Stressvolle oorlogssituaties veranderen je brein. Dat stelt neurowetenschapper Guido van Wingen na onderzoek onder Uruzgan-veteranen. Hij liet hen voor en na hun uitzending tests doen en legde hen in de hersenscanner. Soldaten die iets heftigs hadden meegemaakt, scoorden op een aantal punten slechter.

Wat was er precies beschadigd in hun hersenen?

Guido van Wingen: ‘Vooral hun middenbrein. Dat was van structuur veranderd en functioneerde ook slechter. Het gevolg daarvan was dat de soldaten een kortere aandachtsspanne hadden, minder goed konden plannen en meer moeite hadden met het nemen van een beslissing. Verder was de communicatie tussen het middenbrein en de prefrontale cortex enigszins aan­getast. Van dat laatste merkten de soldaten in hun dagelijks leven gelukkig niets, maar het is wel zichtbaar op hersenscans.’

Zijn die effecten blijvend?

‘Het middenbrein herstelt zich. Anderhalf jaar nadat de soldaten zijn teruggekeerd, is de toestand daarvan genormaliseerd. Dan zijn ze dus weer op hun oude niveau qua aandacht, plannen en beslissen. Maar de communicatie tussen middenbrein en prefrontale cortex blijft wel sporen van beschadiging vertonen. Dat laatste maakt de soldatenhersenen waarschijnlijk kwetsbaarder voor nieuwe heftige oorlogservaringen, met wellicht nog grotere cognitieve achteruitgang dan na de eerste keer.’

Maakt het nog iets

uit hoelang een soldaat onder stress heeft gestaan?

‘Waarschijnlijk leiden traumatische gebeurtenissen die langer duren tot grotere, langduriger schade.’

Persistent and reversible consequences of combat stress on the mesofrontal circuit and cognition, PNAS, 18 september 2012