Het is zonnig en stil in Oosterwolde. Lisette haalt me op van de bushalte. ‘Er waren zoveel signalen, en toch heeft niemand eerder ingegrepen’, zei ze me een paar dagen eerder door de telefoon. Nu rijden we door het Friese dorp waar Lisette vanuit Amsterdam naartoe verhuisde, speciaal om dichtbij de boeddhistische monnik Dhammawiranatha te kunnen zijn. De monnik inspireerde, adviseerde en motiveerde zijn volgelingen. Met gedoneerd en geleend geld werd een klooster en een conferentieoord gekocht. Samen werkten zij aan hun droom: het uitdragen van de Dhamma, de leer van Boeddha.

Op 30 december 2001 werd Dhammawiranatha echter weer gewoon Pierre Krul. Een Hagenees die door boze ex-volgelingen beschuldigd werd van machtsmisbruik, financieel misbruik en seksueel wangedrag. De droom waar zoveel boeddhisten keihard voor hadden gewerkt, viel in één klap in duigen. Donateurs trokken zich terug, het klooster moest worden verkocht, de meeste leden stapten op.

Lisette rijdt langs het oude boeddhistische conferentiecentrum. Daar woont de ex-monnik nog met een klein handje trouwe volgelingen. Helemaal tot aan het gebouw rijden, durft ze niet. ‘Ze kennen mijn auto.’ Een paar minuten later zitten we twee straten verderop bij Lisette aan de thee, samen met een andere ex-volgeling, Arindama Terpstra.

Lisette ontmoet

Krul voor het eerst in 1985. Hij is docent meditatie en houdt voordrachten over boeddhisme in spiritueel centrum De Kosmos in Amsterdam. In zijn witte omslagdoek heeft hij een bijzonder voorkomen. Lisette is op zoek naar verdieping: ‘Hij kon prachtig vertellen, had humor, wist ongelofelijk veel. Ik was ervan overtuigd dat hij heel wijs was. We hingen aan zijn lippen.’ Hij werd toen al aangesproken met ‘Bhante’, ofwel ‘eerwaarde’.

Mensen voelden zich bijzonder in zijn aanwezigheid. Arindama: ‘Hij gaf je complimenten: “Jij zit zo rustig, zo mooi! Jij kunt zo goed luisteren!”‘ Lisette vult aan: ‘Opgemerkt worden door iemand waarvan je denkt dat die een gradatie van heiligheid heeft bereikt, geeft zelfvertrouwen. Misschien kan ik ook wel zoiets bereiken, dacht ik.’

Veel mensen hopen dat de monnik hen kan begeleiden op hun levensweg. ‘Is dit de juiste vrouw voor mij?’, vraagt iemand. ‘Ja, dit is de juiste’, zegt de Bhante, en de volgeling begint een relatie. Een andere volgeling beschrijft achteraf: ‘Ik was blij een methode te hebben gevonden om mijn innerlijke pijn aan te pakken. Omdat in die tijd mijn geest in wankel evenwicht was, was ik een makkelijke speelbal. Ik was eenvoudig te beïnvloeden en te manipuleren. Hij wierp zich op als beschermer, leraar, vader, vriend, grote broer en zeker ook als heilige.’

Verdeel en heers

In 1978 stichtte Pierre Krul het eerste Boeddhayana Centrum in Den Haag. Als hij in 1995 het klooster Ehipassiko in Makkinga sticht, en kort daarna het conferentieoord in het nabijgelegen Oosterwolde koopt, geven vele volgelingen hun baan en hun huis op, om dichtbij de monnik te kunnen zijn. In totaal heeft de Boeddhayanabeweging in haar hoogtijdagen over het land verspreid zo’n tweehonderd sympathisanten. In de omgeving van het klooster komen ongeveer 25 volgelingen wonen, sommigen met kinderen. Vijf vrouwen trekken in bij de monnik in het klooster. Zijn Buddha-Dhamma Stichting drijft op de giften van volgelingen. Lisette geeft zo’n duizend gulden per maand, anderen geven of lenen tienduizenden guldens. De giften worden ook als investering gezien, want het centrum moet een oudedagsvoorziening voor bejaarde boeddhisten worden. Er worden lezingen en meditatielessen gegeven, retraites gehouden er is een eigen drukkerij en een school voor de kinderen. Lisette: ‘Er was een enorm gevoel van saamhorigheid. Iedereen werkte voor hetzelfde doel. Dit was uniek.’

