In mijn korte broek sta ik op de stoep voor ons huis. Voor me staat de grootste vrachtwagen die ik ooit heb gezien. Achter het stuur zit Cleo. Ze komt er maar net bovenuit. Lachend zwaait ze naar me, terwijl de verhuizers rechts van mij weer met een nieuwe lading meubelen komen aangelopen. Dit is het dus. Morgen gaat die vrachtwagen naar Frankrijk. Met het hele huis van de familie Lorens erin. Om nooit meer terug te komen.

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Wat is dat toch? Dat je je zo ongeveer vanaf het allereerste begin in de baarmoeder leert hechten aan mensen, omdat dat veilig is en zinvol voor je ontwikkeling, en dat je ze vervolgens stuk voor stuk weer kunt uitzwaaien. Het begint met de verhuizing van je beste vriendin op je vijfde, en dan gaat het maar door: van de overstap van de basisschool naar de middelbare school en het loskomen van je ouders in je nieuwe studentenleventje, tot het verbreken van je eerste echte relatie en de dood van een vriend. Om tot de conclusie te komen dat ‘iedereen het uiteindelijk alleen moet doen’. Waarom zijn we van nature altijd op zoek naar nabijheid, naar warmte en vriendschap als loslaten de hele kunst van het leven is?

Verbondenheid en autonomie zijn grote thema’s in de ontwikkelingspsychologie. In elke fase van het leven moeten ze opnieuw worden ontdekt, gekoesterd en bevochten. En steeds opnieuw moet de balans worden gevonden tussen die nabijheid en die zelfstandigheid.

Dat begint al als een kind nog heel jong is, stelt ontwikkelingspsycholoog John Bowlby. Een baby is volledig afhankelijk van zijn ouders. Zijn die ouders gevoelig voor de behoeften van het kind, stimuleren ze hem en geven ze hem het gevoel dat hij controle heeft over zijn omgeving, dan is de kans het grootst dat het kind zich veilig hecht.

Uit talloze onderzoeken blijkt dat een veilige hechting ervoor zorgt dat een kind eropuit durft te gaan, dat het de nieuwsgierigheid bevordert, een positief zelfbeeld stimuleert en het vertrouwen vergroot in andere sociale relaties. Door de goede relatie met zijn ouders heeft het kind geleerd: wie weggaat, komt terug. En ze houden ook van me als ze er niet zijn.

Andersom kan het behoorlijk misgaan als ouders emotioneel niet beschikbaar zijn of hun kind mishandelen of verwaarlozen. Kinderen van zulke ouders raken ‘onveilig’ gehecht. Uit onderzoek blijkt dat deze kinderen niet het zelfvertrouwen en de vaardigheden ontwikkelen die ze nodig hebben om veiligheid en intimiteit te ervaren in volwassen relaties.

Mooi bedacht van John Bowlby en al die andere hechtings-experts, maar ondertussen zat ik met mijn gezonde hechting en al, toch te kniezen om het verlies van mijn vriendin. ‘Echte vriendinnen verlies je nooit’, zei mijn moeder wijs, maar in de tussentijd was Cleo er niet bij toen ik mijn eerste gat in mijn kin viel, toen ik overstapte naar de middelbare school, en ook niet toen ik mijn eerste vriendje kreeg.

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Sommige onderdelen van het loslaatproces overstijgen het natuurlijke verloop. Scheidingen, verhuizingen, het zijn vormen van loslaten die je ruw wegrukken bij je geliefden en die je maar moet accepteren. Want hoe gezond en veilig je ook gehecht bent, echt scheiden doet lijden. Dat geldt al in kindervriendschappen. Vrienden zijn dan ook al op jonge leeftijd heel belangrijk: ze stimuleren je sociale vaardigheden, zijn een bron van steun voor je zelfbeeld, geven je een veilig gevoel in nieuwe of bedreigende situaties, zorgen voor hulp, warmte en gezelschap en zijn betrouwbare bondgenoten. Worden kinderen van hun vrienden gescheiden, dan kan dat een hoop ellende veroorzaken. Uit onderzoek onder peuters op een peuterspeelzaal bleek bijvoorbeeld dat overplaatsing naar een andere school zowel bij de achterblijvende als bij de verhuizende peuters kon zorgen voor verwarring, onrust, ziekte en veranderingen in het eet- en slaappatroon. Volgens de onderzoekers zijn dat symptomen van stress door scheiding.

