Voor iedereen is er een ideale hoeveelheid prikkels. Waar de een het huis het liefst opgeruimd en overzichtelijk heeft, voelt de ander zich prima bij rommeltjes. En terwijl de een zich verheugt op een vakantie vol activiteiten in een vreemd land, verlangt de ander naar lekker lezen in de tuin. 

TEST
Doe de test »

Welk type ben je in de liefde?

Een oordeel over elkaars voorkeuren is al snel geveld: het is asociaal om je radio zo hard te laten tetteren, pietluttig als je erover klaagt, saai als je niets wilt ondernemen op vakantie. Toch is het vaak geen kwestie van onwil of pietluttigheid, maar van iets heel anders. Iets waaraan we bovendien weinig kunnen doen, schrijft de Amerikaanse hoogleraar ergotherapie Winnie Dunn in haar boek Leven met sensaties. Dunn is een autoriteit op het gebied van sensorische informatieverwerking. Veel van ons gedrag is te begrijpen vanuit een gevoeligheid of juist ongevoeligheid voor zintuiglijke prikkels, zegt ze. Wie gevoelig is afgesteld, merkt kleine veranderingen, geluiden en geuren al snel op, en kan zich er moeilijk voor afsluiten. Zo iemand stoort zich er bijvoorbeeld sneller aan als er harde muziek opstaat terwijl hij een boek leest. Maar wie minder gevoelig is afgesteld, heeft sterkere prikkels nodig om ze op te merken. Die vindt het waarschijnlijk juist fijn om het volume omhoog te draaien. Zo kan dezelfde ervaring een heel andere reactie oproepen bij verschillende mensen.

Wanneer we zien dat we in sensorische behoeftes verschillen, kunnen irritaties plaatsmaken voor begrip, zegt Dunn. In plaats van steeds weer hetzelfde meningsverschil uit te vechten, kunnen we dan strategieën bedenken waardoor dezelfde ervaring voor beide partijen goed voelt.

Goede of slechte dag

Via de zintuigen krijgen onze hersenen een enorme stroom van informatie. Bij al die indrukken gaan de hersenen na of ze belangrijk zijn of niet, of ze moeten doordringen in ons bewustzijn en of we actie moeten ondernemen. Dit ruikt lekker: even proeven! Het is koud, snel een trui aandoen! De telefoon gaat, neem hem op! De hele dag door worden we zo beïnvloed door geluiden, beelden, aanrakingen, geuren, smaken en bewegingen.
Die sensaties hebben grote invloed op ons leven, zegt Dunn, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn: ze beïnvloeden wat we aantrekken, wat we eten, waar we in een groep gaan zitten, hoe we onze boodschappen doen. Ze zijn onderdeel van wat je dag goed of slecht maakt. Bijvoorbeeld hoe je de dag begint: de een heeft fel licht, een hete douche en harde muziek nodig om goed wakker te worden, terwijl de ander juist fijn wakker wordt door in alle rust en met zacht licht op te staan.

Verstoken van prikkels

Er is een verband tussen de mate van stimulatie van je brein en hoe goed je presteert, ontdekte de Canadese psycholoog en onderzoeker Donald Hebb al in de jaren vijftig. In zijn optimal level of arousal theory stelt hij dat er een ideale hoeveelheid stimulatie van onze zintuigen is. Op dat niveau functioneren we het best en voelen we ons het prettigst.
Al lijkt het misschien lekker rustig, als onze zintuigen helemaal verstoken zijn van informatie, gaan we ons heel vervelend voelen, bleek uit Hebbs experimenten. In een ervan betaalde hij studenten om de klok rond in bed te blijven, voor zo veel dagen als ze volhielden.Ze mochten er alleen uit om te eten (zittend op de rand van het bed) en naar de wc te gaan. Ondertussen kregen hun zintuigen zo min mogelijk indrukken uit de buitenwereld door een masker, handschoenen, een dik kussen tegen hun oren en een monotone zoem van de airconditioning.
De proefpersonen gingen vol goede moed het experiment in. Ze wilden de tijd gebruiken om eens lekker uit te slapen en in alle rust aan bepaalde dingen te denken, zoals hun studie, het plannen van papers en het voorbereiden van een presentatie. In eerste instantie lukte dat wel. Ze vielen eerst als een blok in slaap en brachten de tijd daarna door met denken.

