Het liedje van Annie M.G. Schmidt laat zien dat iedereen zijn woonplaats structureert volgens een eigen logica. De mentale kaarten die men in zijn hoofd heeft, kunnen dan ook van persoon tot persoon verschillen.

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Een methode om de mentale kaarten van mensen te bestuderen, is om ze een kaart van hun stad te laten tekenen. Zo liet de Amerikaanse sociaal-psycholoog Stanley Milgram Parijzenaars de kaart van de Franse hoofdstad tekenen, en deed planoloog Kevin Lynch hetzelfde met Los Angeles, Boston en Jersey City. In deze traditie deed Psychologie Magazine een exploratief onderzoek naar de manier waarop Amsterdammers de plattegrond van hun stad in hun hoofd hebben. Wij vroegen 32 inwoners om de kaart van Amsterdam te tekenen. Om ze zo min mogelijk te sturen, is de vraag heel open gesteld: ‘Ik wil u vragen om de kaart van Amsterdam te tekenen. Het hoeft geen perfecte, toeristische kaart te worden: het moet weergeven hoe u Amsterdam ziet.’ Alle elementen die de inwoners tekenden werden genummerd in de volgorde waarin ze op papier waren gezet. Uiteraard zijn er verschillende factoren die de resultaten ongewild kunnen beïnvloeden: onder andere hoe de vraag wordt begrepen, hoe goed iemand kan tekenen, hoe bekend iemand is met bestaande plattegronden of waar iemand zich bevindt. Ook is de groep van 32 tekenaars te klein en te weinig representatief voor de totale Amsterdamse bevolking om er algemene conclusies aan te verbinden. Toch zijn er opvallende overeenkomsten te zien.

De Dam als hart

De dertig getekende kaarten bekijkend, valt als eerste op dat de opbouw van veel kaarten redelijk overeenkomt. Het centrum van de stad met haar grachtengordel wordt door bijna iedereen centraal gesteld. Veel mensen (34 procent) tekenen zelfs alleen het centrum, en laten stadsdelen als de Pijp, de Jordaan en Zuid helemaal weg. Een kwart van de tekenaars begint met het Centraal Station. Daarna volgen meestal de Dam en de grachten: Prinsengracht, Keizersgracht, Herengracht en Singel, waarbij we meerdere proefpersonen het geheugensteuntje hoorden mompelen: Piet Koopt Hoge Schoenen. De Dam ligt in veel gevallen in het midden van het papier: een vrouw tekende de Dam zelfs letterlijk in de vorm van een hart, omdat dit plein voor haar het hart van de stad vormt. Een ander tekende alleen de Dam, met het monument als rijzig middelpunt. De grachten worden doorkruist door straten als de Vijzelstraat en de Leidsestraat, die echter niet altijd met naam genoemd worden. Het IJ in het noorden wordt door 59 procent van de mensen opgenomen in de kaart. In de illustratie ziet u in proportionele grootte afgebeeld welke elementen het vaakst als een van de tien eerste worden getekend.

De kaarten laten een coherent patroon van de stad zien, met de grachten als verbindend element. Het feit dat het beeld van Amsterdam zo eenduidig is en door iedereen wordt gedeeld, toont dat Amsterdam een stad is waarvan men zich gemakkelijk een beeld kan vormen. De stad bestaat uit herkenbare punten die verbindingen met elkaar vormen. De grachten vormen een duidelijke structuur waardoor mensen zich goed kunnen oriënteren. De stad is, om met de woorden van Kevin Lynch te spreken, erg ‘leesbaar’. Leesbaarheid is volgens Lynch van cruciaal belang voor een prettig leefbare stad: voor ons gevoel van veiligheid en rust is het belangrijk dat wij ons gemakkelijk kunnen oriënteren. Aan de kaarten die de inwoners tekenen van hun stad, kan men afleiden of de stad al dan niet leesbaar is. De kaarten van een weinig leesbare stad die Lynch onderzocht, Jersey City, bleken zeer fragmentarisch. De tekeningen vertoonden grote witte plekken en de inwoners concentreerden zich op de buurt waarin zij zelf woonden. Zij vonden het moeilijk om de stad te tekenen: Jersey City had in hun ogen geen duidelijk centrum en geen opmerkelijke districten. De mentale kaarten van Amsterdam zijn hiervan het tegenovergestelde! Amsterdam deelt haar leesbaarheid met bijvoorbeeld Manhattan, waar Milgram onderzoek naar deed. Door buurten die gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn, zoals Little Italy, Greenwich Village en Chinatown, heeft Manhattan net als Amsterdam herkenbare oriëntatiepunten die samen een coherent geheel vormen.

