Kan de taal die je spreekt je gedrag beïnvloeden?

Kan de taal die je spreekt je gedrag beïnvloeden? Ja, zegt journaliste Karen Meirik uit eigen ervaring. In het Chinees is ze een stuk baziger. Veel tweetaligen herkennen haar verhaal. Maar valt het ook te onderbouwen met wetenschappelijk bewijs?

Het was een onaangename constatering, maar na drie jaar in Peking kon ik er niet omheen. Mijn nieuwe, Chinees sprekende zelf (inclusief bijbehorende Chinese naam) bleek een stuk baziger dan het oude, dat juist vaak moeite had om grenzen te stellen. Ook mijn tweetalige kleuter leek zich verschillend te gedragen al naar gelang de taal waarin ze bezig was. De kleine prinses die zich in Peking spontaan gedroeg tegen onbekenden, veranderde vaak in een verlegen meisje als ze met Nederlandse volwassenen sprak.

Voor het gemak schoof ik deze persoonsverwisseling onder de noemer ‘cultuurschok’. Ook wat mijn dochter betreft leek het allemaal logisch. Chinese volwassenen gaan nu eenmaal een stuk vrijer met kinderen om dan Europeanen. Ze behandelen ze als gelijken of zelfs als ‘kleine keizers’, en de vele gepensioneerden op straat hebben altijd tijd om te spelen en te luisteren. Niet zo vreemd dus dat mijn dochter zich anders tegenover hen gedroeg dan tegenover onbekende westerlingen.

Toen stuitte ik op een Amerikaans onderzoek dat me aan het denken zette. De onderzoekers stelden dat tweetalige mensen werkelijk van persoonlijkheid veranderen naar gelang de taal waarin ze functioneren. In dit geval ging het om Spaans-Amerikaanse vrouwen. Uit verschillende tests bleek dat ze

zich zelfverzekerder en assertiever voelden in het Spaans dan in het Engels, hoewel ze allemaal hun leven lang al in Amerika wonen. Heeft de taal zelf dan invloed op wie we zijn?

Voor Ellen Anderson, dertig jaar geleden naar Frankrijk geëmigreerd, staat dat buiten kijf. Haar Frans sprekende persoonlijkheid ziet ze als harder en agressiever dan haar flexibele en inschikkelijke Amerikaanse zelf.

‘Vooral bij de opvoeding van mijn dochter was dat duidelijk,’ zegt ze. ‘Hoewel we zowel Engels als Frans met haar spraken, wees ik haar uitsluitend in het Frans terecht. Alles wat te maken had met corrigeren, disciplineren, schelden, deed ik structureel in het Frans. Amerikaans gebruikte ik juist meer voor intieme, gezellige momenten.’

Meer afstand

‘Elke taal leer je in de eigen culturele context,’ zegt Mohsen Edrisi, klinisch psycholoog van Iraanse afkomst. ‘Dan kom je vanzelf terecht in een ander systeem van ritme, woorden, associaties en de dramatiek die de cultuur eigen is. Dat kan voelen als een andere identiteit.’

Edrisi is een pionier in Nederland op het gebied van onderzoek naar de relatie tussen taal en persoonlijkheidskenmerken. Die kenmerken – zoals extraversie, emotionele stabiliteit, zorgvuldigheid en flexibiliteit – kunnen we bijvoorbeeld meten met de Big Five-test. Dat is ook wat Edrisi deed om de relatie tussen taal en persoonlijkheid te meten. Met tussenpozen van een maand nam hij tweetalige proefpersonen met als eerste taal Perzisch een persoonlijkheidsvragenlijst af. De ene keer in het Perzisch, de andere keer in het Nederlands. Alle proefpersonen spraken beide talen vloeiend, maar hadden zich het Nederlands pas na hun zevende eigengemaakt. Ze bleken zichzelf in het Nederlands vaker als emotioneel labiel en minder zorgvuldig te omschrijven dan in het Perzisch.