De ‘verbondenheid’ van de groep in Friesland wordt door andere boeddhistische instellingen, waar weinig contact mee is, weleens gezien als ‘geslotenheid’. Er is weinig contact met andere boeddhistische instellingen. Krul doet soms neerbuigend over andere boeddhisten en de Dalai Lama noemt hij gekscherend ‘de Dalai Laatmaar’. Mensen die vertrekken, worden als dwazen bestempeld en Krul adviseert om geen contact met hen op te nemen. Post zonder afzender moet maar niet worden geopend en boeken die niet uit eigen kring komen, moet je al helemaal niet lezen. Contact met familie en vrienden staat op een laag pitje, want niets is zo belangrijk als de Dhamma.

Hoewel er volop kritiek is op de buitenwereld, is twijfelen aan de leermeester uit den boze. Dat is een teken dat je je niet overgeeft aan het boeddhisme en juist een boeddhist moet alles met volle overgave doen. Lisette: ‘Hij heeft de lessen uit het boeddhisme in zijn eigen belang gebruikt. De les van vrijgevigheid werd: een goede boeddhist geeft veel geld. Mededogen werd: je mag niet assertief zijn. Gedeelde smart is dubbele smart, dus ga maar niet in op het leed van anderen in de groep. Elke twijfel betekende dat je nog te veel vast zat aan het zelf, waar we juist van moesten loskomen.’

Arindama vult aan: ‘Kritiek op de meester was niet alleen een teken dat je een slechte boeddhist was, er stonden ook sancties op. Je werd genegeerd en niet meer op de hoogte gehouden van belangrijke dingen.’ De ex-volgelingen spreken nu over een verdeel-en-heers-politiek. Lisette: ‘Hij maakte relaties kapot door te zeggen dat het je ervan weerhield om verder te komen.’ Iedereen probeert het goed te doen voor hem. Er ontstaat concurrentie. Krul hangt een lijst op: wie het meest doneert, staat bovenaan. Arindama: ‘Dat was volgens Krul in Azië heel normaal. Het maakte volgens hem niets uit hoeveel je gaf. Maar je wilt toch niet onderaan die lijst staan. Bovendien werd je aardiger behandeld als je bovenaan stond.’

Twijfels

Dat Pierre Krul in het openbaar berispingen uitdeelde, werd door zijn volgelingen als zeer vernederend ervaren. Arindama: ‘Hij vermeed grof taalgebruik, maar was in feite bikkelhard. Als je de hele dag keihard hebt gewerkt en je wordt genegeerd terwijl anderen wel complimenten krijgen, kun je wel janken. Hij gaf je steeds het gevoel dat je het niet goed genoeg deed.’

De monnik kon ook woede-uitbarstingen hebben waarbij hij tekeerging tegen zijn volgelingen, maar omdat hij dichtbij de verlichting was en geen boosheid zou moeten kennen, dacht iedereen dat die woede gespeeld was. Lisette: ‘Je maakte jezelf wijs dat hij je daarmee iets wilde leren. In feite draaide je elke twijfel over hem om. Het werd zelftwijfel. We bedankten hem er soms zelfs voor.’

Die onzekerheid werd het sterkst toen Lisette besloot non te worden. Ze gaf haar baan als onderwijzeres op en trok in het klooster. ‘Ik wilde dolgraag verder komen als boeddhist.’ Vanaf dat moment sloeg Krul om. ‘Ik werd afgemaakt’, zegt Lisette. ‘Welke keuze ik ook maakte, het was niet goed. Daar werd ik heel zenuwachtig van, heel angstig. Het was een psychische marteling. Na een halfjaar werd ik weer een lekenvolgeling. Ik was mislukt als non.’

Naast de geestelijke terreur, zoals de ex-volgelingen het noemen, raken mensen ook lichamelijk uitgeput. Er wordt hard gewerkt in de drukkerij, de keuken en aan het onderhoud van het klooster. Arindama: ‘Het was zwaar. Iedereen werd opgezweept. Op een gegeven moment moesten we met de hand stenen fijnhakken. Dat deed je, omdat hij anders in zijn eentje op zijn knieën ging werken en je je daar schuldig over voelde.’

