Weet je wat mij het meest verbaasde na mijn overgang naar de Universiteit van Amsterdam? Nederlandse studenten denken dat zij elk moment van de dag mijn kamer binnen kunnen vallen met een klacht over een cijfer. Zoiets heb ik al mijn jaren in Engeland nog nooit meegemaakt. Toch bleken mijn collega’s hier dergelijke klachten helemaal niet raar te vinden. Inmiddels zie ik de charme er ook wel van in. Ook een beoordelaar kan fouten maken en dus moet er ruimte zijn voor dergelijk gedrag. Wat mij echter nog steeds bevreemdt, is dat sommige studenten komen klagen over hun cijfer zonder dat zij steekhoudende argumenten hebben.’

Manstead woont en werkt inmiddels acht jaar in Neder land, maar hij beziet onze gebruiken en gewoonten nog steeds met de ogen van een buitenstaander. ‘Het poldermodel leeft ook op de universiteit. Als in Engeland tijdens een vergadering een voorstel op tafel lag, dan werd dat op grond van stemmen al dan niet aangenomen. Hier wordt echter net zo lang doorgepraat tot consensus is bereikt en dat kost veel tijd. Het voordeel is dat er voor de beslissing een groter draagvlak wordt gecreëerd. Zelfs degenen die zich na veel praten nog steeds niet

in de beslissing kunnen vinden, voelen zich voldoende serieus genomen. Het nadeel is dat het leven hier soms aanvoelt als één lange vergadering.’

Het leven van Manstead laveert tussen twee culturele achtergronden. ‘Voor ik vast naar Amsterdam kwam, ben ik hier al eens geweest tijdens een sabbatical year. Dit was geen betaalde vakantie. Je hebt het weliswaar goed, maar op een andere manier dan men doorgaans aanneemt. Je wordt ondergedompeld in een andere intellectuele omgeving en dat werkt zeer inspirerend. Verder ben je bevrijd van veel dagelijkse beslommeringen, zodat je beter aan een stuk door kunt werken. Je komt beter toe aan je eigenlijke werk: het doen van wetenschappelijk onderzoek. Het is een goede gelegenheid om achterstallig werk in te halen en nieuwe ideeën op te doen. Het is een mogelijkheid die Nederlandse universiteiten hun personeel ook vaker zouden moeten bieden.

Voor mij bleek het sabbitical achteraf ook een nieuwe fase in mijn carrière in te luiden. Na zestien jaar honkvast in Manchester te hebben gezeten, kreeg ik het aanbod om terug te keren naar Amsterdam. Je zou zeggen dat ik inmiddels moest weten waar ik aan begon. Toch viel de aanpassing niet mee. Naast mijn gewone werk moest ik wennen aan een nieuw leven in een nieuwe stad en moest ik ook nog Neder lands leren. En hoewel mijn collega’s mij tijdens mijn afscheid van mijn sabbatical uitgebreid geplaagd hebben dat mijn Nederlands niet verder was gekomen dan het bestellen van een broodje gezond, viel de taal toch tegen. Als je in de veertig bent, is je brein niet zo flexibel meer. Het was hard werken om een vreemde taal onder de knie te krijgen.’

Het aanbod om dit interview in het Engels te houden, slaat Manstead echter af. In plaats daarvan geeft hij de keuze tussen zijn Nederlandse en Engelse persoonlijkheid. ‘In het Nederlands ben ik wat directer. Hier is iedereen geneigd te zeggen wat hij bedoelt. In het Engels is dat wat minder. Nog extremer zijn de culturen waar het onbeleefd is om nee te zeggen als je een vraag gesteld wordt. ‘Ja’ is daar het standaard antwoord en de luisteraar moet zelf ontdekken wanneer ‘ja’ ook daadwerkelijk ‘ja’ betekent. Een dergelijke omzichtigheid is Nederlanders echt vreemd.’

Een pleidooi tegen zelfzucht

Het onderzoek waarmee Manstead in Engeland zijn naam vestigde, lag op het gebied van het rijgedrag. ‘Een heilige waarheid over het rijgedrag is dat 92 procent van de ongelukken mede of uitsluitend door menselijke fouten bepaald worden. Ingenieurs hebben auto en weg zo veilig mogelijk gemaakt, maar er gaat nog steeds van alles mis door het gedrag van de bestuurder. Men dacht daarbij dat veel fouten worden veroorzaakt worden door zaken als even niet goed opletten of het verkeerd inschatten van de snelheid van een tegenligger. Dit zijn onachtzaamheden en vergissingen, maar ik vroeg me af of veel problemen niet ontstonden door overtredingen. Een vaardige bestuurder kan bijvoorbeeld zo hard rijden, dat hij geen tijd meer heeft om uit te wijken als er iets onverwachts gebeurt. Ons onderzoek bevestigde mijn intuïtie. De meeste ongelukken ontstaan niet door foutjes of onoplettendheid, maar door overtredingen, met name door te hard rijden.

