Mantelzorg geven wordt steeds gewoner. Naar schatting geeft een op de drie volwassen Nederlanders op dit moment hulp aan een familielid of vriend; in totaal ruim vier miljoen mensen. Van hen doet ongeveer een zesde dat al langer dan drie maanden, meer dan acht uur per week.

TEST
Doe de test »

Durf je hulp te vragen?

Verreweg de meeste mantelzorgers (84 procent) zeggen dat graag te doen, blijkt uit cijfers van het SCP; een kwart vindt het zelfs leuk. En bijna de helft heeft er nieuwe dingen door geleerd. Mantelzorg kan dus veel voldoening geven.

Maar stress geeft het ook. Vooral de groeiende groep mensen die de zorg combineert met betaald werk, loopt geregeld tegen zijn grenzen aan. Ruim een op de vier mantelzorgers zegt dat de situatie van degene voor wie ze zorgen ze nooit loslaat. Een derde geeft toe weleens het geduld te verliezen bij het verzorgen en een op de tien voelt zich erdoor overbelast. Zes procent van de mantelzorgers is er zelfs overspannen of ziek door geraakt.

Wat kun je doen om het geven van mantelzorg doenlijk te houden? Psychologie Magazine legde zes veelvoorkomende mantelzorgkwesties voor aan twee deskundigen: Alice de Boer, hoogleraar Sociale Ongelijkheid en Informele Hulp aan de Vrije Universiteit Amsterdam en psychologe Yvonne Prins, die zelf voor haar ouders zorgde en haar ervaringen onlangs bundelde in het boek Met 70 over de snelweg.

Tante Lieke is nergens voor te porren

De tante van Anneke is arbeidsongeschikt geraakt door een ongeluk. Anneke (49) kookt regelmatig voor haar en doet boodschappen.

Tante Lieke zegt blij te zijn met die hulp, maar komt niet echt vrolijk over. Ze zit hele dagen op de bank, rookt veel en is overal te moe voor. Ze laat steeds meer aan Anneke over.

Die wordt soms boos als Lieke weer eens klaagt over kortademigheid – en oppert dat haar tante beter kan stoppen met roken en meer zou moeten bewegen.

Omdat Lieke fysiek steeds verder achteruitgaat, adviseert de huisarts nu zelfs om thuiszorg in te zetten. Maar Lieke wil niets veranderen aan haar situatie.

Alice de Boer: ‘Annekes tante is misschien bang de regie over haar leven te verliezen, of vindt het moeilijk toe te geven hoe ernstig de situatie is. Veel mensen proberen professionele zorg zo lang mogelijk buiten de deur te houden uit angst dat de buitenwereld zich met hun thuissituatie gaat bemoeien.’

Yvonne Prins: ‘Belerend of boos toespreken heeft zelden zin als je wilt dat iemand verandert. Wat Anneke wel kan doen: aangeven wat het met haarzelf doet.

Zeggen dat ze zich zorgen maakt, bijvoorbeeld. Of ze gaat een stapje verder en zegt wat de consequenties zijn als er niets verandert.

In dit geval kan Anneke aangeven dat ze het prima vindt als Lieke niet meer wil bewegen en ook geen thuiszorg wil accepteren, maar dat zij echt maar een bepaald aantal uur per week kan helpen.’

Sandra wil haar moeder niet laten opnemen

Truus, de moeder van Sandra (48), heeft vasculaire dementie en is erg vergeetachtig. Sandra gaat steeds vaker langs omdat ze bang is dat haar moeder het gas open laat staan of ‘s nachts door de buurt gaat dwalen.

Haar omgeving oppert regelmatig dat ze haar moeder naar een verzorgingshuis moet brengen. Maar dat lijkt Sandra verschrikkelijk. Ze vraagt zich af of ze haar moeder niet beter in huis kan nemen.

Yvonne Prins: ‘Simpele aanpassingen kunnen al rust geven. Vervang het gasfornuis door inductiekookplaten. En google eens op “dwaalbeveiliging”; op dat vlak is veel mogelijk.

Of het een goed idee is om haar moeder in huis te nemen, is de vraag. Is ze daar dan nooit alleen? En realiseert ze zich wel dat haar situatie alleen maar verder zal verslechteren?