Marcherende eekhoorns

Maar al snel werd het voor de proefpersonen steeds lastiger om helder na te denken, over wat dan ook. Hun gedachten dreven weg en leken een eigen leven te gaan leiden. Daarnaast voelden ze zich geïrriteerd en rusteloos. Om hun verlangen naar stimulatie een beetje te stillen, zongen en floten ze in zichzelf. En na verloop van tijd begonnen hun hersenen zelf prikkels te produceren in de vorm van hallucinaties: hele optochten van marcherende eekhoorns, dinosauriërs en dansende brillen trokken aan hun bed voorbij.
We hebben geluiden, geuren en beelden dus echt nodig om onze hersenen actief en scherp te houden. Ze zijn de brandstof voor ons brein. Zonder die brandstof kunnen we niet goed denken en focussen, en worden we sloom.
Maar er zit ook weer een grens aan de hoeveelheid prikkels die we kunnen verwerken. Komt er te veel informatie binnen, dan krijgen we soortgelijke vervelende symptomen. We raken geïrriteerd, boos en onrustig. Onze concentratie neemt af. We worden overgevoelig voor prikkels, zoals geuren, harde geluiden en flikkerende beeldschermen. Om ze niet meer binnen te krijgen, gaan we ons afsluiten voor onze omgeving en voor andere mensen.
Ergens tussen deze twee uitersten zit de ideale hoeveelheid prikkels, zegt Hebb. Bij die hoeveelheid voelen we ons rustig, alert, zijn we geïnteresseerd in onze omgeving en presteren we op ons best.

Snel saai

Maar wat is de ideale hoeveelheid prikkels? Dat verschilt nogal per persoon, legt Dunn uit in haar boek. Sommige mensen hebben een lage drempel voor sensaties, waardoor ook veel irrelevante informatie hun bewustzijn bereikt, zoals achtergrondgeluid. Zij merken sensaties heel snel op en zijn oplettender en waakzamer dan anderen. Door al die extra informatie zijn ze wel snel overprikkeld.
Anderen hebben een hoge drempel voor sensaties. Zij hebben veel en sterke prikkels nodig om bij de les te blijven. Het fijne is dat irrelevante informatie daardoor uit het bewustzijn blijft. Maar ook relevante informatie kan bij die hoge drempel blijven steken, zodat deze mensen allerlei dingen missen. Iemand moet bijvoorbeeld een paar keer roepen voordat ze het horen, en in het verkeer kunnen ze dingen over het hoofd zien. Omdat mensen met een hoge drempel niet veel prikkels binnenkrijgen, kunnen ze dingen al snel saai vinden, zich onrustig voelen en op zoek gaan naar sterke prikkels om te voelen dat ze leven.
Dunn noemt nog een tweede belangrijke factor waarin we van elkaar kunnen verschillen, namelijk of we actief of passief omgaan met de hoeveelheid stimulatie die we krijgen. Sommige mensen zijn de hele dag bezig om precies de hoeveelheid prikkels te krijgen waarbij ze zich prettig voelen; andere laten alles over zich heen komen en merken pas later dat ze overprikkeld zijn, of vallen juist half in slaap vanwege te weinig stimulans.
Zo komt Dunn tot vier basispatronen van hoe we reageren op de indrukken van onze zintuigen: Zoekers, Toeschouwers, Vermijders en Sensors. De meeste mensen herkennen zichzelf grofweg in een van die vier. Maar het kan ook verschillen per zintuig, of per situatie. Iemand kan bijvoorbeeld voor alle zintuigen een Zoeker zijn, met uitzondering van auditieve prikkels: hij of zij kan niet werken met muziek of geklets op de achtergrond.

Zoekers

Zoekers worden gelukkig van prikkels. Ze willen van alles meer: meer smaak, sterke koffie, een stevige beat in hun muziek, snelheid voelen in de achtbaan, felle verlichting en kleuren, veel activiteiten tegelijk, veel praatjes maken met mensen. Als ze van beweging houden, schommelen ze met hun benen, en ze staan vaak op tijdens bijeenkomsten of tijdens het televisiekijken. Als ze van geluid houden, hebben ze de hele dag muziek op, maken geluiden met hun mond of tikken op de tafel.

Zoekers gedijen minder goed bij regelmaat omdat ze dan te weinig verrassende, nieuwe prikkels krijgen, en dat geeft een vervelend gevoel. Daarom zoeken ze manieren om de sleur te doorbreken, zoals nieuwe producten en activiteiten. Het gevaar is wel dat ze dan dingen vergeten.

Het leuke aan Zoekers is dat ze met nieuwe ideeën komen. Hun zoekende geest is erop gericht nieuwe, interessante prikkels te vinden. Ze zijn op hun best bij de start van een nieuw project.

Zoekers kunnen hun partner, familie, collega’s en vrienden gek maken met al hun extra activiteiten, en door hun zucht naar afwisseling kunnen ze de dagelijkse gang van zaken de hele tijd verstoren. Dat kan soms ten koste gaan van de behoeften van anderen.

