De oorzaken van dementie

‘Natuurlijk ben ik bang dat ik net zo zal eindigen,’ zei Karla Peijs een paar maanden geleden in Opzij. ‘Als ik mijn sleutels vergeet, is dat heel anders dan wanneer jij je sleutels vergeet.’

De 62-jarige demissionair minister van Verkeer en Waterstaat had het over haar moeder, die de laatste jaren van haar leven aan de ziekte van Alzheimer leed. Peijs verwoordde een angst die veel mensen kennen. En die nog veel meer mensen zullen leren kennen. Want Alzheimer rukt op. Niet alleen doordat het aandeel van ouderen in onze totale bevolking groeit, ook doordat die ouderen steeds ouder worden. En hoe ouder, hoe vaker dement: van de negentigplussers heeft 40 procent Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie – gekenmerkt door vergeetachtigheid, verlies van cognitieve functies en uiteindelijk het totale onvermogen om zelfstandig te functioneren.

Op dit moment telt Nederland zo’n 200.000 à 250.000 Alzheimer-patiënten. ‘En daar komen twintigduizend nieuwe gevallen per jaar bij,’ zegt neuro­loog Philip Scheltens, hoofd van het Alzheimercentrum aan de Vrije Universiteit. ‘In 2040 zal ons land zo’n half miljoen dementerenden tellen.’ Oftewel: bijna twee keer de bevolking van de gemeente Utrecht.

Verschrompeld hersenweefsel

De groei van het aantal dementerenden is een bom

onder onze gezondheidszorg. Alleen al om die reden heeft het Alzheimer-onderzoek de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. Dat heeft veel nieuwe kennis over de ziekte opgeleverd, maar helaas nog altijd geen geneesmiddel.

Wel zijn er sinds een paar jaar medicijnen op de markt die het algemeen functioneren van beginnende Alzheimer-patiënten nog een tijdje op peil kunnen houden: de zogenaamde cholinesterase­remmers. Deze middelen verhogen het gehalte van de neurotransmitter acetylcholine in het brein – want aan dat stofje hebben de patiënten een tekort, weten we sinds de jaren zeventig. Maar de bijwerkingen zijn groot, en het effect is klein.

Bovendien wordt tegenwoordig aangenomen dat de cholinesteraseremmers slechts een bijverschijnsel van de ziekte aanpakken. De meeste onderzoekers gaan er inmiddels van uit dat ­Alzheimer niet ontstaat door het verlies van neurotransmitters, maar door de afzetting in de hersenen van een bepaald eiwit, bèta-amyloïde. Die eiwitklompjes – plaques genaamd – vormen het opvallendste kenmerk van een door Alzheimer aangetast brein.

Waarom het bij sommige mensen tot die plaque­vorming komt? De meest gangbare verklaring daarvoor is momenteel de amyloïdecascade­hypothese. In de hersenen van de patiënten zou iets fout gaan bij de afbraak van een bepaald eiwit, app. Daar kan een genetisch defect aan ten grondslag liggen, maar wellicht wordt het ook veroorzaakt door een slechte doorbloeding van de hersenen. Of, om het nog wat ingewikkelder te maken, door een combinatie van die twee. Sinds een paar jaar weten we namelijk dat ongeveer één op de zes mensen een afwijkende variant heeft van een bepaald gen, apoE genaamd, dat onder andere een rol speelt bij vaatziekten én bij de afbraak van app in de hersenen.

Maar wat ook exact de ‘eerste veroorzaker’ mag wezen, feit is dat door de foute afbraak van app in de hersenen stukjes eiwit overblijven die zich ophopen. Volgens de theorie veroorzaken deze ophopingen op hun beurt ontstekingen, waardoor hersencellen sterven en het hersenweefsel verschrompelt.

Eiwitaanslag

Met deze verklaring in het achterhoofd zijn momenteel wereldwijd talloze wetenschappers op zoek naar een middel dat plaquevorming voorkomt, of de eiwitplaques weer opruimt.

Een paar jaar geleden zag het er even naar uit dat de doorbraak nabij was; wetenschappers hadden toen een middel gevonden dat de hersentjes van speciaal gekweekte ‘Alzheimer-muizen’ van eiwitaanslag bleek te ontdoen. Maar toen het middel op menselijke patiënten werd getest, veroorzaakte het bij een aantal proefpersonen gevaarlijke hersenontstekingen. Exit wondermiddel.

