Hij mag een mens in gedachten nemen, maar ook een dier, film, voorwerp, gebeurtenis. De ringen van Saturnus. De aanval op Pearl Harbor. Liefde. Het cijfer 14. De ander moet ja/nee-vragen stellen om het goede antwoord te vinden.

Probeer het eens tijdens de volgende autorit – het houdt je scherper dan de radio, en het is een fijne training in abstract denken. Je wordt heel handig in vragen bedenken die het aantal mogelijke antwoorden snel reduceren (‘Kun je het aanraken?’ ‘Is het door mensen gemaakt?’ ‘Is het groter dan deze auto?’ En, de onmisbare reductievraag als je dit spelletje speelt met een jongen van 10: ‘Heeft het iets met voetbal te maken?’).

Hoe oneindig veel mogelijke antwoorden er ook zijn, meestal lukt het ons ruim voor Amersfoort om precies het woord op te vissen dat de ander in zijn hoofd heeft.

De crux van dit spelletje is dat je je even volledig richt op de gedachten van je tegenspeler. Dat is in het dagelijks leven wel anders. Vaak hebben we ons hoofd maar half bij wat een ander vertelt. We zijn veel te druk met bedenken wat we er zelf van vinden, of wat we zelf hebben meegemaakt. Maar om te weten te komen wat een ander denkt, moet je juist in zijn hoofd kruipen.

Natuurlijk is dat in het echte leven een stuk lastiger dan bij ons autospelletje – al is het maar omdat gevoelens en gedachten veel ingewikkelder en veelvoudiger zijn dan losse woorden. En natuurlijk hebben wij een voorsprong omdat we elkaar kennen. Ik weet al wat zijn lievelingsplaneet is, en dat hij een zwak heeft voor de jonge aanvallende middenvelder van Ajax die net zo blond is als hij.

Allemaal waar.

Een echt gesprek is oneindig veel complexer dan een autospelletje.

Maar is dat niet des te meer reden om met aandacht te luisteren?