Sue Johnson was actrice voordat ze een van de belangrijkste relatietherapeuten en onderzoekers ter wereld werd, en dat is duidelijk te merken als je met haar praat. Met grote gebaren en verschillende stemmetjes imiteert ze de gesprekken in haar therapieruimte. Het ene moment is ze een jonge vrouw met een lijzig stemmetje: ‘Ach ja, iedereen in mijn straat zegt dat het nou eenmaal zo gaat, dat je elkaar niet meer aanraakt na zes jaar huwelijk en een kind…’ Het andere moment is ze een jaloerse man, die met zijn vuist op tafel slaat en roept: ‘Ik wil weten waarom, wáárom heb je toen…’

U heeft veel verschillende dingen gedaan in uw leven: Engelse literatuur gestudeerd, geacteerd, met pubers gewerkt. Hoe kwam u bij relatietherapie uit?

‘Wat me in de letterkunde en het acteren aantrok, was dat ik altijd geïntrigeerd ben door persoonlijkheden. Maar van het acteren kreeg ik genoeg, omdat ik met mijn rode haar altijd de rol van de sloerie kreeg. Daarna werkte ik met pubers. Die waren boeiend, de meesten van hen hadden verschrikkelijke levens en waren door allerlei trauma’s heen gegaan, en het was geweldig om te leren met ze te werken. Voor

meer achtergrondkennis ging ik psychologie studeren. Ik vond alles interessant, groepen, individuele therapie. Maar het moment dat ik de kamer binnenliep om met een koppel te werken… Dat was hypnotiserend. Ik kon mijn ogen er niet van ­afhouden. Want als een stelletje ruzie­­maakt, zie je wie ze zijn: je ziet hun diepste verlangens, hun grootste angsten. Je ziet wat ze doen wanneer ze zich in het nauw gedreven voelen, wat ze doen als ze wanhopig zijn. Zulke enorme emoties, zo’n drama, het leken wel ­tragedies van Shakespeare.’

Wist u toen al hoe u hen kon helpen?

‘Nee, en dat was het tweede dat me raakte. Ik was gewend om te kunnen helpen, vanuit mijn werk met pubers. Maar niets wat ik deed, leek ook maar enig verschil te maken. Een andere uitdaging was dat er in die tijd nog nauwelijks iets bekend was over effectieve interventies voor relatietherapie. Dus begon ik de gesprekken op te nemen, en steeds opnieuw af te spelen.

Als je de beelden van een ruziënd stel tien keer bekijkt, dan begin je hun “dans” op een heel andere manier te zien. Ik ­begon te zien dat deze dans eigenlijk hetzelfde is bij alle koppels. En dat ik bepaalde dingen kon doen: als ik dit deed dan vertraagde de dans, als ik dat deed veranderde hij plotseling. Dan ­waren cliënten net een uur lang boos geweest op elkaar, en opeens keken ze met compassie naar de ander. Ik begon die dingen op te schrijven. Ik werd er helemaal door geobsedeerd, om het drama en de emoties te begrijpen.’

Wat hielp bijvoorbeeld?

‘Als ik naar de emoties onder hun verwijten ging – vooral de zachtere gevoelens zoals angsten, onzekerheden, je alleen voelen of niet goed genoeg – en als ik ze hielp om die gevoelens te begrijpen en te accepteren, dan kalmeerden ze. Door deze gevoelens te delen, vergaten ze spontaan de tweeëndertig klachten en redenen waarom hun partner een monster was. En de partner reageerde meestal liefdevol.

Ik leerde ook dat als we koppels hielpen om de spiraal te zien waarin ze verzand waren – de spiraal van verwijten, terugtrekken, meer verwijten en eenzaamheid, meer terugtrekken en afwijzen – dat ze dan zagen dat ze allebei ongelukkig waren en vastzaten.

Geleidelijk aan kunnen mensen leren om op een andere manier met hun emoties om te gaan, om zachtere signalen naar hun geliefde te zenden. En de partner kan leren te reageren. Het kost wat tijd, maar uiteindelijk verandert het de hele relatie.’

U werkt nog steeds met koppels. Leert u ook nog steeds nieuwe dingen van ze?

