Zeven zogenaamde wijsheden uit de psychologie: feit of fictie?

  • 2753 woorden
  • leestijd is 14 minuten
  • Foto: Kwanchai Lerttanapunyaporn
Opvallende feitjes uit psychologisch onderzoek doen het goed op borrels, maar helaas kloppen ze niet altijd. Vooral in de sociale psychologie was het de afgelopen jaren nogal eens bal. Zeven zogenaamde wijsheden die we altijd geslikt hebben als zoete koek; wat is ervan waar?

Het leek een goeie wet en hij werd dan ook massaal omarmd: om ergens expert in te worden, moet je 10.000 uur oefenen. Wie een profgolfer, concertpianist of de nieuwe Bill Gates wil worden, moet gewoon flink aan de bak. Maar nader onderzoek toonde aan dat oefening de prestatie uiteraard scherpt, maar niet volstaat om de top te bereiken. Daarvoor spelen meer factoren mee: de leeftijd waarop iemand begint, bijvoorbeeld.

Deze leefstijlprofessor legt uit hoe je een gezonde leefstijl écht volhoudt

Die eeuwige aansporingen wat we allemaal moeten doen en laten om gezond te leven, werken volgens ‘...

Lees verder

Zo zijn er de afgelopen jaren wel meer opmerkelijke, wijdverbreide onderzoeksresultaten uit met name de sociale psychologie in de prullenbak beland. Wie het een beetje volgt, krijgt misschien zelfs de indruk dat sociale wetenschappers gewoon maar resultaten over de heg gooien. Dat is niet zo, zegt hoogleraar methodologie Jelte Wicherts van de universiteit van Tilburg. Met zijn afdeling van het Meta-Research Center doet hij onderzoek naar onderzoek en legt bloot waar de schoen wringt. ‘Onderzoekers zijn net mensen: ze laten zich deels leiden door hun intuïtie en enthousiasme en die hebben het niet altijd bij het rechte eind. Het gaat dan vaak om opmerkelijke resultaten, die schijnbaar simpele, logische oplossingen voor complexe problemen bieden. Omdat ze een hoge doorvertelfactor hebben, worden ze door de publieksmedia opgepikt, waarna ze zich razendsnel verspreiden.’

Volgens Wicherts moet in al het onderzoek naar subtiele effecten eigenlijk standaard met steekproeven van meer dan 300 proefpersonen worden gewerkt. ‘En pas als het onderzoek ook nog eens is herhaald, zou het naar buiten moeten worden gebracht.’ Dat is een traject van een lange adem, dus zullen we komende jaren nog vaak grappige, nuttige en saillante feitjes geloven die later fictie blijken te zijn.

1. Staan als superman maakt je krachtiger

Moet je een presentatie geven of onderhandelen over salaris? Dan kun je wel wat extra kracht gebruiken. Dat kan heel simpel door de powerpose aan te nemen: voeten wat uit elkaar, borst vooruit en handen in de zij, net als superman. Twee minuten volhouden en voilà, je hormoonhuishouding is opgeschud en je kunt de wereld aan.

Heerlijk, zo’n quick fix. De TED-talk van onderzoeker en powerpose-ontdekker Amy Cuddy werd een wereldwijde hit en er ging geen presentatiecursus voorbij zonder dat de deelnemers even flink in hun kracht hebben gestaan.

Het onderzoek
De theorie hierachter is embodied cognition: je lichaam stuurt je brein. Houd je een glas koud water vast, dan blijf je ook mentaal ‘koel’, en zit je in een zachte stoel, dan stel je je flexibeler op dan in een harde. Sociaal psychologen Amy Cuddy en Dana Carney gaven 42 mensen instructies voor verschillende powerposes. Ze constateerden een daling van het stresshormoon cortisol en een toename van het krachtige hormoon testosteron in hun bloed.

Bij nader inzien
De Zweedse gedragseconoom Eva Ranehill herhaalde dit met 200 proefpersonen. Ze instrueerde hen via de computer, vertelde niet wat er precies werd gemeten en liet ze hun pose zes minuten volhouden. De deelnemers gaven daarna wel aan zich zekerder te voelen, maar hun hormoongehaltes en gedrag veranderden niet. En ook andere herhalingen van het onderzoek toonden aan dat de superpose niet bestaat. De onderzoekers bleken een paar toevallige uitschieters in de data te hebben aangezien voor een echt effect.

Conclusie
Hoe kan het dan dat proefpersonen uit Ranehills onderzoek zich beter voelden door het aannemen van een krachtige pose? Dat is waarschijnlijk eerder een placebo-effect dan een hormonaal effect.