Steeds meer boeddhistische regels werden aangepast. Lisette: ‘Je bent als monnik afhankelijk van het voedsel dat mensen je geven. Als gezin houd je een gedeelte van je eigen eten apart voor de monnik. ‘Dana geven’ heet dat. De monnik hoort tevreden te zijn met wat hij krijgt. Eet een gezin andijviestampot, dan eet de monnik dat ook. Dat eten werd hier een hele cultus. Je wist op een gegeven moment niet meer wat je moest klaarmaken, omdat hij overal allergisch voor was. Geen melkproducten, geen gebakken tomaten, geen rauwe tomaten, geen appels. De rijst moest zes keer worden gekookt. Op een geven moment mocht je als je boodschappen voor jezelf ging doen, eigenlijk geen boodschappen voor het eten van Bhante halen, want dat deed je dan met onvoldoende aandacht. Niemand durfde er iets van te zeggen, of het anders te doen. ‘Ik heb hem een keer pizza gegeven’, lacht Arindama. ‘Zeker nog wekenlang moeten horen’, zegt Lisette.

Arindama: ‘We bogen allemaal voor hem. Als twintig mensen buigen en jij doet het als enige niet, voelt dat niet prettig. De keer daarop doe je wel mee. Er kwam een moment dat ik dacht: “Als iemand van buiten dit zou zien, zou ik me doodschamen.” Eigenlijk hadden we al jarenlang twijfels, maar we praatten er niet over met elkaar. Dat was roddelen.’

Twijfels waren er ook allang over het intieme gedrag van de monnik. Ze zagen weleens dames uit zijn kamer komen of ’s ochtends vroeg een jong meisje in zijn bed liggen. Regelmatig moest iemand de monnik masseren als hij ziek was. In een jolige bui heeft Bhante eens zijn blote benen laten zien aan Lisette, en begon hij haar benen te masseren. Toen hij erg dichtbij haar kruis kwam, is ze van zijn kamer vertrokken. In de veronderstelling dat de monnik zich wel vergist zou hebben.

De ontmaskering

In de loop der jaren verlaten verschillende mensen de beweging. Arindama weet nog precies wanneer zij besloot weg te gaan. ‘Een goede vriend van me werd voor de zoveelste keer uitgefoeterd. ‘Bhante’ stond te trillen van woede. Ik dacht: “Die man is gek.”‘ Arindama en haar man krijgen hun geleende geld wel terug. ‘Ik denk zelf dat het een oprotpremie was. We moesten weg, we waren te lastig, te kritisch.’

Lisette begint na te denken als ze van een vriend hoort dat er vanuit andere boeddhistische organisaties gezegd wordt dat er ‘toch altijd iets met vrouwen en seks’ is bij de Boeddhayanabeweging in Friesland. Het is dan eind 2001. Ze zoekt contact met mensen die in het verleden zijn vertrokken uit de beweging. Het ene na het andere verhaal komt boven water. Vooral de seksuele relaties waren een schok voor Lisette. Van tien vrouwen hoort ze dat ze seks met de monnik hebben gehad, soms vrijwillig, soms onvrijwillig. Een aantal wordt overrompeld als ze voor troost bij de monnik komen. Een vrouw die in haar verleden misbruikt was, bood hij aan te helpen door seks met haar te hebben. ‘De schellen vielen me van de ogen’, zegt Lisette nu. ‘Het was eigenlijk een opluchting, omdat ik het al had aangevoeld.’

Lisette en Arindama zoeken samen met vier andere ex-leden contact met de Stichting Studie- en Hulpgroep Sekten. Ze komen tot een plan. Op zondag 30 december 2001 confronteren ze de monnik met zijn overtredingen van het celibaat. Krul bekent en geeft toe dat het juist is om zijn monnikschap te beëindigen. Hij legt ter plekke zijn monnikspij af.

Hoewel de ex-volgelingen blij zijn met de ontmaskering van hun leraar en het uiteenvallen van de groep, is de teleurstelling bitter. Het geïnvesteerde geld is weg, er komt geen oudedagsvoorziening, de droom is in duigen gevallen. Wat overblijft zijn verscheurde families en gebroken vertrouwen.

