Zaterdagavond begonnen de weeën. Toen de verloskundige geen harttonen hoorde, dacht ze in eerste instantie dat het aan de batterijen lag. Maar Femke wist vanaf dat moment dat het mis was. Sinds vrijdag had ze de baby niet meer voelen bewegen. In het ziekenhuis bleek haar kind overleden. Maar de bevalling ging door. Na 26 uur – de gynaecoloog wilde geen keizersnede verrichten – werd Noa geboren. Een jongen. ‘Hij was mooi. Ik was blij dat hij eruit was en enorm trots,’ zegt Femke. ‘Het grote verdriet kwam pas later.’

Niet levensvatbaar

De geboorte van een dood kind druist in tegen de natuurlijke orde. Wat een viering van nieuw leven zou moeten zijn, wordt een afscheid. En de omgeving loopt gemakkelijk aan het verdriet van de ouders voorbij, want het kind was er voor hen nog niet.

Van de 180.000 kinderen die in 2006 geboren werden, stierven 856 baby’s voor of tijdens de bevalling. In de meeste gevallen bleek al in de loop van de zwangerschap dat het kind niet levensvatbaar was. Soms namen de ouders dan de moeilijke beslissing om de zwangerschap voortijdig af te breken. In andere gevallen overleed de baby vanzelf in de moederschoot. Dan stonden de ouders voor de keuze om de zwangerschap uit te dragen of de bevalling eerder op te wekken. Ook kwam het voor dat pas tijdens de bevalling bleek dat het mis was. In 250 gevallen stierf het kind tijdens of vlak na de bevalling, zoals bij Femke.

Log in om verder te lezen.