Bronnen: D.R. Carney & A. Cuddy, Power Posing. Brief nonverbal displays affect neuroendocrine levels and risk tolerance, Psychological Science, 2010 / E. Ranehill e.a., Assessing the robustness of power posing. No effect on hormones and risk tolerance in a large sample of men and women, Psychological Science, 2015

2. Door te doen of je lacht, voel je je blijer

Het onderzoek
Niet alleen je lichaamshouding, maar ook je gezichtsuitdrukking kan beïnvloeden hoe je je voelt. In het klassieke glimlachexperiment uit 1988 beoordeelden proefpersonen cartoons als grappiger nadat ze hun mond in de lachstand hadden gezet door een potlood in hun mondhoeken te klemmen, zodat die omhooggaan. Als ze het uiteinde van het potlood tussen hun lippen klemden, zodat ze automatisch fronsten, vonden ze de cartoons veel minder grappig. Dit experiment ging de boeken in als dé onderbouwing van de facial feedback-hypothese: onze gezichtsuitdrukking is niet alleen een uiting van hoe we ons voelen (ik voel me blij, dus ik lach), maar het werkt ook andersom (ik lach, dus ik voel me blij). Een fijn feitje dat gretig werd opgepikt door zelfhulpboeken en -goeroes: lach jezelf gelukkig!

Bij nader inzien
Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Dat dacht ook een groep onderzoekers onder leiding van Eric-Jan Wagenmakers van de Universiteit van Amsterdam. Zij gooiden een paar jaar terug de uitkomsten van glimlachexperimenten uit zeventien laboratoria met in totaal bijna 2000 proefpersonen op een hoop. De uitkomst? Het verschil tussen ‘lachers’ en ‘fronsers’ was volgens hen te verwaarlozen.

Conclusie
Toch bleek dat nog niet het eind van het verhaal. De Israëlische onderzoeker Tom Noah en zijn collega’s lieten in 2018 in een reeks experimenten zien dat in de facial feedback-hypothese de aanwezigheid van een videocamera een rol speelt. Die was er in het originele onderzoek niet en bij de experimenten van Wagenmakers wel. Met camera erbij voelen proefpersonen zich geobserveerd, wat het effect tenietdoet, is de verklaring van Noah en zijn team. Het lijkt er dus op dat je écht vrolijker kunt worden als je doet alsof je lacht – behalve als je het gevoel hebt dat je in de gaten wordt gehouden.

Bronnen: E.J. Wagenmakers e.a., A multilab direct replication of study 1 from Strack, Martin, & Stepper (1988), Perspectives on Psychological Science, 2016 / T. Noah e.a., When both the original study and its failed replication are correct. Feeling observed eliminates the facial-feedback effect, Journal of personality and social psychology, 2018

3. Wilskracht is als een spier die uitgeput raakt

Diëten is aan het begin van de dag nog best makkelijk. Je loopt stug de snoeppot voorbij en slaat een traktatie af. Maar dan is daar die slopende vergadering, een eindeloze file en kinderen die niet naar bed willen. Je partner heeft een bakje knabbels gepakt en je eet ze allemaal op.

Het onderzoek
Het moment dat je wilskracht is uitgeput, wordt egodepletie of willpower depletie genoemd, een vondst van psychologenechtpaar Roy Baumeister en Dianne Tice. Zij ontvingen hun proefpersonen in een ruimte waar het heerlijk geurde naar versgebakken koekjes. Op tafel stond een schaal met de koekjes en een kom radijsjes. De ene helft van de proefpersonen mocht de koekjes eten, de andere helft moest deze traktatie negeren en de radijsjes eten. Hierna kregen ze dertig minuten de tijd om te werken aan een pittige geometrische puzzel. De radijsjeseters gaven er al na acht minuten de brui aan, ze hadden hun energie verspild aan het negeren van de koekjes. De koekjeseters puzzelden er gemiddeld negentien minuten lustig op los. Er werden nog honderden onderzoeken gedaan naar egodepletie (zelfs bij honden) en allemaal met hetzelfde effect.

TEST
Doe de test »

Ben je een snelle beslisser?

Bij nader inzien
Voor een groot replicatieproject zette de Australische professor psychologie Martin Hagger met aanwijzingen van Roy Baumeister zelf een grootschalig onderzoek op. In 24 labs over de hele wereld deden ze met in totaal 2000 proefpersonen onderzoek naar wilskracht bij een computertaak. Slechts twee labs vonden aanwijzingen voor egodepletie.

