Ze is een bekendheid in Groot-Brittannië, ook al heeft ze een beroep waarbij je dat niet meteen zou verwachten. Susan Greenfield is professor in de synaptische farmacologie, met als specialisatie de enzymwerking bij alzheimer en parkinson. Toch hangen de Britten aan haar lippen, en dan vooral omdat ze zo helder en pakkend kan vertellen over de werking van ons brein. Ze verschijnt geregeld in radio- en tv-programma’s. Overigens ook omdat ze in het Britse Hogerhuis zit, de House of Lords.

Ondanks haar populariteit krijgt Greenfield ook veel kritiek vanwege haar prikkelende opinies. Zoals toen ze in het Hogerhuis zei dat social-network-sites funest zijn voor de ontwikkeling van het kinderbrein. Want waar haalde ze het bewijs voor die stelling vandaan? ‘Heel veel bewijs heb ik nog niet,’ reageerde Greenfield, ‘maar dat wil toch niet zeggen dat ik ongelijk heb?’

Als kind haalde Greenfield een dood konijn bij de poelier om de hersenen van het beestje te ontleden. Een halve eeuw later is haar enthousiasme over de hersenen nog onverminderd groot. ‘Ze zijn zó complex en interessant,’ zegt ze, ‘er valt nog zóveel over te ontdekken.’

U promoveerde op de ziekte van Alzheimer. Wat fascineerde u zo aan deze

 

aandoening?

‘Het is een van de grootste problemen waar de mensheid deze eeuw mee wordt geconfronteerd. Doordat we tegenwoordig ziektes als kanker, hartaandoeningen en tuberculose beter kunnen behandelen, worden we met z’n allen ouder en krijgen we op grote schaal te maken met ouderdomsziekten. Alzheimer is een van de ergste ouderdomsziekten, omdat ze je je persoonlijkheid afneemt en in veel gevallen ook nog eens bijzonder lang duurt.’

Denkt u dat we alzheimer in de nabije toekomst zullen kunnen genezen?

‘Ja en nee. Het goede nieuws is dat ontzettend veel wetenschappers uit allerlei disciplines zich ermee bezighouden: van epidemiologie tot toxicologie tot genetica. Maar het slechte nieuws is dat nog niemand het basale mechanisme van de ziekte heeft blootgelegd: waarom bij alzheimer de hersencellen afsterven. Zolang we het concrete antwoord op die vraag niet kennen, kunnen we geen gerichte actie ondernemen.’

Denkt u dat ú het basale mechanisme gaat ontdekken?

‘Eh… ik wil geen valse hoop wekken, maar ik denk wél dat ik iets heel belangrijks aan het onderzoeken ben: een specifiek enzym in de hersenen dat bij het ouder worden stukjes molecuul verliest, waardoor hersencellen ontregeld raken en afsterven. Mijn theo­rie is dat dat de oorzaak van alzheimer is.

We proberen nu dit losgeslagen enzym aan te tonen in het bloed van alzheimerpatiënten. Als dat lukt, kunnen we alzheimerpatiënten dagelijks pillen laten slikken die het kapotte enzym inactief maken. Dan zou de ziekte volgens mij te stoppen moeten zijn. Maar zover is het nog niet, we zitten nog in de hypo­thetische fase.’

In interviews zegt u vaak dat mensen in de moderne maatschappij hun identiteit dreigen te verliezen. Hoe kwam u op dat onderwerp? Het lijkt mijlenver af te staan van uw alzheimeronderzoek.

‘Nou, die dingen hebben iets heel gemeenschappelijks, hoor. Bij alzheimer raakt het brein zijn individualiteit kwijt, en iets soortgelijks gebeurt volgens mij ook door de moderne computertechnologie. Die maakt het brein steeds afgestompter. Ons brein is uiterst flexibel en past zich snel aan de omgeving aan; je moet niet onderschatten hoe krachtig de invloed van de computer op onze her­senen is. Jongeren zitten tegenwoordig urenlang computerspelletjes te doen, of zijn gekluisterd aan sites als msn en Hyves – dat móét wel ­desastreuze gevolgen hebben voor het brein.’