TEST
Doe de test »

Heb je een gezond stressniveau – of loopt je gezondheid gevaar?

Sandra heeft kennelijk een negatief beeld van verzorgingshuizen, maar waarschijnlijk is haar moeder er veiliger dan thuis. Er is meer toezicht en haar leefomgeving is waarschijnlijk schoner. Ook heeft haar moeder in een verzorgingshuis meer gezelschap. Dat kan een positieve invloed hebben op haar stemming.

Sandra kan overwegen om nu toch vast een indicatie voor het verzorgingshuis aan te vragen voor haar moeder. Nu de situatie nog niet acuut is, heeft ze nog tijd om te wachten tot er plaats is in een tehuis waarbij ze zich prettig voelt. Dat is beter dan in een crisissituatie genoegen te moeten nemen met wat er dan toevallig vrij is.’

Jorrit zou zijn vrouw graag weer als partner zien

De relatie tussen Amber (39) en Jorrit (42) is behoorlijk veranderd sinds Amber borstkanker heeft gehad.

Na ruim een jaar vol behandelingen is ze ‘schoon’ verklaard, maar ze voelt zich nog regelmatig moe, somber en lusteloos. Daardoor doet Jorrit naast zijn drukke baan het grootste deel van het huishouden. Hij verlangt terug naar de ‘oude’ Amber; zij wordt daar erg onzeker van.

Yvonne Prins: ‘Het allerbelangrijkste is hier: blijf praten en erken elkaars emoties. Beiden hebben waarschijnlijk last van gevoelens van rouw, want zoals vroeger wordt het niet meer. Dat besef is al zwaar genoeg.

Dus als Amber en Jorrit de mogelijkheid hebben om taken als koken en schoonmaken wat vaker uit te besteden, dan moeten ze dat zeker doen. Dat scheelt misschien al iets aan stress bij Jorrit, en helpt tegen zijn gevoel van disbalans.

Heeft Jorrit ook het gevoel dat Amber meer zijn patiënt is dan zijn partner? Dan kan het een goed idee zijn ook voor de zorg hulp in te schakelen. Voor sommige mensen voelt het niet natuurlijk om een geliefde te helpen met douchen.

Anderen vinden dat juist een mooie en intieme manier van verzorgen. Waar de grens ligt, is voor iedereen anders, maar een mantelzorger mag zijn of haar grenzen altijd aangeven. Ze zelf zien en erkennen is vaak wel al een opgave op zich.’

Lotte kan geen ‘nee’ zeggen tegen haar buurvrouw

Lotte (27) ervaart de verzoeken van haar buurvrouw Antje (74) toenemend als benauwend.

Het begon met de vraag of ze een keer boodschappen wilde doen; nu belt Antje haar regelmatig en staat Lotte voor ze het weet haar ramen te lappen. Lotte ziet dat Antje haar nodig heeft, maar ze wil niet elk weekend voor haar aan de slag.

Alice de Boer: ‘De meeste mensen kiezen niet bewust voor het geven van mantelzorg, ze rollen er langzaam in. Buren geven vaak minder intensieve hulp dan bijvoorbeeld familieleden, maar ook zij kunnen zich uiteindelijk belast gaan voelen.

Omdat de groei van de taken meestal geleidelijk gaat, merkt de mantelzorger soms niet hoe dit leidt tot overbelasting. De “mantelval”, noemen we dat.’

Yvonne Prins: ‘Je bent zelden de enige die hulp kan bieden, al kan de ander je wel dat gevoel geven. Meedenken over wie er dan kan helpen mag natuurlijk, maar ook dat is niet jouw verantwoordelijkheid.

Vind je vaker “nee” zeggen lastig, leer jezelf dan aan om even bedenktijd te vragen en geef aan dat je later terugbelt. Dan kun je wat moed en energie verzamelen om alsnog te weigeren – of om “ja” te zeggen met een aantal voorwaarden.’

Frans zegt nooit ‘bedankt’ tegen zijn vrouw

Frans (79) heeft longkanker en zal niet meer beter worden. Tegen de kinderen is hij altijd opgewekt, maar zijn vrouw Tonnie die hem verzorgt (74) krijgt vaak een snauw.