Conclusie
Wat weten we nu? Egodepletie is misschien niet zo stevig en veelvoorkomend als gedacht. Er zijn ook aanwijzingen dat het alleen bestaat als je erin gelooft. Als je wilt afvallen, is simpelweg verleidingen uit de weg gaan sowieso makkelijker dan je wilskracht trainen. Chips die je niet in huis hebt, kun je immers ook niet opeten.

Bronnen: R.F. Baumeister e.a., Ego depletion. Is the active self a limited resource?, Journal of Personality and Social Psychology, 1998 / M.S. Hagger e.a., A multilab preregistered replication of the ego-depletion effect, Perspectives on Psychological Science, 2016.

4. Drie positieve ervaringen compenseren één negatieve

Onze hersenen zijn zo ontwikkeld dat we meer aandacht schenken aan negatieve ervaringen. Vanuit evolutionair oogpunt is het namelijk handig om vooral confrontaties met enge beren en diepe ravijnen te onthouden, zodat je die in het vervolg kunt voorkomen. Positieve ervaringen maken wat minder indruk. Dat is jammer, want die zijn belangrijk om mentaal en fysiek gezond te blijven.

Het onderzoek
Volgens de critical positivity ratio van de Amerikaanse psychologen Barbara Fredrickson en Marcial Losada hebben mensen voor elk negatief gevoel minstens drie positieve gevoelens nodig ter compensatie. Dat is een probleem, want volgens de onderzoekers ervaren mensen normaal gesproken slechts twee positieve gevoelens voor elk negatief gevoel. Bij mensen met een depressie is die ratio zelfs een op een.
Fredrickson en Losada lieten 188 eerstejaars studenten 28 dagen een dagboek met hun negatieve en positieve ervaringen bijhouden. Ook vulden ze een vragenlijst in om te bepalen hoe goed ze in hun vel zaten. Vervolgens deelden de onderzoekers het aantal positieve ervaringen door de negatieve. De groep die lekker in z’n vel zat, bleek qua positieve ervaringen hoger te scoren dan 2,9013 – later afgerond als 3.

Bij nader inzien
Nick Brown, student positieve psychologie aan de universiteit van East London, las het onderzoek. Het leek hem onzin: hoe kon zo’n ratio gelden voor iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht, ras of cultuur? Samen met twee professoren analyseerde hij de data uit het originele onderzoek opnieuw.
Wiskundig bleek het onderzoek inderdaad niet te kloppen. Fredrickson en Losada hadden een heleboel data op een hoop gegooid waarin ze naar bewijs voor hun theorie zochten. Losada, verantwoordelijk voor de onderbouwing van het wiskundige model, zegt het te druk te hebben om te kunnen reageren. Fredrickson trekt haar handen af van het statistische gedeelte van het onderzoek, maar vindt dat haar onderbouwing overeind blijft.

Conclusie
Negatieve gebeurtenissen maken meer indruk op ons dan positieve en blijven langer hangen. Daar komt bij dat we de emotionele lading ervan nog negatiever maken met onze gedachten. Wanneer we bijvoorbeeld terugdenken aan een blunder, zijn we geneigd onszelf nogmaals voor het hoofd te slaan van schaamte. Het is echter een wiskundig fabeltje dat je precies drie positieve ervaringen moet hebben voor elke negatieve. Positieve gevoelens zijn uiteraard bevorderlijk voor je gezondheid, maar het tellen kun je achterwege laten.

Bronnen: B.L. Fredrickson & M.F. Losada, Positive affect and the complex dynamics of human flourishing, American Psychologist, 2005 / N. Brown e.a., The complex dynamics of wishful thinking. The critical positivity ratio, American Psychologist, 2013

5. Als je aan ouderen denkt, ga je langzamer lopen

In zijn wereldberoemde onderzoek liet de Amerikaanse psycholoog John Bargh in 1996 een groep van zestig proefpersonen een woordpuzzel maken. De helft ging aan de slag met woorden die onbewust het beeld van ouderen opriepen, zoals ‘alleen’, ‘wijs’ en ‘bingo’. De andere groep kreeg neutrale woorden voorgeschoteld. Hierna werden ze naar een andere verdieping gestuurd waar ze een vergoeding zouden krijgen.

Het onderzoek
Klaar, dachten de proefpersonen, maar op de gang begon het eigenlijke onderzoek. Daar zat stiekem een onderzoeker met een stopwatch te noteren hoe lang de proefpersonen erover deden om naar de lift te lopen. En je raadt het al: de mensen die met woorden over ouderen hadden gepuzzeld, liepen langzamer.
Het werd een van de meest geciteerde onderzoeken in het veld, hét klassieke voorbeeld van de elderly stereotype prime. Het principe achter priming is dat we denken rationeel te zijn, terwijl ons gedrag eigenlijk wordt gestuurd door onbewuste gedachten.