Het beleid van de overheid houdt hier echter onvoldoende rekening mee. De aandacht gaat primair uit naar de training van automobilisten. Voordat je hier een rijbewijs krijgt, heb je een hoog rijvaardigheidsniveau nodig. Ik was dan ook opgelucht dat ik hier geen rijexamen hoefde af te leggen, maar mijn Engelse rijbewijs mocht inruilen. De hoge vaardigheid heeft echter alleen invloed op de fouten die je maakt, maar daarmee voorkom je weinig ongelukken. De overheid zou beter de aandacht kunnen richten op een mentaliteitsverandering.

Als voorbeeld zou je de anti-alcoholcampagne kunnen nemen. Toen ik net auto kon rijden was het nog heel normaal om met een glaasje op achter het stuur te kruipen. Wie dat na een feestje niet meer deed, was een watje. Tegenwoordig denken we daar heel anders over. Met alcohol achter het stuur gaan zitten is gecriminaliseerd. Het wordt niet meer geaccepteerd en je kunt er zware straffen voor krijgen. Deze omslag is echter niet zonder slag of stoot bereikt. Daar is een intensieve campagne aan voorafgegaan. Een vergelijkbare omslag is nu nodig met betrekking tot te hard rijden. Er moet een taboe komen op snelheidsovertredingen, want nu is het nog zo dat iedereen er openlijk voor uitkomt dat hij te hard rijdt. Alleen op die manier kan het aantal verkeersslachtoffers belangrijk verminderd worden.’

Manstead zegt dat hij zelf inmiddels deze omslag heeft gemaakt. ‘Ik rijd nu minder vaak te snel dan tien jaar geleden. Ik durf echter niet te zeggen dat ik dit aan mijn eigen onderzoek te danken heb. Ik ben intussen ook wat ouder geworden en ik heb een kind gekregen. Dat zijn allebei factoren die je ertoe aanzetten om risico’s te vermijden.’

Vermijd spijt!

Hoe je mensen zover moet krijgen om zich aan de maximumsnelheid te houden, bestudeerde Manstead vanuit de theorie van het ‘geplande gedrag’. Deze theorie gaat ervan uit dat het van iemands instelling en intenties afhangt of hij een norm overtreedt. ‘De makke van de theorie is dat hij weinig plaats biedt aan de emotionele aspecten van norm overtredingen. Te hard rijden roept immers een thrill – een aangename spanning – op en dat houdt dit gedrag in stand.

Tijdens mijn sabbitical kwam ik echter een stapje dichter bij een oplossing. Verderop op de gang waar ik werkte, bleek collega Joop van der Pligt de theorie van het geplande gedrag te gebruiken bij zijn onderzoek naar safe sex. Hij omzeilde de tekortkomingen van de theorie door emoties een duidelijker plaats te geven. Zo hield hij proefpersonen voor hoe zij zich de ochtend na het onveilige vrijen zouden voelen. De geanticipeerde spijt blijkt het condoomgebruik te bevorderen.

Ik heb toen geprobeerd dezelfde truc uit te halen bij snelheidsovertreders. Als een soort mini-Spielberg ontwikkelde ik een viertal filmpjes die bedoeld waren om de houding van proefpersonen te beïnvloeden. In een van de filmpjes wil een oud vrouwtje met een boodschappentas de straat oversteken als een auto te hard komt aanrijden. Van schrik laat ze haar boodschappen vallen. Een omstander helpt haar de boodschappen oprapen, waarna hij in zijn auto stapt. Je hoort hem denken: ,,Krankzinnig zoals die man reed. Het is levensgevaarlijk om zo hard te rijden in de buurt van een winkelcentrum.” Dan merkt hij dat hij zelf te hard rijdt en remt af tot hij onder de maximumsnelheid zit. De bedoeling was de hypocrisie van de gemiddelde automobilist naar voren te brengen en de kijker ervan bewust te maken dat ook autorijden morele kanten heeft. Als je de morele normen overschrijdt, dan kan je dat achteraf berouwen. De boodschap is dat de automobilist voortaan beter kan proberen spijt te voorkomen. Dit blijkt redelijk veel indruk te maken. Het werkt bijvoorbeeld beter dan de video die inspeelt op de verhoogde kans dat je betrokken raakt bij een ongeval. In dat filmpje bekritiseert een automobilist een ander die te hard rijdt, terwijl hijzelf precies dezelfde overtreding begaat.’ Het stemmetje van het geweten dat zegt dat als je vindt dat een ander zich aan de regels moet houden, je dat zelf ook moet doen, weegt dus minder zwaar dan het berouw dat al voor de zonde wordt opgeroepen.’

Spaans eergevoel

Tegenwoordig heeft Manstead het toegepaste onderzoek naar verkeersveiligheid omgeruild voor meer fundamenteel onderzoek naar emoties. Hij geeft daarbij samen met Joop van der Pligt leiding aan de programmagroep sociale psychologie. Het onderzoek van deze groep werd onlangs door een visitatiecommissie beoordeeld als behorend tot de top van Nederland. Over alle linies waren de rapportcijfers maximaal. Toch eist Manstead de eer niet voor zichzelf op. ‘Ik wil niet vals bescheiden zijn en ben natuurlijk trots en blij met de erkenning, maar ik moet toch constateren dat de belangrijkste impuls van onderaf komt. Ook voordat ik hier kwam, was er een goede groep onderzoekers aanwezig en die heb ik hooguit wat tipjes kunnen geven. Het gaat echt om een collectieve prestatie. Ik ben niet gelauwerd als de beste sociaal-psycholoog.’