Parijs is anders

Dat Amsterdam een andere stad is dan Parijs, zal u niet verbazen. De getekende kaarten maken het echter mogelijk om de verschillen onder de loep te nemen. Stanley Milgrams Parijzenaars beginnen meestal met het tekenen van een globale ellips rond de stad; de périphérique. Alhoewel Amsterdam ook omgeven wordt door een snelweg, de Ring, speelt deze in het Amsterdamse beeld een veel minder grote rol. Slechts twee mensen nemen de Ring op in hun kaart. De tekeningen van Amsterdam hebben over het algemeen in het noorden een duidelijke begrenzing in de vorm van Amsterdam-Noord of het IJ. In het zuiden is er geen duidelijke grens. De tekeningen eindigen meestal met het Vondelpark, een vage aanduiding ‘Zuid’ of in enkele gevallen de Bijlmer of Diemen.

Een ander verschil met Parijs is de rol van de rivier. Na de périphérique gaan de Parijzenaars over tot het tekenen van de Seine. Opvallend is dat het Amsterdamse equivalent, de Amstel, slechts in iets meer dan eenderde van de tekeningen voorkomt. Alhoewel de stad niet eens had bestaan zonder de Amstel en haar naam er ons dagelijks aan zou moeten herinneren, tekent niemand de rivier als eerste, noch als tweede en slechts vier mensen noemen het als derde.

Nemen in Parijs toeristische monumenten als het Louvre, de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe een belangrijke plaats in in het beeld van de inwoners, in Amsterdam staan deze op de achtergrond. De Wallen en het Rijksmuseum worden beide door drie mensen getekend, en in de top-vijf van eerst getekende elementen komen ze niet voor. De grachtengevels zijn wel iets waar de Amsterdammers trots op zijn: op enkele plattegronden worden de grachtenpanden apart en driedimensionaal in de tekening gezet.

Behalve gemeenschappelijke elementen zoals de périphérique en de Seine, bevatten de kaarten in Milgrams onderzoek heel veel persoonlijke elementen. Parijs is duidelijk een stad die veel verschillende beelden oproept, al naar gelang de persoonlijke interesses en leefstijlen van haar inwoners. Veel proefpersonen beginnen na de globale omtrekken van de stad met het tekenen van hun eigen buurt. Zo tekent een vijftigjarige vrouw die vijftien jaar in het vierde arondissement heeft gewoond deze buurt heel gedetailleerd, tot de eenrichtingsverkeersborden toe. Een 33-jarige slager tekent La Vilette, waar de belangrijkste stallen en slachthuizen van Parijs zijn te vinden.

Eigen buurt eerst

Amsterdammers tekenen hun eigen buurt niet zo gedetailleerd als de Parijzenaars. Waarschijnlijk komt dit doordat Amsterdam een veel duidelijker centrum heeft dan Parijs, waardoor het logischer is dat men eerst dit centrum tekent. Toch bevatten de kaarten wel veel persoonlijke elementen. Psycholoog Jaap van Ginneken concludeerde uit in een onderzoek in 1993, waarbij hij studenten de kaart van de wereld liet tekenen, dat mensen dingen die voor henzelf belangrijk zijn, voorop stellen (Psychologie juli/augustus 1993). Dit deden ze volgens Van Ginneken via de mechanismen van centraliteit: men plaatste zijn eigen land in het midden van de wereld, van volume: men tekende zijn eigen land naar verhouding veel groter en van articulatie: het eigen land wordt veel gedetailleerder weergegeven.

Deze drie mechanismen zijn ook terug te vinden in de mentale kaarten van Amsterdam, zij het niet in die mate waarin Milgram en Van Ginneken ze herkennen. Hoewel de meeste Amsterdammers de Dam in het midden van de kaart plaatsen, tekent één vrouw bijvoorbeeld alleen haar eigen buurt. Zij schetst alleen de grachtengordel, omdat zij vindt dat ‘alles daarbuiten er eigenlijk niet meer bij hoort.’ Zij tekent ook details van haar buurt die anderen doorgaans niet in hun kaart opnemen, zoals de Blauwbrug, de Magere Brug en theater de Kleine Komedie.

Een andere vrouw tekent allerlei elementen die belangrijk zijn in haar leven: de poppenkast op de Dam, waar ze met haar kinderen regelmatig naartoe gaat, de Stopera, waarin ze twee ringen tekent omdat ze daar getrouwd is. Het Burgerziekenhuis, waar haar eerste kind is geboren, heeft ze doorgestreept omdat het niet meer bestaat, en daarnaast plaatst ze het Onze Lieve Vrouwengasthuis, waar haar tweede en derde kind zijn geboren.

