Haar onderwerp – de liefde – is onuitputtelijk, en als er íémand is die er niet over uitgepraat raakt, dan is het Helen Fisher wel. Ga met de Amerikaanse aan een tafeltje zitten, een cappuccino en een glas water erbij, en ze laat in rap tempo allerlei kanten van de liefde de revue passeren: verliefdheid, gedumpt worden, scheiden… Overal heeft ze wel iets over te zeggen.

Helen Fisher lacht soms uitbundig, om je op andere momenten weer diep in de ogen te kijken. Ze praat niet alleen over wat er uit wetenschappelijk onderzoek is gekomen; als het haar verhaal kan ondersteunen, vertrouwt ze je gerust een voorval uit haar eigen liefdesleven toe. Fisher: ‘Ik ben het roerend eens met feministe Germaine Greer, die ooit heeft gezegd: “Waarom moet een wetenschapper nors en zakelijk zijn om geloofwaardig te worden gevonden?” Ik wil graag mijn bevindingen overbrengen aan het publiek, en als dat beter lukt door open te zijn over mezelf, dan heb ik daar geen enkele moeite mee.’

Ze buigt voorover: ‘En hoe zit het met jóúw liefdesleven? Ik vind het altijd leerzaam naar de liefdesgeschiedenissen van anderen te luisteren. En spannend, ook!’ Stralend: ‘Wat een leuk vak

heb ik toch, hè?’

Als biologisch antropoloog heeft Fisher altijd willen benadrukken hoezeer we in de liefde worden beïnvloed door onze biologie. ‘Daar is te weinig aandacht voor in de wetenschap,’ zegt ze. ‘In de psychologie gaat het er te vaak over dat jeugdervaringen allesbepalend zijn voor je latere liefdesleven. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd dat wanneer je als kind geen goede band hebt gehad met je moeder, je later problemen krijgt in de liefde. Dat verklaart misschien wel iets, maar het is lang niet het hele verhaal.

Ons gedrag in de liefde is namelijk ook voor een groot deel voorgeprogrammeerd in ons brein. Als er ook maar één deel van ons brein is dat voornamelijk door de evolutie is ontstaan, dan zijn het wel de hersengebieden voor liefde. Die zijn zo diep verankerd in ons brein omdat ons voortbestaan ervan afhangt. Om de eenvoudige reden dat als jij vier kinderen grootbrengt en ik geen, jij voortleeft en ik uitsterf.’

Hebt u een vermoeden wanneer in de evolutie onze breinstructuren voor liefde zijn ontstaan?

‘Waarschijnlijk vier à vijf miljoen jaar geleden. Vanaf toen ging de mens op twee voeten lopen. Tot die tijd hadden vrouwen de baby’s op hun rug, maar nu gingen ze hun kind op de arm dragen. Daardoor konden ze geen stokken en stenen meer vasthouden om zich te verdedigen. Daar hadden ze een man voor nodig en zo kwam de paarvorming op gang.’

Is de paarvorming van de mens zo uitzonderlijk? Allerlei dieren vormen toch paren?

‘Ja, maar niet zo langdurig als de mens dat doet. De meeste dieren, 97 procent om precies te zijn, zijn ontzettend promiscue, die sluiten echt geen huwelijken, hoor! En de weinige soorten die wel verliefd en romantisch zijn, gedragen zich alleen gedurende korte tijd zo. Mannetjesratten doen maar dertig seconden verliefd tegen een vrouwtje, genoeg voor de voortplanting. Olifanten zijn een tikje romantischer: die trekken er vijf dagen voor uit. Het vrouwtje stopt dan steeds haar slurf in zijn mond en duwt haar schouder tegen zijn borst aan. De grote uitzondering in dit verhaal is de mens. Waarom hebben wij toch die jarenlange, uitgebreide romantische gevoelens voor onze partner?’

Hoe hebt u die vraag onderzocht?

‘Door te kijken na hoeveel tijd de mens gemiddeld gaat scheiden. Ik heb 58 verschillende culturen met elkaar vergeleken. Overal ter wereld, of ik nu keek naar indianen of Europeanen of Afrikanen, bleken de meeste paren, áls ze uit elkaar gingen, dat na vier jaar te doen. Ik heb dat de four year itch genoemd. De verklaring waarom verliefdheid na vier jaar afzwakt, is simpel: die tijd is lang genoeg om de kinderen door de meest kwetsbare jaren heen te helpen. Het draait allemaal om het doorgeven van onze genen, en zodra dat is gewaarborgd, is voor de natuur de relatie overbodig geworden. Verliefdheid staat dus in dienst van de voortplanting, dat is een overduidelijk patroon dat je in de hele natuur ziet.’

Is er nog iets tegen die four year itch te doen, of zijn we hopeloze slachtoffers van onze biologie?

‘Haha, je kúnt over je four year itch heenkomen. Als je dat wilt, hè, want je hebt ook mensen die terecht uit een slecht huwelijk stappen om op zoek te gaan naar een geschiktere partner. Maar zolang je het gevoel hebt dat je met de juiste persoon bent, adviseer ik samen dingen te doen die de hechting versterken. Dan stimuleer je het brein om weer in de liefdesstand van de eerste vier jaar terug te komen. Daar moet je echt op blijven letten. Ik heb het zelf ook, hoor, van die momenten dat ik geen zin heb iets met mijn vriend te doen. Dan denk ik: “Ik zou veel liever thuisblijven en werken, in plaats van naar mijn vriend te gaan.” Maar dan roep ik mezelf tot de orde: “Nee, ik bel hem op en vraag of we zullen uitgaan.”‘

U verwierf bekendheid in de wetenschappelijke wereld toen u de liefde in het brein wist te detecteren. Hoe kwam u op dat idee?