Toch heeft Philip Scheltens van het vu-Alz­hei­mercentrum de moed niet opgegeven. Inmiddels lijkt er namelijk een ander ‘anti-plaquemiddel’ gevonden dat wél zonder levensbedreigende bij­werkingen zijn werk kan doen. En: zodra de ethische commissie van de universiteit er haar goedkeuring aan heeft gegeven, kan het middel ook aan de vu getest gaan worden. Naar verwachting zal dat in april dit jaar zijn. ‘Wij zijn de eersten in Nederland die ermee gaan werken,’ vertelt Scheltens trots.

Het middel in kwestie berust op het principe van passieve immunisatie: patiënten krijgen antilichamen toegediend die het eiwit opruimen dat de plaques veroorzaakt. Een soort vaccin dus.

Eén op de drie

Mocht komende jaren blijken dat de weten­schap inderdaad een werkzaam Alzheimer-vaccin in handen heeft, dan zal dat niet alleen een revo­lutie betekenen voor de patiënten. Het zal ook betekenen dat het voor mensen met een verhoogde kans op Alzheimer zinvol wordt zich vroegtijdig te laten screenen. De naaste verwanten van een Alzheimer-patiënt bijvoorbeeld.

Want al lopen de schattingen over de mate waarin Alzheimer erfelijk is sterk uiteen, dat Alzheimer een erfelijke component heeft, staat buiten kijf. Genetisch epidemiologe Cornelia van Duijn, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, houdt het erop dat mensen van wie de ouders op latere leeftijd dement werden, een twee keer zo grote kans hebben zelf dement te worden. ‘Als een van je ouders al voor zijn zeventigste dement werd, is die kans zelfs vier keer zo groot. Terwijl het algemene risico al vrij hoog is – van de 85-jarigen is immers al één op de drie dement.’

Er lopen dus heel wat mensen rond met de angstige verwachting ooit net als hun moeder te eindigen. Natuurlijk kunnen die zich nu ook al laten screenen – er zijn inmiddels tests beschikbaar waarmee het hersenvocht kan worden onderzocht op afwijkende concentraties van de bij plaquevorming betrokken stofjes.

Maar Philip Scheltens raadt zulk vroeg diagnos­tisch onderzoek niet aan. ‘Alzheimer begint waarschijnlijk al voor je vijftigste, maar het duurt járen voor het tot klinische expressie komt. Waarom zou je mensen al die jaren belasten met de wetenschap dat zij straks ook aan de beurt zijn? Zo’n onderzoek heeft pas zin als we een behandeling te bieden hebben.’ Gelukkig ziet hij dat moment nu naderen: ‘Ik heb hoge verwachtingen van het vaccin dat wij gaan uittesten.’

Dwaalspoor

Niet iedereen in de Alzheimer-wereld deelt die hoge verwachtingen. Er zijn onderzoekers die niet geloven in een vaccin dat de plaque aanpakt. Preciezer geformuleerd: die niet geloven dat zo’n middel Alzheimer tot stilstand kan brengen. Zij houden de amyloïdetheorie voor een dwaalspoor.

Onder hen neurobioloog Dick Swaab, directeur van het Nederlands Instituut voor Hersen­onderzoek. Natuurlijk, hij wil niet ontkennen dat Alzheimer-breinen eiwitklompjes vertonen. ‘Maar er is geen verband tussen de hoeveelheid plaques en de mate van dementie. Bovendien vertonen de hersenen van niet-demente bejaarden vaak ook plaques. Ik houd ze gewoon voor een teken van veroudering, die sneller verloopt bij de ziekte van Alzheimer.’

Ook valt het volgens Swaab reuze mee met de celdood in de hersenen van Alzheimer-patiënten. Dat hun brein verschrompelt komt vooral doordat de neuronen krimpen, zegt hij, en de oorzaak dáárvan zoekt hij in een verslechterde stofwisseling. ‘Neem alleen al het feit dat beginnend dementerenden vaak het ene moment totaal afwezig zijn en het volgende levendige discussies kunnen voeren over iets wat ze interesseert. Die fluctuaties wijzen erop dat de stofwisseling in het brein een primaire rol speelt, en niet celdood.’ Swaab denkt daarbij vooral aan het proces waarbij hersencellen suiker omzetten in energie. Uit onderzoek is gebleken dat dit proces bij ­Alzheimer-patiënten meer dan gehalveerd is. De cellen verhongeren als het ware.

