Wie ben je?

Connie Palmen: ‘Die vraag vind ik onbeantwoordbaar. Je wórdt namelijk pas iemand in aanwezigheid van de ander. Bij iedereen ben je anders. Sommige mensen staan je bijvoorbeeld toe dat je aardig tegen ze bent, anderen niet. En tegenover mijn oudste broer ben ik een andere zus dan tegenover mijn jongste broer.

Die ene kern die je natuurlijk altijd wel voelt in jezelf, en die je begeleidt gedurende je hele leven – het gevoel: ‘ja, dit ben ik’ – die blijkt voor jezelf nogal ontoegankelijk. Als mens hou je een aangenaam, positief beeld van jezelf op, om niet ten onder te gaan aan zelfhaat en minachting.

Pas naarmate je ouder wordt, worden daar correcties op toegepast en ga je de minder aangename kanten van jezelf ontdekken. Vooral in je intieme verhoudingen kom je daar achter. Je zwakten, je tekortkomingen, je irritante gewoontes, je neurotische, dwangmatige gedrag, je jaloezieën, je ergernissen die vaak onbegrijpelijk zijn: waarom érger ik me nou zo?

Zelf heb ik een lichte dwang tot ordening, waarschijnlijk omdat ik de chaos van het leven zo beangstigend vind. Datgene wat ik wél kan beheersen, daar breng ik graag orde in aan. Het lijkt alleen of het de laatste tijd erger wordt: ik heb steeds sterker behoefte aan een stramien, een niet-avontuurlijk leven, en ik dring dat ook op aan mijn omgeving.

Log in om verder te lezen.