‘Het is voor veel mensen makkelijker om met afstand naar zichzelf te kijken in hun tweede taal,’ zo verklaart Edrisi deze uitkomst. Die eerlijkheid schrijft hij toe aan de emotionele verwijdering die een tweede taal schept, waardoor je gevoelens als schaamte en schuld minder snel voelt. In zijn praktijk komt het geregeld voor dat Iraanse cliënten als voertaal kiezen voor het Nederlands in plaats van het Perzisch. ‘Een cliënt zei eens tegen me: “Door in mijn tweede taal te spreken, beheers ik de taal en niet andersom.” Hij koos op traumatische momenten bewust voor Nederlands, omdat hij zo de herinneringen minder intens beleefde.’

Het bespreken van taboe-onderwerpen als seks of geweld blijkt in een tweede taal ook makkelijker. En veel mensen ervaren vloeken in een vreemde taal als minder erg dan in hun moedertaal, met als levend bewijs het gemak waarmee Nederlanders ‘shit’ zeggen.

Complicerende factor is dat iedere taal woorden kent voor bepaalde emoties die nauwelijks te vertalen zijn. Edrisi: ‘In het Nederlands heb je bijvoorbeeld “overstuur”, “van slag”, “van streek” – allerlei nuances in deze emotie die je niet in elke taal kunt vertalen.’

Ook woorden als ‘ijirashi’ in het Japans (een woord dat een gevoel van verbondenheid uitdrukt bij het zien van een bewonderenswaardig persoon die moeilijkheden overwint), of het Engelse woord ‘anxiety’, zijn lastig precies te vertalen. Je kunt je afvragen of het regelmatig gebruik van dergelijke woorden ook betekent dat het bijbehorende aspect van je persoonlijkheid zich meer ontwikkelt.

Tegenstrijdig onderzoek

Onderzoek naar de hersenen van tweetaligen is er genoeg. Zo weten we dat tweetaligen een hogere dichtheid aan grijze stof in de hersenen vertonen, vooral in de taalgerelateerde linker hersenhelft. Dit ging op voor alle tweetaligen, maar hoe jonger de tweede taal aangeleerd was, hoe sterker het effect.

Helaas is naar de interactie tussen taal en persoonlijkheid tot nu toe nauwelijks neurologisch onderzoek gedaan. Maar cognitief psychologe Janet van Hell is vooralsnog sceptisch over het idee dat de taal die je spreekt je persoonlijkheid zou kunnen beïnvloeden. Van Hell doet neurologisch onderzoek naar tweetaligheid aan de Nijmeegse Radboud Universiteit en de Amerikaanse Penn State universiteit. Ze kijkt onder andere naar de hersenactiviteit die optreedt bij ‘code switching’, het wisselen van de ene taal naar de andere. Hierbij heeft ze geen opvallende invloed waargenomen van taal op de persoonlijkheid. Al moet daarbij wel aangetekend worden dat Van Hell vooral werkt met studenten die de tweede taal in een schoolomgeving hebben geleerd.

Met belangstelling volgt Van Hell daarom het onderzoek van David Luna van het Baruch College in New York. Luna’s proefpersonen namen actief deel aan twee culturen en bij hen viel wel degelijk iets van een identiteitswisseling vast te stellen zodra ze overschakelden van de ene op de andere taal. Luna introduceerde hiervoor de term ‘frame switching’: je wisselt niet alleen van taal, maar ook van cultureel kader.

Cynischer in het Perzisch

Alleen: het onderzoek van Luna was weer geen hersenonderzoek. Het blijft dus wachten op neurologisch bewijs. Maar kort geleden is Van Hell gestart met een onderzoeksproject dat kijkt naar de hersenactiviteit van mensen die een tweede taal leren door ‘immersie’, onderdompeling in die nieuwe taal. Als de taal die je spreekt inderdaad invloed heeft op je persoonlijkheid, verwacht Van Hell dat dat onder dergelijke omstandigheden tot uitdrukking zal komen: ‘Bij immersie moet je toch veel sterker je moedertaal onderdrukken, en dus mogelijk een deel van je identiteit.’