Toeschouwers

Toeschouwers merken vaak niet op wat anderen de hele tijd waarnemen. Voor hen moeten dingen luider, feller, geuriger en sneller zijn om hun aandacht te krijgen. Ook sociale prikkels pikken ze minder snel op. Daardoor zijn ze makkelijk in de omgang: ze storen zich niet snel ergens aan. Ze zijn bovendien flexibel. Een basisplan voor de dag hebben ze wel, maar geen strak plan, en ze vinden het niet erg als er iets tussen komt.

Er kunnen hun gemakkelijk dingen ontgaan die anderen opmerken, zoals rommel, of de ovenwekker die afgaat. Ze hebben weinig tijdsbesef en vergeten sleutels en boodschappen.

Een mooie eigenschap van Toeschouwers is dat ze zich niet snel druk maken. Veel dingen waaraan ze zich zouden kunnen ergeren, ontgaan hun. Ook kunnen ze zich goed concentreren, omdat ze niet worden afgeleid door wat er om hen heen gebeurt.

Basistraining

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar de patronen in je relatie
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Met inspirerende video's en artikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Toeschouwers kunnen hun partner, familie, vrienden en collega’s gek maken omdat het lijkt alsof ze geen aandacht voor hen hebben, Oost-Indisch doof zijn, met opzet afspraken vergeten, te laat komen of details over het hoofd zien. Maar Toeschouwers doen dat niet expres, ze weten gewoon niet wat ze missen.

Vermijders

Vermijders zijn snel overweldigd door te veel prikkels. Om dat te voorkomen trekken ze zich terug. Routines zijn hun redding: op vertrouwde informatie reageren de hersenen minder sterk. Verandering en onvoorspelbaarheid zijn juist lastig.

Vermijders hebben een strakke routine, die zo minimalistisch mogelijk is. In hun keuken staan potjes op één plek bij elkaar, en dan niet te veel potjes. Ze hebben vaak een vast menu; vaste tijden om op te staan en naar huis te gaan; vaste winkels en vaste merken (omdat er maar weinig producten zijn die aan hun strenge eisen voldoen). Ze zijn graag alleen en vermijden sociale situaties, vooral als die minder voorspelbaar zijn, of met veel mensen.

Een prettige eigenschap van Vermijders is dat hun leven ordelijk en rustig is, en hun huis en werkplek netjes zijn. Ze zijn voorspelbaar en houden zich aan de regels. Omdat ze favoriete tijdsbestedingen hebben en daar ook bij blijven, worden ze experts in hun interessegebieden.

Het lastige is dat ze vaak niet begrepen worden. Ze vinden het fijn om alleen te zijn, maar anderen kunnen denken dat ze eenzaam zijn.

Vermijders kunnen hun partner, familie, vrienden en collega’s gek maken vanwege hun behoefte om alles om hen heen onder controle te houden. Ze kunnen dan rigide en koppig overkomen, bijvoorbeeld als ze regels instellen over lawaai of tijdschema’s maken waarin geen ruimte is voor spontane gebeurtenissen.

Sensors

Sensors merken de meeste sensorische informatie om hen heen op, tot in de details. Ze hebben heel precieze ideeën over wat hard, fel of zacht genoeg is. Ze zijn ook gevoelig voor sociale prikkels, zoals andermans stemming.

Door alle sensorische informatie die binnenstroomt, kunnen ze snel overweldigd worden. Snel wisselende beelden op tv, achtergrondgeluid, geurtjes en felle lampen worden dan al snel te veel.

Sensors houden van orde en rituelen; onverwachte gebeurtenissen kunnen hen van slag maken. Omdat hun sensorische behoeftes zo precies zijn, zijn ze heel kieskeurig. Hun woning heeft een strak ontwerp en in een restaurant kiezen ze vaak dezelfde gerechten.
Een mooie eigenschap is dat ze heel gevoelig zijn voor wat zich om hen heen afspeelt, en het snel doorhebben als je iets dwarszit. Ze kunnen ook heel creatief zijn door hun oog voor detail.

Sensors kunnen hun partner, familieleden, vrienden en collega’s gek maken met hun behoefte om dingen precies naar hun smaak te krijgen. Als hun sensorische grenzen bereikt zijn, kunnen ze bovendien opvliegend lijken met opmerkingen als: ‘Zet dat ding zachter’ en ‘Wat is het hier een troep’. Maar ze proberen daarmee de juiste hoeveelheid sensorische informatie te krijgen, en het is lastig om zo precies te zijn.

Overgenomen en ingekort met toestemming van André Rietman, neuropsycholoog en ergotherapeut. De volledige versie van deze test en uitslag staan in het boek in het boek van Winnie Dunn, Leven met sensaties, Pearson