Mij verbaast het niks. En het is ook nog eens de vraag of je er iets van leert. Toen mijn volgende hartsvriendin Lara jaren later het nieuws bracht dat ze een jaartje in Australië ging wonen voor school, voelde ik net als bij het vertrek van mijn eerste vriendinnetje weer een hoop woede en frustratie. Met daaronder verdriet, natuurlijk. Tranen met tuiten, ’s avonds in bed. Een jáár! Natuurlijk zou ze weer terugkomen. En we bellen en we schrijven. Maar een jaar lang uitgaan zonder Lara, lachen zonder Lara en huilen zonder Lara… Dat is niks. Dat wíst ik.

Het Grote Loslaten

Of het nu aan de associatie met het verlies van Cleo lag of niet, er was nog een andere belangrijke reden die de situatie bemoeilijkte. Want inmiddels was ik in de puberteit beland, waarin het Grote Loslaten pas echt op gang komt en ouders min of meer worden ‘ingeruild’ voor vrienden. En die moeten dan niet zomaar voor een jaar vertrekken, natuurlijk.

De Belgische psycholoog Wim Beyers promoveerde op het loskomen in de adolescentie, zoals hij het zelf eerder noemt – het losláten is aan de ouders toebedeeld, die niet veel meer kunnen doen dan dit natuurlijke proces zo goed mogelijk begeleiden. Beyers constateerde dat het begin van het emotionele loskomen van de ouders over het algemeen samenvalt met de eerste veranderingen aan het lichaam tijdens de puberteit. Beyers: ‘Een puber raakt sterker gericht op zichzelf, vraagt zich af wie hij is en wat er met hem gebeurt. Daarnaast leert hij abstracter denken, meer van een afstandje, meer in termen van mogelijkheden. Daardoor gaat hij ook anders over zijn ouders denken.’

Dat begint meestal met het ‘deïdealiseren’ van pa en ma. ‘Een puber realiseert zich dat zijn ouders ook maar mensen zijn, met hun eigen problemen en ook hun eigen fouten. Vervolgens zal een jongere steeds vaker trachten zélf zijn problemen op te lossen, zonder hulp van vader en moeder. Hij krijgt meer geheimen en staat ineens zeer op zijn privacy’, aldus Beyers.

Maar tegelijk met de behoefte om de eigen mogelijkheden te realiseren, eigen behoeften te bevredigen en op te komen voor eigen belangen, is er in de puberteit die ongekende onzekerheid en verwarring die maakt dat een puber anderen juist nodig heeft. De kunst is nu opnieuw het evenwicht te vinden tussen zelfstandigheid en verbondenheid. Daartoe wordt de plaats van de ouders gedeeltelijk ingenomen door vrienden, die nu kunnen voorzien in de behoefte om bij belangrijke anderen te horen, voor hen van betekenis te zijn en om samen te zijn. Bovendien leren jongeren volgens Beyers in de relaties met hun vrienden ‘wederkerigheid’: elkaar zien als gelijken, elkaars mening respecteren, open met elkaar communiceren.

‘Klaar’

Hoe ouder je wordt, hoe meer je leert wederkerigheid ook in de relatie met je ouders toe te passen. Volgens Beyers duurt het tegenwoordig echter steeds langer voor we zover zijn. Zowel aan het begin- als aan het eindpunt wordt het proces van emotioneel loskomen opgerekt. De puberteit begint vroeger, en de adolescentie duurt langer doordat jonge mensen steeds langer studeren, later partnerrelaties aangaan, het krijgen van kinderen uitstellen en vaak ook langer thuis blijven wonen. Maar is de wederkerigheid in de relatie tussen ouder en kind uiteindelijk gevonden, dan luidt dat het einde van de adolescentie en het begin van de volwassenheid in. Een mens is klaar voor volwassen relaties.

‘Klaar’ is echter ook maar betrekkelijk. Want voor je het weet krijg je zelf kinderen. Aan wie je je met volle overgave hecht. En die je vervolgens ook weer zult moeten loslaten. Of je baas, op wie je zo dol was, vertrekt naar een andere baan. Of, en dat is het moeilijkst, een geliefd persoon overlijdt. Ook het leren loslaten van mensen die doodgaan, hoort bij het leven. In zijn natuurlijke vorm het liefst wat verderop in het leven, als je ouders oud en op zijn, of nog verder, als je zelf oud en grijs wordt, mensen om je heen verliest en je zélf opmaakt voor het einde. Maar in zijn harde vorm komt het verlies van een geliefde helaas soms ook veel te vroeg, veel te oneerlijk en veel te pijnlijk. Mijn oma was blij dat ze eindelijk ‘mocht’, maar mijn 25-jarige klasgenoot stond op het punt door te breken: hij had een groot schrijver kunnen zijn.

Loslaten moet het hele leven door, steeds opnieuw. Gelukkig valt de kunst van het loslaten goed te leren – ook na de adolescentie nog.[/wpgpremiumcontent]