Bij nader inzien
Het onderzoek herhalen bleek echter lastig. Soms lukte het, maar vaak ook niet. Niet zo vreemd, dacht cognitief psycholoog Stéphane Doyen van de Vrije Universiteit van Brussel. Hij vermoedde dat de verwachtingen van de onderzoeksleiders de metingen in het originele onderzoek hadden beïnvloed. Hij herhaalde het onderzoek, maar dan met infraroodstralen in plaats van een stopwatch. Bovendien vertelde hij de onderzoeksleiders niet dat het om woorden over ouderen ging. Weg elderly stereotype prime. Deed hij het onderzoek op de oorspronkelijke manier, dan was het effect er wel.

Conclusie Doyens onderzoek zorgde voor heel wat reuring in de onderzoekswereld. Priming bestaat, daar zijn ondertussen honderden goed opgezette studies naar gedaan. En mensen met een warm hart voor ouderen gaan inderdaad langzamer lopen als ze aan hen denken. Maar wie niets met ouderen heeft, zet juist extra flink de pas erin.

Bronnen: J. Bargh e.a., Automaticity of social behavior. Direct effects of trait construct and stereotype activation on action, Journal of Personality and Social Psychology, 1996 / S. Doyen e.a., Behavioral priming. It’s all in the mind, but whose mind?, PLoS One, 2012

6. Hoe meer omstanders in een noodsituatie, hoe kleiner de kans dat iemand ingrijpt

Maar liefst 38 mensen waren ervan getuige, maar niemand stak een vinger uit toen de 28-jarige New Yorkse Kitty Genovese op straat werd overmeesterd door een man met een mes. Ze gilde, riep om hulp, ontkwam twee keer, maar haar belager greep haar telkens weer vast. Overal in het nabijgelegen appartementengebouw gingen de lichten aan, maar pas na drie kwartier, toen Kitty al was bezweken aan haar verwondingen, draaide iemand het nummer van de politie.

Het onderzoek
Via de zaak Genovese ontdekten de psychologen Latané en Darley eind jaren zestig het zogenoemde omstanderseffect: een sociaalpsychologisch mechanisme dat verklaart waarom mensen door de aanwezigheid van anderen minder behulpzaam zijn. De omstanders denken allemaal dat ze niets hoeven te doen omdat niemand zich zorgen lijkt te maken, of ze gaan ervan uit dat iemand anders wel zal ingrijpen. Zijn ze de enige toeschouwer, dan stappen ze er veel sneller op af. Tragisch maar waar?

Bij nader inzien
Ruim vijftig jaar later werpt een groot overzichtsonderzoek nieuw licht op de zaak. De Duitse onderzoeker Peter Fischer en zijn collega’s analyseren de resultaten van meer dan 150 onderzoeken naar het omstanderseffect van de voorgaande jaren. Daaruit trekken ze twee conclusies.
Ten eerste: het omstanderseffect bestaat. Soms ondernemen mensen inderdaad geen actie in een noodsituatie, omdat ze denken dat anderen ook kunnen helpen, niet goed weten hoe, of denken dat er niets aan de hand is omdat ze anderen ook niets zien doen.
Maar nu de tweede conclusie: onder bepaalde omstandigheden leidt een groter aantal omstanders juist tot meer hulp. Dat is het geval als er zonder twijfel sprake is van een levensgevaarlijke situatie (waarbij iemand wordt aangevallen of verdrinkt) en als de omstanders met elkaar kunnen communiceren (en dus niet ieder uit het raam van hun appartement kijken, zoals bij de moord op Kitty Genovese). Het omstanderseffect bestaat dus wel – en niet.

Conclusie
In een heel recente analyse bestudeerden onderzoekers camerabeelden van meer dan duizend echte noodsituaties in steden over de hele wereld, van vechtpartijen tot moordpogingen. In 90 procent van de gevallen blijken mensen elkaar te helpen. Toch een geruststellende gedachte.

Bronnen: Peter Fischer e.a.: The bystander effect. A meta-analytic review on bystander intervention in dangerous and non-dangerous emergencies, Psychological Bulletin, 2011 / R. Philpot e.a.: Would I be helped? Cross-national CCTV shows that intervention is the norm in public conflicts, American Psychologist, 2019

7. Mannen vinden vrouwen in het rood aantrekkelijker

Natuurlijk trek je voor een date iets leuks aan. Maar ga je als vrouw echt voor het wauw-effect, kies dan iets roods uit. Deze kleur is namelijk het oersignaal voor seks. Gezicht, borst of geslachtsorganen van vrouwtjesapen kleuren rood als ze vruchtbaar zijn en dit zou ook zo werken voor mannetjes van de menselijke soort.