‘Ja, van elk koppel waar ik mee werk. Ik krijg nu vaak casussen waar anderen geen raad mee weten. Bijvoorbeeld mannen die uit de oorlog komen.

Zo kreeg ik een man die verschrikkelijke dingen had meegemaakt, en zijn vertrouwen in de mensheid en God was kwijtgeraakt. Bij thuiskomst stopte hij die trauma’s diep weg. Maar na een paar jaar kon hij ze niet meer binnenhouden. En waar focust hij op? Niet de oorlog, maar een klein detail. Zijn vrouw had net voor hun trouwen, 36 jaar geleden, kort geflirt met een andere man. Ze zijn lang bij elkaar, ze houdt van hem, is altijd trouw geweest, maar als hij wakker wordt denkt hij aan dat ene incident. Waarom?

Mijn ervaring is dat emoties altijd iets duidelijk maken. En ik zei: “Ik denk dat ik het begrijp. Je bent je God kwijt, je bent je vertrouwen in de mensheid kwijt. Het enige wat je nog had, was de band met je vrouw. Dat was je enige veiligheid. En wanneer de dam doorbreekt en alle pijn eruit komt, ben je geobsedeerd door elke bedreiging van die veiligheid.” En hij zei: “Ja, dat klopt.” En meteen erachteraan (ze verheft haar stem): “En ik wil weten waarom, waarom heb jij toen geflirt…” Met andere woorden: inzicht geven hoeft niet altijd iets te veranderen. Maar het is een inzicht.’

En wat is uw nieuwste inzicht?

‘Op dit moment ben ik vooral geïntrigeerd door het feit dat het zo effectief is om de partner in te zetten bij het helen van trauma’s. Je kunt als therapeut aan je cliënt vertellen dat zijn leven zinvol is, dat hij een waardevol mens is, en dat het niet zijn schuld is dat hij in deze situatie is terechtgekomen. Maar als je écht wilt dat het werkt, dan laat je de partner die bevestiging en steun geven. Partners kunnen elkaar laten groeien op een manier die verbazingwekkend is. Tenminste, als je eerst veiligheid creëert in de relatie. Als de partner de vijand is dan werkt het niet. Maar als de partner verandert in een veilige haven… wow.’

In uw nieuwste boek zegt u eigenlijk hetzelfde als in uw eerste boek, maar dan met heel veel onderzoek dat uw theorie onderbouwt. Waarom heeft u het tweede boek geschreven?

‘Het eerste boek heb ik geschreven voor mensen die niet in relatietherapie wilden. Want onze methode, hoe effectief ook, bereikte alleen de mensen die in therapie gingen. Daarna dacht ik: dat is nuttig en belangrijk, maar er is nog iets anders. Het beeld dat de wetenschap van de liefde heeft is enorm veranderd, maar weinig mensen weten dat. De laatste vijftien jaar pas hebben wetenschappers hun weerstand overwonnen om de liefde te onderzoeken. Dat werd eerst gezien als een veel te soft onderwerp. Uit al dat onderzoek blijkt dat we evolutionair voorgeprogrammeerd zijn om ons te verbinden, om een veilige en stabiele band te hebben met een partner.’

In het boek zegt u: ‘We hebben de code van de liefde gekraakt.’ Is dat niet een wat grote uitspraak?

‘Het is ook heel revolutionair, om na duizenden jaren te kunnen zeggen: liefde is geen mysterie, we weten nu wat het is. We zijn geen onafhankelijke, zelfvoorzienende wezens, we zijn emotionele wezens, we zijn bonding beings.

En ik vind het nodig om een sterk punt te maken, omdat ik aandacht wil voor mijn boodschap. Er is zoveel nieuwe kennis, en niemand weet het. Ik en al die andere geweldige liefdesonderzoekers hebben als het ware ontdekt dat de aarde rond de zon draait. Zo groot is het voor mij. En het is alsof alle anderen zeggen: nee, de aarde is plat.’

Wie zeggen dat dan?