Al met al durft Swaab de stelling aan dat men het Alzheimer-medicijn in de foute hoek zoekt. ‘We moeten het in de reactivering van de stofwisseling zoeken. Al zie ik ook daar de komende tien jaar nog geen pasklaar medicijn voor.’

Maar het goede nieuws is wat Swaab betreft dat we veel kunnen doen om te voorkómen dat onze hersenen in de versukkeling raken. ‘Ik geloof sterk in “use it or lose it”. Wie actief blijft, ­lichamelijk maar vooral ook geestelijk, stimuleert zijn hersencellen. Zet die neuronen maar aan het werk, dan zorgen ze er zelf wel voor dat ze voldoende voeding blijven krijgen!’n

‘N

De bekendste vormen

De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer; ongeveer 60 à 70 procent van alle dementerenden lijdt hieraan. Het opvallendste symptoom van deze aandoening is de verslechtering van het kortetermijngeheugen. Oorzaak van deze vorm van dementie is vermoedelijk de afzetting van eiwit (plaques) in het brein.

Ongeveer 15 procent van de dementerenden lijdt aan vasculaire dementie, veroorzaakt door een slechte doorbloeding van de hersenen. De symptomen kunnen heel verschillend zijn, afhankelijk van de plaats en omvang van de doorbloedingsstoornissen. Een hersenbloeding kan het begin zijn van deze vorm van dementie, maar ook een reeks van vaak onopgemerkte infarctjes. Oudere patiënten hebben vaak zowel symptomen van Alzheimer als van vasculaire dementie. Dat ondersteunt de theorie dat een slechte doorbloeding plaques kan veroorzaken.

Andere regelmatig voorkomende vormen van dementie zijn frontotemporale dementie, die veroorzaakt wordt door verschrompeling van de voorhoofdskwab en zich in het begin vooral kenmerkt door persoonlijkheidsveranderingen, en Lewy Body-dementie. Bij deze laatste vorm is net als bij Alzheimer sprake van eiwitafzettingen in het brein, ‘Lewy-lichaampjes’ genaamd. Sommige onderzoekers beschouwen deze aandoening als een Alzheimer-variant. Maar bij Lewy Body-dementie vallen vooral de Parkinson-achtige verschijnselen en het onvermogen tot plannen op.

Zo beschermt u uw brein

– Let op uw hart

Waaróm het zo is, kan de wetenschap niet precies zeggen. Maar dát een slechte conditie van hart en vaatstelsel de kans om dement te worden vergroot, staat vast. ‘Niet roken, niet te veel alcohol drinken, niet te dik worden en bloeddruk en cholesterolniveau in de gaten houden,’ adviseert neurobioloog Dick Swaab.

– Let op uw suikerspiegel

Ook suikerziekte vergroot de kans op dementie. En in Amerika bleek al dat maar liefst één op de drie volwassenen een verhoogde bloedsuikerspiegel of diabetes heeft. ‘Bij twijfel op diabetes laten checken,’ zegt Swaab daarom. ‘Hebt u suikerziekte, zorg er dan voor dat die goed behandeld wordt,’ vervolgt hij, ‘want een te lage bloedsuikerspiegel is net zo slecht. Een energietekort in de hersenen verhoogt de kans op Alzheimer namelijk ook.’

– Gebruik uw lichaam

Mensen die rond hun vijftigste nog lichamelijk actief zijn, hebben tot 50 procent minder kans op dementie. Erik Scherder, hoogleraar bewegings­wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen: ‘Uit een Amerikaans onderzoek is gebleken dat bij ouderen die weinig bewegen, de prefrontale cortex beter gaat functioneren wanneer ze gaan joggen. En juist dat hersengebied speelt een belangrijke rol bij dementie.’ Scherder plaatst hier wel een kanttekening bij: ‘Wie al vaatproblemen heeft, moet voorzichtig zijn met sport. Als zo iemand gaat joggen, gaat het bloed naar zijn benen en raakt het hoofd nóg slechter doorbloed.’

– Mijd risicosporten

Hersenletsel vergroot de kans op dementie, zeker bij mensen met een afwijkend ApoE-gen. ‘ApoE is onder andere het reparatiegen voor het centrale zenuwstelsel,’ licht Philip Scheltens van het VU-Alzheimercentrum toe. ‘Bij mensen met de E4-variant van dat gen lijkt dat minder goed te werken. In de VS moeten boksers zich daarop al genetisch laten testen.’ Maar ook bij sporten als hockey en voetbal liggen de hersenschuddingen op de loer. Verknocht aan voetbal? Weersta dan ten minste de verleiding van de kopbal.