Het onderzoek
Hoogleraar psychologie Andrew Elliot nam samen met zijn post-doc Daniela Niesta de proef op de som. Ze lieten in vijf experimenten tussen de 20 en 35 mannen naar plaatjes van vrouwen kijken met een rode achtergrond of rode kleding én naar plaatjes van vrouwen in het wit of andere kleuren. De mannen moesten daarbij aangeven hoe aantrekkelijk ze de vrouw vonden en hoeveel geld ze zouden besteden aan een date met haar. Hieruit bleek dat de kleur rood – of dat nou van de kleding of de achtergrond kwam – zorgde voor meer date-uitnodigingen en een duurder uitje. Het red dress effect was geboren.

Bij nader inzien
In een herhalingsonderzoek van het team van psycholoog Leonard Peperkoorn van de Vrije Universiteit Amsterdam had kleur geen enkel effect. Wit, zwart of rood: het bleek mannen niets uit te maken. Een later onderzoek onder 200 Amerikaanse mannen had dezelfde uitkomst. En ook bij een studie waarbij precies dezelfde foto’s werden gebruikt als in het originele onderzoek, was er geen sprake van een red dress effect.

Conclusie
Waarschijnlijk was de onderzoeksgroep van Elliot en Niesta te klein, waardoor kleine individuele effecten een te grote rol gingen spelen. Trek dus maar gewoon iets aan waarin je je lekker voelt.

Bronnen: A.J. Elliot & D. Niesta, Romantic red. Red enhances men’s attraction to women, Journal of Personality and Social Psychology, 2008 / L.S. Peperkoorn e.a., Revisiting the red effect on attractiveness and sexual receptivity (…), Evolutionary Psychology, 2016

auteur

Chantal van der Leest

Al die ‘softe’ psychologievakken, ik vond het maar niks. Snap je de hersenen, dan snap je de mens, dacht ik en koos in 2002 resoluut voor de afstudeerrichting Neuropsychologie. Maar de vragen bleven...

» profiel van Chantal van der Leest
auteur

Saskia Decorte

Jawel, ook ik ben (sociaal) psycholoog. Ik werkte eerst als marktonderzoeker en studeerde daarnaast journalistiek aan de Hogeschool Utrecht.

» profiel van Saskia Decorte

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

De stereotypen van Jacques Philippe Leyens

'Racisme komt voort uit de behoefte om de eigen groep te beschermen en heeft veel minder te maken me...
Lees verder
Artikel

De stereotypen van Jacques Philippe Leyens

'Racisme komt voort uit de behoefte om de eigen groep te beschermen en heeft veel minder te maken me...
Lees verder
Branded content

Houd je brein gezond: start met studeren

Waar moet je rekening mee houden als je een opleiding gaat volgen? Drie vragen en antwoorden voor de...
Lees verder
Branded content

Houd je brein gezond: start met studeren

Waar moet je rekening mee houden als je een opleiding gaat volgen? Drie vragen en antwoorden voor de...
Lees verder
Recensie

Boek van de maand: Compassie in je leven

Zelfcompassie is als een spier die je kunt trainen, schrijven deze auteurs. Ze geven veel op meditat...
Lees verder
Recensie

Boek van de maand: Compassie in je leven

Zelfcompassie is als een spier die je kunt trainen, schrijven deze auteurs. Ze geven veel op meditat...
Lees verder
Column

Psychologie: onzinwetenschap?

Is de psychologie een onzinwetenschap? Kunnen we wel inpakken met onze faculteiten en onderzoeksbudg...
Lees verder
Artikel

Altijd weer ziek tijdens het weekend en in de vakantie?

Tot op heden is nog nooit systematisch onderzoek verricht naar de persoonlijkheid en werkomstandighe...
Lees verder
Artikel

Blinde gehoorzaamheid

Wanneer je het over goed en kwaad hebt, kun je niet voorbij gaan aan twee klassieke experimenten uit...
Lees verder
Interview

Zijn dromen bedrog?

Precies honderd jaar geleden publiceerde Sigmund Freud zijn baanbrekende boek Die Traumdeutung dat h...
Lees verder
Artikel

De schittering van gevoel en verstand

Bij deze reageer ik op enkele stellingen, zoals die zijn weergegeven in een artikel van Ad Bergsma, ...
Lees verder
Artikel

De 5 mooiste psychologische boeken over opgroeien

In welke boeken is een kindertijd het mooist beschreven? Vijf favorieten van de redactie van Psychol...
Lees verder
87077