Desastreus, hoezo?

‘De computer infantiliseert het brein. Hij geeft, net als drugs, kortetermijnbeloningen, waardoor je verleert je in te zetten voor iets op de langere termijn. Er is onderzoek waaruit blijkt dat jongeren die veel achter de computer zitten een kortere aandachtsspanne hebben en minder empathisch zijn. Bij zware gamers is zelfs al vastgesteld dat ze vaker eigenschappen hebben die bij autisme voorkomen, zoals een laag zelfbeeld, introversie en angst voor sociale contacten.

In de tweedimensionale wereld van het computerscherm hoef je geen echte relaties met anderen aan te gaan en kun je niet echt geraakt worden, doordat anderen ver van je af staan. En als je in een spelletje iemand doodschiet, heeft dat geen consequenties zoals in de echte wereld. Informatie in een bredere context plaatsen is er niet bij: op de computer telt alleen het hier en nu. Je schiet op een poppetje, maar je vraagt je niet af wat er in het hoofd van dat poppetje omgaat.’

Maar er is toch ook onderzoek waaruit blijkt dat kinderen wél baat hebben bij de computer?

‘Er is inderdaad aangetoond dat kinderen er een hoger iq van krijgen. Maar het punt dat ik probeer te maken, is dat er op langere termijn niet meer romans door zullen verschijnen, begrijp je? De computer leert je heel snel beslissingen nemen, waardoor je een kei wordt in informatieverwerking – maar dat is niet hetzelfde als kennis. Naar mijn mening betekent kennis dat je iets leert zien in termen van iets anders. De computer leert je feiten, maar hij leert je niet wat die feiten betekenen in een bredere context. Daarvoor moet je juist de computer uitzetten en eens naar de wereld om je heen kijken en rustig nadenken, of je gedachten opschrijven, of met anderen praten; en dan niet via zo’n social-network-site, wat mis je dan veel essentiële ingrediënten van echt contact: lichaamstaal, oogcontact, stem, aanraking.’

Moeten computers dan op de schroothoop?

‘Nee, maar ik vind wel dat je je kind niet zomaar achteloos achter zoiets krachtigs als de computer kunt dumpen. Vergelijk het met autorijden: je geeft je kind toch ook niet de autosleuteltjes?’

Hoe moeten we de computer dan inzetten?

‘Heel selectief. Je kunt bijvoorbeeld lezingen, debatten en discussies online zetten. Zolang de computer maar niet wordt gebruikt voor plat vermaak, maar je erdoor wordt gestimuleerd zelf verbanden te leggen en betekenissen te zoeken.’

U hamert er ook op dat mensen hun creativiteit moeten gebruiken.

‘Inderdaad, want creatief zijn levert de hoogste vorm van individualiteit op. Tegenwoordig trappen we massaal in de val van de reclame, die ons doet geloven dat we pas echt iemand zijn als we bepaalde spullen kopen – maar het resultaat is dat je je alleen maar ellendiger voelt als je die dure Nikes hebt gekocht en vervolgens ontdekt dat de buurman precies dezelfde heeft.

Nee, dan creativiteit: dát geeft voldoening, omdat je zelf iets hebt bedacht wat er daarvoor nog niet was. Met je creativiteit kun je iets nuttigs doen voor de samenleving en verwerf je een unieke identiteit, in plaats van alleen maar passief achter de computer zitten, of je laten drogeren door seks, drugs en rock-’n-roll. Het mensenbrein is het enige brein in de dierenwereld dat creatief kan denken, laten we er dan ook gebruik van maken! Als we onze kinderen steeds computerspelletjes laten spelen en ze tot passieve consumenten maken, verleren ze die vaardigheid. En dat zou zonde zijn, want dan verliest de mens in de toekomst een enorm potentieel.’