‘De kranten staan vol onzin over de liefde: vreemdgaan is goed voor je relatie, het huwelijk werkt niet, na zes maanden verveel je je dood in bed… En ik zie prachtige jonge stellen in mijn praktijk, hoogopgeleid en met kinderen, die duidelijk van elkaar houden. En die vertellen: “Ach, iedereen zegt dat het nu eenmaal zo gaat, dat je elkaar niet meer aanraakt na zes jaar huwelijk en een kind. Ik voel me eenzaam, we praten niet meer, maar zo is het nu eenmaal, misschien moeten we uit elkaar.” Voor mij is dat tenenkrommend, waanzin. Het is alsof ik moet aanzien dat iemand zijn tanden vol suiker smeert en ze laat rotten, terwijl ik weet dat er tandenborstels en tandpasta bestaan. En ik sta daar en roep: neeee!

Wat dit boek probeert te zeggen is: er is een andere manier, afgezien van uit elkaar gaan of besluiten dat relaties onbelangrijk zijn. Je kunt begrijpen wat er aan de hand is in je relatie, je kunt het veranderen, je kunt het repareren. Als iemand zomaar zijn relatie opgeeft, is dat vaak een levenstragedie voor de kinderen.’

Vindt u dat alle relaties gerepareerd zouden moeten worden?

‘Nee, ik ben erin geïnteresseerd dat mensen góéde relaties hebben. Relaties die gezinnen en individuen tot bloei laten komen. Maar soms moeten we oefenen met relaties. En zoals dat gaat met oefenen, maken we er dan vaak een zootje van. Leren om met een ander te zijn is een levenslange taak. In het begin ben je er niet zo goed in, en soms doe je elkaar meer pijn dan je kunt repareren. Wat ik wél zeg, is dat we het meest gelukkig en gezond zijn in langdurige relaties.’

Als je ongelukkig bent in zo’n langdurige relatie, hoelang moet je er dan mee doorgaan?

‘Dat is je eigen keuze. Maar als je besluit dat je ermee wilt ophouden, is het nog steeds belangrijk dat je begrijpt wat er gebeurde in deze relatie. Want als het je nu niet lukt om je hand naar de ander uit te steken, om je open te stellen en over je eigen behoeften te praten, denk je dat het in een volgende relatie dan anders zal zijn?’

Dus relatietherapie heeft altijd zin?

‘Dat is een goede vraag. Vanuit mijn gezichtspunt dat we gemaakt zijn om ons aan anderen te binden, zou ik zeggen dat het geen weggegooide energie is. Als je tenminste een therapeut hebt die verstand heeft van verbondenheid. Want ook als je het vertrouwen in je partner kwijt bent, en geen verlangen meer hebt om met hem of haar te dansen, ook dan is het waardevol om inzicht te krijgen in jezelf, je eigen behoeften, wat je triggers zijn. Het is nooit weggegooide energie om te weten te komen hoe je van nature danst.’

Wat zou u jonge stellen adviseren?

‘Idealiter zouden jonge mensen al een soort van relatielessen hebben gehad op school voordat ze in een relatie terechtkomen. Maar hoe dan ook, voor jonge koppels zou ik zeggen: verwacht niet dat je je soul mate vindt, die bestaat niet. Je leert te dansen met iemand, en iemand zal je gevoelens kwetsen, iemand zal je teleurstellen. En daar begint de relatie eigenlijk pas echt: wanneer je over die gekke verliefdheid heen komt waarin hij de prins is en jij de prinses. Want dat is eigenlijk heel saai.’

Sue Johnson studeerde Engelse literatuur en drama in Engeland. Op haar 22ste emigreerde ze naar Canada en haalde haar doctoraal in de psychologie. Johnson, die haar leeftijd niet noemt, is nu hoogleraar psychologie aan de universiteit van Ottawa in Canada en de Alliant-universiteit in Californië.

Ze is grondlegger van de succesvolle emotionally focused couple therapy. EFT is gebaseerd op de gedachte dat liefde een evolutionair belangrijke hechtingsband is, waarbij we zeker willen weten dat de ander er voor ons zal zijn. Johnson maakte EFT toegankelijk voor het grote publiek in haar eerste boek, Houd me vast, dat een bestseller werd. In het voorjaar van 2014 verscheen haar tweede boek, Laat me niet los.