– Houd uw brein bezig

De enige écht gezonde sport is volgens Dick Swaab denksport. ‘Zet uw hoofd aan het werk! Zo houdt u uw hersenstofwisseling op peil en vergroot u het aantal verbindingen in uw brein. Daarmee bouwt u reserves op. Uit allerlei onderzoek is naar voren gekomen dat mensen die gecompliceerd werk doen, minder vaak dement worden.’

Voeding: feiten en fabels

Behalve naar medicijnen wordt er wereldwijd ook driftig onderzoek gedaan naar voedingsmiddelen die Alzheimer zouden kunnen voorkomen. Een overzicht van recente vondsten, mét kanttekeningen.

– Donkere groente- en fruitsoorten

Begin vorig jaar ontdekten onderzoekers uit Nieuw-Zeeland dat zwarte bessen hoge doses bevatten van twee stofjes die breinschade door het stofwisselingsproces lijken tegen te gaan: polyphenolen en anthocyanine. Dat laatste is een kleurstofje dat in alle donkere groente- en fruitsoorten zit, met als uitschieters zwarte bessen, bosbessen en boerenkool.

Betekent dat dat we Alzheimer kunnen ontlopen door een dieet van bessen en boerenkool? Nee. Het lichaam moet die anthocyaninen namelijk wel kunnen opnemen. En het lijkt erop dat juist deze antioxidant zó krachtig is dat het lichaam het nauwelijks kan behappen. De zwakkere antioxidanten uit lichter gekleurde groente- en fruitsoorten worden veel makkelijker verwerkt.

– Groene thee

Ongefermenteerde thee heeft al een tijdje de status van wondermiddel tegen allerlei aandoeningen. Eind 2005 ontdekten Amerikaanse onderzoekers dat de thee een ingrediënt bevat dat, in pure vorm geïnjecteerd bij ‘Alzheimer-muisjes’, extreem werkzaam bleek tegen plaquevorming. Helaas: het effect van dit ingrediënt, EGCG genoemd, wordt tegengewerkt door andere stofjes in de blaadjes. Groene thee lijkt dus geen anti-Alzheimerdrankje.

– B-vitamines

Er is veel onderzoek gedaan naar deze vitaminegroep, waarvan in ieder geval bewezen lijkt dat een tekort eraan het functioneren van het brein beperkt. Maar naar het effect van het slikken van extra vitamines is nog maar weinig onderzoek gedaan, benadrukt de Wageningse hoogleraar Lisette de Groot, deskundige op het gebied van voeding en de oudere mens. ‘Zelf ben ik nu betrokken bij een studie naar het slikken van vitamine B12 bij Alzheimer. We vonden tot nu toe geen effect.’ Wel weet ze dat een collega onlangs een beschermend effect van foliumzuur vond. Is het dus raadzaam om toch maar preventief vitamines te slikken? Neurobioloog Dick Swaab raadt het af: ‘Je ziet in Nederland meer vitaminevergiftigingen dan -tekorten.’

– Omega-3-vetzuren

Diverse studies wijzen op een beschermende werking van de omega-3-vetzuren. Ze zouden bijvoorbeeld celontstekingen in de hersenen tegengaan. De vetzuren komen onder andere voor in vette vis. Wat volgens believers meteen verklaart waarom dementie onder visetende volkeren weinig voorkomt. Bij die laatste bewering plaatst Philip Scheltens van het VU-Alzheimer­centrum echter vraagtekens: ‘De regionale verschillen zijn helemaal niet zo groot. Tot nu toe zien we overal ter wereld dat het aantal gevallen van Alz­heimer toeneemt als de gemiddelde leeftijd er stijgt.’

Test: hoe goed is uw geheugen?

Iedereen vergeet weleens iets. Maar als uw geheugen het vaak laat afweten, is een onderzoek misschien raadzaam. Beantwoord onderstaande vragen zo eerlijk mogelijk om mogelijke geheugenproblemen op te sporen. Kruis het hokje aan van het antwoord dat afgelopen maand op u van toepassing was.

