Het Florence Nightingale-syndroom

De collega die zonder mopperen klussen van jou en andere collega’s overneemt, óók als ze zelf al tot over haar oren in het werk zit. De vriend die je echt midden in de nacht kunt bellen voor advies en die moeiteloos zijn eigen plannen aan de kant schuift als je hem nodig hebt. Je partner die – ook al heeft ze het zelf al druk genoeg – iedere dag de kinderen van de buurvrouw opvangt en jaarlijks een groot benefiet organiseert voor het goede doel.

Moeder Theresa’s, Florence Nightingales en reddende engelen worden ze ook wel genoemd: mensen die altijd klaarstaan voor anderen. Die nooit te beroerd zijn om op witte paarden andermans leven binnen te galopperen om hun problemen op te lossen.

Nobel en onzelfzuchtig, zo lijkt het op het eerste gezicht. Want wat is er mooier dan andere mensen bijstaan? Maar aan dit gedrag zit ook een keerzijde. Deze redders helpen niet alleen omdat ze dat willen, maar ook omdat ze het zelf nodig hebben. Omdat ze niet anders kunnen. Andermans draken slachten is hun raison d’être, zeggen de Amerikaanse klinisch psychologen Mary Lamia, verbonden aan de postdoctorale psychologieopleiding van de universiteit van Berkeley, en Marilyn Krieger.

Privé-verzameling stakkers

Op basis van dertig jaar therapie-ervaring schreven de twee psychologen The white knight syndrome. Rescuing yourself from your need to rescue others. Hun boek concentreert zich op reddersgedrag in liefdesrelaties. Het gaat over mannen en vrouwen die keer op keer partners uitzoeken aan wie het een of ander schort.

Die een gapend gat in hun hand hebben, bijvoorbeeld; die gekweld worden door somberte en angsten, of te vaak en te diep in het glaasje kijken. ‘In de liefde gaan deze ridders op het witte paard op zoek naar partners die behoeftig en kwetsbaar zijn, zodat ze hun glansrol als redder kunnen vervullen,’ schrijven Lamia en Krieger.

Maar uiteindelijk komen de redders van een koude kermis thuis: hun relaties zijn uit balans en onbevredigend. En lukt het hun wél om hun geliefde uit het moeras van zijn problemen te trekken, dan is het werk gedaan en gaan ze op zoek naar de volgende nooddruftige.

Niet alleen in de liefde, ook op de werkvloer ­bestaan mensen met het Florence Nightingale-syndroom. In een artikel over het redders­syndroom bij coaches beschrijft hoogleraar leiderschapsontwikkeling Manfred Kets de Vries een vrouwelijke coach die naar het werk van haar cliënt belde om hem ziek te melden.

Hunkerende hulpverleners

Wat er echt aan de hand was: de man had een alcoholprobleem en lag nog in bed zijn roes uit te slapen. Met haar telefoontje ondersteunde ze in feite zijn drinkgedrag, schrijft Kets de Vries. ‘Toen ik haar vroeg waarom ze dit deed, legde ze uit dat haar cliënt haar regelmatig had verteld dat hij niet zonder haar kon en zich altijd veel beter voelde als zij zijn problemen oploste.’

Over redders in hulpverlenende beroepen verscheen een aantal jaar terug een boek van oud-verpleegkundige Paula Lampe met de veelzeggende titel Het Moeder Theresasyndroom, het persoonlijke motief in de hulpverlening. Haar boodschap: pas op voor ‘hunkerende hulpverleners’, mensen die zelfs in hun vrije tijd op hun werk rondlopen en zichzelf verlossers wanen. Of zoals Lampe het verwoordde in een interview met Trouw: hulpverleners die ‘stakkers verzamelen als postzegels’.

Maar voordat we hulpgedrag helemaal afschrijven: anderen helpen is op zichzelf natuurlijk prijzenswaardig. Kets de Vries: ‘De wens om te helpen, om een betere wereld voor ons allemaal te creëren, moet – ook al zit er altijd wel een narcistische component aan – worden aangemoedigd.’

