Ik kende mezelf als een opgeruimd type. Mijn pensioenpapieren liggen keurig in een map in de kast, mijn T-shirts gestapeld in een lade. Brieven en geboortekaartjes stop ik na lezing in een ordner, de perforator gooi ik meteen na het slaan van de gaatjes weer in het gebloemde blik op de vensterbank.

Minimalisme: gelukkiger met minder spullen

Rust, overzicht en vrijheid: volgens minimalisten levert radicaal opruimen veel levensgeluk op. Ontd...

Lees verder

Sinds kort weet ik dat deze gewoonten ongelooflijk fout zijn. Tenminste, als ik Marie Kondo moet geloven. En ik moet haar haast wel geloven. Wereldwijd verkocht de Japanse opruimgoeroe immers al meer dan twee miljoen exemplaren van haar boek Opgeruimd!.

En die boeken worden gelezen ook. Ik kan Facebook al maanden niet openen zonder te stuiten op foto’s van onherkenbaar opgeschoonde woonkamers en klinisch lege keukens van kennissen. Of van hun ge-Kondode sokkenlade (alle sokken in strakke rolletjes rechtop geordend) en T-shirtvoorraad (nog meer staande rolletjes, maar dan groter). Er kwam zelfs – ik verzin dit niet – een foto voorbij van een naaldenetui, nadat de meeste naalden waren weggedaan. Niet dat die actie ruimtewinst opleverde, maar o, het gevoel minder naalden te bezitten!

Kennelijk doet het wat met je als je à la Kondo de post na lezing meteen weggooit, je garderobe meer dan halveert, alleen het hoognodige serviesgoed houdt en de overgebleven spullen met militaire discipline in de kasten terugplaatst – rechtop, óók pensioenpapieren en het doosje nietjes. ‘Ooit was ik onzeker,’ juicht Marie Kondo zelf over het effect van haar aanpak, ‘maar ik ben gered door het opruimen.’ En: ‘De impact die het heeft, dat wat ik gewoonlijk “de magie van het opruimen” noem, is fenomenaal.’

Zelffeliciterend afzien

Mij lijkt het toch vooral fenomenaal dat Kondo’s boodschap zoveel weerklank vindt. Dat er zo bewonderend wordt gesproken over iemand die zonder pardon klassieke serviezen aan de straat zet en liefdesbrieven door de versnipperaar haalt. De Japanse is bepaald niet van de zachte aanpak, al praat ze – naar eigen zeggen – liefkozend met de designtassen die haar opruimwoede overleefd hebben.
Hoe kan zulk radicalisme in vredesnaam zo waanzinnig aanslaan? Dat was de vraag die mij het meest bezighield toen ik haar boek las. Want op de een of andere manier lukte het me maar niet haar boodschap inhoudelijk echt serieus te nemen. Van een organizer die binnen één alinea van het neutrale woord ‘spullen’ op de dodelijke term ‘troep’ overgaat, denk ik toch vooral: laat haar in godsnaam nóóit alleen in een museum.

Al lezend bekroop me ook de gedachte dat Kondo’s succes niet op zichzelf staat. Dat ze meelift op een golf van rigiditeit die over Nederland spoelt. Ik had de afgelopen maanden namelijk al vaker het idee dat we massaal met elkaar wedijveren over de vraag wie zichzelf het meest kastijdt. Keiharde discipline en strengheid aan ons eigen adres zijn hot.

Nee, dat correspondeert niet met wat je in de kranten leest. Daarin staan dagelijks berichten die eerder duiden op een groeiend gebrék aan zelfbeheersing. Zo zijn er steeds meer mensen met ernstig overgewicht, stijgt het aantal problematische schulden en explodeert het aantal game-, seks- en partydrugsverslaafden.

Maar in mijn eigen omgeving zie ik dus het tegenovergestelde. Daar is het zelf-feliciterend afzien wat de klok slaat. De kennis van het schoolplein die ongevraagd vertelt hoe goed het met hem gaat sinds hij geen suiker meer gebruikt. De buurman die op een borrel trots meldt dat hij alcohol in de ban heeft gedaan. Een collega die elke ochtend om zes uur opstaat om naar de sportschool te gaan. Een vriendin die haar eigen, ‘gifvrije’ wasmiddel maakt. Het lijkt wel of iedereen om me heen in de ban is van zuiverheidsverlangens en Hardheid met een Hoger Doel.