– Ik kan me niet lang concentreren op wat ik aan het lezen ben. nooit soms vaak

– Ik kan namen van mensen die ik net heb leren kennen, slecht onthouden. nooit soms vaak

– Ik heb moeite me de naam te herinneren bij gezichten die ik goed ken. nooit soms vaak

– Ik vergeet de namen van beroemde personen nogal snel. nooit soms vaak

– Ik kom te laat op afspraken. nooit soms vaak

– Ik moet mijn agenda raadplegen om mijn afspraken niet te vergeten. nooit soms vaak

– Ik heb een lijstje nodig bij het boodschappen doen. nooit soms vaak

– Ik vergeet wat ik ging doen als ik van de ene kamer naar de andere loop. nooit soms vaak

– Ik kan me veelgebruikte telefoonnummers niet herinneren. nooit soms vaak

– Ik vergeet welke datum het vandaag is. nooit soms vaak

– Het kost me moeite me op een bezigheid te concentreren. nooit soms vaak

– Als ik mijn sleutels of bril wegleg, kan ik die niet meer vinden. nooit soms vaak

– Het kost me tijd om me aan veranderingen aan te passen. nooit soms vaak

– Ik vergeet de verjaardagen van familie en vrienden. nooit soms vaak

– Ik laat me gemakkelijk afleiden door kleinigheden. nooit soms vaak

– In een gesprek kan ik niet op het juiste woord komen. nooit soms vaak

– Ik kan de weg in de buurt waar ik woon niet goed vinden. nooit soms vaak

– Ik geloof dat mijn geheugen me vaak parten speelt. nooit soms vaak

– Ik kan niet goed vertellen over een film die ik de vorige dag heb gezien. nooit soms vaak

– Ik doe dezelfde dingen meerdere keren. nooit soms vaak

– Ik vergeet gebeurtenissen waar ik niet vaak over praat. nooit soms vaak

– Ik onthoud dingen die nergens toe dienen. nooit soms vaak

– Ik vergeet mijn pincode. nooit soms vaak

– Ik vergeet gemakkelijk iets wat me niet direct interesseert. nooit soms vaak

– Ik kan moeilijk de prijzen onthouden van de dingen die ik koop. nooit soms vaak

– Ik vergeet de titels van boeken die ik pas heb gelezen. nooit soms vaak

– Ik kan geen getallen onthouden, wat voor getallen dan ook. nooit soms vaak

– Het kost me veel meer tijd dan vroeger om iets uit het hoofd te leren. nooit soms vaak

– Ik vergeet direct wat ik pas op televisie heb gezien. nooit soms vaak

– Ik ben slecht in kruiswoordraadsels. nooit soms vaak

Score

Reken voor elke keer dat u ‘soms’ antwoordde 1 punt, voor elke keer dat u ‘vaak’ antwoordde 2 punten.

Minder dan 16 punten:

Met uw concentratievermogen lijkt niets mis te zijn – als u eventuele problemen tenminste niet onderschat hebt. De beste manier om te zorgen dat uw geheugen op peil blijft, is om uw lichamelijke en geestelijke conditie regelmatig te onderhouden.

16-35 punten:

Uw geheugen vertoont kleine gebreken, maar er is geen reden voor ernstige bezorgdheid. U hebt waarschijnlijk enige moeite u te concentreren. Probeer uw ritme wat te vertragen: neem voor elke bezigheid de nodige tijd en dwing uzelf om alleen te denken aan wat u nu moet doen, niet aan wat later komt. Blijf daarbij ontspannen, want onder stress is het moeilijker om uw concentratie vast te houden.

Meer dan 35 punten:

Misschien bent u wat streng voor uzelf, maar het kan geen kwaad om voor alle zekerheid een geheugenonderzoek te laten uitvoeren om een scherper beeld te krijgen van uw geestelijke conditie. Gespecialiseerde artsen en psychologen analyseren dan uw resultaten en geven aan hoe uw eventuele problemen het best kunnen worden aangepakt. De huisarts kan u doorverwijzen.

Deze test is met toestemming overgenomen uit het boek 101 manieren om uw geheugen te verbeteren, Reader’s Digest, e 39,90. De test is ook te vinden op de site van de Alzheimer Stichting Nederland (www.alzheimer-nederland.nl).

psychologiemagazine.nl

Hoe ga je om met het verdriet van een demente partner of ouder? En waaraan merk je als eerste dat iemand dementeert? Lees het in dossier dementie. Alleen voor plusabonnees.

Meer weten

www.alzheimer-nederland.nl

www.alzheimer.nl

www.alzheimercentrum.nl

www.dementia.nl

psychologiemagazine.nl

Lukt het optellen niet meer? Doe de test op de site.[/wpgpremiumcontent]