Training

Mindful eten

  • Leer ontspannen omgaan met eten
  • Ontdek hoe je eetgedrag wordt beïnvloed
  • Inclusief meditatie en mindfulness-oefeningen
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Ze heeft het gevoel dat haar hulp niet wordt gezien. Soms fantaseert ze hoe ontspannen het zou zijn om alleen te wonen, maar over die gedachte voelt ze zich zo schuldig dat ze haar snel weer verdringt.

Alice de Boer: ‘Voor mantelzorgers is het belangrijk om gezien en gewaardeerd te worden, maar niet iedere hulpbehoevende kan het opbrengen om dankbaar of liefdevol te reageren. Het is daarom belangrijk dat andere mensen haar die bevestiging geven.’

Yvonne Prins: ‘Er gaat veel aandacht naar Frans omdat hij ziek is, en dat kan ertoe leiden dat Tonnie voor haar gevoel in de schaduw staat. Waarschijnlijk mag ze dat van zichzelf niet voelen, maar het feit dat ze soms denkt “was dit maar voorbij” is helemaal niet gek. Het betekent zeker niet dat ze niet van hem houdt. Het is eerder een signaal dat de druk te groot is geworden.

Als ze haar omgeving regelmatig open vertelt wat de zorg met haar doet, is de kans groot dat de mensen om haar heen haar meer zullen steunen en complimenteren. Ook is het belangrijk dat ze dingen onderneemt die haar energie geven.

Ze kan Frans af en toe best even overlaten aan de zorgen van anderen, bijvoorbeeld door middel van “respijtzorg”, waarbij je als mantelzorger een vrijwilliger of professionele hulpverlener inschakelt.

Wat Frans betreft: hij kampt ongetwijfeld met gevoelens van rouw, omdat hij niet meer de man is die hij was en wil zijn. Onder zijn chagrijnige gedrag zitten waarschijnlijk gevoelens van verdriet en machteloosheid die hij niet makkelijk uit. Veel mensen vinden het makkelijker om boos te worden dan om zich kwetsbaar op te stellen.’

Myrthe voelt zich tekortschieten tegenover haar vader

Myrthe (43) heeft een hechte band met haar vader Cor (69); ze zijn de enigen die nog ‘over’ zijn in de familie.

Nu Cor door een heupoperatie weinig meer zelf kan, leunt hij erg op Myrthe. Maar naast haar fulltime baan, gezin, vrienden en hobby’s houdt ze hooguit een avond per week over. Ze vraagt zich af hoe ze de hulp voor haar vader kan combineren met haar drukke leven.

Yvonne Prins: ‘Myrthe is een typisch voorbeeld van de “sandwichgeneratie”: de mensen die zowel voor hun kinderen als voor hun ouders en schoonouders moeten zorgen. Bijna iedereen uit deze groep voelt zich schuldig.

Terwijl het duidelijk onmogelijk is om alle ballen tegelijkertijd hoog te houden. Soms dénk je dat anderen dat wel kunnen. Maar kijk daarvoor uit: zo’n “opwaartse vergelijking” kan je weliswaar stimuleren om beter te presteren, maar ze kan je ook het gevoel geven dat je het niet goed doet of zelfs niet goed genoeg bént.

Accepteer jezelf en jouw grenzen. En ruim hoe dan ook regelmatig tijd in voor jezelf, want zonder opgeladen batterij houdt niemand het vol. Voor de een is wekelijks naar de sauna een echte oplader, voor de ander werkt elke dag een kwartier mediteren of juist even knallen in de sportschool.’

Alice de Boer: ‘En, minstens zo belangrijk: vraag tijdig om hulp. Maar misschien kan en wil Myrthe haar omgeving daar niet mee belasten. Dat noemen we “vraagverlegenheid”. Het blijkt dat mensen die het moeilijk vinden om bij aan anderen aan te kloppen, vaker overbelast raken.’

Yvonne Prins, Met 70 over de snelweg. Als je ouders zorgen gaan geven, uitgeverij Scriptum, € 19,95