Ondertussen ziet psychotherapeut Edrisi in zijn praktijk dus wel degelijk een relatie tussen taal en persoonlijkheid. In die zin dat veel mensen de nieuw verworven uitdrukkingswijzen die bij hun tweede taal horen, als een nieuw ‘zelf’ ervaren.

Als voorbeeld citeert hij een van zijn cliënten. ‘Die zei tegen me: “Wanneer ik Perzisch spreek, ben ik cynischer. Als ik op Nederlands overschakel, ben ik – zoals Nederlanders – duidelijker van spraak en rustiger van toon. Die rust bevalt me wel.” Het overschakelen van de ene taal op de andere is voor tweetaligen niet alleen een verandering van communicatiemiddel maar ook van taalcultuur, met alle associaties en gedragingen die daarbij horen.’

Maar heeft taal nu invloed op je persoonlijkheid of is het omgekeerd: bepaalt je persoonlijke instelling hoe je de taal en cultuur van het andere land ondergaat? Voor de Amerikaanse Ellen Anderson waren de eerste anderhalf jaar in Frankrijk afzien. ‘Ik voelde me vaak boos, kon niet goed functioneren en wat ik oppikte van de taal was dus vooral klagen, kritiek leveren en een agressieve manier van iemand corrigeren.’

In mijn geval was het omgekeerd. Bijna twee jaar geleden verruilde ik met mijn gezin het hectische en vervuilde Peking (inclusief nieuw opgedane karaktertrekken) voor de rust van een Frans dorp. Het was een plek waar we graag naartoe wilden en waar we ons welkom voelden. Met mijn schoolfrans veranderde ik weer in een nieuwsgierige 15-jarige, al heeft die ondertussen wel meer geduld en flexibiliteit moeten aanleren dan mijn Nederlandse versie. Dochterlief, die in China en in Nederland niet veel van kussen moest hebben, knuffelt en omhelst haar nieuwe vriendjes in Frankrijk ondertussen als een echte Française. Hoewel persoonlijkheidskenmerken voor een belangrijk deel zijn aangeboren, kunnen een nieuwe taal en cultuur onze goede en slechte kanten dus misschien nét een beetje versterken of afzwakken.

Zolang onderzoek nog niet onomstotelijk heeft aangetoond dat taal van invloed is op de persoonlijkheid, zullen we zelf de proef op de som moeten nemen. Kruip deze zomer eens in de huid van je buitenlandse zelf. En als de nieuwe persoonlijkheidskenmerken bevallen, neem ze dan als souvenir mee naar huis.

Wanneer ben je tweetalig?

Tweetaligheid klinkt in het dagelijks taalgebruik nog altijd als iets bijzonders. Toch spreekt meer dan de helft van de wereldbevolking twee of meer talen. In veel landen, vooral ontwikkelingslanden, is de thuistaal een plaatselijke taal die verschilt van de officiële bestuurstaal. En door de toegenomen mobiliteit, gemengde huwelijken en arbeidsmigratie leven steeds meer mensen in een tweetalige omgeving.

Wel blijkt de definitie van meertaligheid per onderzoeker te verschillen. De definitie van de Frans-Zwitserse linguïst François Grosjean wordt veel gebruikt: ‘Tweetaligen zijn zij die in hun dagelijks leven twee of meer talen nodig hebben en gebruiken.’

Cognitief psychologe Janet van Hell kijkt vooral naar het functionele aspect van de taalbeheersing en niet zozeer naar de culturele kant. Daardoor kon zij voor haar onderzoeken goed uit de voeten met Nederlandse studenten als proefpersonen. Van Hell beschouwt hen als tweetalig omdat ze al vanaf relatief jonge leeftijd blootstaan aan Engels (onder andere door tv en computer), en voor hun studie veel Engelse informatie moeten verwerken.