Boerenkool en bootcamp

Oké, dat kan deels aan mijn omgeving liggen. Ik woon in een hoofdstedelijke wijk die recent het etiket ‘überhip’ heeft gekregen. Wat zich onder andere uit in grote hoeveelheden straatsporters. Misschien dat je elders nog de deur uit kunt zonder dat je volwassenen in duur fluor ziet zweten, maar hier hangen er altijd wel een paar kreunend in de klimrekken naast de kleuterschool. Vaak staat er een schreeuwende personal trainer naast. Die heb je hopelijk nog niet overal.

Training

Rust in je hoofd

  • Wees vriendelijk voor jezelf
  • Vind meer innerlijke rust
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Maar de detox-rage, die woedt beslist wél al buiten de Randstad. Ook in Workum en Winterswijk staan de pakken kokoswater – ‘reinigend, ontstekingsremmend en bloeddrukverlagend’ – in de eco-schappen. Naast natuurlijk de gojibessen, het macapoeder en de tarwegrasproducten. En wat te denken van het feit dat de combinatie ‘boerenkool’ en ‘smoothie’ in Google meer dan veertigduizend hits oplevert? ‘Met banaan best lekker,’ wordt er vaak opbeurend bij vermeld.

Zelfs wie niet bootcampt of detoxt, leeft anders dan een paar jaar geleden. Of wilde u beweren dat u nog geregeld rokend op de bank zit? Kom zeg. De geur van tabak hangt inmiddels in het museum, naast het geratel van de typemachine en de smaak van levertraan. Zelfs onder journalisten zijn sigaretten uit, stelde ik vast tijdens ons laatste personeelsfeestje. Het glaasje wijn na de maandelijkse deadline was al eerder een stille dood gestorven. ‘Nee, dank je, ik moet nog naar spinning.’

Groot arbeidsethos

Maar om het weer even boven mijn hoofdstedelijke journalistenkringetje uit te tillen: Oxford-sociologen berekenden vorig jaar dat zich in de hele westerse wereld afgelopen jaren een omkering heeft voorgedaan wat het aantal gewerkte uren betreft. Van oudsher behoorden de rijken tot de leisure class: ze staken zo min mogelijk tijd in hun baan en zo veel mogelijk in relaxte netwerkactiviteiten en chique hobby’s. De lagere klassen draaiden ondertussen lange dagen.

Nu is het precies andersom: hoe beter de opleiding en hoe hoger het inkomen, hoe groter het arbeidsethos. Tegenwoordig laat je dus juist zien dat je Iemand bent als je tot ver na zessen aan je bureaustoel kleeft. De super-working class, zo doopten de Oxfordianen deze nieuwe klasse.
Het heeft er dus alle schijn van dat voor Ons Soort Mensen afzien het nieuwe genieten is. En op zich zit daar historisch gezien ook een zekere logica in. Modes slingeren al eeuwen in wijde bogen om het gemiddelde heen. Op de exuberantie van de barok volgde het prachtig afgepaste classicisme. Op de legergroene oorlogsjaren volgden de zoetgekleurde fifties. Het ene uiterste vervangt het andere.

Verlangen naar orde

Dus dat we na een periode van uitbundige geldsmijterij nu ineens vreselijk interessant doen over matigheid, dat zit ingebakken in onze aard. Na al die prosecco wil iedereen gewoon weer een simpel glas water (uit een strak gedesignde filterkan, dat wel). En wat zou je nog spullen bunkeren nu er op elke straathoek een Action of Primark zit? Met lege kasten onderscheid je je inmiddels meer.

Toch wil dat er bij mij nog niet helemaal in. Het belonende aan een glas wijn is de consumptie ervan. Het belonende aan een nieuwe jurk is de eerste draagdag. En als hardloopster (oké, ik beken) weet ik toevallig ook dat je oprecht plezier kunt peuren uit een rondje joggen. Maar welk genoegen haal je in vredesnaam uit een glas rauwe-koolsap? En hoe geniet je van een kast vol niets?

Ik vermoed daarom dat deze zelfkwellerij vooral drijft op de belofte van toekomstige beloningen. Het is even doorbijten, maar stráks… Op die denktrant koerst een goeroe als Marie Kondo in elk geval duidelijk aan: ik ga het je niet makkelijk maken, maar als je doet wat ik zeg, volgen wel de orde en de rust waar je al zo lang naar verlangt. Ook sportscholen die zichzelf met namen tooien als Your Future, of Better Bodies, appelleren aan deze belofte. Nú is het nog niks, maar het kan heus iets worden. Als je je maar bereid toont tot afzien, dan volgt ooit het happily ever after.