‘Ik liep al een tijdje rond met de theorie dat er drie aparte breinsystemen zijn voor de liefde, namelijk de seksdrift, romantiek, en gevoelens van diepe gehechtheid. Opeens kreeg ik een ingeving: “Wat nu als ik die drie breinsystemen eens zichtbaar probeer te maken in de hersenen?” Waar de seksdrift in de hersenen zit, was al uitgebreid onderzocht, maar nog niet waar romantiek en diepe gehechtheid zitten.

Ik besloot twee soorten mensen door de breinscanner te halen: mensen die net verliefd waren en mensen die al twintig jaar een gelukkige relatie hadden. Terwijl ze in de scanner lagen, liet ik ze een foto zien van hun geliefde. Bij allen zag ik activiteit in hersengebieden die zorgen voor focus, motivatie en gevoelens van verrukking – daar had ik dus het romantische breinsysteem te pakken.

Maar er was ook een verschil tussen beide groepen. De mensen met de langdurige relatie bleken namelijk geen activiteit meer te hebben in een gebiedje dat angstgevoelens veroorzaakt. Ook hadden deze mensen meer activiteit in bepaalde delen van het serotoninesysteem die maken dat we ons kalmer voelen. Met andere woorden: na twintig jaar relatie wil je nog steeds je liefje graag zien, je wilt dat hij belt en schrijft, je verheugt je erop om met hem te gaan eten. Maar wat verdwenen is, is dat angstige gevoel van het begin, toen je nog bang was dat je hem zou kunnen kwijtraken.’

Volgens u is verliefdheid geen emotie maar een drift. Hoe moeten we dat zien?

‘Een drift zit dieper in ons brein, in een van de primitiefste delen ervan, en kan ons het sterkst tot actie aanzetten. Boven de driften zetelen onze emoties, en daar weer boven, boven in het brein, bevinden zich onze gedachten. Maar verliefdheid is niet alléén maar een kwestie van drift, het hele brein doet eraan mee. Je hebt ook emoties en gedachten over je geliefde, en die kunnen de verliefdheidsdrift aanwakkeren of juist afremmen. Soms kan een persoon bijvoorbeeld alles in zich hebben om verliefd op te worden, maar als je dan hoort dat hij een totaal andere manier van leven heeft dan jij, word je toch niet verliefd.

De kracht van de verliefdheidsdrift zit hem er vooral in dat hij veel langer kan aanhouden dan emoties en gedachten. Vergelijk het maar met een emotie als boosheid: als je ’s ochtends boos bent, ben je het meestal ’s middags al niet meer, terwijl verliefdheid meestal veel langer duurt.’

U stelt dat verliefdheid sterker is dan de seksdrift. Maar de seksdrift zetelt toch ook diep in ons primitieve brein?

‘Ik denk dat ze allebei krachtig kunnen zijn, het wisselt alleen: op sommige momenten in je leven is seks het belangrijkst, op andere momenten je hang naar verliefdheid. Het punt is dat verliefdheid allesomvattender is, en daardoor veel ingrijpender kan zijn. Als je met iemand naar bed wilt en hij zegt: “Nee, dank je”, dan maak je geen einde aan je leven. Maar er zijn talloze voorbeelden van mensen die zelfmoord pleegden omdat degene op wie ze verliefd waren, hen afwees.’

Waarom doet afwijzing toch zo’n pijn?

‘Dat wil de natuur zo. Het grootste doel van ons brein is dat we ons voortplanten, het stelt daartoe alles in het werk. Daarom zijn de drie breinsystemen voor liefde geëvolueerd: zodat we bij elkaar blijven om onze baby’s op te voeden en te beschermen. De natuur heeft geregeld dat we er alles aan doen om een paar te blijven, zodat we maar niet met die liefdespijn worden geconfronteerd.’

U als wetenschapper hebt zeker nog geen magische pil gevonden om die pijn te verzachten?

‘Haha, nee, de enige oplossing zou zijn: de hele liefde uitbannen. Maar dat zou niet gaan, vroeg of laat worden we toch weer verliefd. We kunnen het niet helpen. Ik heb al veel mensen horen zeggen: “Ik word nóóit meer verliefd, de vorige keer is het zó vreselijk afgelopen.” Maar boem! – een paar jaar later zijn ze weer tot over hun oren verliefd. Iemand hoeft maar net op het juiste moment precies de goede opmerking te maken, je op de juiste manier aan te kijken, er leuk genoeg uit te zien, de juiste achtergrond te hebben… en het verliefdheidssysteem in je brein begint weer op volle toeren te draaien.

Helen Fisher (64) is als biologisch antropoloog verbonden aan de Rutgers universiteit in New Jersey. Ze schreef vijf boeken over de evolutie van het seks- en liefdesleven van de mens. De laatste tijd doet ze veel onderzoek naar partnerkeuze; volgens haar wordt die voor een groot deel bepaald door ons aangeboren temperament (zie Psychologie Magazine van oktober 2009: de vier liefdestypes).

Zelf heeft ze al tien jaar een relatie ‘met een zeer avontuurlijke man die goed bij mij past, want ik ben ook avontuurlijk aangelegd,’ aldus Fisher. ‘We reizen de hele wereld over, naar de meest ongewone plekken. Het lastige is alleen dat we door al die spanning en sensatie vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als intimiteit. We moeten erop letten dat we meer onze diepe gevoelens en gedachten met elkaar delen, want ook dat is een belangrijk aspect van een hechte relatie.’