Kunt u een voorbeeld geven van die ‘creativiteit’?

‘Nou, mijn eigen enzymtheorie over alzheimer bijvoorbeeld! Iederéén kan creatief zijn, daar hoef je geen geleerde voor te zijn of Picasso voor te heten. Al zet je de stoelen in je keuken anders neer, dan ben je al creatief. Zolang je maar vastgeroeste ideeën durft los te laten, dingen onverwacht bij elkaar brengt, zoals kunstenaar Damien Hirst deed toen hij een schedel volplakte met diamanten. Creativiteit maakt dat we de wereld op een andere manier gaan waarnemen.’

Waarom is dat zo belangrijk?

‘Het verruimt je geest, waardoor je op nieuwe ideeën komt. Het helpt je ook op een dieper niveau te komen, de wereld beter te begrijpen. Want zodra je iets begrijpt, krijgt het betekenis voor je.

Ik geloof dat betekenis iets is waar veel mensen vandaag de dag diep in hun hart behoefte aan hebben. We leven in een wereld waarin we in materieel opzicht rijk zijn, maar toch missen we iets essentieels. Niet voor niets zijn veel mensen tegenwoordig op zoek naar zingeving. Nu aan alle fysieke behoeften wordt voldaan, gaan mensen zich afvragen wie ze zijn en wat ze betekenen in het grotere geheel. Mensen willen iets betekenen voor de wereld, in plaats van alleen maar plezier maken en in het moment leven, wat kleine kinderen het liefste doen.’

Wat is volgens u het grootste inzicht dat breinonderzoek tot nu toe heeft opgeleverd over de aard van de mens?

‘Dat de mens als enige in metaforen kan denken. Er is geen enkel ander dier dat daartoe in staat is. Zelfs mensenkinderen kunnen het nog niet; het is een vaardigheid die we in de loop van onze jeugd moeten leren.’

Kun je dat ook aan het brein zien?

‘Ja, volwassenen hebben veel meer verbindingen tussen hun hersencellen dan kinderen. Tijdens de jeugd sterven de neuronen die niet worden aangesproken – je hebt als volwassene dus minder grijze cellen – maar het netwerk van connecties tussen de overgebleven cellen wordt ongelooflijk veel complexer.

Toen ik zestien was, was ik nogal bazig tegen mijn broertje van drie, en dwong ik hem teksten uit Shakespeares Macbeth voor te dragen: “Out, out, brief candle! Life’s but a walking shadow, a poor player.” Als ik hem vroeg wat die strofe betekende, zei hij: “Het gaat over een kaars die je kunt uitblazen.” Zijn brein was nog niet in staat te bevatten dat het over de dood ging. Kinderen leren metaforen en symbolen pas geleidelijk aan bevatten. Laten we alsjeblieft beseffen dat het hier om een unieke vaardigheid gaat die we moeten koesteren, want het is dé eigenschap waarmee we de wereld beter kunnen begrijpen.

Susan Greenfield (1950) groeide op in de Londense arbeidersklasse, als dochter van een elektricien en een danseres. Ze was de eerste uit haar familie die ging studeren. In Oxford specialiseerde ze zich in de psychofysiologie en promoveerde er op de ziekte van Alzheimer. Ze is nog steeds aan de universiteit van Oxford verbonden, onder meer als directeur van het Institute for the Future of the Mind. Ze werkte in New York, Parijs, Belfast en Sydney, schreef publieksboeken over brein en bewustzijn, en was twaalf jaar directeur van de Londense Royal Institution, het oudste wetenschappelijke instituut ter wereld. Daarnaast richtte ze drie bedrijven op die onderzoek doen naar ­hersenziekten. Vanwege haar verdiensten werd ze in 2001 benoemd tot barones en kreeg ze een zetel in de House of Lords.[/wpgpremiumcontent]