Sterker nog, sommige wetenschappers menen dat we niet anders zouden kúnnen: empathie en hulpgedrag zitten volgens hen ingebakken in onze genen. Er is zelfs een speciale soort hersencellen, de spiegelneuronen, die regelen dat we voelen wat een ander voelt. Zien we hoe iemand op zijn duim slaat, dan worden in ons brein dezelfde neuronen actief wanneer we zélf op onze vinger zouden timmeren. Dit systeem maakt dat we zelf ook ineenkrimpen en een ander eerder te hulp schieten.

Verborgen agenda

De vraag is dus: wanneer vliegt hulpgedrag uit de bocht? Volgens Kets de Vries is dat wanneer je alleen nog maar de rol van hulpverlener speelt en je je eigen behoeften uit het oog verliest. ‘Hoewel de rol van helper nobel en betekenisvol is, moet zoiets niet iemands enige doel in het leven worden.

Voor sommigen wordt de behoefte om te helpen een verslaving. Zij lijden aan “the disease to please”.’ Iets wat volgens hem uiteindelijk tot frustraties en teleurstelling leidt. Want hoe vaker ze ‘ja’ zeggen op allerhande verzoeken, hoe meer ze op hun bordje krijgen. Terwijl ze er voor hun gevoel nooit voldoende waardering voor zullen terugkrijgen.

Daarbij houden notoire redders er onbewust een verborgen agenda op na. Hoewel anderen bijstaan voor niemand ooit helemaal onzelfzuchtig is – je krijgt bijvoorbeeld een prettig gevoel als je geld doneert aan een goed doel ­- spelen er bij hen allerlei heimelijke motieven, zegt psychologe Lamia.

Ze schrijft in een toelichting per e-mail: ‘Ridders op het witte paard hopen bewondering, bevestiging of liefde te krijgen door anderen te helpen, en daarmee proberen ze onbewust om een negatief of beschadigd zelfbeeld te repareren.’ Deze redders helpen anderen dus zonder het zelf door te hebben om hun eigen zelfvertrouwen een oppepper te geven. Hun eigenwaarde bloeit volgens Lamia op als anderen afhankelijk van hen zijn.

Twee gevalsbeschrijvingen uit het boek van Lamia en Krieger geven mooi inzicht in dit mechanisme. Zo is er de 31-jarige Sara, een financieel consulent wier relatie met haar vriend net was uitgegaan. Tijdens de therapie bij Lamia en Krieger bleek dat Sara in al haar relaties voor haar partners zorgde. Ze hielp hen met hun studieopdrachten, waste hun kleren, betaalde hun rekeningen. Hoewel Sara het fijn vond om onmisbaar te zijn, was ze ook wrokkig omdat ze zoveel hooi op haar vork had.

Het tweede voorbeeld is de 33-jarige Tom, een fysiotherapeut die in therapie kwam nadat zijn vrouw, Nicole, een scheiding had aangevraagd. Nicole was, net als een aantal van zijn vorige vriendinnen, een van zijn patiënten. Tom hielp haar met haar blessure, waardoor hij zich sterk voelde. Maar toen Nicole succesvol werd als columnschrijver en haar eigen plan trok, ging hun relatie uit.

Relaties met patiënten

Oud-verpleegkundige Paula Lampe onderschrijft in eerdergenoemd interview de stelling dat extreme behulpzaamheid en het Florence Nightingale-syndroom kan voortkomen uit een gebrek aan zelfvertrouwen. ‘De hulpverlening zit vol verleidingen. Vaak heeft juist dit vak aantrekkingskracht op mensen met een laag gevoel van eigenwaarde. Geen wonder. Als leerling-verpleegkundige heb je al in het eerste halfuur van je dienst drie mensen blij kunnen maken. Vanaf de eerste dag lijk je superieur aan degenen die jou nodig hebben.’

Waar vindt reddersgedrag zijn oorsprong? Lamia: ‘Een negatief of beschadigd zelfbeeld ontstaat vaak in de jeugd. De relatie die je met je ouders hebt, creëert een blauwdruk voor de relaties die je later in je leven aangaat.’ Zo had Tom leermoeilijkheden, waardoor hij het zwarte schaap van de familie was. Tom probeerde zijn gevoel van eigenwaarde te vergroten door relaties aan te gaan met zijn patiënten, vrouwen die hem nodig hadden en naar hem opkeken.

Sara’s reddersgedrag ontstond doordat ze als kind voor haar broertjes en zusjes zorgde, omdat haar ouders daartoe niet in staat waren. Ook volgens pionier in de ontwikkelingspsychologie John Bowlby ontstaat dwangmatig zorgen (compulsive caregiving) in de kindertijd: wanneer een kind leert dat hij liefde en waardering kan oogsten door te zorgen voor een ander.