Boosheid

Als ik aanbel bij het oude conferentiecentrum in Oosterwolde krijg ik ex-monnik Pierre Krul met wat moeite te spreken. Hij vindt niet dat hij zijn excuses moet aanbieden: ‘Ik snap dat mensen zich slachtoffer voelen. Zij zijn een slachtoffer en ik ben een dader. In de ene situatie kun je slachtoffer zijn en in de andere een dader. Het moment om nog iets te doen voor die mensen is voorbij. Zij hebben alleen maar boosheid, en boosheid is er altijd op gericht dingen kapot te maken. Altijd. Daar kan ik als boeddhist niets mee. Er zijn zoveel pertinente onwaarheden verteld. Mensen die eerst nog zeiden dat ik hun leven heb gered, zeggen nu ineens dat daar niets van waar is. Ik heb mensen van heel zware problemen afgeholpen hoor.

Voor 95 procent heb ik goed werk gedaan, en voor 5 procent heb ik fouten gemaakt. Moet daar zo buitenproportioneel de aandacht op worden gevestigd? Nu vraag ik je: als er van een struik met rozen een paar bloemen vallen, is die struik dan ineens minder mooi?’ n

Actief zelfbedrog

Waarom laten mensen in gesloten gemeenschappen zich vernederen? In de eerste plaats streven alle volgelingen naar perfectie, met de leermeester als voorbeeld. Berispingen beschouwen ze daarom als terecht. Maar mensen passen ook actief zelfbedrog toe om de situatie aanvaardbaar te houden, want de waarheid is te pijnlijk voor het zelfbeeld. Denken dat je er iets van leert, is minder pijnlijk dan toegeven dat je geliefde leermeester je misbruikt. ‘Cognitieve dissonantie reductie’ wordt dat ook wel genoemd, en kan ook als een vorm van hersenspoeling worden gezien.

Omdat er slechts één weg is naar het ‘ware bestaan’, ontstaat er bij groepsleden de angst voor ‘niets-zijn’ als je afdwaalt. Dat gevoel wordt ook nog eens bevestigd doordat ‘afvalligen’ worden doodgezwegen en geridiculiseerd. Familieleden lijken soms werkelijk niet meer te bestaan voor groepsleden. Er ontstaat een gevoel bij groepsleden van ‘ik geloof, dus ik besta.’ Die overtuiging maakt de drempel om uit de groep te stappen erg hoog.

Omdat volgelingen geloven dat problemen overwonnen kunnen worden door toewijding, ontstaat er een neerwaartse spiraal, waardoor ze steeds dieper wegzakken en de eigen identiteit volledig kwijtraken. Dat verklaart waarom sommigen zover kunnen gaan dat ze collectief zelfmoord plegen in naam van de doctrine.

Charismatisch leiderschap

Bijna alle charismatische leiders hebben aanvankelijk goede bedoelingen, maar als ze merken dat hun volgelingen hen adoreren, kunnen ze grootheidswanen krijgen, verslaafd raken aan het gevoel van macht, wat kan leiden tot machtsmisbruik. Zeker bij religieuze groepen, wordt de leider gezien als de spreekbuis van hun god op aarde, of de verpersoonlijking van het ideaal. Omdat de leider van de groep een goddelijke autoriteit claimt of krijgt toebedeeld, kan hij vragen allerlei dubieuze toestanden te accepteren op basis van vertrouwen. Twijfelen is een gebrek aan vertrouwen en symboliseert een ‘lager doel’, is achterlijk of egoïstisch.

Hoe worden mensen blinde volgelingen?

Het is makkelijk om te denken dat mensen die in een sekte zitten anders zijn dan wij. Dat ze gek zijn of dom. Volgens Philip Zimbardo, sociaal-psycholoog aan Stanford University, kan echter ieder van ons in de ‘juiste’ omstandigheden verleid worden om bij een groep te gaan die uiteindelijk schadelijk is voor jezelf. Uit onderzoek blijkt dat de meerderheid van de normale, gemiddelde, en intelligente mensen ertoe gebracht kan worden immoreel, illegaal, irrationeel, agressief en zelfdestructief te handelen.

