Rob en ik waren acht jaar samen. Ik heb me nog nooit zo verbonden gevoeld met iemand als met hem. We waren echt bezig met bouwen aan de toekomst: we hadden een huis gekocht dat net was opgeleverd, er hoefde alleen nog een keuken in. Daar zouden we samen verder leven en met een beetje geluk een baby krijgen.

Op zondag fietste Rob altijd met een groep vrienden. Die zondag kreeg hij onderweg plotseling last van zijn hart. Het bleek een hartinfarct. Hij werd met spoed opgenomen om te worden gedotterd. Dat klinkt heftig, maar volgens de artsen was er geen reden om aan te nemen dat het nog een keer zou misgaan. Na een paar dagen werd hij uit het ziekenhuis ontslagen en hij was hartstikke blij om weer thuis te zijn.
Zaterdag zouden we naar het nieuwe huis gaan om te klussen. Vrijdagavond aten we nog gezellig samen en keken we televisie. We gingen vroeg naar bed omdat we de volgende ochtend bijtijds op wilden. Rob sliep onrustig, hij lag flink te woelen en te draaien. Om toch nog wat te kunnen slapen, ging ik in de logeerkamer liggen. Dat deed ik wel vaker, zonder dat ik

Log in om verder te lezen.