Al betekent dat natuurlijk niet dat je eraan moet toegeven. Geef jezelf liever een time-out en zeg gewoon: ‘Hier moet ik even rustig over nadenken.’ Zo vermijd je de ‘ja-maar-jij’- of de ‘ik-doe-ook-níks-goed’-val.

Tips om met kritiek om te gaan:

  • Alle kritiek vraagt om een antwoord. Of je nu à la minute reageert of er later op terugkomt; door op kritiek in te gaan, geef je aan dat je de ander serieus neemt. Vat dat wat de ander heeft gezegd, eerst even kort samen in eigen woorden. Zo laat je merken dat je echt goed hebt geluisterd. Ook dat draagt bij aan een goede verstandhouding.
  • Neem geen genoegen met algemene opmerkingen en woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’. Vraag je criticus om concrete voorbeelden: wanneer vertoonde je het verfoeide gedrag? En wat deed je dan precies? Zo voorkom je meteen dat allerlei algemene uitspraken een heel eigen leven gaan leiden. Vooral onzekere mensen zijn geneigd vage kritiek enorm op te blazen, zo ontdekten Canadese psychologen vorig jaar. Vraag dus door.
  • Geef het gesprek een oplossingsgerichte draai. Als je je criticus vraagt hoe hij of zij het in de toekomst wél zou willen, stuur je het gesprek naar ‘neutraler’ terrein. Vanaf dat moment praat je immers niet meer over wat je verkeerd doet, maar over hoe de dingen beter kunnen. Eenmaal in dit stadium kun je ook rustig aan de orde stellen wat de ander kan doen om het jou makkelijker te maken, zonder dat het overkomt als een jij-bak.