Psychotherapeut Mohsen Edrisi hanteert een wat strakkere interpretatie, waarbij de tweetalige ook de bij de taal horende cultuur goed kent. Voor hem is ook het verschil tussen simultane en successieve tweetaligheid van belang. Als opgroeiende kinderen meerdere talen op gebalanceerde wijze krijgen aangeboden – bijvoorbeeld als beide ouders een verschillende moedertaal spreken – is er sprake van simultane tweetaligheid. Als de tweede taal na het zevende levensjaar wordt aangeleerd, spreken we van successieve tweetaligheid.

Het ruimste is de definitie van klinisch linguïsten als Attie Duval-Gombert. Zij zien ieder mens als meertalig, omdat we ook in het dagelijks leven voortdurend een vertaalslag maken naar degenen met wie we communiceren. Jargon, jeugdtaal of dialect zijn volgens deze opvatting dus ook ‘talen’.

Persoonlijkheid beïnvloedt taalverwerving ook

De taal die je spreekt lijkt je persoonlijkheid te beïnvloeden, maar het omgekeerde is ook het geval: je persoonlijkheid beïnvloedt de mate waarin je accentloos een vreemde taal leert spreken. ‘Mensen die minder openstaan of meer vasthoudend zijn, houden vaak een sterker accent,’ zegt klinisch linguïste Attie Duval-Gombert, hoogleraar aan de universiteit van Rennes, in Frankrijk. ‘Ook de mate waarin je jezelf identificeert met je moedertaal en cultuur heeft invloed op je accent.’ Maar met een accent is niks mis, vindt Duval-Gombert. Het is een onderdeel van je identiteit: ‘Bijna niemand leert op latere leeftijd een nieuwe taal volledig accentloos spreken. En een accent gaat verder dan je uitspraak alleen: ook consequent woordgeslachten verwarren hoort erbij.’

Forum: taal en persoonlijkheid

Die Franse agressie of Spaanse zelfverzekerdheid – herkent u dat? En welke invloed heeft taal op u? Deel uw ervaring op psychologiemagazine.nl/forum

Karen Meirik werkte van 2004 tot 2009 als correspondente in China voor onder andere de Wereldomroep, de VPRO en Trouw. Sinds september 2009 is ze freelance journaliste in Frankrijk.

auteur

Karin Meirik

» profiel van Karin Meirik

Dit vind je misschien ook interessant

Verhaal

De psychologie achter cijfers

Econometrist en journalist Sanne Blauw is heel kritisch op nieuwsfeiten. Toch laat zelfs zij zich mi...
Lees verder
Verhaal

De psychologie achter cijfers

Econometrist en journalist Sanne Blauw is heel kritisch op nieuwsfeiten. Toch laat zelfs zij zich mi...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Advies

Stress door klagende collega

Op kantoor zit ik naast een collega die vaak humeurig is. Hij klaagt dan over het werk, over de baas...
Lees verder
Advies

Stress door klagende collega

Op kantoor zit ik naast een collega die vaak humeurig is. Hij klaagt dan over het werk, over de baas...
Lees verder
Artikel

Naïeve slachtoffers

Gaan we samenwerken of wordt het ieder voor zich? Het antwoord op deze vraag hangt voor een groot de...
Lees verder
Artikel

Familie in de hedendaagse kunst

Kan de taal die je spreekt je gedrag beïnvloeden? Ja, zegt journaliste Karen Meirik uit eigen ervar...
Lees verder
Artikel

Allemaal meisjes

Kan de taal die je spreekt je gedrag beïnvloeden? Ja, zegt journaliste Karen Meirik uit eigen ervar...
Lees verder
Artikel

Jippe en Heike Hora Adema (27)

Jippe is piloot en Heike loopt co-schappen in het ziekenhuis.
Lees verder
Artikel

Wat je hebt, ben je zelf

Bezit is een middel om je identiteit uit te drukken. Uit het soort huis dat iemand heeft, zijn inter...
Lees verder
Artikel

Wat bepaalt úw identiteit?

Ontdekken wie je bent: veel mensen zijn er een leven lang zoet mee. Deze test zet u in de goede rich...
Lees verder