De bescheidenheid die Manstead aan de dag legt, sluit prachtig aan bij de trend die op universiteiten heerst. Onderzoek is de laatste jaren steeds minder het gevolg van individuele inspanningen en meer van samenwerkende teams. In deze omstandigheden geeft het geen pas om je als individu op de borst te slaan. ‘Jezelf trots voelen en dat ook uiten, is eigenlijk een manier om te zeggen dat je beter bent dan een ander.’

Manstead verhaalt over het promotieonderzoek van Patricia Rodriquez dat zij samen met collega Agneta Fischer heeft begeleid. Zij keek naar de verschillen in emotionele beleving tussen Spanjaarden en Nederlanders. ‘Antropologen hebben Spanje net als veel andere landen rond de Middellandse Zee geoormerkt als een eercultuur. In een dergelijke cultuur is het noodzakelijk om je eer hoog te houden, maar daarvoor ben je niet alleen afhankelijk van je eigen gedrag, maar bijvoorbeeld ook van het feit dat je nichtje ongetrouwd wil gaan samenwonen. Een Nederlander zou voor zoiets de schouders ophalen, maar een Spanjaard voelt zich in dergelijke omstandigheden persoonlijk aangesproken, omdat zijn eer in het geding is.

Dit culturele verschil laat zich vertalen in verschillen in de emotionele beleving in de twee landen. Wij hebben ons daarbij geconcentreerd op de emoties die betrekking hebben op iemands zelfbeeld. Trots is een emotie die de afstand tot anderen vergroot, omdat die signaleert dat jij iets kunt waar een ander moeite mee zou hebben. Schaamte is daarentegen een verontschuldiging voor het eigen gedrag. De blos en het ongemakkelijke gedraai laten zien dat iemand zich ongemakkelijk voelt, omdat hij zich op een manier heeft gedragen die de groep niet goedkeurt. Schaamte is een soort excuus, waardoor iemand dicht bij de groep blijft. Zoals wij op grond van deze theoretische overwegingen hadden verwacht, blijken Spanjaarden inderdaad minder vaak trots te zijn op eigen prestaties. Bij hen gaat de eer van de groep voor. Nederlanders schamen zich juist minder vaak. Zij zijn minder verantwoording schuldig aan hun naasten en gebruiken het woordloze excuus minder vaak.

De gevoelswereld van mensen is afhankelijk van de cultuur waarin zij leven. Als je naar de grote lijnen kijkt, kun je zeggen dat mensen zich in sommige culturen voornamelijk definiëren in relatie tot anderen. Als je bijvoorbeeld een Japanner vraagt wie hij is, zal hij in zijn antwoord ook zijn ouders, kinderen en collega’s betrekken. Een Amerikaan zal eerder op de proppen komen met zijn beroep, leeftijd of geslacht.

Wij hebben nu aangetoond dat je een dergelijk verschil ook terugvindt als je Spanje met Nederland vergelijkt, al denk ik dat het een misverstand is dat Nederland erg individualistisch is. Als iemand hier een verjaardag heeft van een oom of een tante in Maastricht, dan is het heel vanzelfsprekend om daar even langs te gaan. Dat zag ik in het meer individualistische Engeland veel minder gebeuren. Veelzeggend is ook dat de Nederlandse identiteit zo verweven is met het woord tolerantie. Andere culturen hebben meer patriottische elementen en creëren juist extra afstand tot buitenstaanders. Een Neder lan der is er trots op dat hij niet trots is op zijn Nederlanderschap.’

Boze vrouwen

De binnenwereld van het gevoel is hecht verweven met de buitenwereld van onze relaties. Een emotionele reactie is niet goed of fout, maar afhankelijk van de context waarin zij optreedt. Is dit niet in tegenspraak met het begrip emotionele intelligentie dat is gebaseerd op het idee dat de ene reactie beter is dan de andere? Manstead denkt van niet: ‘Ons onderzoek laat zien dat er niet één enig juiste manier is om met andere mensen om te gaan, maar het basisidee achter emotionele intelligentie is wel in orde. Ieder mens moet leren, wanneer het wel of niet handig is om emoties te uiten. Altijd voor jezelf opkomen is even slecht als nooit voor jezelf opkomen. Om een allround human being te zijn heb je meer nodig dan intelligentie. Je moet je ook kunnen verplaatsen in een ander, relaties kunnen behouden en kunnen samenwerken. Ook belangrijk vind ik dat het begrip emotionele intelligentie van mensen vraagt om rekening te houden met anderen. Het is een pleidooi tegen zelfzucht en daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.’n

Drs. A. Bergsma, psycholoog en redacteur van Psychologie Magazine

[streamliner] ‘Een Nederlander is er trots op dat hij niet trots is op zijn Nederlanderschap’[/wpgpremiumcontent]