Geluk hóeft niet

Kennelijk zijn we massaal gevallen voor de lokroep van het uitgestelde geluk. Wel bijzonder, want directe behoeftebevrediging was volgens onderzoekers altijd meer ons ding. Liever lui dan moe, liever drop dan radijsjes, dat idee.

Maar het zou natuurlijk kunnen dat er aan de spartaanse aanpak van Kondo c.s. stiekem ook een bevredigend aspect kleeft dat wél direct zijn toverwerk doet. Ik doe maar een wilde gooi, hoor, maar kan de aantrekkingskracht schuilen in de onderliggende boodschap dat een actueel geluksgevoel helemaal niet hóéft? Dat het heel normaal – sterker nog: ronduit wenselijk – is dat je je rot voelt? Als in: natuurlijk is suiker schrappen k…, natuurlijk voelt al je boeken wegdoen niet goed en iedereen weet dat je van detoxen koppijn krijgt. Maar geloof me: hoe sterker dat gevoel, hoe beter je bezig bent.

Het is dus alleen maar een goed teken dat je je wat gedeprimeerd voelt. Als dat geen geruststellend idee is voor al die mensen die eigenlijk gewoon niet zo goed zijn in geluksgevoelens! Geluk nastreven is niet meer nodig, voorwaardenscheppend bezig zijn is genoeg. Laat al die anderen maar hun makkelijke oppervlakkige pleziertjes najagen; jouw beloning komt nog, en die zal oneindig veel mooier zijn.

Die gedachte is natuurlijk des te bevrijdender in een periode dat domweg gelukkig zijn misschien wel moeilijker is dan ooit. Nooit in de menselijke geschiedenis hebben we meer weet gehad van wereldwijde ellende dan tegenwoordig – smeltende gletsjers, stervende Syriërs, mishandelde kinderen, gestrande walvissen: we lezen er elke dag over en kunnen er zelden iets aan doen. Net zomin we in ons eentje iets kunnen veranderen aan de toenemende baanonzekerheid, de nog altijd weinig florissante economische situatie, de groeiende internationale spanningen. Het gaat onszelf vandaag misschien best goed, maar wie zegt dat dat morgen nog zo is?

Als er zoveel is wat je niet in de hand hebt, als er zoveel is wat je toekomstige welzijn bedreigt, kan het heel geruststellend zijn te weten dat je op een aantal punten wél controle hebt. Over wat je eet bijvoorbeeld. Over hoeveel je beweegt. En op het aantal sokkenparen in je ladenkast. Plus dat ze rechtop staan dus, die sokken. Het is niet veel, nee, maar je hebt de staart van het grote geluk tenminste te pakken. En de rest laat je tot nader order lekker waar-het is.

Afkeer van geluk

Het wordt doorgaans gepresenteerd als een vaststaand feit: alle mensen zien het streven naar geluk als een van de belangrijkste levensdoelen. Vorig jaar publiceerden twee onderzoekers uit Nieuw-Zeeland echter een artikel dat vraagtekens plaatst bij dat idee. Lang niet alle culturen hebben geluk zo hoog in het vaandel staan, stellen de auteurs, een psycholoog en een filosoof. In Azië wordt sociale harmonie bijvoorbeeld hoger aangeslagen dan individueel geluk, en heerst breed het idee dat geluk zelfzuchtig maakt. Bovendien zou het je kwetsbaar maken voor andermans afgunst.
Ook in onze westerse wereld hebben behoorlijk wat mensen een ‘afkeer van geluk’, schrijven de onderzoekers. Wat westerlingen vooral kwelt, is de overtuiging dat geluk noodzakelijkerwijs wordt gevolgd door verlies. Ze zijn bang dat ze ervoor gestraft zullen worden, schrijven de onderzoekers.

Bronnen o.a.: M. Kondo, Opgeruimd! De manier om orde en rust in je leven te brengen, Levboeken, 2015 // J. Gershuny, K. Fisher, Post-industrious society: Why work time will not disappear for our grandchildren, Sociology Working Paper University of Oxford, 2014 // M. Joshanloo, D. Weijers, Aversion to happiness across cultures: A review of where and why people are avers to happiness, Journal of Happiness Studies, 2014