Volgens Zimbardo gaan mensen niet bij een sekte, maar bij een interessante groep die hen iets te bieden heeft. Een groep – of dat nu een volleybalteam, een toneelvereniging, of een meditatieclub is – biedt mensen vriendschap, zorg, identiteit, veiligheid, de mogelijkheden nieuwe vaardigheden aan te leren en nieuwe persoonlijke inzichten te verwerven. Maar wanneer gaat het mis?

Een sterk voorbeeld van irrationeel gedrag veroorzaakt door groepsprocessen, komt uit een onderzoek uit de jaren vijftig. Sociaal-psycholoog Solomon Ash liet proefpersonen in een groep drie lijntjes vergelijken met een standaardlijn. De andere ‘proefpersonen’ moesten van de proefleider allemaal het verkeerde lijntje aanwijzen als degene die overeenkwam met de standaardlijn. De echte proefpersoon reageerde aanvankelijk nog verbaasd en koos gewoon voor de lijn die hij zelf het best vond lijken, maar al snel paste hij zijn oordeel aan en volgde de groep. De onderzoekers konden zo met gemak de helft van alle proefpersonen vrij eenvoudig iets laten zeggen waarvan ze met hun eigen ogen konden zien dat het niet klopte. Een kwart van de deelnemers conformeerde zich niet aan de groep. Achteraf zeiden zij zich ‘opvallend’, ‘gek’ of ‘een buitenbeentje’ te hebben gevoeld. Als de neiging tot conformeren al zo sterk is bij een onbelangrijke taak in een groep met volslagen vreemden, kun je je voorstellen wat er gebeurt als je graag in de smaak wilt vallen bij andere groepsleden of de leider van de groep.

Als de leider van een groep grote autoriteit heeft – vanwege kennis, expertise of rang – is de druk om iets te doen wat je zelf eigenlijk te ver vindt gaan, nog veel groter. Dat blijkt uit een beroemd experiment van Stanley Milgram in de jaren zestig. Hij liet proefpersonen elektrische schokken toedienen aan een andere proefpersoon. In werkelijkheid was dit in scène gezet, maar dat wisten de proefpersonen niet. Maar liefst tweederde ging door met het geven van schokken tot een dodelijk voltage, omdat de proefleider daartoe aanspoorde, ook al schreeuwde de ‘proefpersoon’ van de pijn.

Gehoorzaamheid neemt toe als iemand een uniform aanheeft. Dat kan een witte jas zijn, maar ook een politiepet of een monnikspij is een teken van gezag.

Waarom zijn mensen zo geneigd zich te conformeren en te gehoorzamen? Ten eerste willen mensen graag tot een correct oordeel komen. Als de meerderheid van de groep een oordeel met elkaar deelt, ben je snel geneigd te denken dat dat wel zal kloppen. Waarom zou jij het in je eentje beter zien dan al die anderen?

De tweede reden is dat mensen vrezen voor de negatieve gevolgen van afwijkend gedrag. En terecht: uit onderzoek blijkt dat mensen met afwijkende meningen en gedrag vaak worden bespot of verstoten. Vanuit evolutionair perspectief is te begrijpen waarom wij dit zo erg vinden. Als de hele groep wegrent en jij blijft staan, omdat je denkt dat zij het fout hebben, heb je meer kans om gegrepen te worden door een roofdier. Conformeren en gehoorzamen hebben dus een duidelijke functie voor onze overlevingskansen. Maar dit kan te ver gaan wanneer de individuele leden voor hun gevoel van identiteit totaal afhankelijk worden van de groep. Deze afhankelijkheid ontstaat wanneer er geen of weinig contact meer is met de buitenwereld.

Als de buitenwereld wordt bestempeld als ‘onwetend’, gaan groepsleden eerder in een klein kringetje denken. En als contact tussen groepsleden niet wordt aangemoedigd, kom je er nooit achter of anderen ook weleens twijfelen aan de doctrine. Daarnaast is ‘interne communicatie’, ofwel innerlijke reflectie, belangrijk om kritisch na te blijven denken en je eigen identiteit te behouden. Die interne communicatie kan afnemen doordat er bijvoorbeeld erg hard gewerkt moet worden en de vermoeidheid toeslaat.

In verband met privacy zijn de namen van Lisette en Arindama gefingeerd.[/wpgpremiumcontent]