eger (90) was 16 toen ze werd gedeporteerd. Zij en haar zus overleefden alle selecties, hu...
Lees verder
Advies

Mijn zoon (4) mist overleden vader

Edith Eva Eger (90) was 16 toen ze werd gedeporteerd. Zij en haar zus overleefden alle selecties, hu...
Lees verder