Kijk, daar rechts woonde ik, en jij iets verderop. En daar links de woonboot van toen-mijn-vriendje, waar we dansten tot het licht werd op muziek van Enigma. De warmte van de stenen, de schaduw van de bomen, vooruit, een laatste glas dan nog. Toen ik haar buik tegen de mijne voelde, wist ik: deze omhelzing ga ik nooit vergeten.

Waarom we niet zonder aanraking kunnen

Als we íéts geleerd hebben van het coronavirus, dan is het dat niets een fysieke blijk van waarder...

Lees verder

Nooit had ik kunnen bedenken dat het zo fysiek zou zijn, het hunkeren – een magnetische trekkracht in de hartstreek bij elk weerzien en elk afscheid met innig beminden die je toch niet mag aanraken. Het is een gevoel dat ik behalve met frustratie ook met interesse heb geobserveerd, de laatste maanden, en het is het me vrijwel steeds gelukt om er weerstand aan te bieden. Die middag niet – er zijn grenzen. Wat het bijzondere bij-effect heeft dat ik nu, een paar weken later, nog exact kan terughalen hoe ik haar geur opsnoof, en hoe warm en zacht haar buik, en de zon op het water achter de bomen. Alles wat ooit vanzelf sprak, krijgt nieuwe glans.

‘Als we alles even goed zouden onthouden, zouden we geen onderscheid kunnen maken tussen belangrijke en onbelangrijke dingen,’ zegt geheugenexpert Douwe Draaisma – en zo is het maar net. Ons vermogen om te vergeten is precies de kracht van ons geheugen. Want wat zouden we moeten met bergen herinneringen aan waar de sleutels gisteren lagen en wat er eergisteren in de krant stond? We onthouden alleen wat écht indruk maakt: de dingen die emotioneel geladen zijn, en de dingen die zo ongewoon zijn dat ons geheugen ze het bewaren waard vindt. Om Tolstoj te parafraseren: alle gelukkige zomers lijken op elkaar – ze vloeien samen tot één wazige vakantiedia. Wat eruitspringt, is die ene keer dat de tent wegwaaide.

Als je het zo bekijkt, is deze wonderlijke zomer een cadeau. Dat de terrassen waren afgezet met geelzwarte Koningsdag-strepen, dat de ober naar je gezondheid kwam informeren voor je een tafeltje kreeg toegewezen, dat je duizend touwtjes in je borst voelde trekken bij elk afscheid, en dan die golf van warmte en ontroering die je zou overvallen bij de eerste échte omhelzing na zo lange tijd – we hadden het nooit, nooit, nooit kunnen verzinnen. Maar we gaan het ook nooit vergeten.