De twee proefpersonen die op het randje van Oost wonen, tekenen als enigen newMetropolis en het Scheepvaartmuseum, en de vrouw die in West woont, tekent als enige de Westerstraat. De jongen die is opgegroeid in Zuid voegt als enige de Van Baerlestraat en de Lairessestraat toe. Ook de Bijlmer of Diemen worden alleen maar opgenomen als de tekenaar er zelf woont of vrienden in die buurt heeft. Overigens kunnen veel mensen het niet nalaten een klein kruisje te zetten met de tekst: ‘Hier woon ik.’

Fouten

Behalve dat mensen hun eigen buurt over-benadrukken, maken ze ook fouten in hun kaarten. In de literatuur wordt genoemd dat kaarten incompleet zijn, dat mensen de kaarten vereenvoudigen en ‘kloppend’ maken en dat er dingen worden toegevoegd die niet bestaan. Al dit menselijks is ook de Amsterdammer niet vreemd. Uiteraard wordt er van alles weggelaten. Niet alleen de details, maar ook hele buurten zijn van de kaart verdwenen. West, Oost en Zuid zijn niet echt belangrijk in de ogen van veel tekenaars, om van Osdorp en Sloten maar niet te spreken.

Veel tekenaars geven de stad ook een opknapbeurt. Het is bekend dat mensen hun mentale kaarten structureren volgens hun eigen logica: niet-evenwijdige straten worden parallel gemaakt, bochtige wegen worden rechtgetrokken en hoeken worden netjes in 90 graden gezet. Zo ook in Amsterdam. Meer dan tweederde van de Amsterdammers tekent de grachten als keurige halve cirkels die ter linker- en rechterzijde van het Centraal Station uitmonden in het IJ. Vier mensen tekenen de grachten zelfs als gesloten cirkels, met de Dam als middelpunt. Dat het station niet helemaal in het midden tussen de uiteinden van de grachten ligt, maar meer naar het westen en dat de grachten aan de oostkant ophouden bij de Plantagebuurt, is op weinig kaarten terug te vinden. Het Damrak en het Rokin vormen vaak een rechte streep van het station naar de Munt.

Een klassiek voorbeeld van het toevoegen van niet-bestaande elementen aan een kaart, wordt gegeven door de onderzoeker Donald Appleyard. Een Europese ingenieur op bezoek in Guyana voegde een niet-bestaande spoorweg toe aan zijn getekende kaart, omdat hij uit ervaring wist dat er meestal een treinverbinding is tussen een mijn en een staalfabriek. In ons onderzoek betrapt een proefpersoon zichzelf op het toevoegen van het nog niet bestaande IJburg, omdat hij het er de dag tevoren nog over had gehad dat IJburg wellicht een leuke plek is om te wonen. Een 28-jarige vrouw plaatst alvast haar toekomstige huis op de kaart.

Zo blijken cognitieve kaarten een projectie te kunnen zijn van verlangens, interesses, kennis en levensstijl. Het is misschien niet voor niets dat zoveel mensen verschrikt reageren als hen gevraagd wordt de kaart van Amsterdam te tekenen. Wantrouwend vraagt men zich af of dit misschien een ‘strikvraag’ is. En dat is het misschien ook wel. Met hun mentale kaarten laten de Amsterdammers meer van zichzelf zien, dan alleen hun vaardigheid om de weg te vinden.

Elementen die het vaakst worden getekend

(in de kaart in proportionele grootte weergegeven)

1) de vier grachten 90% 2) station CS 69% 3) het I 59% 4) de Dam 56% 5) de Amstel 31% 6) de Munt 22% 7) Noord 19% Oost 19% 8) Leidseplein 16% Damrak 16% Jordaan 16% Nieuwmarkt 16% Stopera 16% (plus Waterlooplein 13%) West 16% 9) Vijzelstraat 13% Leidsestraat 13% Utrechtsestraat 13% Westertoren 13% de Pijp 13% 10) Bijlmer 9% Rembrandplein 9% Rosse buurt 9% Vondelpark 9% Rijksmuseum 9%

Iedereen heeft in zijn hoofd een mentale plattegrond van de stad waarin hij woont. Deze mentale kaarten zeggen zowel iets over de stad zelf als over ons individuele beeld van die stad. Psychologie Magazine deed een onderzoek naar de mentale kaarten van Amsterdammers.[/wpgpremiumcontent]