Maar, zo nuanceert Lamia in haar e-mail, ‘waarschijnlijk zijn er nog veel andere oorzaken van reddersgedrag’. Zoals bepaalde karaktertrekken: in haar boek schrijft ze dat de ene persoon van nature nu eenmaal wat empathischer is dan de andere, waardoor hij gevoeliger is voor andermans leed en daardoor een groter risico loopt in reddersgedrag te vervallen.

Echt helpen

Rest de vraag hoe je anderen op een constructievere manier kunt bijstaan. Het belangrijkste advies, schrijft Mary Lamia in haar mail, als je je herkent in het profiel van de redder: nadenken over de vraag wat je eigenlijk wilt bereiken met je reddersgedrag. ‘Denk na over wat je nodig hebt of waarnaar je op zoek bent. Door aan je zelfvertrouwen en onafhankelijkheid te werken krijg je een gezonder zelfgevoel en word je een meer uitgebalanceerde redder.’

Daarbij is het belangrijk dat je degene die je wilt bijstaan niet meesleept op het pad dat jij voor hem hebt uitgestippeld, maar dat je rekening houdt met zijn behoeften. Dat vinden redders vaak lastig, omdat ze zich sterk vereenzelvigen met degene die ze proberen te steunen. Ze projecteren als het ware hun eigen behoeften op de ander. Echt altruïsme betekent volgens Lamia echter dat je onderscheid kunt maken tussen wat je zelf nodig hebt en wat de ander nodig heeft. En soms betekent dat ook dat je iemand juist níét helpt.

Kets de Vries verwoordt het eveneens treffend: wil je iemand echt een dienst bewijzen, dan help je hem zichzelf te helpen. Door de problemen van een ander op te lossen, loop je het risico dat je hem de kans ontneemt de vaardigheden te ontwikkelen die hij het hardst nodig heeft.

Reddersgedrag in relaties

Hoe zien typische redders in de liefde eruit? In hun boek The white knight syndrome geven de psychologen Mary Lamia en Marilyn Krieger een lijstje kenmerken.

Redders…

  • voelen zich aangetrokken tot een behoeftige partner of een partner met een verleden van trauma, verlies, misbruik of verslaving
  • zijn bang om gescheiden te zijn van hun partner, om hun partners liefde te verliezen of verlaten te worden.
  • spelen de baas over hun partner, onder het mom van helpen
  • houden de relatie met hun partner in stand door extreem behulpzaam te zijn
  • reageren ambivalent op het succes van hun partner
  • voelen zich één met hun partner
  • herkennen manipulatief gedrag van hun partner niet
  • worden verleid door seksueel of dramatisch gedrag van hun partner
  • blijven hopen op een gezonde relatie door de problemen van hun partner te ontkennen.

Rem de redder af: 3 adviezen

  1. Redders helpen anderen om zo hun eigen zelfvertrouwen te vergroten, zeggen deskundigen. Ga daarom op zoek naar andere manieren om uw eigenwaarde te versterken. Op welke momenten voelde je je goed over uzelf? Waar ben je goed in? Maak een lijst van dingen die u kunt doen om aan je persoonlijke groei te werken. Misschien wil je een cursus volgen, promotie maken, of…
  2. Praat voordat je iemand te hulp schiet eerst met diegene over zijn verlangens en voorkeuren. Waaraan heeft hij of zij behoefte? Is er een manier waarop je deze persoon kunt helpen om zichzelf te helpen? Besef dat wat voor je werkt, niet per se voor een ander hoeft te werken.
  3. Stel je voor hoe het zou zijn als andere mensen minder afhankelijk van je waren. Hoe voelt je je daarbij? Misschien krijg je er een ongemakkelijk gevoel bij of voel je je juist opgelucht. Besef dat afhankelijkheid niet per se betekent dat je een goede relatie hebt met de ander.
Deze adviezen en de test zijn gebaseerd op Manfred Kets de Vries, Leadership coaching and the rescuer syndrome: how to manage both sides of the couch, en Mary C. Lamia en Marilyn J. Krieger, The white knight syndrome: rescuing yourself from the need to rescue others.